Diesellocs DB V160 (210/219) en V320 (232)

In de jaren zestig begon de DB met de bouw van een grote serie dieselhydraulische lijndiesellocomotieven, die de genadeslag zouden moeten geven aan de stoomtractie. Dit was de serie V160. Volgens het toenmalige nummersysteem was het getal 160 een aanduiding voor de sterkte van de locomotief, in dit geval 1600 pk. Deze indicatie had weinig betekenis, want tijdens de bouw van de serie werden de locomotieven steeds sterker.

De serie V160 bestond uit verschillende varianten: enkele grote deelseries en een aantal meer experimentele locomotieven. Vanaf 1968, toen de DB een nieuw nummersysteem invoerde, werden de locs ingedeeld in de series 210 t/m 219. Er is ook een zesassige variant gebouwd: loc V320 001, na 1968 232 001.

Vijf jaar lang, van 1979 tot 1984, hebben locs van de Baureihe 216 ook dienstgedaan in Nederland, toen de NS een tekort aan diesellocomotieven had. In het noorden van het land reden ze zowel personentreinen (vaak forensentreinen) als goederentreinen. De locs waren gestationeerd in Groningen, later ook in Zwolle. Naar verluidt waren de NS-machinisten er erg over te spreken.




Indeling

De grote V160-familie is als volgt ingedeeld:

  • V160 001-010 (vanaf 1968 216 001-010). Gebouwd in 1960-1963. Dit waren de prototypes van de V160. Deze droegen de bijnaam Lollo, naar de goedgevormde Italiaanse filmster Gina Lollobrigida. Alle volgende locs kregen een meer hoekige kop. In 1984 waren alle protolocs afgevoerd. Een aantal is terecht gekomen bij buitenlandse spoorwegaannemers.
  • V160 011-224 (vanaf 1968 216 011-224). Gebouwd in 1964-1969. Net als de prototypes hadden deze locs een stoomketel voor de treinverwarming.
  • 215 001-150. Gebouwd in 1968-1971. Dit is een verlengde versie van de V160. Doel van deze verlenging was het scheppen van ruimte voor een zwaardere motor, maar de locs hebben zo'n motor nooit gekregen. Ze waren verder dus identiek aan de serie 216.
  • V162 001-003, 011-022 (vanaf 1968 217 001-003, 011-022). Gebouwd in 1965-1968. Deze locs hadden een hulpdieselmotor waarmee elektriciteit kon worden opgewekt voor de treinverwarming. De hulpdiesel kon ook worden gebruikt voor het opwekken van extra energie voor de tractie. In 1989 zijn de oudste twee locs omgenummerd in 753 001 en 753 002. Deze worden gebruikt als remlocomotief bij het testen van treinen.
  • V169 001 (vanaf 1968 219 001). Bouwjaar 1965. Dit was een variant van de V162. In plaats van een hulpdieselmotor was er een gasturbinemotor geïnstalleerd, als extra naast de normale dieselmotor. Deze loc is in 1978 afgevoerd.
  • 210 001-008. Van de ervaringen met loc V169 001 is gebruik gemaakt voor het ontwerp van een serie gasturbine-locomotieven. Deze acht locomotieven zijn in 1970 gebouwd. Afgezien van de V320 001 waren dit de sterkste en snelste diesellocomotieven van de DB, maar ze voldeden niet goed. In 1980 zijn ze omgebouwd tot 218. Ze kregen de nummers 218 901-908.
  • 218 001-012, 101-499. Deze serie is gebouwd van 1968 tot 1979. De eerste locs waren besteld onder de nummers V164 001-012, maar kregen bij aflevering meteen de in 1968 ingevoerde nieuwe nummers 218 001-012. De motoren van deze locs waren zo sterk, dat er geen aparte motor meer nodig was voor de treinverwarming. Nadat deze serie compleet was heeft de DB geen lijndiesellocomotieven meer besteld. De aandacht ging nu uit naar verdere elektrificatie en naar de inzet van dieseltreinstellen zoals de serie 628.
  • Vanaf 2001 zijn diverse locs van de Baureihen 215 en 218 omgenummerd in de Baureihe 225. Deze zijn aangepast voor de goederendienst.

Verder is er nog een zesassige variant van de V160 gebouwd. Dit was loc V320 001 (vanaf 1968 232 001). Deze loc was twee keer zo sterk als een V160. Bij deze in 1962 gebouwde eenling is het gebleven. Ook is er in 1969 een ontwerp gemaakt voor een dubbelloc: de Baureihe 209. Deze is nooit gebouwd.



Wasserbillig, 14 juli 1969. Loc 216 079 met een trein van Koblenz naar Luxemburg.


Kleve, 23 oktober 1969. Loc DB 216 075, gefotografeerd tijdens een bliksembezoek vanuit Nijmegen. In deze tijd reden er vijf tot zes treinparen per dag tussen Nijmegen en Kleve, waaronder één D-treinpaar. Op 1 juni 1991 is deze in 1864 geopende spoorlijn buiten gebruik gegaan. Nog steeds zijn er plannen om deze lijn weer te activeren.


Koblenz, 12 augustus 1970. Een V160 met in de achtergrond het fort Großfürst Konstantin uit 1822.


 

Tübingen, 1 maart 1971. Loc 215 078 met een trein naar Sigmaringen. Volgens de dienstregeling had er een P8 voor deze trein moeten staan. Enkele uren later fotografeerde ik de loc bij het Bw.


 

Bw Hamburg Altona, 14 juli 1971. Diesellocs 218 102, 216 145 en op de rechterfoto 216 003 die stoom afblaast. De eerste locs van de serie V160 zijn begin jaren zestig gebouwd. Let op de ronde kopvorm van loc 216 003. De locs uit deze eerste serie droegen de bijnaam Lollo, naar de goedgevormde Italiaanse filmster Gina Lollobrigida.


Crailsheim, 28 augustus 1972. Loc 215 103. Duidelijk zichtbaar is de stoomkoppeling.


 

Bullay, 15 augustus 1973. Trein D357 uit Parijs, getrokken door 216 052 en 216 176. Bullay ligt aan de lijn Trier-Koblenz. De bovenleiding en de moderne beveiliging zijn nog niet in gebruik. De meeste personentreinen rijden met diesel, de vele goederentreinen worden getrokken door stoom. Tweede foto: het uitrijsein staat op veilig, het wachten is op de mannen bij het bagagerijtuig. De D-trein rijdt tot Koblenz, verder gaat het als Eilzug naar Giessen.


Bad Mergentheim, 4 september 1973. Loc 215 096 zal om 20.54 uur vertrekken naar Lauda.


 

Leer, 17 augustus 1974. Loc 216 056 met een sneltrein naar Emden. Tweede foto: Aschendorf, 18 augustus 1974. Loc type 216 met een trein naar Norddeich. Direct achter de loc loopt een rijtuig van de DSG.


Rheine, 30 april 1975. Loc 216 041 nadert uit de richting Emden. De aanleg van bovenleiding is in volle gang.


 

Wernigerode, 2 augustus 2004. Loc 218 107 met een trein naar Halberstadt.


Bunnik, 25 maart 2005. Loc 218 212 met gezelschapstrein TEE Rembrandt op weg naar Amsterdam.


Nürnberg, 16 augustus 2005. Vanuit mijn hotelraam kon ik de treinen bijna aanraken. Loc 218 313 van bovenaf gezien.


Kaldenkirchen, 13 augustus 2006. Loc 753 002, ex 162 002. Deze loc wordt net als de 753 001 gebruikt als remlocomotief bij het testen van treinen.


Berlijn, 27 augustus 2009. Loc 218 225 met railreinigingstrein op de grote modelbaan LOXX.


Sterkere varianten: V320 en V250 (ontwerp)

Ulm, 17 september 1971. Loc 232 001 (oorspronkelijk V320 001), de zesassige en twee keer zo sterke variant van de V160. Bij deze in 1962 gebouwde eenling is het gebleven. De loc werd in 1976 verkocht aan de Hersfelder Kreisbahn. In 1998 is ze overgegaan naar de firma Wiebe.

V320 001 en V200 054 van de DB. Motorloze schaal N-modellen van CIL (Compañia Internacional del Libro).

München, 1965. Tentoonstellingsterrein van de IVA (Internationale Verkehrsausstellung). Vooraan loc V320 001. Tijdens de IVA werd onder andere ook de E03 gepresenteerd. Ansichtkaart.

De niet gebouwde dubbelloc: V250 (Baureihe 209)

Er is in 1969 een ontwerp gemaakt voor een dubbelloc: twee locs Baureihe 218, die in het midden op een gemeenschappelijk draaistel zouden rusten. Van dat draaistel zou elke loc een as aan­drijven. Verder dan de tekentafel is deze dubbelloc niet gekomen, maar er zijn natuurlijk hobby­isten die zelf aan de slag zijn gegaan met twee modellen en een ijzerzaag. Het ontwerp werd door fabrikant Atlas-MAK aangeduid als 250 001, de DB had Baureihe 209 in gedachten.


Zie ook:




vorige       start       omhoog