Berlijn, Potsdam


 

Kaart met de zestien deelstaten (Länder) van Duitsland. Door de federale structuur van Duitsland hebben deze deelstaten uitgebreide bevoegdheden. De vijf oostelijke deelstaten hebben jarenlang de DDR gevormd. Berlijn was in die tijd letterlijk een gedeelde stad. Hoewel het wapen van de stad anders doet denken, is de naam Berlin niet afgeleid van het woord beer, maar van een oud Slavisch woord voor moeras. De associatie met beren is van later datum. Dit in tegenstelling tot het Zwitserse Bern, dat van oudsher een beer in het wapen voert.


Berlin Alexanderplatz. Links een loc Baureihe 118. Bron: Eisenbahn-Jahrbuch 1977.


Hamburg Hbf, 17 juli 1971. Loc 01 0513 vertrekt met de ochtendtrein naar Berlijn. Meer foto's van interzonale treinen in Hamburg en omgeving.


Berlin Ostkreuz, 19 februari 2005. Kruising van een S-bahntrein en een Ludmilla met een City Night Line. Foto Patrick A.


Berlin Lichtenberg, oktober 2004 en 2 januari 2009. Treinstel VT 18.16, Bauart Görlitz. Foto's Lammert ten Kampe en Roeland Krul.


Berlijn, 26 september 2008. Op de Innotrans werd een moderne draisine getoond. Foto Patrick Hinderink.


Verkehrsmuseum Nürnberg, 16 augustus 2005. Een overblijfsel van de Magnetbahn (M-Bahn) in Berlijn, een vervoermiddel waarmee in de jaren tachtig is geëxperimenteerd. Na veel tegenslagen werd de baan weer afgebroken. Het voertuig met zijn stukje rails bevindt zich tegenwoordig in het Eisenbahn & Technik Museum Rügen. Zie ook het thema Monorail.


Hardenberg, 26 juli 2006. Motorrijtuig 2260 van de BVG (Berliner Verkehrsbetriebe) op het parkeerterrein van de Evenementenhal Hardenberg. Foto Fokko van der Laan.


Berlin-Spandau, 24 augustus 2009. Vis verleidt, maar leg er voor de zekerheid nog maar een blonde mevrouw bij.


Berlijn, 25 augustus 2009. U-Bahnhof Gleisdreieck. Vanaf hier is het tien minuten lopen naar het Deutsches Technikmuseum.


Berlijn, 25 augustus 2009. Voetgangersbrug over het Landwehrkanal. Dit is een verkleinde replica van de spoorbrug die leidde naar het Anhalter Bahnhof. Het gele treinstel is van de U-Bahn, de Berlijnse ondergrondse die ook weleens boven de grond komt. Niet te verwarren met de bovengrondse S-Bahn. Foto vanaf het dak van het Technikmuseum.


Berlin Zoologischer Garten, 25 augustus 2009. Loc 145 015 van DB Logistics is binnengelopen met de Moskau Express. De rijtuigen zijn van de RZD (Rossiiskie Zheleznye Dorogi).


Berlin Zoologischer Garten, 27 augustus 2009. Twee gekoppelde ICE2-treinstellen.


Berlin Zoologischer Garten, 25 augustus 2009. Vanaf het perron is de historische gevel van het Museum für Fotografie goed te zien. De foto is gemaakt door Helmut Neustädter, die zich na zijn emigratie uit Duitsland Helmut Newton ging noemen. Ik heb hem weleens op tv gezien, tijdens het keuren van modellen. Dat ging er nogal lomp aan toe.


Berlin Zoologischer Garten, 27 augustus 2009. Loc 186 241 met de Berlin-Warszawa-Express.


Berlin Zoologischer Garten, juli 1967 en 27 augustus 2009. De zwartwitfoto is gemaakt door Aad de Meij. Berlin Zoo was tijdens de Duitse deling een interessant station voor wie Oost-Duitse stoomlocs wilde fotograferen, omdat dit station als enige op West-Duits grondgebied lag. Toch werd Aad na het maken van deze foto lastig gevallen door twee mannen van de Oost-Duitse TraPo (Transportpolizei). Die waren echter geen partij voor de 17-jarige benen van Aad: hij rende weg, sprong over een tourniquet en verdween in de mensenmassa. Op de kleurenfoto loc 114 031 met een Regionalzug naar Eisenhüttenstadt. Op het gebouw links draait tegenwoordig het Bayer-logo rond.


Berlin Zoo, 27 augustus 2009. Loc 114 031 met een Regionalzug naar Eisenhüttenstadt.


Potsdam, 27 augustus 2009. De Berlijnse S-Bahn kampt met een flink materieeltekort: veel treinstellen zijn uit de vaart omdat ze van toezichthouder EBA (Eisenbahn-Bundesambt) moeten worden gecontroleerd. Daarom rijden er zogeheten Ersatzzüge, zoals loc 143 307 met een uit het Ruhrgebiet overgekomen treinstam. Deze vervangende treinen kunnen niet over de sporen van de S-Bahn rijden: daar hangt geen bovenleiding en er wordt ook een ander beveiligingssysteem gebruikt. In plaats daarvan rijden ze over de Ferngleisen: de sporen die bestemd zijn voor gewone treinen (vrijwel alle trajecten in en rond Berlijn zijn viersporig: twee voor de S-Bahn, twee voor andere treinen). Zie ook Op de Rails, 2009-9 blz. 459.


   

Berlin Westhafen/Potsdam Hbf, 27 augustus 2009. Aan de seinen van de S-Bahn is een beveiligingsinrichting (Fahrsperre) gekoppeld. Als het sein rood is, is de witte metalen plaat (Sperrschiene) naar het spoor gedraaid. Rijdt een trein voorbij het rode sein, dan raakt de metalen plaat een pal (Auslösehebel) aan de zijkant van de trein, waarna een noodremming volgt. Is het sein niet rood, dan is de metalen plaat iets opzij gekanteld. Dit systeem stamt uit de jaren twintig. Bij armseinen is de Streckenanschlag mechanisch gekoppeld, bij lichtseinen heeft het apparaat een eigen elektromotor. Het sein op deze foto's staat links van het spoor; de normale positie is natuurlijk rechts.


Deutsches Technikmuseum, 27 augustus 2009. Modellen van oude Berlijnse S-Bahntreinstellen.


Model van een Berlijns metrotreinstel, door Märklin uitgebracht onder de merknaam Primex. Dit is Baureihe 275 van de Berliner Verkehsbetriebe (BVG). Deze stellen bestonden gewoonlijk uit vier rijtuigen.


Berlijn, 27 augustus 2009. Loc 218 225 met railreinigingstrein op de grote modelbaan LOXX. Zie ook Modellbahn im Bahnhof.


Berlin Hbf, 28 augustus 2009. Loc 115 283, een bejaarde E10, loopt binnen met een autoslaaptrein uit Boedapest. Drie automobilisten en een motorrijder hebben gekozen voor het gemak van dit transportmiddel.


Berlin WelcomeCard. Er zijn verschillende varianten. Voor weinig geld kun je hiermee onbeperkt gebruik maken van het zeer uitgebreide openbaar vervoer in Berlijn: zowel U-Bahn, S-Bahn, trams, bussen. En ook de gewone treinen.


Berlijn, 25 augustus 2009. In Berlijn worden tot de dag van vandaag nog straten verlicht met gaslicht.


Het lijnennet van de Berlijnse S-Bahn in 1951
Im Dezember 1930 teilte die Deutsche Reichsbahn in ihren Bekanntmachungen mit, dass die Berliner Stadt-, Ring- und Vor­ort­bahnen künftig „S-Bahn“ heißen werden. Das weiße „S“ auf einem grünen runden Hintergrund sollte zukünftig auf die „Schnellbahnen“ des Nahverkehrs aufmerksam machen. Diese Bezeichnung setzte sich nicht nur in der Hauptstadt durch und gehört noch heute zum täglichen Bild in zahlreichen deutschen Großstädten. Nach Abschluss der „Großen-Stadtbahn Elektrisierung“ waren 235,53 des 523 km langen Streckennetzes der Berliner S-Bahn mit einer 750-Volt-Stromschiene ausgerüstet. Anfang 1931 waren insgesamt 717 elektrische Triebzüge unterschiedlicher Baureihen im Einsatz. Auf der Wannseebahn verkehrten zu der Zeit jedoch noch immer Dampfzüge, die natürlich auch zur S-Bahn gehörten. Unabhängig von der Definition verbindet der Berliner bis heute mit der Berliner S-Bahn nur die rot-gelben elektrisch betriebenen S-Bahnzüge, die untrennbar zu Berlin gehören, wie das Brandenburger Tor. Neben der Vorstellung der elektrischen Triebzüge soll auch über die Entwicklung Berlins zur Industriemetropole berichtet werden, die ohne die Eisenbahn und ihren Personen­nahverkehr undenkbar gewesen wäre. Die Berliner S-Bahn. EH-Verlag 2009. ISBN 9783882553765.


Das Berliner U- und S-Bahnnetz. Door Alfred B. Gottwaldt. Uitg. Transpress, 2007. ISBN 9783613713048. Eine Geschichte in Streckenplänen von 1888 bis heute.

Berlijn kende aanvankelijk alleen een flink aantal kopstations, van elkaar beconcurrerende spoorwegmaatschappijen. Om goederen en militair materieel te kunnen overbrengen, werden deze stations door middel van een ringlijn met elkaar verbonden. Twee van de vier sporen van deze ringlijn zijn het domein van de S-Bahn (Stadtschnellbahn). Dwars door de stad, van oost naar west, loopt ook een spoorlijn, met roemruchte stations als Berlin Zoo en Alexanderplatz. Behalve de S-Bahn is er de U-Bahn, die grotendeels ondergronds loopt. In dit boek wordt de geschiedenis van Berlijn beschreven aan de hand van de ontwikkeling van deze twee netten, inclusief de bijzondere periode waarin Berlijn in twee zones was verdeeld.


Chronik des deutschen Verkehrs 1949. Samengesteld door Jörg Werner. Uitg. GeraMond (Lok Magazin) 2000. ISBN 3932785398.

Chronik des deutschen Verkehrs 1961. Samengesteld door Jörg Werner. Uitg. GeraMond (Lok Magazin) 2000. ISBN 393278538X.

Zeer aardige boekjes over het spoorvervoer en andere vormen van transport in de genoemde jaren. Ook verkeerspolitieke en economische onderwerpen komen aan de orde. In het boekje over 1949 staat bijvoorbeeld een hoofdstuk over de luchtbrug die tussen West-Duitsland en Berlijn werd onderhouden ten tijde van de Russische blokkade.

 

Die Breitspurbahn. Das Projekt zur Erschliessung der gross-europäischen Raumes 1942-1945. Door Anton Joachumsthaler. Herbig, Berlin 1985 (3. Auflage). ISBN 3776613521.

Adolf Hitler zag de dingen groot. Hij wilde een groot rijk, met grote gebouwen. Het centrum van dat rijk zou Welthauptstadt Germania heten, de nieuwe naam van Berlijn nadat de nazi's de oorlog gewonnen hadden. Germania zou ook het centrum zijn van een spoorwegnet waarop enorme treinen zouden rijden: breedspoortreinen met een spoorwijdte van drie meter. Niet omdat die technisch of economisch grote voordelen zouden hebben, maar omdat ze groot moesten zijn. Verder dan de tekentafel en enkele modellen is men echter nooit gekomen. De plannen zijn in de archieven verdwenen, totdat de auteur van dit fantastische boek ze er weer uit heeft gehaald. Zie ook het thema Die Breitspurbahn.


Der Anhalter Bahnhof und seine Lokomotiven.
Alfred B. Gottwaldt. Alba, Düsseldorf, 1986. ISBN 3870942150. Dit was een van de belangrijkste stations van Berlijn. In de oorlog is het zwaar beschadigd en uiteindelijk is het gesloopt. Alleen de gevel is bewaard als monument. Op een deel van het vroegere emplacement is nu het Deutsches Technikmuseum gevestigd.

  

Berliner Fernbahnhöfe. Erinnerungen an ihre grosse Zeit. Alfred B. Gottwaldt. Alba, Düsseldorf, 1987. ISBN 3870942185.

Berlin - Bahnhof Zoo. Fernbahnhof für eine halbe Stadt. Alfred B. Gottwaldt. Alba, Düsseldorf, 1988. ISBN 3870942207. Berlin Zoo was tijdens de Duitse deling het eindstation van de uit West-Duitsland komende Interzonenzüge.


Interzonenzüge. Eisenbahnverkehr im geteilten Deutschland 1945-1990. Peter Bock. GeraMond, München 2007. ISBN 9783765471186.

De geschiedenis van het treinverkeer tussen de twee Duitslanden, waaronder de transittreinen tussen de Bondsrepubliek en West-Berlijn. Die boden de liefhebber de gelegenheid om vanaf West-Duitse stations naar Oost-Duitse stoomlocomotieven te kijken. Zie ook de thema's Hamburg en Hof.


Zie ook:




vorige       start       omhoog