Vlaggen en gebaren

En een paar andere manieren om de aandacht te trekken, zoals knalseinen.



Spoorwegmuseum, 10 augustus 2006. Een wachtpost in de omgeving van Haarlem, omstreeks 1848. Een spoorwegwachter geeft met een witte vlag het sein veilig. De wachters communiceerden met elkaar via semaforen (optische telegraaf). Pas later werden seinpalen toegepast die voor de machinisten waren bestemd. Naar een olieverfschilderij van Wouterus Verschuur.


   

Utrecht CS, 24 maart 1973. Gele vlag: niet tegen het voertuig botsen, niet afstoten. Antwerpen, 30 juni 2005. Rode vlag: niet verder rijden. Spoorwegmuseum, 22 december 2007. Groene vlag: veilig. Simpelveld, 13 december 2003. Blauwe vlag: geeft aan waar de trein langs het perron moet stoppen. Dit stopplaatssein kan ook door een verplaatsbare blauwe lamp worden gegeven, of door twee vaste blauwe lampen langs het perron.


Knalsein

 

Een zeer grofstoffelijke manier van communiceren was het knalsein. Dit werd op de rails gelegd als bij dichte mist de seinen onzichtbaar waren, of in geval van calamiteiten. Wanneer er een trein overheen reed, klonk er een luide knal om de machinist te waarschuwen. Treinen hadden vroeger knalseinen aan boord; links een lege opbergbus uit mijn collectie. Rechts een op het spoor geklemd knalsein uit de collectie van Peter Beuken.

Fog signalman

In Groot-Brittannië bestond het beroep van fog signalman. Die hield bij dichte mist of zware sneeuwval de wacht bij een sein. Bij een onveilige stand van het sein legde hij knalseinen op de rails. Dit was een nogal gevaarlijke bezig­heid. Er bestonden ook systemen waarbij automatisch knalseinen op de rails werden gelegd, zie het voorbeeld hieronder.

Franse beveiliging uit 1891. Bij een onveilig sein lagen er twee 'pétards' op de rails. In de veilige stand waren deze knalseinen weggedraaid. Illustraties uit Histoire de la locomotion terrestre.


Dromoscope, dromopétard

Le Boulangé was een Belgische legerkolonel die omstreeks 1875 twee apparaten uitvond om de snelheid van een langs­rijdende trein te controleren. De apparaten werden gebruikt op plaatsen waar treinen langzaam moesten rijden.

Het eerste was de dromoscope, een soort flitspaal avant la lettre. Dit is het apparaat op de tekening links. Het bestaat uit een ronde schijf die gaat draaien zodra de trein een bepaald punt passeert. Iets verderop laat de trein de schijf weer stilstaan. Hoe sneller de trein rijdt, hoe minder ver de schijf draait. Een pijl op de schijf wijst naar een getal dat de snelheid van de trein aangeeft. De machinist weet dan of hij te snel rijdt, maar het apparaat grijpt verder niet in. Dromos komt van het Griekse woord voor baan, weg.

Een variant van dit apparaat is de dromopétard. Die staat op de foto en op de tekening rechts. Het apparaat bestaat uit een pendel die vergrendeld is. Bij het passeren van een trein wordt de pendel via een pedaal op de rails losgekoppeld. Verderop ligt op de rails een knalsein (in het Frans pétard). Door de pendel wordt het knalsein van de rails getrokken, maar als de trein te snel rijdt gebeurt dat niet op tijd en wordt de machinist met een luide knal gewaarschuwd.

Zowel bij de dromoscope als de dromopétard moet iemand na het passeren van een trein het apparaat in de beginstand terugzetten. Dat zie je op de foto gebeuren (herkomst foto onbekend).

De apparaten zijn in België gebruikt. In Nederland kwamen ze ook voor: bij de bruggen over de Zuid-Willems­vaart bij Weert en de Maas bij Roermond. Dat was in de tijd dat de lijn Neerpelt–Weert–Roermond–Vlodrop–Dalheim (IJzeren Rijn) werd geëxploi­teerd door de Grand Central Belge. Eerst passeerde de trein een dromoscope, tweehonderd meter verder stond vlak voor de brug een dromopétard.



Communiceren kan ook door gewoon een bord uit het raam van het seinhuis te steken. Bijvoorbeeld met de letter L (Langsamer fahren, 70% van de maximum snelheid op het baanvak) of K (Fahrzeit kürzen, zo snel mogelijk rijden als toegestaan op het baanvak).

Deze borden fotografeerde ik in het Verkehrsmuseum Nürnberg. Ook is aangegeven op welke manier deze opdrachten met lichtseinen worden gegeven.


Remproefsein

     

Remproefseinen. Nadat een locomotief aan de trein is gekoppeld, moeten eerst de remmen worden gecontroleerd voordat de trein mag vertrekken. Op grote stations hangen remproefseinen, die worden bediend vanaf een kastje op het perron of langs het spoor. In andere gevallen geeft de rangeerder met armgebaren aan de machinist door wat hij moet doen. Van links naar rechts worden hier de volgende seinen gegeven: remmen vast, remmen los, remmen in orde. Hierna steekt de machinist zijn arm op om te bevestigen dat hij het sein "remmen in orde" heeft begrepen. (Foto's gemaakt op perron Bilthoven, 13 juli 2005. Als professioneel treinenfotograaf draag ik nooit gele vestjes, want dan val je veel te veel op, maar ik heb er wel een paar in mijn verzameling.)


Antwerpen Noorderdokken, 30 juni 2005. Ik fotografeer de vertrekprocedure bij de NMBS. Het armgebaar van de conductrice is hier geen onderdeel van: ze zwaait alleen maar vriendelijk naar de fotograaf.


Armseinen voor kraanmachinisten

Havenmuseum Rotterdam, 3 juni 2004. Huiswerkopdracht: beschrijf of teken het gebaar dat bij
het hijsen en vieren met twee bomen gemaakt moet worden als beide lieren gevierd moeten worden.



Armseinen bij marine en koopvaardij

Armseinen voor gebruik bij marine en koopvaardij. Scheidingsteken: BT, punt: AAA, herhalingsteken: IMI.
Er kan vanaf schepen ook worden geseind met seinlampen; in dat geval wordt morsecode gebruikt.
Geraadpleegde bron: Symbolenwijzer, Karel F. Treebus, Amsterdam University Press, 2007.


Help in gebarentaal

The Beatles zijn hier niet bezig met het uitbeelden van het woord HELP. De gebaren die ze maken wijken af van de hierboven getoonde armseinen. Fotograaf Robert Freeman: "I had the idea of semaphore spelling out the letters HELP. But when we came to do the shot the arrangement of the arms with those letters didn't look good. So we decided to improvise and ended up with the best graphic positioning of the arms."


Handgebaren bij de Amerikaanse spoorwegen

Popular Science, November 1935


Het gebaar voor "veewagen" (stock car), zoals ze dat bij de Amerikaanse spoorwegen maakten: twee handen naast je hoofd, om de oren van een dier na te doen. We begrijpen nu ook de begroeting van een zekere Nederlandse machinist!


Gebarentaal


Monty Don en gebarentolk. Beeld uit Gardener's World, april 2021, BBC2.

Gardener’s World

Wij kijken graag naar het programma Gardener’s World, een tuinprogramma van de BBC. Het wordt gepresenteerd door Monty Don, een sympathieke man die op een rustige manier uitlegt hoe je planten kweekt, bomen snoeit en compost maakt.

Soms is Monty er niet en dan wordt hij vervangen door een man met een onverstaanbaar accent. Vaak zijn er ook bijdragen van een vrouw die in van dat ontzettend overdreven Engels praat. Ook zijn er reportages en filmpjes van kijkers. Bijvoorbeeld een reportage over een narciswedstrijd; dat is in Enge­land een serieuze zaak. Of een filmpje over een vrouw die rabarber kweekt: daar bestaan wel honderd soorten van. Aan het eind van het filmpje vertelt ze dan dat ze geen rabarber lust.

Ik heb eigenlijk niks met tuinieren, maar Gardener’s World is een rustgevend programma. We kijken nooit wanneer het wordt uitgezonden. Daarvoor hebben we interactieve tv van de KPN, waarmee je programma’s kunt opnemen. Maar in april 2021 ging dat mis: door een fout van de KPN werd een van de afleveringen niet opgenomen. Een probleem van BBC-programma’s is dat je ze niet kunt terugkijken vanuit andere landen ─ iets met uitzendrechten.

Het lukte me wel om een herhaling van deze aflevering op te nemen. Alleen was dat een uitzending met gebarentolk. Die stond nogal prominent in beeld, dus het lukte me niet om niet op hem op te letten. Maar zo leer je nog eens wat.

Toen het over het planten van uien ging, kon je duidelijk zien wat het gebaar voor ‘ui’ is: met een gestrekte vinger even vlak langs je oog vegen. Dat maakte me nieuwsgierig naar het Nederlandse gebaar voor ‘ui’. Dat was snel te vinden op YouTube: je moet een vinger buigen en net doen alsof je daarmee een traan uit je oog wrijft. Iets om­slachtiger dus dan het Engelse gebaar.

Met het gebaar voor ‘vogel’ is het verschil veel groter. In Engelse gebarentaal beweeg je twee vingers even vlakbij je mond, alsof je een snaveltje open en dicht doet. In Nederlandse gebarentaal heb je allebei je armen nodig, waarmee je vleugels nabootst: de vogeltjesdans.

Voorzichtige conclusie, op basis van twee steekproeven: in Engelse gebarentaal zijn minder complexe bewegingen nodig dan in Nederlandse. Aan de andere kant: die Engelse gebarentolk had het wel duidelijk drukker dan de gebarentolk die we van de persconferenties kennen: Irma en collega’s.

Maar dat kan ook aan het onderwerp liggen: tuinieren is nu eenmaal ingewikkelder dan corona bestrijden.

Geschreven in april 2021.


Fog signalman

British Railways. Forms of examination of look-out men, handsignalmen and fogsignalmen. By order of the Railway Executive. London, June, 1953.

Boekje met Questions & Answers, waarmee veiligheidspersoneel zich kon voorbereiden op hun examens. Een look-out man begeleidt ploegen die aan de baan werken en waarschuwt als er een trein nadert. Een hand signalman assisteert bij de beveiliging wanneer er werktreinen bezig zijn of in andere speciale omstandigheden. Een fog signalman houdt bij dichte mist of zware sneeuwval de wacht bij een seinpaal. Wanneer die in de onveilige stand staat, waarschuwt hij naderende treinen met behulp van knalseinen*.

*) Onaangenaam en gevaarlijk werk. Er bestonden ook systemen waarbij automatisch een knalsein op de rails werd gelegd.



Zie ook:




vorige       start       omhoog