Mijn Märklinmodellen

Hieronder mijn collectie Märklinmodellen, waaronder ook enkele exemplaren van andere merken die voor Märklin geschikt zijn. En niet te vergeten mijn zelf gebouwde Dampftriebwagen Bauart «Bunnik», het Amerikaanse model gebouwd door onze vriend Maarten Leys en mijn eerbetoon aan Werner von Siemens.

Deze modellen doen afwisselend dienst op mijn Märklinbaan. Zie ook het thema over Märklin.



Omstreeks 1962 kreeg ik mijn eerste elektrische trein. Tenderloc 89 028 met een paar van de wagentjes die ik heb gebouwd van bouwpakketten. Die kreeg ik voor mijn verjaardag of van Sinterklaas.


Een tenderlocje met tweeassers. Zo'n treintje reed op mijn eerste baan. Later heb ik het verkocht, maar in 1987 schafte ik het opnieuw aan. Officieel voor een van mijn dochters, maar in de praktijk liep dat anders.


Loc 81 004 heeft op afstand bedienbare koppelingen (telex). De kraan en het platte wagentje heb ik zelf in elkaar gezet. Dit treintje bezit ik sinds omstreeks 1966.


Loc NS 1101, gekocht omstreeks 1965. Aan de haak een goederenwagen met sluitlichten, die ik van mijn grootvader cadeau heb gekregen. Een andere e-loc was van mijn broer Leo. Dat was de Duitse E63 02. Die heb ik jaren later opnieuw gekocht; zie verderop.


Op een modelbeurs in Houten kocht ik op 1 mei 2010 het Märklin-model van koninklijk rijtuig Sr10. Doet het goed achter mijn klassieke 1101, al hebben die twee elkaar in het echt nooit op deze manier ontmoet. Als begeleidingsrijtuig dient een DSB-model van Lima, dat ik net als de locomotief al sinds omstreeks 1965 bezit.


Ik word niet rijk van mijn hobby, althans niet in materiële zin, maar af en toe komt er wel een aardig cadeautje mijn kant op. Zo kreeg ik in juli 2010 twee modelrijtuigen Plan W, in ruil voor de oude foto's die ik beschikbaar had gesteld. Ze zijn gebouwd door LS Models, in diverse uitvoeringen. De modellen die ik kreeg zijn die van de oorspronkelijke uitvoering. Ze kleuren leuk bij mijn 1100 en het koninklijk rijtuig van Märklin, maar op mijn baan zullen ze nooit kunnen rijden: ze zijn perfect op schaal en passen daardoor niet door de scherpe bogen en al helemaal niet door de wisselstraten.


Loc 1202 van Märklin. Daar horen natuurlijk rijtuigen Plan E achter. Eind jaren 70 pendelde ik elke werkdag tussen Utrecht en Amsterdam. In de eerste klas, met een lekkere sigaar. 's Ochtends kocht ik bij een mannetje op het perron in Utrecht een beker koffie en een klef broodje kaas. Ik mis dit allemaal heel erg.


Märklin E63 02. In oktober 2010 gescoord op Eurospoor. Heel lang geleden reed dit model op mijn Märklinbaan, maar er waren voortdurend problemen met een nylon tandwieltje dat sleet, vandaar dat ik het locje uiteindelijk heb weggedaan. Maar nu heb ik er dus weer eentje. Vergelijk ook de E60 en de Zwitserse rangeerlocjes in Basel.


Nog een E63 02, maar nu uitgevoerd in het groen. Dit is een wat oudere versie, die behalve aan de kleur herkenbaar is aan de dubbele stroomafnemer. Het locje heeft ook een ander omschakelrelais, met vier in plaats van twee standen. De twee extra standen zijn neutraal: het locje blijft op zijn plaats, ook als er spanning op de baan staat. Om van rijrichting te veranderen moet je dus twee keer schakelen: double clutching! Tussen de twee locs een jubileumketelwagen van Märklin uit 2014.


Op mijn baan hing nog geen bovenleiding, maar toch kon ik het niet laten om af en toe een e-loc in te zetten. Zoals loc 104 021, een sneltreinloc uit de jaren 30. De E04 heeft een merkwaardige asymmetrische asindeling: 1'Co1', alsof de loc onderweg een as is kwijtgeraakt.


Loc DB 141 211. Een E41 met autotransportwagen.


Silberling-rijtuig met stuurstand, zoals gebruikt in trek-duwtreinen. Netjes voor een rood sein stoppen is er niet bij: de locomotief duwt door totdat die zelf op het stroomloze gedeelte staat.


Deze Märklin-klassieker mag natuurlijk niet ontbreken op mijn baan: de V200.


Twee locomotieven Baureihe 216 (V160). Ik heb hier een dubbellocomotief van gemaakt, dus met één sleepcontact en een gezamenlijk omschakelrelais. Een eenvoudig soldeerklusje. Tussen de twee locs zitten drie 'stuurstroomkabels'.


Märklin-uitvoering van de Nederlands/Zwitserse TEE.


Märklin-uitvoering van de Baureihe 23.


Märklin-uitvoering van de Baureihe 50.


Van alle Duitse stoomlocs die ik in het wild heb gezien wil ik een model hebben. Ik heb deze Kriegsloks alleen in Oostenrijk gezien, maar met DB 52 3329 van Märklin ben ik ook al tevreden. Daarachter komt Langer Heinrich voorbij.


Mijn Amerikaanse trein van Märklin, getrokken door een dubbelloc van General Motors. Dit is de stamvader van de Bolle Neuzen. Achteraan rijdt een conducteurswagen. Amerikanen noemen dit een caboose, een woord dat verwant is met het Nederlandse kombuis. In de trein rijden verder enkele Duitse wagens mee.


Driedelige Amerikaanse dieselloc van Märklin. Het is eigenlijk een goederenloc, maar een rijtje zilveren Duitse rijtuigen kan ook. Er bestonden A units (met cabine) en B units (zonder cabine). Deze laatste worden ook wel booster genoemd.


Loc 204.008, een Bolle Neus van de NMBS.


Märklin-model van rangeerloc 260 417 (V60). Telexkoppeling, net als de stoomloc (BR 81) in de achtergrond.


Märklin-model Baureihe 01.


Loc 012 081, een oliestoker zoals die ooit in actie kwam op de Emslandstrecke.


Gestroomlijnde loc 03 1051 van Märklin (catalogusnummer 3094, jaren 70), gekocht in maart 2021. Het rijtuig achter de loc is een Kakadu.


Loc 41 334 met "grote oren". Veel locs kregen later Windleitblechen van Witte. In opzending rijdt een locje van de Baureihe 89 mee. Daar heb ik er een paar van. Deze reed niet lekker meer, dus daar heb ik de motor uitgehaald. Ze fungeert nu als remloc in treinen die me te snel gaan.


Märklin-model Baureihe 44.


Een lange goederentrein met twee locs Baureihe 44. De achterste loc was een beetje een miskoop: ze reed en schakelde niet lekker. Een van de wielen bleek los te zitten. De firma Keuterman wilde hier niet aan beginnen: zo'n wiel krijg je niet meer vast lieten ze me weten. Ik heb het dus zelf vastgezet met secondenlijm. Daarna heb ik de motor uit de loc gehaald en een nieuwe oude Märklin-loc gekocht (goedkoper dan een revisie). En nu heb ik er dus twee, waarvan de voorste trekt. Die moet echt z'n best doen om de zware tweede loc en de lange trein op gang te krijgen, maar het rijdt heel mooi. Bijna de echte Langer Heinrich!


Loc DB 85 007, gekocht in augustus 2020. De prijs was schappelijk vanwege een defect omschakelrelais. Dat heb ik vervangen door een elektronisch relais. De telex­koppelingen doen het nu niet meer, maar daar heb ik toch geen behoefte aan. De Baureihe 85 was de tenderversie van Baureihe 44.


Loc 53 0001. Deze door Borsig in 1943 ontworpen Mallet is als gevolg van de oorlogsomstandigheden nooit gebouwd. Märklin bracht de loc echter wel als model uit. Ze heeft geen problemen met de wisselstraten op mijn baan.


Märklin-model van loc 74 701, een Pruisische T12.


Württembergischer Zug. Door Märklin in 1984 uitgegeven in verband met het 125-jarig jubileum. De loc is een Württembergische T5 (later Baureihe 75).


Loc 038 772 met twee drieassige Umbauwagen.


Artitec heeft in 2012 een fraai gedetailleerde "kleine" Stalen D uitgebracht. Dit is de D6312 in groene uitvoering. Een bijpassende trein heb ik niet op mijn nogal Duits angehauchte Märklinbaan, maar het rijtuig doet het aardig achter mijn P8 met Umbauwagen. Het model kreeg ik vanwege mijn bescheiden medewerking aan het ontwerpproces; ik laat me graag in natura betalen.


Märklin P8 met Wannentender en Kakadu. Nogal wat locs van de Baureihe 38 hebben na de oorlog met zo'n badkuiptender rondgereden, afkomstig van Kriegslokomotiven. Het voordeel van deze tenders is dat ze stabieler zijn, zodat de loc sneller achteruit kan rijden dan met de oorspronkelijke tender. De Kakadu is zo genoemd omdat het rijtuig twee kleuren heeft: blauw voor de eerste klas, rood voor het restaurantgedeelte. De kaketoe is een papegaaiensoort met een kuif in een andere kleur dan het lichaam. De SSN bezit ook zo'n "Halbspeise­wagen". Op de zwart-witfoto een P8 in actie in Eutingen, 1971.


Märklin-model van loc 24 058. Uitvoering met de oorspronkelijke grote windleiplaten.


Loc 212 215 (een DB V100) met een keteltrein.


Loc 280 003 (een DB V80) met een Personenzug.


Loc 18 478, Märklinmodel van een roemruchte sneltreinloc. Na de oorlog kregen 30 locs bij de DB een nieuwe ketel en een nieuw machinistenhuis. Deze locs werden genummerd in de Baureihe 186.


Het korte biertreintje is geen partij voor de stoere 78 355. De wagentjes zijn van Fleischmann; van het Grolsch-wagentje heb ik een koppeling vervangen door een Märklinkoppeling.


Bierwagens van Fleischmann. Die van Stuttgarter Hofbraü lijkt wel echt. Die van Grolsch, Amstel en Heineken zijn fantasiemodellen. Het wagentje van Grolsch fungeert op mijn baan als koppelwagen: dat heb ik aan één kant voorzien van een Märklin-koppeling. Ik heb veel meer bierwagens, ook van andere merken.


Loc 064 355, Baureihe 64. Een model van Fleischmann, geschikt voor Märklin. Alleen niet geschikt voor de ruige wisselstroom op mijn ouderwetse analoge baan. Deze foto's heb ik gemaakt vlak voordat ik het locje ter reparatie naar iemand opstuurde. Helaas heeft dat niet lang geholpen: ze gaf korte tijd later opnieuw de geest. Ik wilde er geen geld meer aan besteden, dus ik heb een tandwiel losgehaald zodat de loc met weinig weerstand meegesleept kan worden door een andere loc. Dubbeltractie waarbij de achterste loc dus voor de sier meerijdt.

Update september 2017. Ik kocht deze loc eind 2013 tweedehands bij Marnan. Ze heeft enige jaren als dummy dienst­gedaan, totdat ik besloot om maar eens de soldeerbout ter hand te nemen. Ik heb er een rijrichting­omschakelaar van Uhlenbrock (FRU 55500) ingezet en nu rijdt de loc probleemloos op eigen kracht over mijn baan.

De montage is eenvoudig genoeg. Het ingewikkeldste is het monteren van een sleepcontact, maar dat had mijn loc al. Aan het printplaatje zitten vier draden. De twee rode draden gaan naar de gelijkstroommotor, een zwarte draad gaat naar het sleepcontact, een andere zwarte draad gaat naar de massa (die moet dus via de wielen contact maken met de rails). In de hand­leiding van Uhlenbrock staat hoe je lampjes aansluit als je loc die heeft.

Voordat je hieraan begint moet je controleren of de twee contacten van de motor allebei elektrisch gescheiden zijn van de massa. Bij oude Fleisch­mann-locs is dat niet altijd het geval en dan gaat het printplaatje kapot. Dat is een dure grap voor een dingetje waarop niet veel meer zit dan een gelijkrichter en een minirelais (30 euro anno 2017).


Loc 54 1556, een Beierse G 3/4H. Een model van Trix, geschikt voor Märklin. Voor weinig geld gekocht in januari 2014. De loc doet het prima op mijn vintage M-rails.


Loc 86 173, Baureihe 86. Fraaie machines die ik nog in actie heb gezien in Nürnberg en omgeving.


Märklin-modellen van een ICE en een TGV (met een verkeerd rijtuig). Rijden op batterijen en worden bediend met een infrarood afstandsbediening. Deze treinen trekken zich dus niets van de beveiliging.


Bunnik, 25 januari 2009. De Heimwee Express van het Spoorwegmuseum rijdt door mijn tuin. We zien de Blauwe Engel voorbijbrommen, met op de voorgrond een Duitse railbus van Märklin. De twee treinen stammen beide uit de jaren vijftig en hadden hetzelfde doel: de dienst op lokale spoorlijnen overnemen van de dure stoom­locomotief. In Duitsland sprak men over de railbus dan ook als Retter der Nebenbahnen. Het model van de railbus heb ik in 2008 op een beurs gekocht.


Bunnik, 8 april 2012. Lima-model van de VT 12.6 (Märklin-versie). In de achtergrond treinstel 114 als Heimwee Express. Live gefotografeerd, dit is geen fotobewerking.


De Zwitserse Rode Pijl. Hoort eigenlijk niet op mijn (toen nog) bovenleidingloze Duitse baan, maar ik vind dit zo'n mooi treintje. Dat heeft overigens wel een hekel aan de krappe bogen en wissels uit het M-assortiment.


Een aardig koopje op Eurospoor 2013 was dit model van een Berlijns metrotreinstel, door Märklin uitgebracht onder de merknaam Primex. Dit is Baureihe 275 van de Berliner Verkehsbetriebe (BVG). Het exemplaar dat ik kocht bestond uit drie rijtuigen; om tot de juiste lengte te komen heb ik daarna nog een tussenrijtuig weten te bemachtigen. Märklinnummer 3017, tussenrijtuigen nummer 4019.


Akku-Triebwagen, Baureihe 515, bijwagen 518.


Eigenlijk horen deze treintjes op van die ouderwetse Märklinrails te staan, met doorlopende middenrail in plaats van puntcontacten. Het zijn twee in 1985 uitgebrachte H0-modellen ter gelegenheid van het vijftigjarige jubileum van deze schaal (in 1935 werd schaal 00, later aangeduid als H0, gepresenteerd door zowel Trix als Märklin). Ze reminisceren aan de modellen uit de oertijd, zonder dat je de daarbij behorende hoofdprijs betaalt. Op internetfora wordt ervoor gewaarschuwd dat de motortjes nogal snel slijten. Het zijn meer vitrinemodellen dus. Ik vind ze leuk.


Twee varianten van een klein Märklinlocje. Op de bovenste foto doet het locje zich voor als Bonsai 6400. Het komt uit een set die ooit door het Kruidvat werd verkocht. Het achterste wagentje hoort niet bij de set: dat kreeg ik ooit cadeau toen ik me abonneerde op het blad Railhobby. Op de onderste foto hetzelfde locmodel met een werktrein, afkomstig uit een startset (Delta). Het platte blauwe NS-wagentje achteraan hoort niet bij de set, dat kreeg ik een keer cadeau van mijn dochters. Tijdens het rijden knippert boven op deze locjes een lampje.


Gekocht op Eurospoor in 2016. Loc 2275 van Roco, geschikt voor Märklin.


Loc 2416 van Holland Rail, geschikt voor Märklin. Op mijn analoge baan branden de lampjes van de loc niet. In de doos zaten allerlei losse onderdeeltjes, maar die moet ik er nog een keer opzetten.


Loc 263 102, een vroegere Wehrmachtloc Baureihe V36.


Industrielocje, het allereenvoudigste model van Märklin. Het heeft niet eens een schakelrelais; de rijrichting kun je alleen veranderen met een pookje aan de loc zelf. Gelukkig heb ik een draaischijf! Achter de loc hangt een railgumwagentje.


Een vertegenwoordiger van Baureihe 80, geflankeerd door twee andere drieassers. Het locje rechts is een van mijn 89'ers. Die reed niet meer goed dus daar heb ik de motor uitgehaald; ze mag weleens meerijden in een trein. De koplampen doen het nog wel. De draaischijf heeft aan deze kant twee aansluitingen, maar het is eenvoudig om hier een derde spoor te monteren.


Loc 3090 van de KLVM. Een fantasiemodel van Märklin, gebaseerd op locjes die vroeger veel bij Länderbahnen werden gebruikt. Achter de loc een zelf samengestelde Brake Van: een Engelse conducteurswagen. De bovenkant komt van een bouwpakket dat ik rond 1970 in elkaar heb gezet. De onderkant is het restant van een Märklinwagentje dat ik heb gebruikt om mijn Dampftriebwagen van te maken.


Twee locjes van de KLVM doen samen alsof ze een Fairlie zijn. KLVM staat voor Kleine Lok Von Märklin. Dit is een fantasiemodel, gebaseerd op locjes die vroeger veel bij Länderbahnen werden gebruikt. Catalogusnummer 3090. Er bestaat ook een groene uitvoering, nummer 3087.


Märklin Baureihe 80. Een model uit 1949/52 toen Märklin nog een doorlopende middenrail gebruikte in plaats van puntcontacten (op de draaischijf zit nog zo'n doorlopende middenrail). Het catalogusnummer was TM800, daarna 3004. Of ik de loc aan de praat krijg hoor je nog, want de motor zit vast. Het schakelrelais doet het wel, dus er is hoop.


Märklin Baureihe 80. De opvolger uit de jaren 90 van de TM800, catalogusnummer 3304. De kap is van plastic, bij zijn voorganger was dat nog zwaar metaal.


Loc 81 002 met de wagentjes uit een treinset die begin deze eeuw verscheen en die ik in 2020 kocht. De loc heeft catalogusnummer 30321.10 (Delta), de treinset 29185.


Vergelijking oud en minder oud. Boven: Baureihe 80 uit de jaren 50 en de jaren 90. Onder: Baureihe 81 uit de jaren 60 en de jaren 2000. De oude locs zijn van zwaar metaal, de nieuwere hebben een plastic kap. De oude 81 heeft een telexkoppeling; ik bezit deze loc al meer dan een halve eeuw.


Als je mij vraagt waarom ik vijf van deze locjes heb, dan is mijn antwoord: ik heb er zes. Eentje zit verwerkt in de door mij gebouwde Dampftriebwagen Bauart «Bunnik», rechts op de foto. Het gaat om het goedkoopste stoomlocje van Märklin, catalogusnummer 3029. Sommige uitvoeringen zijn zo goedkoop dat ze maar twee assen hebben. Er bestaat ook een uitvoering zonder schakelrelais, dus met handbediening, maar die is zeldzaam en daardoor juist duurder.


Dit is het meestverkochte locje van Märklin: Baureihe 89, catalogusnummer 3000. Ik heb er vier, waarvan twee rij­vaardig. Uit het locje rechts heb ik de motor verwijderd. Het mag weleens meerijden als remvoertuig in een te snelle trein. Ik heb er een rood sluitseintje (led) in gemonteerd. Op de draaischijf staat mijn Special Limited Gold Edition van dit locje.


Een loc van de Baureihe 89. Special Limited Gold Edition van Märklin.


Loc 89 066. Een fantasiemodel met grote wielen, dat met een sneltreinvaart over de baan scheurt. Gebouwd in de jaren 80, catalogusnummer 3104. Het chassis is ook gebruikt voor de futuristische locjes van Märklin Alpha. Er zijn ook locjes gesignaleerd in de gedaante van Thomas the Tank Engine.


In maart 2016 gescoord bij de Modelbouw Vereniging Hilversum: ÖBB-loc 98.117. Geschikt voor Märklin, maar het model kende ik niet. En dat klopt: het is een omgebouwd model van Kleinbahn, bleek uit de research die ik thuis verrichtte. Kleinbahn is een fabrikant die gespecialiseerd is in Oostenrijkse modellen (in dit geval: kkStB 9933). Let op de grote vonkenvanger en op de dubbele stoomdom. Het veewagentje kocht ik eveneens voor weinig geld. Net als de loc leuk gepimpt, met vee dat op weg is naar zijn laatste bestemming.


Dampftriebwagen Bauart «Bunnik»

Bunnik, 4 mei 2014. Het eenvoudigste stoomlocje van Märklin is een industrielocje, catalogusnummer 3029. Daar bestaat een nog eenvoudiger versie van met maar twee assen. Die zat in een doos met Märklinspullen die ik ooit kocht. Er zat ook een roestig wagentje bij, catalogusnummer 4040. Je haalt de kap van het locje en je peutert het wagentje uit elkaar. Met wat buigen en knippen past dat precies in elkaar. Schoorsteen erop geplakt, wat zwarte verf. En daar is hij dan: de Dampftriebwagen Bauart «Bunnik». Rijdt uitstekend en past met zijn twee bijwagens nog net op de draaischijf. Naar een idee van Mario Gessner (zijn website is verdwenen).


Op Eurospoor kocht ik in oktober 2015 een leuk railbusje: Primex 3018 met bijwagen 4022. Ik dacht dat ik aardig bekend was met het assortiment van Märklin, maar deze kende ik nog niet. Ook de bekende handelaar waar ik dit setje kocht had niet meteen in de gaten dat hij zowel motorwagens als bijwagens in zijn stal had liggen. Het combineert mooi met mijn Dampftriebwagen. Ze rijden net zo hard.


Ik had nog geen Luxemburgse trein, en bovendien moet ook mijn Märklinbaan weleens worden gereinigd. Vandaar de aankoop van deze Gleisreinigungszug. In Nederland noemen we dat een sproeitrein. In de drie ketelwagens zit water, in de andere wagen worden hier chemicaliën aan toegevoegd. Het locje is een sterkere versie van de bekende V36 van de Wehrmacht. De CFL heeft er in 1953 vijf laten bouwen door Klöckner-Humboldt-Deutz, nummers 451 t/m 455. Deze modeltrein van Märklin stamt uit omstreeks 2000. Op de gele ketelwagen zit mijn SQ8 MINI DV Camera.


Loc 94 1730, een H0-model van Fleischmann. Ze zou geschikt moeten zijn voor Märklin, maar mijn analoge baan blijkt daarop een uitzondering. Net als bij mijn Baureihe 64 van Fleischmann zal ik er een andere decoder in moeten zetten. Ik laat nog weten hoe dit afloopt. Een model van Baureihe 94 wilde ik graag hebben omdat ik deze stoere Pruisen nog in het wild heb gezien. In Gennep staat er een als monument. De VSM heeft ook een 94'er gehad, maar die hebben ze aan een sloper verkocht toen de loc defect raakte. Jammer; er was in Beekbergen best een leuk hoekje voor te vinden geweest.


Loc 01 0503 van Pico. Misschien dat ik deze loc ga ombouwen voor Märklin, of beter gezegd de tender waar de motor inzit. De loc zelf is heel licht en wordt voortgeduwd. Erachter hangt een set Oost-Duitse dubbeldekkers van het merk Schicht uit Dresden (inmiddels opgegaan in de firma Tillig). Deze rijtuigen blijken helaas niet bestand tegen mijn ruige Märklinbaan. Het blauwe treinstel is een 00-model van de Midland Pullman, een fraaie maar weinig succesvolle Britse trein uit de jaren zestig. Het model is (niet door mij) gebouwd uit pakketten van Kitmaster. Er is ook een gelijk­stroom­motor ingebouwd maar die loopt slecht. Ik heb geen plannen om met dit model te gaan rijden.


Loc 142 001 van Pico, geschikt voor Märklin. Ik kocht dit model in april 2020 voor een sympathiek bedrag bij ModeltreinWinkel.nl. De jongens achter deze winkel waren zo attent om me te waarschuwen dat deze loc het misschien niet goed zou doen op mijn ouderwetse Märklinbaan. Ik heb de gok genomen en het blijkt geen miskoop: het is een lekker zware loc die het bij mij uitstekend naar zijn zin heeft. Een Russenschreck wilde ik graag hebben, omdat die vroeger regelmatig vlak langs ons huis bulderden. De drie wagentjes erachter zijn eveneens van Roco. Ik kreeg deze nieuwe modellen in 2019 cadeau van de importeur in ruil voor wat fotowerk.


HGK Short Lines DE 13 met twee containerwagens. Set van Lima, geschikt voor Märklin (catalogusnummer 189943), gekocht in maart 2021.


Loc EBT 193 van de SBB, gemaakt door Liliput, geschikt voor Märklin. Eigenlijk past dit niet binnen mijn verzamelbeleid, maar ik vond het leuk en het was niet duur. En het locje rijdt heel goed op mijn baan. Erachter hangen twee oude Märklin­wagentjes, nummers 327/1 en 4000.


Loc 1306 van Fleischmann. Voor weinig geld een keer gekocht omdat ik het zo'n leuk modelletje vind. In principe is het locje om te bouwen voor Märklin, maar dat is me te veel gedoe omdat de motor niet geïsoleerd is van het chassis. Dat moet je wel doen omdat anders de decoder doorbrandt.


Een opwindlocje van Jouef. Af en toe mag dit een paar rondjes scheuren op mijn baan.


Amerikaanse loc door Maarten Leys

Deze unieke locomotief is in 2019 gebouwd door onze vriend Maarten Leys. Die maakt van bijna niets prachtig speelgoed en vernuftige objecten. Op basis van een V200 van Märklin bouwde hij deze Amerikaans aandoende e-loc, die het geweldig doet op mijn baan. Het schakelrelais is vervallen: de rijrichting kan met de schakelaar bovenop worden gekozen.


Eerbetoon aan Werner von Siemens

Bunnik, 21 juni 2020. Märklinloc teruggebracht tot zijn essentie: een motor op wielen. Dit is een restant van een V200 (catalogusnummer 3021). Het monteren van een sleepcontact was wat lastig. Ook moest ik twee wielen met rubber bandjes verwisselen voor volmetalen wielen, vanwege het elektrische contact. Het geval rijdt perfect; in de bochten wel een beetje inhouden want anders valt hij om. In plaats van een schakelrelais heb ik een handschakelaar gemonteerd om de rijrichting te veranderen. Misschien dat ik er nog een paar ledlampjes op monteer.


Verkehrsmuseum Nürnberg, 16 augustus 2005. Werner Siemens baarde in 1879 op een tentoonstelling in Berlijn veel opzien met zijn elektrische treintje. Het duurde even voordat de wereld hier aan toe was en Siemens erkenning kreeg voor zijn uitvinding. In 1888 werd in de adelstand verheven en mocht hij zich voortaan Werner von Siemens noemen.


Een groene bezoeker

Bunnik, 1 augustus 2013. Op een zwoele zomeravond kwam opeens even dit insect op mijn Märklinkraan zitten. Krekel of sprinkhaan? Ik denk dat we hier te maken hebben met de groene sabelsprinkhaan, maar mijn mening geef ik graag voor een betere. Lees ook over de ontdekking van de spoorkrekel.


Zie ook:




vorige       start       omhoog