Mijn Märklinbaan

In de jaren 60 had ik een Märklinbaan op de zolder van mijn ouders (zie foto's). Een halve eeuw later ben ik opnieuw begonnen, in een kamertje in Bunnik. Hieronder informatie over de opbouw en de techniek van deze baan. Mijn baan wordt analoog bestuurd. Ik heb niets tegen digitalisering, maar ik vind het bij mijn baan niet passen. Wel vind ik het leuk om de boel zo ver mogelijk te automatiseren.

Zie ook het thema over Märklin en mijn Märklinmodellen.



Eerste en tweede opzet

            

Het sporenplan in 2010 en in 2013. Verderop de definitieve situatie in 2016.

Ik had nog wat oude Märklinspullen liggen. En ik had een kamer beschikbaar van ongeveer 200 x 250 cm. Ik besloot om daarmee wat te gaan doen. Dat werd een rondje langs de wand, op navelhoogte. Bij de deur, linksboven, had ik een enkelsporige brug in gedachten. Dat is nooit verder gekomen dan een losse plank, die ik uiteindelijk maar heb vast­geschroefd. Ik moet dus bukken om de kamer in te komen. Omdat het weinig uitmaakt of je onder een plank van 10 cm of van 50 cm doorkruipt, is de 'brug' later een stuk breder geworden.

In 2010 had ik een baan die voor een deel dubbelsporig was. Op de buitenbaan konden twee treinen rijden, die elkaar met automatische seinen op afstand hielden. Vanuit de binnenbaan kon ik treinen laten invoegen op de buitenbaan, of omgekeerd. Ook dat was beveiligd met seinen, gekoppeld aan de wissels. Verder waren er allerlei opstelsporen. Onder­tussen begon ik treinen bij te kopen en werd het steeds voller op de baan. Ook wilde ik graag meer treinen tegelijk laten rijden.

In 2013 besloot ik om de baan te veranderen. Treinen op de binnenbaan en buitenbaan hebben nu geen last meer van elkaar. Op beide banen kunnen twee treinen volgens blokselsel achter elkaar rijden, in beide richtingen. De buitenbaan heeft een lang passeerspoor (rechts), de binnenbaan heeft er drie (twee links, een boven). Binnenin liggen een groot locomotiefdepot met draaischijf en een aantal opstelsporen.



De baan uit 2010

Juli 2010. Het begin van mijn nieuwe modelbaan: een rondje langs de randen van de kamer.

Augustus 2011. Het nogal provisorische schakelpaneel. Duidelijk is te zien dat ik weleens wat veranderde. Voortschrijdend inzicht heet dat. Uiteindelijk was de conclusie dat ik maar opnieuw moest beginnen.

Nog een blik op mijn eerste baan. Op deze plaats is later het grote locdepot gekomen. In de achtergrond een paar van de meegebogen wissels die ik veel gebruik. Echte ruimtewinners, de adviezen van de heer H.F. Enter ten spijt.

De flessehals: het enkelsporige traject bij de deur van de kamer. Ik was ook niet tevreden met de opstelsporen op plekken waar toevallig ruimte was. Dat betekende rangeren over de hoofdbaan en treinen achteruit laten rijden over bochtige trajecten. Märklin-treinen houden er niet van om achteruit over bochtige trajecten te rijden (zie wagentje in de voorgrond).

Automatische blokseinen en schakelrails. Die schakelrails bleken niet op een handige plaats te zitten (te dicht bij de seinen), dus op mijn nieuwe baan heb ik dat ook allemaal veranderd.

Januari 2012. Een dwergsein, gemaakt van een gesneuveld hoofdsein. Het sein is gekoppeld aan het wissel en regelt de stroomtoevoer naar een opstelspoor.

De hijskraan die ik vroeger graag wilde hebben maar die toen onbetaalbaar voor me was. Op mijn nieuwe baan is de kraan verhuisd naar het grote locdepot. Bij de kraan staan wat oude Lima-wagentjes. Ook het Deense rijtuig is van Lima.


De baan uit 2013

Mei 2013. Nadenken over mijn nieuwe baan. Hier zou dus de draaischijf moeten komen. Rechts het schakelpaneel van mijn oude baan. Dat zag er nogal slordig uit na de verschillende veranderingen die ik in mijn baan had aangebracht. Mijn nieuwe baan zou in een keer helemaal perfect worden - was het idee.

Juni 2013. Mijn vorige baan is losgeschroefd en ik ben nu bezig met het uitleggen en testen van de nieuwe baan. Een fout die ik niet meer zou maken was om de draden weg te stoppen onder de bedding van de rails. Dat is wel netjes, maar het is heel onhandig als je iets wilt veranderen. Alle draden lopen nu dus onder de tafel. Voor geel (licht) en bruin (massa) lopen dikke draden naar de trafo, zodat hier zo min mogelijk spanningverlies in optreedt. Belangrijk is het ook om de baan op veel plaatsen een aansluiting op de massa te geven.

In augustus 2013 was ik al flink gevorderd met de nieuwe opzet van mijn baan. Je ziet hier het grote locdepot. De depotsporen zijn verdeeld in korte secties, zodat hier meer locs op kunnen worden geparkeerd. De drie transformatoren heb ik later vervangen door grijze exemplaren, omdat die veilig zijn voor digitale treinen. De baan is overigens volledig analoog. Het bedieningspaneel is nog in ontwikkeling. Zie verderop hoe het er nu uitziet.

De draaischijf. Er was in de voorgrond nog net ruimte voor twee korte spoortjes. Later heb ik aan de draaischijf nog een derde opstelspoortje gemonteerd.

De Amerikaanse trein en het TEE-stel staan op de passeersporen van de binnenbaan. Inmiddels zijn hier nog drie opstelsporen bijgekomen. De stoomtrein wacht tot het armsein veilig komt. De drie seinen zijn gekoppeld aan twee wissels. Daar heb ik een relaisschakeling voor gemaakt (zie het groene printplaatje, later ondergebracht in het schakelpaneel).

Over de boogbrug loopt de buitenbaan. Bij mijn vorige baan was het hier enkelspoor. Dat betekende ingewikkeld gedoe met seinen en schakelrails. Interessant, maar ik vind het ook prettig als treinen lekker kunnen doorkarren.

Een 1100 met een stam Plan E-rijtuigen. De trein staat op het passeerspoor van de buitenbaan. Het Engelse wissel is beveiligingstechnisch een uitdaging. Van alle kanten kunnen hier ongelukken mee gebeuren, dus hier zijn diverse seinen en relais bij betrokken. Mijn baan is wel beveiligd maar niet geautomatiseerd. Alleen blokseinen werken automatisch, met behulp van schakelrails.

Loc 212 215 loopt met een keteltrein van de buitenbaan naar de binnenbaan. De sneltrein in de achtergrond moet wachten voor het rode sein.

Een van de vele lichtseinen. Bij elk wissel in doorgaande sporen staan twee seinen. Een trein kan alleen doorrijden als het wissel goed staat. Het sein is dan groen, het andere sein rood. Het is ook mogelijk om beide seinen op rood te zetten. Bij een geduwde trein, zoals op deze foto, is netjes voor een rood sein stoppen er overigens niet bij: de locomotief duwt door totdat die zelf op het stroomloze gedeelte staat.

Loc 012 081 heeft een seconde geleden een veilig bloksein gepasseerd. Het bloksein in de tegenrichting staat ook op groen. Dat is eigenlijk fout: in werkelijkheid zou dat sein op rood staan. Alleen zou mijn trein dan stil komen te staan op het stroomloze gedeelte voor het rode sein. Dit is op te lossen met relais en schakelrails, maar dat vind ik te veel gedoe.


Aankleding (scenery)

De V200 rijdt over de buitenbaan. Op de voorgrond drie opstelsporen met goederenwagens, een railbus en een P8. Mijn baan is smal en ligt vol sporen. Veel ruimte voor scenery is er daarom niet. In een paar dode hoeken heb ik mijn collectie vuurtorens uitgestald. In een daarvan zit een lampje dat automatisch oplicht bij het passeren van een trein. Leuk toch?

Een heel oud rijtuig uit mijn collectie, voorzien van het koersbord "Schönblick". Hier test ik een contactrail die ervoor zorgt dat het licht in een vuurtoren gaat branden. Dit werkt alleen met niet-geïsoleerde wielen (of wisselstroomwielen zoals ze door ondeskundigen vaak worden genoemd).

Station Schönblick van Faller had ik heel lang geleden op mijn baan staan. Dit is een exemplaar dat ik jaren later opnieuw kocht op een beurs. Op mijn huidige baan is er geen plek voor, dus het station staat op een plank erboven.

Blokpost Bunnik mag natuurlijk ook niet ontbreken op mijn eigen baan. Ik heb er een led in gemonteerd. (Led aansluiten op 16 Volt wisselspanning: een diode of een andere led antiparallel met de led, en het geheel in serie met een weerstand van 820 Ohm, bij blauwe of witte leds 680 Ohm.)

Drukte op het depot. Rechts vooraan een opwindlocje van Jouef dat soms een paar rondjes mag rijden.

Nog twee kleine locjes die soms in actie komen. Een van deze locjes heb ik later omgebouwd tot Dampftriebwagen. Over het groene nepgras heb ik later een ballastbed aangebracht; zie hieronder.

Een blik op de toch best wel overvolle baan. Vintage Märklin met metalen rails en puur analoog. Zo wil ik het hebben.

Ballastbed

Op latere foto's kun je zien dat ik de ruimte tussen de metalen beddingen van de M-rails heb opgevuld met 'echte' steenslag. Daarvoor gebruik ik maagkiezel voor duiven. Dat ligt gewoon los in een dikke laag tussen de beddingen. Het blijkt geen kwaad te kunnen als er eens een steentje tussen de rails terechtkomt, het is te groot om tussen tand­wielen van de treinen te raken. Het kost ook bijna niks: ik betaalde bij de Welkoop twee euro voor anderhalve kilo.


De baan uit 2016 en daarna

Het definitieve sporenplan, anno 2016. Het kopspoor helemaal links had ik gedacht als verbinding naar een tweede verdieping. Ik heb echter besloten die niet aan te leggen. De buitenbaan is blauw getekend (trafo 1), de binnenbaan groen (trafo 2), het locdepot en opstelsporen paars (trafo 3). De oranje sporen kan ik naar wens bedienen met trafo 2 of 3. Zo kan ik over de groene baan treinen laten rijden terwijl ik tegelijk een rangeerbeweging uitvoer over de oranje sporen. De voeding van het Engelse wissel en de hierop aansluitende sporen wordt geregeld door relais die aan de wissels zijn gekoppeld. Bij doorgaande treinen hoef ik daardoor niet van trafo te wisselen.

Bovenleiding

In het najaar van 2020 heb ik een deel van de baan voorzien van bovenleiding. Dat zijn de blauwe sporen, met uitzondering van het opstelspoor links, en de groene sporen. De bovenleiding heb ik een paar secties verdeeld die ik stroomloos kan maken. Er is geen koppeling met de seinen, dus via de bovenleiding kan ik een trein ongehinderd tussen het andere verkeer door leiden. Voor de bovenleiding gebruik ik trafo 3. Die kan ik op dat moment dus niet voor de paarse opstelsporen gebruiken, maar op zo'n moment heb ik mijn handen toch al vol aan de rondrijdende treinen.



Het bedieningspaneel

Toelichting bij een aantal onderdelen

  • A - blokbeveiliging buitenbaan. Langs de buitenbaan staan in de linkerbochten vier blokseinen (twee in elke richting) die via schakel­rails worden bediend. Op deze manier kunnen twee treinen achter elkaar aanrijden zonder te botsen. De beveiliging werkt automatisch in beide rijrichtingen. Een groen lampje licht op als het blok vrij is. Als het mis dreigt te gaan kan ik de seinen bedienen met de rode en groene druktoetsen. Met de rode schakelaar kan ik de blokseinen uitschakelen.
  • B - blokbeveiliging binnenbaan. Ook op de binnenbaan kunnen twee treinen achter elkaar rijden zonder te botsen. Hier is maar één blok. In het seinhuis op de foto hieronder gaat een rode lamp branden bij wijze van onveilig bloksein. Met de rode en groene toets kan ik ingrijpen. Met de rode schakelaar kan ik de automatische werking in- of uitschakelen.
  • C - automatische treinwisseling buitenbaan. Rechts in de buitenbaan liggen twee sporen waarop treinen elkaar kunnen kruisen of passeren. Dit kan ook automatisch: zodra een trein is binnengelopen op een spoor, gaat de trein op het andere spoor rijden. De richting van de treinen is niet van belang. Wanneer de treinen dezelfde kant oprijden, kan er nog een derde trein op de buitenbaan rijden. In dat geval zorgen de blokseinen ervoor dat de treinen afstand van elkaar bewaren; er rijden dan steeds twee treinen tegelijk terwijl de derde trein stilstaat. Met de rode schakelaar kan ik de automatische werking in- of uitschakelen. Met de blauwe toetsen naast de schakelaar kan ik handmatig ingrijpen.
  • D - de noodrem. Hiermee kan ik de rijstroom van de hele baan uitschakelen. Er gaat dan een rood lampje branden; als de rijstroom is ingeschakeld brandt een groen lampje. Bij uitgeschakelde rijstroom kan ik de seinen en wissels nog wel bedienen.
  • E - schakelaar om een aantal sporen in de binnenbaan (oranje in het sporenplan) naar wens te bedienen met trafo 2 of 3.
  • F - groene lampjes die corresponderen met de drie rijtransformatoren. Bij kortsluiting dooft het betreffende lampje. Mijn Märklin-transformatoren hebben merkwaardig genoeg zelf geen controlelampjes.
  • Blauwe toetsen. Hiermee worden de wissels bediend. Aan de meeste wissels zijn seinen gekoppeld, die afhankelijk van de wisselstand rood of groen worden. Doorgaans twee seinen per wissel, maar bij bepaalde wisselcomplexen zijn meer seinen betrokken.
  • Rode en groene toetsen. Hiermee kunnen seinen worden bediend. Voor veel aan wissels gekoppelde seinen is er alleen een rode toets; zo'n sein wordt groen wanneer het wissel in de juiste stand wordt gelegd. Is er wel een groene toets voor een sein, dan kan die toets alleen worden bediend als dat geen conflict oplevert met een wisselstand.
  • De witte druktoets is van de ontkoppelrail.
  • Zwarte toetsen. Op de draaischijf zijn enkele langere depotsporen aangesloten. Met de zwarte druktoetsen kan ik de secties van deze depotsporen van stroom voorzien. Zodoende kunnen op deze sporen tot drie locomotieven achter elkaar worden geparkeerd.
  • Gele lampjes. Bij bepaalde wissels gaat bij bepaalde wisselstanden een geel lampje (led) branden. Deze worden geschakeld via een sein, of als daar geen contact op beschikbaar is via een relais. Lampjes heb ik alleen toegepast bij situaties die extra aandacht vragen, omdat het anders een onoverzichtelijke kerstboom zou worden. Op de foto branden alle lampjes, maar meestal zijn ze bijna allemaal uit.
  • Wipschakelaars. Met de zilverkleurige wipschakelaars kan ik de verschillende delen van de baan stroomloos maken.

Automatische treinwisseling binnenbaan

In juni 2019 heb ik ook de binnenbaan voorzien van de mogelijkheid tot automatische treinwisseling. Het betreft de drie passeersporen links. Naar keuze kunnen twee of drie treinen elkaar automatisch afwisselen. De rijrichting maakt daarbij niet uit. Wanneer drie treinen in dezelfde richting rijden, kan er ook nog een vierde trein meedoen. In dat geval zorgt de bij letter B beschreven blokbeveiliging ervoor dat de treinen afstand van elkaar houden. De schakelaars en controle­lampjes van deze automatische treinwisseling staan niet op deze oudere foto. De schakeling is tamelijk complex: ik had hier twaalf relais voor nodig, naast de relais die de beide wisselstraten aansturen. Meer hierover verderop.


Loc 78 355 bij het seinhuis. Het seinhuis staat vlak bij het automatische blok in de binnenbaan (hierboven aangeduid met B). De baan is hier zo smal dat er geen ruimte is voor seinen. Het is dus een onzichtbaar blok. Wanneer hier een trein moet stoppen, laat de seinhuiswachter een rood licht branden in zijn huisje. Hopelijk zien de machinisten dit op tijd!


Automatisch treinverkeer

Onder het bedieningspaneel van mijn baan zitten tientallen relais die helpen bij het vereenvoudigen van de bediening en daarmee het voorkomen van botsingen. Met één druk op de knop kan ik een wisselstraat instellen waarbij de seinen automatisch de gewenste stand innemen.

In 2019 heb ik "bovenop" de relaislaag waarmee ik de treinen bedien een tweede laag gemaakt om het treinverkeer automatisch te laten verlopen. Op de buitenbaan kunnen twee of drie treinen elkaar automatisch afwisselen: twee treinen die in tegengestelde richting rijden, of drie treinen die in dezelfde richting rijden. Op de binnenbaan kunnen drie of vier treinen elkaar automatisch afwisselen: drie in willekeurige richtingen, of vier als ze allemaal in dezelfde richting rijden.


De printplaat en het schema voor de automaat van de binnenbaan. Drie treinen staan klaar op de sporen 1, 2 en 3. Bij de start vertrekt een van de treinen, die rijdt een rondje en laat daarna de volgende trein vertrekken. Met de middelste schakelaar kan ik ook kiezen voor twee treinen: de trein op spoor 3 doet dan niet mee. De rechter schakelaar is voor het in- of uitschakelen van de automaat. De linker schakelaar is bedoeld om de automaat te resetten: alle wissels en seinen komen dan goed te staan voor de trein die als eerste vertrekt.

De richting waarin de treinen rijden maakt niet uit, zelfs als een trein onderweg van richting verandert blijft de automaat goed werken. Omdat er in de binnenbaan ook nog een automatisch blok zit, kunnen er zelfs vier treinen meedoen. Die moeten dan wel allemaal in dezelfde richting rijden.

Wat de schakeling complex maakt is dat er rekening moet worden gehouden met treinen met meer sleepcontacten. Anders gaat het mis als het tweede sleepcontact de schakelrail passeert: er vertrekt dan meteen een trein van het volgende spoor. De oplossing is het gebruik van twee schakelrails, aan het begin en het eind van elk spoor. Bij het begin wordt de schakeling voor dat spoor geactiveerd, bij het eind weer gedeactiveerd.

Op de printplaat zitten twaalf relais: drie bistabiele en negen mono­stabiele. De zwarte snoertjes onderaan gaan naar de schakelrails, de blauwe snoertjes gaan naar de wissels en/of seinen. De seinen zorgen ervoor dat de treinen wel of geen stroom krijgen. Drie ledlampjes geven aan welk spoor vrij is. Ik heb de printplaat na het solderen natuurlijk getest voordat ik die inbouwde, gelukkig werkte het allemaal direct goed.

De buitenbaan heeft ook een automaat, maar die is veel eenvoudiger omdat er maar twee wissels (en vier hieraan gekoppelde seinen) bij betrokken zijn. In totaal kunnen op mijn baan zeven treinen automatisch meedoen, waarvan er steeds vier onderweg zijn en drie op hun beurt wachten. Het maakt wel een enorme herrie moet ik er eerlijk bijzeggen.



Wat een hoop draden

Onderkant van het bedieningspaneel. Wat een hoop draden, en dat zonder ooit een echt schema te hebben getekend! Er zitten ruim 40 relais in verwerkt (niet allemaal op deze oudere foto), die allerlei besturings- en beveiligingsfuncties vervullen. Dit in combinatie met de schakelcontacten in de ongeveer 30 Märklinseinen zelf. In het bedieningspaneel zitten ook diverse controlelampjes (leds).


Detail van het schakelpaneel. Met de drie blauwe knoppen worden twee wissels (W1 en W2) en twee seinen (S1 en S2) bediend. Ook zijn er relaties met de seinen S3 en S4. Gele leds geven de ingestelde rijweg(en) weer. De seinen kunnen, los van de wisselstand, ook op rood worden gezet. Dit was schakeltechnisch een aardig puzzeltje, want de wissels en seinen kun je hier niet zonder meer aan elkaar koppelen. Eigenlijk zijn hier knoppen nodig met meer contacten, maar die kon ik niet vinden. Een oplossing is een schakeling met diodes (zogeheten diodematrix), maar ik heb gekozen voor een relaisschakeling; zie principeschema verderop.


Ik heb geëxperimenteerd met diodes. Die hebben de eigenschap dat ze maar in één richting stroom doorlaten. Door diodes met tegengestelde polen aan elkaar te solderen, kun je de toetsen X en Y elektrisch van elkaar scheiden. Met X bedien je tegelijk een wissel en een sein, terwijl je met Y alleen het sein bedient. Een diode veroorzaakt een kleine spanningsval (ongeveer 0,7 Volt). Dit zal doorgaans geen problemen opleveren, hoewel oude Märklinwissels vaak elk druppeltje stroom kunnen gebruiken. Bij gebruik van diodes kan er ook wat extra gebrom optreden in magneetspoelen. Inmiddels heb ik deze diodeschakelingen vervangen door relaisschakelingen.


Relais

Ik gebruik twee soorten relais: bistabiele relais (twee standen, het relais blijft in de gekozen stand staan) en mono­stabiele relais (twee standen, het relais valt na het schakelen weer in de uitgangsstand terug).

De bistabiele relais zijn van Viessmann. Ze zijn te koop via Conrad, artikelnummer 211008. In 2013 betaalde ik € 24,99 voor een bouwpakketje. Daarvoor heb je twee tweepolige relais. Het bouwpakket zit snel in elkaar, maar je moet wel voorzichtig solderen. Er zitten ook stekkerbusjes bij, maar ik vind het handiger om de draden direct aan het printplaatje te solderen.

Veel goedkoper is het om losse relais en montageplaatjes te kopen, wat ik met de monostabiele relais heb gedaan. Ik heb hiervoor type HJR1-2C van Tianbo Electronics gebruikt (bestelnummer Conrad 629500, prijs in 2014 € 1,13 per stuk). Deze relais hebben twee wisselcontacten en kunnen geschakeld worden met 9 tot 20 Volt. De 16 Volt van mijn Märklinbaan werkt dus prima, maar moet wel worden omgezet in gelijkstroom, vandaar de diodes (bruggelijkrichter) die je in mijn schakelingen ziet.

Bij Conrad kocht ik ook de druktoetsen, schakelaars en draden voor mijn baan. Ook kun je daar terecht voor Märklin-onderdelen zoals sleepcontacten en antislipbandjes. www.conrad.nl


Schakeling met bistabiele relais. Aan wissel X zijn de seinen A en B gekoppeld. Wissel X recht: sein A groen, sein B rood. Wissel X krom: sein A rood, sein B groen. Door op de rode toets te drukken zal het groene sein rood worden; beide seinen zijn dan dus rood. Door het wissel te bedienen zal een van de seinen weer groen worden. Dit is een schakeling met een bistabiel relais, dat na het omschakelen in de nieuwe stand blijft staan. Voor meer gecompliceerde schakelingen heb ik monostabiele relais gebruikt:


Schakeling met monostabiele relais. Stel je wilt met een toets een aantal magneetspoelen tegelijk bedienen. Met een andere toets wil je een andere combinatie van magneetspoelen bedienen. Dit vraagstuk doet zich voor bij wisselstraten. Je kunt dit oplossen met diodes, waarmee je de magneetspoelen elektrisch van elkaar scheidt (diodematrix). Een andere oplossing is werken met monostabiele relais: relais die omschakelen zolang je de toets ingedrukt houdt. Behalve met druktoetsen werkt dit natuurlijk ook met schakelrails. Schakelrails van Märklin kunnen er slecht tegen als je er meer dan één magneetspoel op aansluit. Door met relais te werken omzeil je dit probleem, omdat er dan maar heel weinig stroom loopt door de schakelrails.


De transformatoren uit de begintijd heb ik vervangen door grijze. De oude blauwe geven namelijk een omschakelpuls die fataal kan zijn voor digitale treinen. Bijna al mijn treinen zijn overigens analoog. Een zware lichttransformator, niet zichtbaar op de foto, verzorgt de voeding van de wissels en seinen. De twee potmeters links zijn remweerstanden, die ik kan inschakelen bij het automatisch verkeer op de inhaalsporen in de buitenbaan. De treinen remmen dan iets af wanneer ze voor een rood sein moeten stoppen.

De hijskraan en de draaischijf worden bediend met hun originele kastjes. Ik heb nog een joystick liggen die ik een keer wil aansluiten op de hijskraan.


Realistic Sound

Realistic Sound, wie wil dat niet bij zijn modelbaan? Ik kocht dit kastje een keer goedkoop op een beurs. Er zitten vijf realistische Duitse geluiden in, waaronder een paar omroepberichten. Het belangrijkste geluid is de stoomfluit. Die kan ik via schakelrails automatisch laten klinken wanneer er een trein passeert. In het zwarte kastje zit het luidsprekertje. Het witte blokje links daarvan is het relais dat ik heb gebruikt om het geluidkastje en de schakelrails elektrisch van elkaar te scheiden. Via een aantal schakelaartjes (niet op de foto) is het een en ander op afstand te bedienen. Mijn kleindochters zijn er blij mee.


Bovenleiding

Ik ben het nooit van plan geweest, want ik vond het nogal lelijk, maar in het najaar van 2020 heb ik een deel van de baan toch voorzien van bovenleiding. Die is in een paar secties verdeeld die ik stroomloos kan maken. Er is geen koppeling met de seinen, dus via de bovenleiding kan ik een trein ongehinderd tussen het andere verkeer door leiden. Op de foto twee versies van de E63 02.


Rollend materieel

Loc 74 701 passeert de boogbrug in de buitenbaan. Bekijk mijn andere modellen.


Meerijden met de machinist

Bunnik, 24 juni 2020. Je baan filmen vanuit een levensecht gezichtspunt, hoe leuk is dat? Märklin verkocht ooit een heel dure trein met een videocamera en een zendertje erin. Via een ontvanger bij de baan kon je dan een slecht tv-beeld ontvangen. Tegenwoordig laat je voor weinig geld een klein digitaal cameraatje overkomen uit China. Ik heb een Foxeer Legend 2 (niet meer in de handel) die ik op een aangepast modelwagentje kan vastzetten. Rijden en filmen maar! Dit cameraatje gebruik ik ook voor echte treinen, dat levert aparte panoramabeelden op. Bekijk ook mijn andere camera's.


Zie ook:




vorige       start       omhoog