Veiligheid

Reizen per trein is veilig. Veel veiliger dan met de auto. Als bij een treinbotsing gewonden vallen, dan komt dat groot op de voorpagina's, terwijl dodelijke auto-ongelukken terecht komen tussen de gemengde berichten.



Adviezen

Toch kun je het voor jezelf als treinreiziger nog veiliger maken. Een paar tips:

  • Vermijd de voorste en achterste rijtuigen van de trein. De middelste rijtuigen zijn het veiligst. Eersteklasreizigers hebben het niet altijd voor het kiezen; zorg ervoor dat je zover mogelijk bij het uiteinde van de trein vandaan blijft.
  • Rij achteruit, ook als je denkt dat je daar niet tegen kunt (het is namelijk verbeelding). Bij een botsing of noodstop word je dan in je stoel gedrukt in plaats van door de trein geslingerd.
  • Reis je toch vooruit, ga dan niet achter een tafeltje zitten. Bij een noodstop dringt dit in je buik en kun je ernstige inwendige verwondingen oplopen.
  • Blijf altijd zitten tot de trein stilstaat langs het perron.
  • Vermijd propvolle treinen. Als er wat gebeurt kom je er moeilijk uit.
  • Vermijd treinen die door een locomotief of zware motorwagen worden geduwd. Als het voorste rijtuig ontspoort, zal de zware loc door blijven duwen. Bedenkt dat een trein onderweg van richting kan veranderen ("kopmaken").
  • Vermijd dubbeldekkers. In noodgevallen is het moeilijker om zo'n trein te verlaten. Reis je toch in een dubbeldekker, ga dan onderin zitten. Je komt dan makkelijker weg door een ruit in te slaan.
  • De balkons zijn minder stevig dan de coupé's van de trein, omdat er vanwege de deuren grotere gaten in de constructie zitten. Bij een dubbeldekker is het balkon misschien toch veiliger dan een coupé.
  • Zorg dat je iets bij je hebt om ruiten in te slaan. Vroeger zaten in treinen noodhamertjes; deze waren verplicht in coupé's met maar één uitgang. Omdat deze hamertjes massaal werden gestolen, heb ik de NS voorgesteld om ze te combineren met de noodrem: pas na het trekken aan de noodrem zou je het hamertje moeten kunnen pakken. Op dat idee kwam een zeer lauwe reactie. Sindsdien zorg ik zelf voor mijn veiligheid.
  • Als er wat met je trein is gebeurd, verlaat deze dan alleen als het echt nodig is (brand). Als de bovenleiding beschadigd is, kan het buiten levensgevaarlijk zijn.
  • Op het perron ben je ook niet altijd veilig. Let goed op langsrijdende sneltreinen. Als er raampjes openstaan, wees er dan op bedacht dat daar iets uitgegooid kan worden. Een fles die uit een trein wordt gegooid die met 120 km/uur langsrijdt, kan ook met 120 km/uur tegen jouw hoofd knallen.

Zie ook de uitleg over de noodrem.


Vliegtuig
Als je gaat vliegen, boek dan een plek achterin. Bij een crash raakt de neus meestal als eerste de grond. Het voorste deel van het vliegtuig vangt dus vaak een groter deel van de klap op dan het achterdeel en breekt vaak af. Achterin heb je daarom een grotere kans om een ongeval te overleven. Zit je dan ook nog eens dicht bij een nooduitgang (binnen vijf rijen afstand), dan zijn je kansen relatief helemaal goed.

Trein
Ook op het spoor zit je beter achteraan. Wagons ontsporen vooraan vaker dan achteraan. Ga ook niet aan het raam zitten. Aan het gangpad heb je minder last van rondvliegend glas en van voorwerpen die door het raam naar binnen komen, en je wordt niet zo snel zelf uit het raam geslingerd.

Bron: Quest, januari 2016


Noodhamertje in een ICRm-rijtuig. Dit soort hamertjes is verplicht in coupé's die maar één uitgang hebben. Reizigers die na een botsing opgesloten raken, kunnen daarmee dan een ruit inslaan. Die hamertjes worden echter massaal gestolen, dus dit is een zeldzaam exemplaar. Foto Jeffrey Mons. Zie ook brief aan de ideeënbus (Do888) van NS.


 

Simpelveld, 9 juni 2001. Woerden, 25 juli 1989.


 

Werkplaats Tilburg, 20 januari 1971. Rotterdam Centraal, 29 maart 2004.


Drei Annen Hohne, 4 augustus 2004. Bij de overwegen van de Harzer Schmalspur-Bahnen, waar alleen stoomtreinen en enkele dieseltreinen rijden, wordt gewaarschuwd voor overstekende elektrische treinen...


Woerden, 8 augustus 2000. Herinnering aan de drukke overweg die hier vroeger was. De files bij deze overweg hebben zich inmiddels verplaatst naar de tunnel onder het spoor.


 

Utrecht CS, 28 juli 1989. Hollandsche Rading (voetgangersbrug Zwaluwenberg), 11 augustus 2003.


 

Utrecht Centraal, 13 december 2003. Zelfportret met bewakingscamera.


 

Een verbandtrommel uit mijn collectie. Beerze, 19 augustus 2003. Fotografie tussen de rails.


 

Venlo en Viersen (Duitsland), 30 april 2004.


Utrecht, 1 oktober 2002. Baanwerkers gebruiken vaak een kortsluitlans. Met dit apparaat worden de spoorstaven kortgesloten. De beveiliging "denkt" dan dat het spoor bezet is, zodat de seinen op rood blijven staan. Er kan dan veilig tussen de sporen worden gewerkt. Er bestaan ook kabels om sporen kort te sluiten. Als een trein een aanrijding heeft gehad, kan de machinist met een soort startkabel het andere spoor kortsluiten. De seinen langs dat spoor springen dan op rood.


Op de uitkijk in 1924

British Railways. Forms of examination of look-out men, handsignalmen and fogsignalmen. By order of the Railway Executive. London, June, 1953.

Boekje met Questions & Answers, waarmee met de veiligheid belast personeel zich kon voorbereiden op hun examens. Een look-out man begeleidt ploegen die aan de baan werken en waarschuwt als er een trein nadert. Een hand signalman assisteert bij de beveiliging wanneer er werk­treinen bezig zijn of in andere speciale omstandigheden.

Een fog signalman houdt bij dichte mist of zware sneeuw­val de wacht bij een seinpaal. Wanneer die in de onveilige stand staat, waarschuwt hij naderende treinen met behulp van knalseinen. Dat was onaangenaam en gevaarlijk werk. Er bestonden ook systemen waarbij automatisch een knalsein op de rails werd gelegd.



Look-out man. Fragment van een LMS-poster uit 1924, getekend door Stanhope Forbes. Het reflecterende hesje was nog toekomstmuziek.


Op de uitkijk in 2004

Amsterdam, 5 februari 2004. Wie in of vlak bij het spoor werkt, moet een reflecterend hesje dragen. Die zijn meestal geel, maar veiligheidsmannnen dragen een oranje hesje. De veiligheidsman werkt niet mee maar let voortdurend op de treinen. Als er gevaar dreigt waarschuwt hij zijn collega's. Op deze foto zie je twee mannen in een oranje hesje. Dat betekent dat er twee ploegen aan het werk zijn, want een ploeg mag niet twee veiligheidsmannen hebben. Dat is te gevaarlijk, omdat die twee dan op elkaar gaan vertrouwen. Een grapje uit "De Avonden" van Gerard Reve over twee jongens, waarvan er één een bijl heeft. De ene jongen legt zijn hand op een boomstronk en denkt: "hij hakt toch niet". De jongen met de bijl denkt: "hij trekt zijn hand toch wel terug."


Bunnik, januari 2008. Bij werkzaamheden aan het spoor staat vaak een man met een toeter, die waarschuwt als er een trein aan komt. Maar er bestaan ook automatisch werkende systemen. Deze tijdelijke contacten horen bij zo'n systeem. Als er een trein overheen rijdt, klinkt er een eind verderop een sirene en/of gaan er waarschuwingslampen knipperen.


"Omdat hij voorzichtig was, werd Grootvader 70 jaar zonder ook maar één ongeluk gehad te hebben." En een paar andere door het Veiligheidsmuseum gereproduceerde oude affiches.

 

Veilgheidsactie bij Werkspoor

Bij Werkspoor in Utrecht werd in de jaren vijftig een "veiligheidsactie" ingevoerd. Dat was een collectieve actie: de werknemers van een hele hal moesten gedurende een bepaalde tijd zo veilig mogelijk werken en kregen dan allemaal een presentje. Toen een bepaalde hal op het punt stond om hun premie in de wacht te slepen, brak een van de medewerkers een been. Maar zijn collega's wisten daar wel raad mee: ze pakten hem voorzichtig op en legden hem in de hal ernaast. Zo konden ze toch aanspraak maken op hun presentje!

Voorbeeld van presentjes waaruit men kon kiezen: Delftsblauwe bierpul, notitieblokje in lederen etui, zakmesje, notenkraker, kleerborstel, tafelaansteker, schroevendraaierset, sleutelhanger met kompas, speelkaarten, thermometer, scheerapparaat op batterijen, bonbonschaaltje, flesopener in de vorm van een papagaai op een stokje, kaasplankje.

Bron: Werkspoor Utrecht-Zuilen. Deel II: bruggen, montage, vrachtauto's, boten, bussen enz. Door Wim van Scharenburg, oktober 2008.



Vati, was hast Du gemacht?

Vati, was hast Du gemacht? Nou, Vati heeft even niet opgelet toen er een trein aankwam. Afbeelding uit de Bundesbahnunfallverhütungskalender 1962. Bochum-Dahlhausen, 30 april 2004. Nicht weglaufen! HALT bei brennender Kleidung! Kleider sofort vom Leib Reissen! Notfalls auf dem Boden herümwälzen!


Wegens werkzaamheden in de Schwarzkopftunnel raam gesloten houden (1970).



Onderzoeksraad voor Veiligheid

Per 1 februari 2005 is de Raad voor Transportveiligheid opgegaan in de Onderzoeksraad voor Veiligheid. Minister van binnenlandse zaken Remkes heeft Mr Pieter van Vollenhoven geïnstalleerd als voorzitter van deze raad. Behalve de Raad voor Transportveiligheid verdwijnen ook de Commissie Ongevallenonderzoek Defensie en de diverse afzonderlijke commissies voor onderzoek naar rampen van het toneel. Al die taken worden overgenomen door de Onderzoeksraad voor Veiligheid.

De Raad bestaat uit vijf permanente leden waaraan per geval buitengewone raadsleden met specifieke deskundigheden kunnen worden toegevoegd. De Onderzoeksraad wordt bijgestaan door een professioneel bureau dat onderzoeken uitvoert en rapporteert. De Raad streeft ernaar onderzoeksprocedures aanzienlijk te versnellen. In het verleden kostte het soms nogal wat tijd voordat kon worden besloten of een incident door de Raad voor Transportveiligheid moest worden onderzocht. De Onderzoeksraad beslist nu binnen vijf dagen of een incident door deze raad zal worden onderzocht.

Mr Pieter van Vollenhoven legde bij zijn installatie de nadruk op een betere balans tussen de eigen verantwoordelijkheid van het bedrijfsleven en de (toezicht)taken van de diverse overheidsinstanties. Met name de veiligheidsbijdrage van de diverse overheidsinstanties komt naar zijn mening onvoldoende uit de verf.

De nieuwe Onderzoeksraad wordt groter dan de Raad voor Transportveiligheid was, maar krijgt ook met een aanzienlijk bredere scope aan onderwerpen te maken. Voor de Railbedrijven verandert er vooralsnog niet zoveel. De deskundigheid die in de ‘railkamer’ van de Raad voor Transportveiligheid aanwezig was, blijft ook in de nieuwe raad behouden.Wel zal het beleid erop gericht zijn de railsector meer aan te spreken op een eigen verantwoordelijkheid ten aanzien van veiligheid.

Bron: Railion Nieuwsbrief, 10 februari 2005

Eerst blussen, dan redden

"De instructie van de brandweer is éérst blussen en dan redden." Pieter van Vollenhoven naar aanleiding van vliegtuigbrand in Eindhoven, 1996. Terwijl de inzittenden wanhopig probeerden naar buiten te komen, stond de brandweer te blussen. 34 doden.

Harmelen

Pieter van Vollenhoven onthulde op 8 januari 2012 het monument voor de treinramp bij Harmelen in 1962.



Bunnik, 17 januari 2006. IRM-dubbeldekker bij km 42,5. Na tien jaar is men erachter gekomen wat er met de cabines van dit materieel kan gebeuren bij een frontale botsing: die wordt in elkaar gefrommeld. Dit terwijl de machinisten altijd is voorgehouden dat de "kreukelzone" zich achter hun cabine bevindt. Dit deel van de trein blijkt echter prima in vorm te blijven, wat dan natuurlijk wel weer een meevaller is voor de passagiers die zich daar bevinden. Machinisten hebben nu instructie gekregen om de cabine van hun stoer uitziende Bison als een haas te verlaten, als ze zien dat het fout gaat. Ik hou er niet van om met dubbeldekkers te reizen, zeker niet in IRM, met die smalle schuingeplaatste designdeurtjes.


Maastricht, 29 december 2007. Deze trein kon niet op tijd stoppen als gevolg van gladde rails, veroorzaakt door zeepresten en uitwerpselen. Dit spoor wordt namelijk gebruikt voor het reinigen van treinstellen. Een dag eerder kon een andere machinist nog net voor het stootblok tot stilstand komen. Met zijn waarschuwing dat de rails glad waren is verder niets gedaan. Ook van andere kopstations (Leeuwarden, Groningen) zijn dit soort incidenten bekend. Enkele reizigers raakten gewond. Dat zullen mensen zijn geweest die niet even zijn blijven zitten totdat de trein helemaal stilstond. De foto is kort na het ongeval gemaakt door Eric Pieters.


Veiligheidstest

Voorbeeld uit een veiligheidstest die ooit op internet heeft gestaan. Volgens de opstellers is dit een veilige manier van oversteken: tussen de twee wagens is vier meter ruimte. Volgens mij steekt dit mannetje op een onveilige manier over: je moet nooit op een spoorstaaf stappen maar er overheen. Je moet ook nooit op een dwarsligger stappen, want die kan glad zijn. Altijd in de ballast lopen.


Bussum Zuid, 29 maart 1969. Spoorman die geen zin heeft om via de voetbrug over te steken en dus de kortste route neemt. Hij weet niet hoe je dat veilig doet: nooit je voeten op de spoorstaaf zetten, altijd er overheen stappen.


Treinspotter of terrorist?

Hoe herken je een terrorist? Dat is een van de vragen uit de veiligheidstoets "Toegang tot het spoor" uit 2015 (www.toegangtothetspoor.nl/nl). Is het de man links, met zijn interessante meetapparatuur? Of de man rechts, met zijn verdachte fototoestel? Het juiste antwoord is de foto rechts: "Deze persoon lijkt een treinspotter. Het is daarom wel nodig om deze persoon aan te spreken en te onderzoeken wat zijn doel is. De persoon op de andere foto is een meting aan het verrichten. Hierop onderneem je geen actie." Kijk, dit is informatie waar je als terrorist wat aan hebt: regel een geel vestje en een meetapparaat (in Molenbeek is inmiddels een levendige handel in theodolieten ontstaan).

Wie bij het spoor aan het werk is, moet geel reflecterende veiligheidskleding dragen, met daarop de naam van het bedrijf waar men voor werkt. Een uitzondering geldt voor de veiligheidsman: die is in het oranje gehuld. Hier zien we een veiligheidsman in actie: hij staat met zijn rug naar het spoor om te kijken of zich geen terroristen in het weiland hebben verstopt. Beeld uit een instructiefilmpje van ProRail, 2015.


Opvallen in een geel jasje?

  

Bilthoven, 13 juli 2005. Als professioneel treinenfotograaf draag ik nooit gele vestjes, want dan val je veel te veel op, maar ik heb er wel een paar in mijn verzameling. Op deze foto's ben ik bezig met het geven van remproefseinen.


Ворохта (Vorokhta), 23 april 2006. Waarschuwingen op een Oekraïens station. Ook wie de taal niet machtig is zal wel een idee hebben wat hier wordt bedoeld. Gefotografeerd door Bob Rodenburg.


Un train peut en cacher un autre

Let op, er kan nog een trein komen. Maar dan dus op z'n Frans. Emaille bord en ansichtkaart uit mijn collectie.


Hoe overleef ik een treinongeluk?

Wat is de beste plek om te zitten bij een treinongeluk? Artikel in NRC Next van 21 mei 2012 waarin ook trainwatcher Nico Spilt wordt geciteerd. Journalist Jisha Visser had mij om informatie gevraagd over de veiligheid van treinreizen.


Stoomwet en stoombesluit. Uitgeverij H. Stam, Haarlem 1933 resp. 1954. De Stoomwet is niet van toepassing op het rollend materieel van de Nederlandse Spoorwegen, en ook niet op stoom- en damptoestellen die zijn opgesteld aan boord van oorlogsschepen. Maar dat maakt het onderwerp niet minder interessant. Ook van een autoclaaf heb je liever niet dat die uit elkaar spat.

 

Overal veilig. Door Anne de Vries. G.F. Callenbach, 1936.

Vier verhalen waarin de jeugd wordt gewaarschuwd voor diverse gevaren. Ga bijvoorbeeld nooit aan een gesloten spoorboom hangen, want voor je het weet raak je bekneld wanneer de baanwachter de bomen weer opent.


De onbewaakte overweg. Em van den Oever. Drukkerij Edeca, Hoorn. 2e druk, 1941. Illustraties Henk Poeder.

De hoofdpersoon van dit stichtelijke boekwerkje is Lia. Op een kwade dag besluit zij om met twee buurkinderen een onbewaakte overweg over te steken. Dat loopt bijna verkeerd af. De Heere Jezus is er bedroefd om. Ze moeten Hem om vergeving vragen en zeggen dat het ze spijt. Lees de boekbespreking.



Zie ook:

Website:




vorige       start       omhoog