Enkelspoorbeveiliging


Elbergen, 20 augustus 1974. Loc 012 063 met een trein naar Rheine.
De drukbereden Emslandstrecke is hier enkelsporig.


Veilig van A naar B

Om het treinverkeer op enkelsporige baanvakken prettig te laten verlopen, is het van belang dat wanneer er een trein van A naar B rijdt, er niet tegelijk een trein uit B richting A vertrekt. Een eenvoudige manier om hier voor te zorgen is het meegeven van een voorwerp (een "token") aan de machinist. Dat voorwerp kan bijvoorbeeld een metalen staf zijn waarin de namen van de twee stations A en B zijn gegraveerd. Alleen de machinist die deze staf in zijn bezit heeft, mag op dit baanvak rijden. Dit systeem werd al in 1840 toegepast in Groot-Brittannië.

Het wordt lastig wanneer er van A naar B twee treinen moeten, terwijl er geen trein is die van B naar A moet. De staf moet dan op een of andere manier eerst worden teruggebracht naar A voordat de tweede trein kan vertrekken. Een manier om dit op te lossen is de machinist van de eerste trein de staf te laten zien en hem vervolgens schriftelijk toestemming te geven te vertrekken. De machinist van de tweede trein neemt dan de staf met zich mee. Wanneer echter daarna een derde trein in A aankomt, dan kan deze niet vertrekken naar B, omdat de staf zich niet meer in A bevindt.

De oplossing van dit probleem is gevonden in het installeren van twee elektrisch gekoppelde en gesynchroniseerde apparaten in station A en B. Uit het apparaat op station A kunnen zo veel staven worden genomen als nodig zijn. Het apparaat op station B is geblokkeerd zolang de staven die op station A zijn uitgenomen niet zijn teruggestopt in de machine op station B.

 

Het apparaat op de foto's hierboven is in 1899 ontwikkeld door de Engelse ingenieurs Webb en Thompson. De Webb & Thompson electric train staff is op grote schaal toegepast in de Verenigde Staten. De apparaten waren gekoppeld aan de uitrijseinen; de stand van het sein is op de wijzerplaat bovenin af te lezen. De rechterfoto's laten het mechanisme vanaf de achterkant zien. Twintig jaar eerder was er al een dergelijk systeem gebouwd door Edward Tyer. Zijn apparaten werkten met penningen in plaats van staven.

Op deze foto's is te zien hoe een staf (of een ander treinbericht) kon worden aangegeven aan het personeel van een rijdende trein. Als de treinen niet te snel reden kon het met de hand: op de linker foto steekt de stoker zijn arm door een ring die door een man op het perron omhoog wordt gehouden. Het kon ook mechanisch, met behulp van een grijper die op de tender was gemonteerd. Het uitrijsein hangt schuin naar beneden, dat betekent veilig. Bij een onveilig sein is de arm horizontaal.

Foto's uit het artikel "The Nerves of a Railway" door Day Allen Willey, Cassier's Magazine, Vol. XXVIII, No. 4, August 1905.



York, National Railway Museum, 24 juni 2008. Apparaat dat werd gebruikt bij de beveiliging van enkelsporige lijnen. Om frontale botsingen te voorkomen, werd er gewerkt met tokens: een machinist mocht alleen vertrekken als hij een bepaald voorwerp, bijvoorbeeld een metalen schijf, in zijn bezit had. (Een down train is een trein die van een hoofdstation wegrijdt, bijvoorbeeld Londen. Een trein die naar dat station toerijdt is een up train.)


Bij de ZLSM beschikt men over een volledig functionerend seinstelsel, dat op rijdagen wordt bediend vanuit verschillende seinhuizen. Wanneer de seinhuizen niet zijn bediend en er toch treinen moeten rijden, dan gebruikt men baanpenningen. Alleen de machinist die zo'n penning in zijn bezit heeft, mag over het op de penning vermelde enkelsporige baanvak rijden. Bij de ZLSM zijn drie baanpenningen aanwezig, voor elk baanvak één. Foto Joost Notenboom, Seinwezen ZLSM.


Strengelspoor


Amsterdam, 13 oktober 2010. Als er te weinig ruimte is voor twee sporen naast elkaar, dan wordt er meestal overgegaan op enkelspoor. Daar zijn dan twee wissels voor nodig. Maar je kunt de sporen ook in elkaar vlechten: strengelspoor.


Rügen, juli 2006. Wissel op een punt waar smalspoor en normaalspoor samenkomen. Vanaf dat punt wordt één spoorstaaf gedeeld door smalspoor- en normaalspoortreinen. Ook dit is een vorm van strengelspoor. Foto Bertus Kers.

Strengelspoor komt in het buitenland ook voor op spoorbruggen en andere smalle plaatsen. Dan gebruikt men normale spoorstaven, geen speciaal straatspoor zoals bij de Amsterdamse tram. Het voordeel van strengelspoor is dat je geen onderhoud hebt aan wissels. Uit beveiligingsoogpunt is strengelspoor hetzelfde als enkelspoor. Bij de Amsterdamse tram wordt op zicht gereden, waarbij trams naar het Centraal Station voorrang hebben op trams uit de andere richting.
(De Engelsen spreken van een Tram Pinch als trams uit beide richtingen van hetzelfde spoor gebruik moeten maken.)


Zie ook:




vorige       start       omhoog