Stootblokken en andere stopinrichtingen

Stootblokken (ook wel stootjukken) zijn er in verschillende gedaantes. Vaak zijn het vaste obstakels, waardoor botsende treinen behoorlijk beschadigd kunnen raken. Maar er bestaan ook zogeheten remstootblokken die de botsingsenergie zo veel mogelijk absorberen. Vooral bij kopstations worden die toegepast. Verder zijn er nog diverse andere mogelijkheden om een op het verkeerde spoor geraakte trein te doen stoppen.



 

Stootblokken in Utrecht, op 22 oktober 2003 (het eindpunt van de stoptreinen uit Amsterdam) en 14 juli 2004 (het iets luxer uitgevoerde eindpunt van de stoptreinen uit Leiden).


Utrecht, 4 februari 2005. Remstootblokken met Scharfenbergkoppelingvriendelijke opvang. Fabrikant Rawie, Osnabrück.


Utrecht, 14 november 2008. Sprinter 2137 is door een stootjuk bij het Spoorwegmuseum geschoten. Foto Nico Lollinga.

Spoorwegmuseum, 29 december 2008. Kort na het maken van de vorige foto schoot er opnieuw een Sprinter te ver door. Treinstel 273 ving de klap op. Foto Maarten-Joost Swenker. Zie ook Wisseltentoonstelling stootjukken.


 

Woerden, 14 april 2004. Onder het motto "ontsporen is beter dan botsen" worden op sommige plaatsen stopontspoorblokken gebruikt. Bijvoorbeeld op zijsporen die op een doorgaand spoor uitkomen. Het exemplaar op deze foto heeft handbediening. Het zit hier tijdelijk vanwege werkzaamheden aan het emplacement Woerden. De tweede foto is gemaakt door Koos Hagers, op 5 februari 2005 in Ede-Wageningen, ter hoogte van de HUPAC-sporen.


 

Schagen, 18 mei 2004. De NSE-steller van een stopontspoorblok, geopend wegens onderhoud. Foto's Hendrik Spek.


Hagen, 30 april 2004. Een Duits stopontspoorblok met seinlantaarn. Dit blok kan elektrisch op afstand worden bediend.


Utrecht CS, 28 april 1973. Loc 1502 staat op een kopspoortje te wachten op haar volgende inzet. Voor de loc is een ontspoortong te zien. Hiermee werd voorkomen dat locomotieven te vroeg zouden wegrijden. Tegenwoordig lost men dit op met dure elektronica: ATB-Vv.


Woerden, 10 september 2008. Veiligheidskopspoor. Dit is de luxe variant van de ontspoortong. Wissel 1119B ligt naar rechts. Mocht er tegelijk met mijn trein een andere trein uit Woerden vertrekken, dan zal deze trein niet ver komen.


Roosendaal, 4 juli 2004. Deze twee remsloffen moeten voorkomen dat een trein de loods binnenrijdt terwijl de deuren nog dicht zijn.

Er bestaan ook losse remsloffen. Die werden vaak gebruikt om tijdens het rangeren goederenwagens af te remmen. Een gevaarlijke sport, die "sloffen" werd genoemd. Tegenwoordig worden bij rangeerheuvels automatisch werkende railremmen gebruikt. Alleen op het laatste stuk, als de wagens nog maar een paar kilometer per uur rijden, wordt er nog wel gesloft.


 

Neuenmarkt-Wirsberg, 17 augustus 2005. Remslof gemonteerd aan het eind van een spoorstaaf; ijzeren dwarsliggers. Op de tweede foto een stootblok, gemonteerd aan omhooggebogen rails.


Odense, 7 september 2010. Geveerde stootblokken in het Deense spoorwegmuseum.


 

Utrecht, 1 oktober 2002. Amsterdam, 6 juli 2005. Om tijdens werkzaamheden binnen of vlak bij het spoor veilig te kunnen werken, kan de spoorstroom worden kortgesloten. Dat kan met een kortsluitlans die tussen de sporen wordt geklemd, of een kortsluitkabel die met magneten op de spoorstaven wordt vastgezet. De beveiliging "denkt" dan dat het spoor bezet is, zodat de seinen op rood blijven staan. Ook treinen hebben altijd een kortsluitkabel aan boord. Na een aanrijding kan de machinist hiermee het andere spoor kortsluiten, zodat de seinen langs dat spoor op rood springen. Zie ook het thema Spoorstroom.


 

Arnhem Berg, 14 januari 2005. Na enig gesleutel door NedTrain was men bij drie van de vier bakken van treinstel 511 vergeten de remmen weer in bedrijf te zetten. Hierdoor had het treinstel nauwelijks remkracht toen het dit stootblok tegemoet reed. Van de geplande proefrit naar Zevenaar is die dag weinig meer terecht gekomen. Het stel is een koppeling kwijtgeraakt. Foto's Stefan van de Werken.


Leusden, 16 september 2007. DE1 41 aan het eindpunt van de PON-lijn. Vroeger was dit een belangrijke verbinding tussen Amsterdam en Duitsland, via Amersfoort, Rhenen, Kesteren en Nijmegen. Foto Etienne Blaas.


Zakspoor, kopstation

Amersfoort, 14 augustus 1977. Treinstel 466 vertrekt vanaf het zakspoor naar Amsterdam. Een zakspoor is een in het perron doorlopend kopspoor. Deze term is afgeleid van het Franse cul de sac: doodlopende weg. Gare en cul de sac betekent kopstation. In het Duits wordt een Kopfbahnhof ook wel Sackbahnhof genoemd. Zakspoor klinkt misschien wat plat, maar in het Antwerpense dialect gaat men nog een stapje verder: daar noemt men een doodlopend spoor een kutzak.

Amersfoort, 15 mei 1969. Treinstel 645 vertrekt vanaf zakspoor 22 naar Amsterdam. Tegenwoordig zou dit materieel vast zijn afgekeurd door de Arbeidsinspectie. De machinist zit op een klapstoeltje, en heeft van de neus van zijn trein weinig bescherming te verwachten bij een botsing.


Antwerpen, 31 augustus 1996. Op kopstations zijn spectaculaire ongelukken gebeurd met treinen die niet stopten en vervolgens door de stationshal schoten. De bedoeling van deze enorme hydraulische stootjukken zal dan ook duidelijk zijn.

Voor wat er mis kan gaan bij kopstations zie bijvoorbeeld het ongeluk bij Zandvoort in 1928.


   

Antwerpen, 30 juni 2005. De enorme hydraulische stootjukken bewijzen al sinds 1903 hun dienst. Helaas zijn ze nu bedekt met een moderne grijze verflaag. Hoe vaak ze nodig zijn geweest om te voorkomen dat er een trein in de stationshal belandde is mij niet bekend.


London, St. Pancras International, 23 juni 2014.


 

Paris, Gare Montparnasse, 22 oktober 1895. Bekende beelden van een trein die te laat remde bij een kopstation. De machinist en de stoker konden op tijd van de locomotief springen. Een op straat staande krantenverkoopster werd gedood, verder waren er alleen gewonden. Van dit ongeval is een replica op ware grootte te zien in Canela, Rio Grande do Sul, Brazilië.


Zie ook:




vorige       start       omhoog