Een halve eeuw stoom snuiven

Opgeschreven in oktober 2017.




In de zomer van 1960 waren we op vakantie in De Lutte, vlakbij Oldenzaal. Ik was al weleens in het Spoorwegmuseum geweest, maar op het station van Oldenzaal zag ik voor het eerst van mijn leven een echte stoom­locomotief. Die kwam binnen met een trein uit Duitsland. De locomotief werd afgekoppeld en reed naar de draaischijf naast het station. Een poosje later vertrok ze weer met een trein naar Duitsland. Vol ontzag keek ik als negenjarig jongetje naar de enorme wielen.

Ik herinner me ook nog dat iemand van de spoorwegen een stukje meereed op de vertrekkende trein, en tijdens het rijden op het perron sprong. Van locomotief­nummers had ik geen besef, maar het zou heel goed een 03 van Bw Rheine geweest kunnen zijn. Met korte tender, vanwege de kleine draaischijf bij Oldenzaal.

Het duurde tot 1969 voor ik opnieuw met stoom kennismaakte. In juni 1969 ging ik mee met een NVBS-excursie naar Keulen. In Venlo kwam loc 041 334 voor de trein. Na een bezoek aan de Köln-Bonner Eisenbahn bracht loc 003 268 ons weer terug naar Nederland. Mijn belangstelling voor de stoom­locomotief was geboren en zou nooit meer verdwijnen. De NVBS organiseerde in die tijd verschillende excursies naar de laatste stoombolwerken in Duitsland.

Ook ging ik zelf op pad. Zo was Rheine snel met de trein te bereiken vanuit mijn woonplaats Hilversum, de ideale bestemming dus voor een dagje stoom snuiven. Ook heb ik een paar keer een dagtocht naar Herzogenrath gemaakt. Dat betekende drie kwartier lopen vanaf station Kerkrade, want over het lijntje naar Herzogenrath reden toen alleen goederentreinen.

Rheine en de lijn naar het noorden, de Emslandstrecke, heb ik verschillende keren bezocht. Onder andere kwam ik daar loc 012 075 tegen, tegenwoordig beter bekend als 01 1075 van de SSN.

In de jaren 70 heb ik diverse langere reizen gemaakt. In mijn eentje, logerend in jeugdherbergen. Ik trok twee of drie weken door Duitsland en Oostenrijk. Van tevoren stippelde ik thuis de route uit. Internet bestond nog niet. Mijn belangrijkste informatiebron waren boekjes van de Eisenbahn Kurier, die twee keer per jaar verschenen. Daarin was te vinden waar nog stoomtreinen reden.

In Oostenrijk bezocht ik de beroemde Erzbergbahn en een paar smalspoorlijnen. In en rond Wenen waren ook nog interessante locomotieven te zien.

Ik heb in die jaren vrijwel alle types gezien die toen nog actief waren in Duitsland en Oostenrijk. Een uitzondering was de Baureihe 65. Ik wist wel waar ik die kon vinden (Aschaffenburg), maar ik was al bijna drie weken onderweg en ik wilde naar huis. Daarbij vond ik het een vrij lelijke locomotief. Gelukkig heeft de SSN de enige 65’er weten te redden.

In 1977 was het afgelopen. In september van dat jaar ging ik opnieuw met een NVBS-excursie mee. Achter loc 23 023 van de nog jonge SSN reden we van Den Haag naar Rheine. Het druilerige weer paste goed bij het doel van deze reis: afscheid nemen van de stoomtractie. Achter loc 23 076 van de eveneens nog jonge VSM reden we weer terug. In Apeldoorn nam een e-loc de trein over.

Stoom reed toen nog wel in Oost-Europa, maar daar had ik geen zin in. Stoom snuiven is alleen leuk als je niet voortdurend over je schouder hoeft te kijken of er geen politie in de buurt is. In West-Duitsland was dat allemaal geen probleem. Op het kantoortje van een depot sloot je voor een klein bedrag een verzekering af, waarna je ongestoord kon rondscharrelen tussen de stoomlocomotieven. Toch ben ik in 1979 nog een keer op pad gegaan, naar Saalfeld in Oost-Duitsland.

Tussen de bedrijven door heb ik nog wat Franse stoom kunnen meemaken: de bekende 141R in Noord-Frankrijk en de stoere tenderlocs 141TC in het Parijse voorstadsverkeer. Heel graag was ik naar Groot-Brittannië gegaan om daar nog stoom in het wild te zien, maar toen ik daar oud genoeg voor was, was het afgelopen.

Museumlijnen en musea zijn leuk, maar de originele stoomsnuifsfeer vind je daar niet.


Summerau, 23 augustus 1973


Rotterdam, 10 oktober 2015



Zie ook:




vorige       start       omhoog