Spoortijden en stationsklokken

Vroeger had elke plaats zijn eigen tijdrekening. Als het in de ene stad 9 uur was, was het een in een volgende stad bijvoorbeeld 9.15 uur. Dat werd lastig toen er treinen gingen rijden. De spoor­wegen hanteerden daarom hun eigen tijdrekening: de stationsklokken gaven overal dezelfde tijd aan. Maar de klokken in de stad zelf gaven vaak nog wel de afwijkende, lokale tijd aan. Aan deze situatie is op een bepaald moment een eind gekomen: iedereen ging zich aan de spoortijd houden.

Bij de overgang van winter- naar zomertijd gaan de stationsklokken vanaf 2 uur 's nachts sneller draaien tot ze 3 uur aangeven. Bij de overgang van zomer- naar wintertijd staan de stations­klokken 's nachts om 2 uur een uur stil. Dit kun je zelf op het perron controleren.

De zomertijd duurt langer, maar de ‘echte’ tijd is de wintertijd.


Beeldvullende stationsklok

Op de klok rechtsboven zie je de tijd op je eigen computer. Ik heb ook een grote stationsklok voor je. Gebruik na het openen functietoets F11 voor een beeldvullend scherm. Bron: www.3Quarks.com.




Eerste dag van de week

Wat is de eerste dag van de week? Daar zijn allerlei discussies over mogelijk. In de islam geldt de vrijdag als rustdag, bij de joden is dat de zaterdag, bij de christenen de zondag. De christenen beschouwen de zondag ook als eerste dag van de week. Maar voor zover ik de bijbel ken is de zondag de laatste dag van de week: God had de wereld geschapen en nam die dag rust, omdat het wel goed was zo. Dus maandag is de eerste dag van de week.

Zomertijd of wintertijd?

Eigenlijk is het niet juist om over 'wintertijd' te spreken. De wintertijd is de standaardtijd of 'zonnetijd'. Om 12.00 's middags staat de zon op zijn hoogst aan de hemel. De zomertijd is een afwijking hierop: de klokken lopen dan een uur voor op de standaardtijd. Daardoor is het 's ochtends een uur langer donker en blijft het 's avonds een uur langer licht.

Het idee achter de zomertijd is energiebesparing (de lampen gaan 's avonds een uur later aan), maar in de praktijk komt hier weinig van terecht (airco's draaien langer). Nogal wat mensen hebben na een tijdwisseling problemen met hun biologische klok, en veehouders zijn er ook niet blij mee, want dieren worden 's zomers niet een uur later wakker.

Dirkjan, getekend door Mark Retera.

Nulmeridiaan

In Nederland houden we de Midden-Europese Tijd (MET) aan, dat is de zonnetijd ter hoogte van Berlijn. Die verschilt een uur van de Greenwich Mean Time (GMT), de tijd op de nulmeridiaan die door Greenwich (bij London) loopt. Tot 1 juli 1937 hield Nederland zijn eigen tijd aan, de Amsterdamse tijd. Deze liep 20 minuten voor op de GMT en 40 minuten achter op de MET. Tegenwoordig staat de zon in Amsterdam op zijn hoogste punt om 12.40 uur, in de zomer pas om 13.40 uur.

Over de nulmeridiaan gesproken: Nederland ligt hier ten oosten van, dus op het oostelijk halfrond. Ook weer zo'n bij veel journalisten onbekend weetje.

12- en 24-uursysteem

In spoorboekjes en op cijferklokken wordt gewoonlijk het 24-uursysteem gebruikt. Het etmaal begint om 0.00 uur en loopt tot 23.59 uur. In de spreektaal zeggen we meestal niet "het begint om 20 uur" maar "het begint om 8 uur 's avonds".

In Engelstalige landen wordt vaak nog het 12-uursysteem gebruikt. De tijd van 12 uur 's nachts tot 12 uur 's middags noemt men in het Latijn 'ante meridiem' (voor de middag), afgekort a.m. De tijd van 12 uur 's middags tot 12 uur 's nachts noemt men 'post meridiem' (na de middag), afgekort p.m. Het etmaal begint in dit systeem om 12.00 a.m. en loopt t/m 11.59 p.m. De volgorde is dus 12.00 a.m., 1.00 a.m. ... 11.00 a.m., 12.00 a.m., 1.00 p.m. ... 11.00 p.m., 12.00 a.m. De aanduiding 0.00 uur kent men in dit systeem niet, dit is 12.00 a.m. of 12 midnight. De zon staat op zijn hoogst om 12.00 p.m. of 12 noon.

In oude Nederlandse spoorboekjes kom je het 12-uursysteem ook tegen, met aanduidingen als v.m. (voormiddag) en n.m. (namidddag).

Kalenders

De kalender is ieder jaar anders, maar toch ook weer niet. Eigenlijk zijn er maar 14 kalenders. Het jaar begint op een van de 7 dagen van de week (= 7 kalenders) en in schrikkeljaren is er een extra dag (= nog eens 7 kalenders). Dat betekent dat je een oude kalender na verloop van tijd opnieuw kunt gebruiken. Bijvoorbeeld de kalender van 1969 en 2014 en de kalender van 1995 en 2017.



Malton, 25 juni 2008. The 24 Hour Clock, voor Britse treinreizigers verklaard.


Stationsklok

   

Mijn eigen stationsklok van het merk T&N: Telefonbau und Normalzeit Lehner & Co. Ik heb er een uurwerk in gezet dat via een radiozender in Frankfurt steeds de juiste tijd doorkrijgt. Het originele uurwerk was onbruikbaar, omdat ik deze klok niet kan aansluiten op het netwerk van de spoorwegen. Ik zou er een secondenwijzer op kunnen zetten, maar dat is niet echt: alleen perronklokken hebben een secondenwijzer. Dit is een klok die in wachtkamers werd gebruikt.


Zelf een stationsklok ombouwen

Ik krijg weleens de vraag hoe ik deze klok heb omgebouwd. Ik heb er een uurwerk ingezet dat veel in klokken voorkomt. Die houden het minstens een jaar vol op één AA-batterij. Dat ging vrij eenvoudig. Misschien heb je thuis nog een klok liggen die je niet meer gebruikt. Of koop voor een paar euro een klok bij Ikea ofzo en haal het uurwerk er uit. Het mooist is als je een type koopt dat zendergestuurd is, een zogeheten DCF-uurwerk. Dan hoef je de klok nooit gelijk te zetten of aan te passen als het winter- of zomertijd wordt. Te koop in elektronicawinkels of via internet. Bijvoorbeeld Conrad, artikelnummer 672448.

In juni 2011 kocht ik bij Conrad voor ongeveer 18 euro zo'n uurwerk om in een andere klok te zetten. Dat ging prima, maar de montagehandleiding van Conrad was wat wazig. Hieronder de corres­pondentie die ik hierover met Conrad heb gehad. De klok doet het overigens uitstekend.

Mijn opmerking: In de montagehandleiding staat in diverse talen dat het gebruik van een seconden­wijzer noodzakelijk is. Behalve in de Nederlandse handleiding: daar staat dat de secondenwijzer minstens 60 mm lang moet zijn (en dat staat weer niet in de andere talen, dus hoe belangrijk is die lengte?). Overigens heb ik het uurwerk gekocht om te plaatsen in een oude stationsklok. Daar zit geen secondenwijzer in en die hoort er ook helemaal niet in. Deze klok loopt inmiddels al dagen prima zonder secondenwijzer. Net als een andere oude stationsklok die ik tien jaar geleden heb omgebouwd: die loopt al tien jaar perfect op tijd met een soortgelijk DCF-uurwerk. Dus Conrad: waarom staat dit in de montagehandleiding? Wat kan er fout gaan zonder secondenwijzer? En als het echt zo belangrijk is: waarom staat dat dan niet op de site, om klanten te waarschuwen voordat ze dit uurwerk bestellen? Reactie van Conrad.nl: De technische specificaties van de secondewijzer zijn alleen van belang als u deze wilt inbouwen in de klok. De montagehandleiding gaat uit dat men een klok met wijzers wil bouwen.


Moederklok

De klokken van de spoorwegen hebben een speciaal uurwerk, dat door een "moederklok" wordt aangestuurd. Deze klok stuurt elke minuut een puls naar de andere klokken. De moederklok stond vroeger in Utrecht. Tegenwoordig wordt gebruik gemaakt van een dienst van de KPN, die pulsen via de telefoonlijn verstuurt. Je kunt dat duidelijk zien aan de secondenwijzer: die draait in iets minder dan een minuut rond en staat dan kort stil, totdat de puls van de moederklok komt. Op dat moment verspringt de minutenwijzer één stap en gaat de secondenwijzer weer verder.

Bij de overgang van zomer- naar wintertijd staan de stationsklokken 's nachts om 2 uur een uur lang stil. Bij de overgang van winter- naar zomertijd gaan de klokken vanaf 2 uur 's nachts sneller draaien tot ze 3 uur aangeven. Dat sneller draaien van stationsklokken gebeurt ook als er een stroomstoring is geweest waardoor ze een tijd stil hebben gestaan.

 All clocks on all stations should show the same time. Every minute a "mother clock" sends an electric pulse over the telephone network to every clock. All clocks run somewhat too fast, and then they wait for the pulse to arrive. When the time changes from winter to summer time, you should go to a station at 2 o'clock in the night. Then you would see the clocks running fast until they show 3 o'clock. The mother clock will send 60 pulses in a short time. When the time changes from summer to winter time, all clocks will stand still for one hour at 2 o'clock in the night. The mother clock simply stops sending pulses for one hour. But I have never checked this, I must admit!

Bekijk het filmpje van een Nederlandse en een Duitse stationsklok.



Modern Inventions (1936). Bekijk de hele serie.


 

Maartensdijk, 18 september 1998. Gietijzeren stationsklok aan de gevel van het inmiddels gesloten Barometermuseum. Het uurwerk met ankergang zit aan de binnenkant. De klok is circa 1880 in Duitsland vervaardigd en is in gebruik geweest op een station bij de grens van Nederland. Via haakse overbrengingen wordt - dwars door de muur heen - het wijzergedeelte in de klok aangedreven. Op het uurwerk zit een instelrad om de wijzers van binnen uit gelijk te kunnen zetten. De stationschef zal regelmatig via de telegraaf de juiste tijd hebben doorgekregen. Tegenwoordig worden stationsklokken op afstand bediend.


 

Düren, 11 augustus 1970. Het is bijna kwart over vier. De secondenwijzer staat heel even stil, om te wachten tot de minutenwijzer van de centrale moederklok het signaal krijgt om een stapje verder te springen. Daarna gaat ook de secondenwijzer weer verder. De Schienenbus bestaat uit motorwagen 795 384 en bijwagen 995 563. Tweede foto: Amsterdam Waterlooplein, 25 februari 2004. Een (stilstaande) klok van het GEB.


 

Bunnik, 15 april 1977. Klok van het merk T&N: Telefonbau und Normalzeit Lehner & Co.


 

India, juli 2004. Foto's Karin Spilt.


 

Wernigerode Westerntor, 3 augustus 2004.


Paul Heikens verzamelt gekke bordjes en dergelijke. Zoals deze foto die hij op het Muiderpoortstation in Amsterdam maakte. Let op de klokken: die lopen niet gelijk. Dit kan dus eigenlijk helemaal niet.



Het probleem is inmiddels opgelost. Besloten is om een nieuw uurwerk in te bouwen. (april 2006)




De Meridiaan van de Melkstraat

door Frans de Gooijer

Met de kippen op stok

De torenklokken van stad en land wezen eeuwenlang de plaatselijke zonnetijd aan. Men zette ‘s middags, als de zonnewijzer de hoogste zonnestand aanwees, de klok op 12 uur. Zolang het reizen te voet of per trekschuit ging, gaf dit weinig problemen. In de provincie Holland was tussen de steden en stadjes veel verkeer. Aangezien dit smalle gebied praktisch geheel op dezelfde meridiaan lag, was het onderlinge tijdsverschil gering.

Het verkeer in oostelijke richting kreeg wel met tijdverschillen te maken. De Hamburger Postkoets vermeldde wijselijk alleen de vertrektijd in Naarden. Verder werd alleen de reistijd tussen de steden genoemd, want in Oost-Nederland liepen de klokken al een kwartier voor op West Nederland. De oude primitieve uurwerken waren echter onnauwkeurig, een kwartier meer of minder telde niet. De meeste mensen stonden gelijk op met de zon en gingen kort na zonsondergang naar bed.

Chaotische tijden

De chaos in de tijdsaanduiding begon juist in de meer "moderne" tijd. Nieuw aangelegde straatwegen verhoogden niet alleen de snelheid, maar ook de toename van diligences. Deze "lijndiensten" moesten onderling op elkaar aansluiten. In verschillende almanakken, waarvan de "Enkhuizer" als enige is overgebleven, stonden allerlei tijden. Vermeld werden vertrektijden van trekschuit en diligence, maar ook sluitingstijden van stadspoorten. Naarden sloot vroeg in de avond de poorten en daarmee tevens de straatweg van Amersfoort naar Amsterdam.

De tijdstabellen, die men raadpleegde, waren zeer ingewikkeld. Door de lengtevariatie van de dagen was het tijdsverschil tussen voor- en najaar een half uur. Om die reden werd de meridiaan van iedere stad vermeld in de tabel met de daarbij horende zonnetijd. Het is logisch dat de handelsstad Amsterdam het meest als uitgangspunt diende.

Amsterdam koos daarom in 1832 voor de middelbare tijd. Voortaan werden de stadsklokken maar een keer per jaar gelijk gezet aan de hoogste zonnestand. Als gevolg van het aannemen van een vaste gemiddelde tijd, liepen de uurwerken daar niet meer gelijk met de zonnewijzer. Het was jammer dat niet alle steden dit voorbeeld volgden.

Haarlem hield vast aan de zonnetijd. De klokken van Amsterdam liepen in februari een kwartier voor op Haarlem en in november een kwartier achter. De Gooise gemeenten hebben waarschijnlijk in deze periode de plaatselijke zonnetijd aangehouden, totdat in 1837 de middelbare tijd werd ingevoerd. Dit was echter steeds de plaatselijke tijd, die in het Gooi niet verschilde van de Amsterdamse.

Zoveel hoofden, zoveel zinnen

Met de komst van de telegraaf en de spoorwegen werd eenheid van tijd een noodzaak, deze diensten kozen omstreeks 1860 de Amsterdamse tijd. De overheid liet de tijdsbepaling verder over aan de vrijblijvende beleefdheid van de gemeentebesturen. Veel grote steden bleven vasthouden aan hun "eigen" tijd.

In 1880 voerde Engeland de Greenwich Mean Time in. Frankrijk en België namen deze tijd over onder de naam West Europese tijd. Nederland hield echter vast aan de "Amsterdamsche tijd". De verwarring werd kompleet toen per 1 mei 1892 alle Nederlandse spoorwegmaatschappijen, in verband met de internationale verbindingen, overgingen op de Greenwich tijd.Vanaf dat jaar gebruikte men in Nederland drie soorten tijd:

  1. De Greenwich tijd (West Europese tijd) voor de spoorwegen, post en telegraaf, benevens een aantal gemeenten.
  2. De Amsterdamse tijd, in de hoofdstad en veel andere gemeenten.
  3. De lokale zonnetijd in sommige steden en dorpen met de tramlijnen in die streken.

Iedere Gooise gemeente een eigen tijd

De voor het Gooi zo belangrijke spoorwegen konden dan wel de Greenwichtijd invoeren, niet alle Gooise gemeenten namen die over. Burgemeester en wethouders van Hilversum plaatsten op 7 mei 1892 een bekendmaking in de Gooi en Eemlander met de tekst: "Brengt ter kentnisse, dat de uren van vertrek en aankomst op de onlangs vastgestelde zomerregeling van de Spoorwegen gesteld zijn volgens den Greenwichtijd, welke ongeveer twintig minuten later is dan de Amsterdamsche tijd, waarnaar de Gemeenteklok voorlopig hier geregeld blijft".

Genoemde treinregeling met aankomst en vertrektijden was reeds eerder in de krant afgedrukt, tegelijk met de tijden van de Gooise Stoomtram. Niet duidelijk was welke tijd de tram aanhield. B en W van Bussum zetten in de gemeenteraad uiteen: "Hoe de eigenaardige toestand dezer Gemeente, waar zoovelen dagelijks van den trein gebruik maken, hen genoodzaakt heeft de gemeenteklok in overeenstemming met de spoortijd te brengen".

Als gevolg van de beslissing van B & W van Bussum ontstond in 1892 de "Meridiaan van de Melkstraat". Tijdens het weideseizoen passeerden Bussumse boeren tweemaal daags de Melkstraat. Hun vee liep op de Hilversumse Meent. In principe moesten deze boeren voor ze gingen melken steeds hun zakhorloge gelijk zetten . Op de heen weg 20 minuten achteruit en op de terugweg weer 20 minuten vooruit. Zeer ingewikkeld voor de lokale koddebeier Bromsnor bij het opmaken van een proces verbaal.

Naarden volgde het voorbeeld van Bussum en nam ook de Greenwichtijd aan. Tegen deze verwarrende toestand rees verzet. Allerlei belangengroepen en organisaties protesteerden, zowel bij de overheid als bij de gemeenteraden. Ook plaatsten zij in de krant ingezonden stukken, zoals gericht "Aan de heeren winkeliers in Nederland". In dit stuk werd steun betuigd aan de "Zeer Hoog Geleerde Heer Prof. A.A.W. Hubrecht", die een beweging in het leven had geroepen om de Midden Europese Tijd in te voeren. In het garnizoensstadje Naarden wilden de officieren verandering: "Omdat door de tegenwoordige tijdrekening militairen te laat komen". Een vreemd argument, want verlofgangers moesten op de hoogte zijn van de spoortijd.

Een inwoner van Naarden wilde zelfs in 1899 opnieuw de zonnetijd invoeren, volgens hem hadden alle omliggende gemeenten nog steeds zonnetijd. Welke tijd Huizen, Laren en Blaricum aanhielden is uit de toenmalige Gooi en Eemlander niet op te maken. Naarden voerde in 1902 de Amsterdamse tijd weer in en deze tijd werd per 1 mei 1909 voor heel Nederland bij wet verplicht gesteld. Hiermee eindigde voorlopig de tijd-anarchie.

Zomertijd en de M.E.T.

Het duurde tot 1916 voordat de klok weer verzet moest worden. Om tijdens de Eerste Wereldoorlog energie te sparen werd voor het eerst de zomertijd ingevoerd. Deze bleef bestaan tot 1934, maar door verzet van o.a. agrarische zijde werd deze opgeheven. Ook van streng protestante zijde was steeds geprotesteerd.

In Vinkeveen leidde dat tot komische toestanden. De bevolking aldaar bestond voor ongeveer de helft uit Rooms Katholieken. De Gereformeerden vormden de andere helft en zij accepteerden de zomertijd niet. Zij hielden zich aan de door de Schepper ingestelde tijd en hun torenklok gaf die aan. De torenklok van de R.K. kerk stond ingesteld op de zomertijd, zodat om 9 uur de Roomse kinderen naar hun school gingen. Voor de Gereformeerde jeugd was het dan 8 uur, hun school begon een uur later. Om 4 uur zomertijd ging de R.K. school uit, maar in plaats van naar huis te gaan liep een groepje naar de Gereformeerde school. De leerkrachten en leerlingen begon men te "jennen" door voor de ramen luidkeels te joelen. Een ander probleem was de "schafttijd". In die periode werd op het platteland om 12 uur "warm" gegeten. De meeste "bazen" hielden zich aan de zomertijd, zodat vaders soms noodgedwongen de middagpauze van hun kinderen een uur vervroegde, door ze van de Bijbelschool op te halen.

Nederland handhaafde de Amsterdamse tijd totdat de Duitse bezetter, direct na de inval, op 16 mei 1940 het bevel gaf om in de komende nacht de klokken 1 uur plus 40 minuten vooruit te zetten. Hierdoor werd zowel de Midden Europese tijd (M.E.T.) als de zomertijd ingevoerd. Dit keer durfde niemand te protesteren, sommige kranten reageerden positief. Het Algemeen Handelsblad schreef:

"Toegejuicht wordt algemeen het verzetten van de klokken. De Amsterdammers behoeven thans niet meer den heelen avond in hun verduisterde woningen rondom een matig lichtje bijeen te schuilen, want naar gisteravond is gebleken blijft het thans licht tot ongeveer kwart voor tien. Dus hebben veelen het zoo ingericht, tegen het vallen van de duisternis naar bed te gaan en vanochtend wat vroeger dan voorheen op te staan. Trouwens, nu de bioscopen voorlopig alleen de eerste avondvoorstelling geven heeft een groot deel van de bevolking geen reden om laat thuis te komen".

Na de bevrijding bleef de Midden Europese tijd gehandhaafd, de zomertijd werd in 1950 afgeschaft. Aangezet door de energiecrisis in 1973/1974 is in de daarop volgende jaren in vrijwel heel Europa de zomertijd weer ingevoerd. In Nederland geschiedde dit voor het eerst weer in 1977.

Bronnen

  • De eenwording van Nederland. Hans Knippenberg & Ben de Pater. Nijmegen, SUN 1988.
  • Notulen gemeenteraad Naarden, 1893 t/m 1908. NAN 49 T/M 52.
  • De zon als klok. Zonnewijzers. Door J.A.F. de Rijk. Uitgegeven bij gelegenheid van de voorjaarsmanifestatie "Zonnewijzers in Utrecht" 1983, door De Zonnewijzerskring, Utrechts Universiteitsmuseum.
  • 25 eeuwen tijdmeting. Door Ernst, Bruno (pseud.v. J.A.F. de Rijk) Aramith Uitgevers - Amsterdam, 1988. (Een groot deel van de tekst is overgenomen van "De zon als klok" van dezelfde schrijver.)
  • Gooi- en Eemlander. Jaargang 1892 t/m 1909.
  • Zomertijd. AO-boekje 1974.

Frans de Gooijer, november 2003. Dit artikel is geschreven voor het tijdschrift van de Historische Kring van Bussum.

Ook van de hand van Frans: de damescoupé.



FLASH_PLAYER

Utrecht Maliebaan, 9 juni 1973. De spoortijd in het Spoorwegmuseum.


(Stilstaande) stationsklok in het Spoorwegmuseum, 10 augustus 2006. Let op de fraaie ligatuur in het woord Spoorwegen: de twee in elkaar geschoven letters O.


Haarlem, 12 november 2009. Luidspreker met het oude Philips-logo. Daaronder een stationsklok van het merk T&N: Telefonbau und Normalzeit Lehner & Co.


Utrecht, 16 december 2009. Bij de firma Kwartier in Utrecht kopen wij altijd onze designspulletjes. In de etalage zag ik deze enorme dubbelzijdige klok van het merk Bürk, de Rolls Royce onder de stationsklokken. Helemaal gereviseerd, met nieuwe pulsgever, voor slechts 3250 euro. We denken er nog even over na. Bij Kwartier zijn ook kleinere oude klokken te koop, allemaal verschillend, allemaal werkend.


Mijn klokjes en horloges

Summerau, 23 augustus 1973 (inzet 2004). Een goed horloge is onmisbaar voor de serieuze treinspotter. Ik zit langs de spoorlijn naar Linz. Het is 8 over 1, of preciezer gezegd 13:08 uur. Om mijn pols zit een 24-uurshorloge, dat ik een jaar eerder voor mijn 21e verjaardag kreeg. De kleine wijzer loopt half zo snel als bij normale horloges. Om de wijzerplaat zit verder een verstelbare ring, waarmee je de tijd kunt aangeven als je je in een andere tijdzone bevindt. Dit soort horloges zou door piloten worden gebruikt. Merk Tissot (Zwitserland), type Navigator Automatic PR-516, mechanisch uurwerk, automatisch opwindmechanisme.


 

In 1996 ben ik gestopt met roken (ik rookte 10 wilde havanna's per dag). Het geld dat ik hier hiermee uitspaarde hield ik apart, totdat ik genoeg had om dit vestzakhorloge te kopen. Merk Mondaine, batterijuurwerk, model Zwitserse stationsklok. Van dit klokje bestaan diverse andere uitvoeringen, waaronder ook een staand model. Het klokje op de tweede foto is daarvan een imitatie, die ik in 2001 van mijn dochter Karin cadeau kreeg voor mijn verjaardag.


Klokje dat reminisceert aan het soort vestzakhorloge dat machinisten en andere spoorwegbeambten vroeger gebruikten. In 2004 gekocht op het Waterlooplein. Kitsch, quartz-uurwerk. Ik kreeg dit op 28 april 2004 voor mijn verjaardag.


 

De wekker die mij 's ochtends met stoomtreingeluiden wakker maakt. Links een blik handgestookte stoom, in 1994 gekocht in het Spoorwegmuseum. Op de rechterfoto een Intercityklokje, in de uitverkoop gekocht toen de Spoorwinkel in de hal van Utrecht CS ging sluiten.


De man met de twee horloges

  

Bastiaan Bommeljé, hoofdredacteur van Hollands Maandblad, komt nooit te laat op afspraken.
Bron: NRC Handelsblad, 5 maart 2011. Marina's Blog, 16 juni 2008. Vrij Nederland, 9 januari 2009.


Houten, 31 maart 2012. Piet Jansen verkoopt bijzondere klokken, waarbij hij onder andere gebruik maakt van foto's uit mijn collectie. Hij levert ook maatwerk op verzoek van bedrijven. Je komt hem regelmatig tegen op beurzen, maar mailen kan ook: noyon@hetnet.nl.


Zie ook:




vorige       start       omhoog