Trein & plant


Zaandam, 22 mei 1967. Loc 2530 met de sproeitrein, bestaande uit drie ketelwagens met gif en twee begeleidingswagens. De sproei-installatie werd tijdens de rit bediend vanuit een hokje aan de voorkant van de loc. De foto's zijn gemaakt aan de zuidkant van het station, bij en vanaf het seinhuis dat bij de overweg stond. In de achtergrond het grote onderstation. Foto's Gert van Dam.


Zwolle, 28 april 1973. Loc 2530, inmiddels geel/grijs, met de sproeitrein. Deze loc had als enige van haar serie een cabine met grote ramen en een wat lagere huif rond de apparatuur, waardoor de machinist een veel beter zicht had op de baan. Deze loc werd daarom vaak ingezet het trekken van de sproeitrein. In zo'n geval werd op de omloop van de loc een huisje gezet voor de bediening van de sproei-installatie.


Rotterdam, 14 juli 1973. Treinstellen 425 en 513 wachten op hun volgende dienst. Rechts in beeld loc 2530.


Hilversum, 14 augustus 1973. Locomotor 281 in actie met een kleine sproeitrein.


Bunnik, 12 september 1989. De sproeitrein in actie met locs 2482 en 2530. Foto collectie Nico Spilt.


Aachen Hbf, 15 juli 1997. Treinstel 171 vertrekt naar Heerlen.


Driebergen, 1 mei 2005. Witte ICE 4610 tussen de witte bloemetjes.


Hilversum, 16 mei 2005. Is het goedkope verf, of is het milieuvriendelijke verf? In elk geval is het verf die binnen een paar jaar van rood in roze verandert. Het homovriendelijke kleurtje van loc 6513 krijgt nog een extra accent door de roze bloemetjes die tussen het spoor zijn opgeschoten. Waar is de sproeitrein gebleven...?


Hans Hartemink fotografeerde op 29 juli 2005 deze hooitrein op de Zugspitzbahn tussen Grainau en Hammersbach. De foto is gemaakt rond half acht 's avonds, na de laatste reguliere trein. Het treintje kwam langs om het langs de baan opgetaste hooi op te laden. Dit trok nogal de aandacht van wachtende automobilisten, want de overweg was lange tijd gesloten zonder dat er een trein passeerde. De Zugspitzbahn ligt in Beieren en wordt bereden door elektrische treinstellen.


Elst, 1 augustus 2005. Bertus Kers was met ACTS-loc 5814 in de weer tijdens werkzaamheden.


Leasebakken

Leasebakken op Utrecht Centraal (13 juli 2004) en bij het Spoorwegmuseum (14 juli 2005). Vroeger waren er wedstrijden: welke stationschef heeft het mooiste station? Menig vrij uurtje besteedde men aan het opfleuren van perrons en gebouwen. Tegenwoordig besteed je zulke dingen gewoon uit aan een bedrijf dat plantenbakken verhuurt en verzorgt. Deze leasebakken zie je niet alleen op stations maar ook in winkelstraten en andere openbare ruimten. Wel allemaal een beetje hetzelfde, die gerania's (voor de kenner: het zijn pelagonia's).


Essen (B), 27 augustus 2007. In verband met mijn dynamische beroep moest ik weer eens in Brussel zijn. Op de heenweg heb ik vanaf Rotterdam de Thalys genomen. Tijdwinst een half uur, toeslag bij de conducteur 18 euro. Ze komen niet met koffie langs, zoals in de Beneluxtreinen. Tenminste, als de Beneluxtrein niet uitvalt. Op de terugweg had ik wat meer tijd, en ben ik vanaf Brussel met de boemel naar Essen gereisd, om daar een uurtje op het perron rond te hangen.


VSM-lijn, 11 mei 2006. Dolf Dijkstra op loc 2299, met daarachter twee Duitse goederenwagens en de wagen van een vroegere NS-sproeitrein. Foto's Rick Dijkstra.


Langbroek, Ridderhofstad Hindersteyn, 6 september 2009. Een pergola, steunend op vier gietijzeren corintische zuilen afkomstig van Utrecht CS. Dit soort zuilen is hier nog steeds te zien. De moestuin van dit landgoed wordt begrensd door een smeedijzeren hekwerk uit circa 1890, afkomstig van een Belgisch spoorwegemplacement. www.hindersteyn.nl


Zakje spoorbermzaad, met bijzondere bloemen uit de Nederlandse spoorbermen. Van het resultaat heb ik helaas geen foto's. Erg spectaculair was het niet, begreep ik van de persoon die bij ons verantwoordelijk is voor het tuingebeuren.


Op 20 maart 2012 werd het vernieuwde station Amsterdam Zuid in gebruik genomen. Passanten kregen dit pakje zaad in handen gedrukt.


4200 jaar oud graf vol bloemen onder Hanzelijn

Archeologen van ProRail blijken een spectaculaire vondst te hebben gedaan tijdens de aanleg van de Hanzelijn. Bij Hattemerbroek is een ruim 4200 jaar oud graf ontdekt dat bij de begrafenis gevuld is met de bloemen van de Moerasspirea. Er zijn ook pollen ontdekt die sterk op Cannabis Sativa lijken, bekend van gebruik in nederwiet. De Hanzelijn verbindt zo niet alleen de Randstad en Noord- en Noordoost-Nederland, maar ook verleden met toekomst.

Bij nieuwbouw van spoor en stations helpen ProRail-archeologen historische vondsten voor komende generaties te bewaren. Door zelf speurwerk te initiëren, is de kans bovendien kleiner dat een bouwproject door een vondst ineens stilgelegd moet worden.

Ontdekking
ProRail maakt de vondst vandaag bekend, nu een boek over het archeologisch onderzoek rond de Hanzelijn beschikbaar is gekomen. Het boek is overhandigd aan de archeoloog van de regio Noord-Veluwe en is tot stand gekomen met hulp van Vestigia bv en Archol/ADC. Het graf is ruim vijf jaar geleden in de omgeving van Hattemerbroek aangetroffen en is sinds die tijd bestudeerd wat nu tot het boek van ruim 650 pagina's heeft geleid. Zo moest onder andere onderzoek gedaan worden naar de datering van de materialen en de bloempollen. De Hanzelijn komt bij Hattemerbroek samen met de spoorlijn Zwolle-Amersfoort. In die omgeving is sindsdien grootschalig spoorwerk verricht zoals de bouw van een viaduct over de A28, een fly-over en een dive-under.

Graven
In Hattemerbroek zijn in totaal twee prehistorische graven gevonden in het kader van de bouw van het spoortraject. Het eerste graf stamt uit de zogenaamde Enkelgrafcultuur en dateert vermoedelijk uit circa 2800-2400 v. Chr. aangezien er een beker gevonden is uit die tijd. Gedacht wordt aan een kindgraf aangezien het een vlakgraf is en de beker klein van omvang.

Nederwiet
Het tweede graf biedt een uniek kijkje in de relaties van de steentijdmens. Het graf is met zeer veel zorg omkleed en moet een gedenkwaardige begrafenis zijn geweest. Het draagt kenmerken van de Klokbekercultuur en dateert daarom waarschijnlijk uit de periode 2459-2203 v. Chr. De overledene is begraven in een kuil waarvan de randen zijn afgezet met houten planken. Op de bodem van de kuil heeft waarschijnlijk een rieten mat gelegen waarop de bloemen van moerasspirea zijn gelegd. Gezien de hoeveelheid pollen in de kuil moeten dit veel bloemen zijn geweest en verondersteld mag worden dat de bodem daar geheel mee bedekt was.

Naast de bloemen van de moerasspirea zijn in het graf ook pollen aangetroffen die sterk lijken op hennep (Cannabis Sativa). Archeologen houden een slag om de arm aangezien het de eerste henneppollen in Nederland zouden zijn. Aan beide planten wordt een geneeskrachtige werking toegeschreven. Moerasspirea werkt koortsverlagend en Cannabis (medicinaal) wordt tegenwoordig onder andere gebruikt bij chronische pijn. De vraag is dan ook of de persoon in het graf overleden is als gevolg van ziekte. Aangezien in het graf ook pollen van gerst en/of tarwe zijn aangetroffen, is het ook mogelijk dat de aangetroffen planten als voedsel aan de overledene waren meegegeven.

Sieraden
Er zijn daarnaast barnstenen voorwerpen gevonden (kralen, knopen en hangers) die mogelijk deel uitmaakten van enkele sierraden. Elf stukken die bij het hoofd lagen worden geassocieerd met een hoofddeksel, aangezien de kralen parallel lagen aan elkaar. Drie stuks barnsteen rond het middel maakten mogelijk deel uit van een gordel of riem en verder lagen in het graf een mesje van vuursteen en twee zogeheten klokbekers.

Archeologie van de Hanzelijn
De Hanzelijn is aangelegd in een deel van Nederland waarvan vanuit archeologisch optiek weinig over bekend was. Het archeologisch onderzoek dat heeft plaatsgevonden heeft een doorsnede van de landschappelijke ontwikkeling gedurende een periode van 11.000 jaar kunnen geven, vanaf het Mesolithicum (midden-steentijd; 8800-7100) tot aan het heden.

Steentijd-industrie
In de Hanzelijn zijn zowel in Flevoland als in Hattemerbroek aanwijzingen aangetroffen van iets dat in de archeologie “special activity sites” wordt genoemd. Het betreft hier vindplaatsen die zich kenmerken doordat er slechts één of enkele activiteiten plaatsvinden, in dit geval het vervaardigen van pek of teer uit dennenhout of berkenbast en mogelijk berkenteerolie. Er zijn namelijk resten van potten gevonden die voor de vervaardiging kunnen worden gebruikt.

Lijm
De veronderstelling is dat in de omgeving van Dronten en Hattemerbroek teer of pek in de steentijd is gemaakt en gebruikt als universele lijm. Het kan bijvoorbeeld gebruikt worden om stenen onderdelen te verlijmen op een houten of benen ondergrond (pijlschachten, bijlstelen e.d. zie vindplaats Tlokowo, Polen). Daarnaast werd het hoogstwaarschijnlijk gebruikt om objecten waterdicht te maken, zoals kleding, schoeisel, vaartuigen, waterputten e.d. (zie vindplaats Erkelenz-Kuckhoven, Duitsland). Daarnaast is het mogelijk om de duurzaamheid van vis- en of jachtnetten te verlengen. Een essentieel materiaal dus dat bijdraagt in de zorg voor primaire levensbehoeften (water, voedsel, onderdak, kleding en medische hulp).

Persbericht ProRail, 10 april 2012


Bunnik, 30 december 2011. De Van der Mark shit group is bezig met het herstructuren van volkstuintjes langs het spoor.


Amsterdam Muiderpoort, juli 2014. Een portable tuintje van ProRail. Er groeit zelfs een boompje. Foto Thonis van der Weel.


Eetbare planten langs het spoor

Franse boontjes van de spoorwachtersvrouw. Een recept van Alma Huisken uit haar boek "Groentje in de moestuin". Afgedrukt in een scheurkalender uit 2013. Ze heeft zich tot dit recept laten inspireren tijdens een verblijf in een Frans spoorwachtershuis, waar negen keer per dag een trein op twee meter van haar tuinstoel voorbij reed. Bij zo'n huisje hoort een stuk grond waarop genoeg ruimte is voor bedden haricots, een toom kippen en een konijn. www.almahuisken.nl


Met de trein naar de bollen

Van een oude vriend kreeg ik het speldje links op deze foto. De twee speldjes rechts zijn uit de collectie van Lennart Visser. Deze tulpenspeldjes werden in de jaren 60 en 70 gedragen door reisleiders van de NS. Deze kregen groepen toeristen mee om hen met de trein naar allerlei steden en attracties mee te nemen. Onder andere de Keukenhof, maar ook Amsterdam, Spido-rondvaarten in de Rotterdamse haven etc. Er bestaan ook versies met een rode tulp.


Spoorwegen, toevluchtspoord voor plant en dier. Door A. Koster. Stichting Uitgeverij Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging (KNNV), 1991. ISBN 9050110452.

Arie Koster heeft tien jaar lang beroepshalve studie kunnen maken van de natuur langs het spoor. Het is niet overdreven om van "natuur" langs het spoor te spreken. Uit dit boek blijkt dat die natuur flink meetelt als het om waardevolle soorten en vegetaties gaat. Daarom zijn ook beschermende maatregelen nodig. De Nederlandse Spoorwegen werken hier ook aan mee.

Zie ook het thema Trein & dier.




vorige       start       omhoog