Ongepubliceerd werk

Niet al mijn ingezonden brieven halen de krant. Dat kan ook niet. Maar ik kan ze wel op mijn site zetten natuurlijk. Alleen klopt dan de titel van dit thema niet meer: als je iets publiceert, kun je het geen ongepubliceerd werk meer noemen.

Ook staan hieronder brieven die oorspronkelijk niet voor publicatie waren bestemd, alsmede enige taalgedachten.




Opa aan de leesbril

In NRC Handelsblad van 23 juli 1997 trof ik een déjà vu aan dat mij nog helder voor ogen staat. Net als Nicolaas Matsier heb ik onlangs de gang naar de opticien gemaakt. Bij het werk op de korte afstand - kranten, boeken - lieten de ogen het in toenemende mate afweten. Ook had mijn bril een van zijn neus-vleugeltjes verloren, maar dat leverde weinig hinder op. Wat de heer Matsier beschrijft als dubbelfocus, wordt doorgaans verkocht onder veelbelovende namen als variofocus. De brandpuntsafstand hangt daarbij af van de positie van je oog ten opzichte van het glas. Het gevolg is dat de nek- en oogspieren constant aan het werk zijn, op zoek naar net dat ene plekje met een scherp beeld. Miljoenen mensen schijnen daar geen probleem mee te hebben, maar ik werd er stapelgek van. Gelukkig kon ik met mijn opticien een deal maken: ik hoefde alleen het prijsverschil te betalen tussen de variofocus-glazen en de echte dubbelfocus-glazen die ook nog steeds te koop zijn. Dat zijn van die glazen met een apart leesraampje onderin. Opa is aan de leesbril, dat valt niet meer te verbergen. Ook blijkt voor sommige klussen de monobril handiger te zijn. De mijne heeft nu trouwens weer twee neus-vleugeltjes: gratis service van de opticien. (23 juli 1997)

Onhandige columnisten

Een maand geleden stuurde ik NRC Handelsblad een brief naar aanleiding van een column van Nicolaas Matsier. Die beschreef daarin zijn ervaringen met een door hem aangeschafte nieuwe bril. Hij dacht dat daarin dubbelfocus-glazen zaten, maar uit zijn verhaal maakte ik op dat het om variofocus-glazen ging. Inderdaad zijn dat glazen om gek van te worden, vandaar mijn advies om ze bij de opticien om te wisselen voor echte dubbelfocus. Dat zijn van die glazen met een apart leesgedeelte onderin. Mijn brief is niet geplaatst, met als gevolg dat Nicolaas Matsier waarschijnlijk nooit meer toekomt aan het schrijven van boeken. Of dat erg is weet ik niet. Ik weet ook niet of het erg is dat Henk van Gelder nooit meer vanuit een telefooncel kan opbellen. Die beschrijft in de krant van 1 september 1997 hoe hij steeds vaker toestellen aantreft waarin de gleuf voor de telefoonkaart ontbreekt. Ik geef toe dat de communicatie van de PTT te wensen overlaat, maar telefoonkaarten kun je nog steeds gewoon gebruiken in Nederlandse (en zelfs in Duitse) telefooncellen. Je gebruikt daarvoor de gleuf die rechts naast de toetsen zit. Het is even experimenteren, want zo’n kaart kan er op drie manieren verkeerd in. Het beleid van NRC Handelsblad begrijp ik overigens wel: een stukje van een onhandige columnist leest nu eenmaal lekkerder weg dan een serieuze ingezonden brief. (1 september 1997)




Brief aan de ideeënbus (Do888) van NS

In de eindcoupés van treinstellen hangen kastjes met hamertjes, waarmee in geval van nood ruiten ingeslagen kunnen worden. Of liever gezegd: meestal hangt er een kastje waarin ooit een hamertje heeft gezeten. Ze worden dus ontvreemd. Dat is zonde van het geld, en het kan bovendien in extreme gevallen tot uitgebrande reizigers leiden.

Volgens mij is er een eenvoudige oplossing voor dit probleem: combineer het hamertje met de noodrem, zodanig dat het hamertje alleen gepakt kan worden nadat er aan de noodremhandel getrokken is. Dat zou bijvoorbeeld kunnen gebeuren door het stangetje van de noodremhandel te vervangen door een exemplaar met een inkeping waarin het hamertje geklemd kan worden. Die inkeping wordt dan, als de noodrem zich in de normale positie bevindt, afgedekt door een metalen plaatje. Er is vast wel een handige metaalbewerker die zoiets kan maken.

Ik werk niet bij de NS, maar laat u zich er niet van weerhouden om mij te gedenken als bovenbeschreven idee u wat lijkt.

Brief van 7 december 1988. Ik kreeg een vriendelijke brief terug waarin stond dat mijn idee niet zou worden uitgevoerd. Inmiddels zijn de noodhamertjes nog veel zeldzamer geworden. Do888 staat voor Dienstorder nummer 888, waarmee de NS-directie de ideeënbus van start liet gaan. Zie ook het thema Veiligheid.



Frenzy

In de film Frenzy van Hitchcock, die de KRO vorige week maandag uitzond, is niet alleen de centrale verkrachtings- en wurgscene ernstig verminkt, zoals de Volkskrant schreef in Dag In Dag Uit van 16 augustus. Ook in het begin van de film is flink het mes gezet, namelijk het onderdeel waarin een slechts in stropdas gehulde dame op de Theems ronddobbert. In een moeite door heeft men daarbij de handtekening van de master of suspense - de scene waarin Hitchcock zelf een paar seconden in beeld komt - eruit gesloopt; misschien omdat de betreffende censor zich toch een beetje voor zijn schanddaden schaamde. Verder is er bijna niets overgebleven van de scene waarin de moordenaar wanhopige pogingen doet zijn dasspeld los te peuteren uit de hand van een inmiddels stijf geworden lijk. Ik geef toe: niet direct beelden waarbij je rustig een zak chips leeg vreet. Ik kan me dan ook wel voorstellen dat de KRO - wanhopig op zoek naar een nieuwe katholieke identiteit - zijn kijkertjes een beetje in bescherming wil nemen, maar zend zo'n film dan helemaal niet uit!

Niet-gepubliceerde brief, 20 augustus 1990. Ik heb een reactie van de KRO gekregen, maar die zit ergens in een doos. Zie ook het thema Speelfilms.



Aan de sociaaleconomische redactie van de Volkskrant

Deskundigen mogen graag deuren intrappen waarvan de oplettende leek allang weet dat die wagenwijd openstaan. Dat de sociaal-economische pagina’s van de Volkskrant slecht scoren in een onderzoek voor het tijdschrift Economisch Statistische Berichten, verbaast mij dan ook niet. Hoogstens verbaast het mij dat de Volkskrant in dit onderzoek op de laatste plaats komt, dus zelfs nog na het het Rotterdamse sufferdje, het Algemeen Dagblad. Volkskrant-redacteur Kalshoven geeft als een van de oorzaken aan, dat de arbeidsmarkt in de journalistiek star is, waardoor een “verfrissende overstap” naar een andere krant zeldzaam is. Met andere woorden: het is voor de Volkskrant lastig om kneusjes in te wisselen voor betere exemplaren. Een alternatief is misschien om als krant zelf iets aan scholing te doen, maar dan moeten de betrokken redacteuren dat wel zelf willen. Hoe open zij staan voor opbouwende kritiek heb ik een paar keer ondervonden, toen ik in een welwillende bui een brief stuurde. Zo heb ik weleens uitgelegd dat een daalder toch iets anders is dan een rijksdaalder. Ook heb ik begin van dit jaar gewezen op een aantal lelijke fouten in een bijlage die aan de chipknip was gewijd. Op beide brieven is niet gereageerd, maar desalniettemin graag gedaan. Ga maar gewoon door met het schrijven van boeiende stukjes over “verloofdes” die op Kreta hun pinpas niet konden gebruiken, of over regeringen die subsidies moeten “ophoesten”. Ik lees ze niet. Ik lees NRC Handelsblad.

Brief van 1 september 1997, uiteraard niet geplaatst. Kort hierna heb ik mijn abonnement op de Volkskrant opgezegd.



Kerstverhalen

In Zaterdags Peil van 23 december stonden enkele kerstverhalen van lezers afgedrukt. Daaronder een brief van A. ten Berge-Bolte, waarin zij het verhaal vertelt van een poes die was doodgegaan na het eten van een vissalade. Korte samenvatting van het vervolg: iedereen snel naar het ziekenhuis om maag te laten leegpompen, volgende dag vertelt buurman dat hij de kat heeft doodgereden, ergo met die salade was niks aan de hand. Het is duidelijk dat de redactie haar klassieken niet kent: dit is een wel zeer oudbakken broodje aap. Ik ga ook eens met uw wedstrijden meedoen; met de werkjes van Ethel Portnoy bij de hand is een boekenbon snel gewonnen!

Fax aan de redactie van Zaterdags Peil van NRC Handelsblad, 4 januari 1996. Niet gepubliceerd. De redactie koos voor reacties van anderen.




Wij verstaan geen Nederlands

In augustus 2002 hadden we een huisje gehuurd in de Ardennen. Met de trein er naartoe, overstappen in Luik.

Op het station van Luik wilde ik op de terugreis een spoorboekje kopen. In mijn beste Frans probeerde ik mijn bedoeling duidelijk te maken aan een Waalse loketbediende. Die begreep me zogenaamd niet. Hij wees naar een ander loket, waarachter niemand te zien was.

Ook elders in deze streek kwamen we mensen tegen die ons als een idioot behandelden omdat we geen goed Frans spraken. Althans wat Walen als goed Frans beschouwen, want daar is ook nog wel wat op aan te merken.

Onze Nederlandse euro's werden overigens wel geaccepteerd.



Die schöne blaue Danube-rivier

(Popfestival) Sziget speelde zich ook dit weekend af op een boomrijk eiland in de Danube-rivier. Met de boot vanaf het centrum van Boedapest vaar je zo in een half uurtje een andere wereld binnen.

Citaat uit gratis kwaliteitskrant De Pers van 18 augustus 2008. Ik mailde de redactie: "Misschien een leuk weetje: de Danube-rivier wordt ook wel de Donau genoemd." Daar hoor je dan natuurlijk niks meer van.


Ophoesten

Als treinreiziger overkomt het me weleens dat ik in een Spits of een Metro zit te bladeren. Ik hou dat nooit lang vol. Het ergste is het taalgebruik. Het wemelt van de gemeenplaatsen, de beeldspraak, de woordspelerige koppen, de tot het bot versleten cliché’s. Ambassadeurs worden “op het matje” geroepen, ministers worden “op de vingers getikt”, het wordt hoog tijd dat de “beurswaakhond” ingrijpt.

Wat is het een verademing om ‘s avonds NRC Handelsblad open te slaan. Maar helaas is ook deze krant niet ongevoelig voor het beeldspraakvirus. Op vrijdag 29 mei lees ik op de voorpagina dat het Engelse parlementaire systeem “op de schop” moet. Ik kan me dan niet meer op de inhoud van het artikel concentreren, want mijn hersens gaan aan de slag om te bedenken hoe dat in het Engels zou klinken: “to take something on the shovel”?

Het ergste woord vind ik ophoesten, in de zin van “geld ophoesten”. Als ik die uitdrukking tegenkom, kan ik de rest van het artikel niet meer lezen. In dezelfde krant werd dit woord gebruikt in het hoofdredactionele commentaar. Dat commentaar wordt niet door de jongste bediende geschreven. Maar waarom dan toch dat woord? Bij ophoesten moet ik denken aan mensen met longkanker die bloed ophoesten. Misschien was het commentaar verder wel heel erg goed, maar ik weet niet eens meer wat het onderwerp was.

N.B. Als u reageert, wilt u dan niet met de dooddoener komen dat “ophoesten”, in de zin van “geld ophoesten”, in de Van Dale staat? Dat deed Ewoud Sanders een paar jaar geleden al, toen ik hem mailde over het gebruik van dat woord in zijn taal(!)rubriek.

Brief aan de redactie van NRC Handelsblad, 31 mei 2009 (niet door de krant gepubliceerd)



Enkelvoud, meervoud, meerfout

Biel > biels > bielzen (spoormannen noemen dit dwarsliggers)

Baak > baken > bakens

Ei > eier > eieren (in het Duits is het meervoud nog steeds Eier)

Schoe > schoen > schoenen (vergelijk het Engelse shoe)

Meervoud ontwikkelt zich tot enkelvoud: medium > media > de media heeft het gedaan.

Merkwaardig meervoud: cafetaria. "In dit cafetarium heb ik een lekkere tosto gegeten. Daarna dronk ik nog twee espressi."


Managementspeak

Veel managers doen werk waarvan niemand wist dat het nodig was. Daarom moeten zij extra hun best doen om onmisbaar te lijken. De gemakkelijkste manier om dat te doen, is door de medewerkers te hypnotiseren met wollige taal. De kretologiemixer is het lievelingsinstrument van de manager. Hiermee kun je bijvoorbeeld deze nietszeggende zin maken: “Met de geïntegreerde prognose van deze communicatiemethode kunnen we concrete oplossingen implementeren”. Wat het ook goed doet is het spreken van Nederengels: het gebruik van Engelse woorden waarvoor ook begrijpelijke Nederlandse alternatieven zijn. Bijvoorbeeld commitment in plaats van betrokkenheid, of stakeholder in plaats van belanghebbende. En zo zijn er meer technieken om veel te zeggen zonder iets te zeggen.

Dit stukje schreef ik in juli 2011 op verzoek van de redactie van een personeelsblad. Niet geplaatst omdat de bazen ook meelezen...




Echte taalgeleerden

Spelling is te belangrijk om aan taalgeleerden over te laten. Dat hebben we gezien aan de malle regels uit 1996, die in 2006 nog een keer zijn aangepast. Maar dit gesleutel is niets vergeleken met de spelling die anderhalve eeuw eerder door twee heren in elkaar was gefabriekt. Hun Spelling-De Vries en Te Winkel is van kracht geweest van 1865 tot 1934. Toen werd een vereenvoudigde Spelling-Marchant ingevoerd, die in 1947 nogmaals werd aangepast. Uit die tijd stamt ook het Groene Boekje, dat tegenwoordig een alternatief heeft: het Witte Boekje. Uw webmeester spelt meestal uit zijn hoofd, maar raadpleegt bij twijfel dat boekje.

De Vries en Te Winkel gingen bij het vaststellen van de spelling van ieder woord de oorsprong ervan na. Als echte taalgeleerden vonden ze dat interessant en ze vonden het zo prettig en nuttig, dat iedereen aan de spelling van een woord dadelijk kon zien, waar het vandaan kwam. In het bijzonder voor de spelling e - ee, o - oo onderzochten zij voor elk geval, hoe de toestand was in het Oudgermaans. Had het woord in het Oudgermaans een diftong (tweeklank), dan moest het met ee of oo worden geschreven, had het een enkele vocaal (klinker), dan schreven zij één e of één o voor.

Eigenlijk was het dus zo, dat alle Nederlanders, ook de kinderen op de lagere school, eerst Oudgermaans zouden moeten leren om te weten, of zij e of ee, o of oo moesten schrijven. Dat was natuurlijk wel bezwaarlijk. Daarom kwam Te Winkel in zijn boek over de spelling zijn landgenoten tegemoet door niet minder dan 25 regels met uitzonderingen te geven alleen voor de e- en o-spelling. Als je die maar leerde, dan schoot je al mooi op. En 70 jaar lang hebben jong en oud deze regels geleerd.

Teneinde het schriftelijk uitdrukken van de gedachten tot een geestelijke sport van waarlijk hoge orde te maken, hadden De Vries en Te Winkel nog iets anders bedacht. Wie zijn gedachten op papier wilde zetten, kon niet volstaan met zich te richten naar het beschaafde taalgebruik, met zich te verlaten op zijn taalgevoel. Neen, hij moest niet alleen in staat zijn iedere zin in zijn zinsdelen te ontleden en de naamval van de zelfstandige naamwoorden te bepalen, maar hij diende ook het "geslacht" van ieder zelfstandig naamwoord te kennen. De Vries en Te Winkel hadden namelijk aan ieder znw. een "geslacht" toegekend, zodat ieder woord mannelijk, vrouwelijk of onzijdig was.

Natuurlijk was er ook veel verzet tegen de Spelling-De Vries en Te Winkel en het is dan ook verwonderlijk, dat deze spelling, die te geleerd en te kunstmatig was voor de dagelijkse praktijk en onnodig moeilijk door haar spitsvondige onderscheidingen, zich van 1865 tot 1934 heeft kunnen handhaven. Het grootste verzet kwam van de door Dr. R.A. Kollewijn in 1897 opgerichte "Vereniging tot vereenvoudiging van onze spelling". Eerst in 1934, tijdens het bewind van Minister Marchant, werd een vereenvoudigde spelling — de z.g. Spelling-Marchant — ingevoerd, welke heel veel van de door Kollewijn opgestelde punten had overgenomen. Zij was dus een compromis tussen de Spelling-Kollewijn en de Spelling-De Vries en Te Winkel.

In 1946 is in België een nieuwe spelling ingevoerd en bij de Wet van 14 februari 1947 werd deze ook in Nederland voorgeschreven. Het is de compromisspelling van 1934, maar met een belangrijke verbetering: volgens regel 5 mag de naamvals-n bij lidwoorden enz. worden weggelaten.

De cursieve passages zijn overgenomen uit het boekje "De Nieuwe Spelling. Een overzicht van alle spelling­moeilijk­heden" door G.J. van der Keuken. 32e druk, 1959.

Lees ook over begrijpelijke taal.



Dieseloefeningen. Met dieselvaart de werkwoordvormen door. Veel oefenstof in weinig tijd. Concentratie van aandacht. Snelle correctie. Samengesteld door J.H. Veenkamp, hoofd ener school te Amersfoort. Dijkstra's Uitgeverij Zeist N.V. Een boekje uit de tijd dat de d's, de t's en de dt's er nog in werden gestampt. De eerste druk stamt uit de tijd dat de nieuwe diesels de aandacht van het publiek trokken. Er bestond toen zelfs een wasmiddel met de naam Diesel. Ik bezit de 42e druk, waarin de "nieuwe spelling" uit 1947 wordt aangehouden. Ik bezit ook een correctieboekje, waarin de antwoorden staan, en het boekje "Kleine dieseloefeningen", bestemd voor de middelklassen (nu: groep 5/6).


Met hoed op achter het stuur

Waarom zou je in de auto je hoed ophouden? Dat vroeg ik me een halve eeuw geleden weleens af. Dat was in de tijd dat Nederlandse vrouwen nog met hoofddoekjes liepen en dat mannen bijna altijd een hoed droegen. Behalve arbeiders, die droegen altijd een pet of alpino.

Arbeiders konden toen nog geen auto betalen, alleen mannen met hoeden konden dat. En die hielden hun hoed dus op als ze achter het stuur zaten. Waarom ze dat deden begreep ik niet. Auto’s hadden toch niet voor niets een hoedenplank waar je je hoed op kon leggen? Voor je handschoenen had je trouwens een handig handschoenenkastje. Misschien had het iets met veiligheid te maken. Autogordels bestonden nog niet, net zo min als veiligheidsglas. Bij een botsing was je met je hoed toch een klein beetje beschermd.

De mannen met hoed op achter het stuur zijn allemaal uitgestorven. Dat dacht ik tenminste. Laatst werd ik gesneden door een auto die van links uit een zijstraat kwam. Hierna bleef de bestuurder langzaam voor mij uitsukkelen. Het was een oude man met een hoed, zo’n gleufhoed die mannen vroeger droegen.

Hoe oud hij was kon ik niet zien, maar ooit moet het een jonge man zijn geweest. Wat zou hij toen hebben gedacht als hij een auto voorbij zag gaan? “Later ga ik ook zo’n hoed kopen, en die hou ik dan gewoon op als ik achter het stuur zit.” Of misschien was het de hoed van zijn vader en dacht hij “ik ben nu zelf een oude man, laat ik die hoed gaan dragen.”

Eigenlijk had ik hem moeten volgen tot hij uitstapte, zodat ik het kon vragen. Maar daar stond mijn pet niet naar.

Weblog, mei 2012


Het belang van het voorspel

Niet altijd meteen er bovenop duiken heren! Besteed ook aandacht aan het voorspel. Bijvoorbeeld met de voorspelsjaal of de voorspelbretels. Of zet tijdens het voorspel eens een leuke hoed op. Dat maakt het allemaal net iets romantischer.

Oranje prullaria
"Met het naderende EK vliegen niet alleen de televisies de winkels uit, ook andere oranje prullaria doen het goed deze dagen." (Metro, 8 juni 2012)



Zie ook:




vorige       start       omhoog