Motorrijtuigen omBC en omC ("Ome Ceesje")

In de jaren twintig werden, om de dure stoomlocomotief van onrendabele nevenlijnen terug te dringen, enkele series motorrijtuigen gebouwd. Deze werden aangeduid met de letters omBC en omC. Hierbij staat 'om' voor oliemotor, de andere letters geven op gebruikelijke wijze de klassen aan. De eerste series hadden benzinemotoren, die later werden vervangen door dieselmotoren.

Er waren zowel twee- als vierassige motorrijtuigen van een nogal vierkant model. Het type omC droeg als bijnaam "Ome Ceesje", naar een persoon uit een bekend radioprogramma uit die tijd. De acht in 1937 gebouwde motorrijtuigen waren fraai gestroomlijnd. Van al dit materieel is hoegenaamd niets bewaard gebleven.

Overzicht op volgorde bouwjaar
1923: omBC 1901-1903 (vierassig)
1924: omC 1901-1910 (vierassig, vanaf 1934 genummerd omC 1921-1930)
1929: omBC 1904-1910 (vierassig)
1927: omC 901-908 (twee-assig)
1929: omC 911-916 (twee-assig)
1937: omBC 2901-2908 (vierassig, gestroomlijnd)

In 1950 zijn de overgebleven motorrijtuigen 2904, 2907 en 2908 omgenummerd in BC 101-103. De 102 is van 1952 tot 1960 in gebruik geweest als inspectierijtuig 11 voor de directie.

omBC 501-510
In 1929 liet de Gooische Stoomtram tien vierassige motorrijtuigen bouwen, genummerd 10-19. In 1939 nam de NS deze motorrijtuigen over en vernummerde ze tot omBC 501-510. Ook nam de NS tien aanhangrijtuigen over, nummers C 551-560.



omC 901-908, 911-916

Leiden, 12 november 2004. Een omC van het Spoor 1 Genootschap.


Hilversum, 5 maart 1967. Voormalige omC 908 omgebouwd tot bovenleidingmontagewagen 165032 van Es7 bij het onderstation. In februari 1968 ging dit voertuig uit dienst. Foto Adriaan Pothuizen.


omBC 501-510

Hilversum, 9 februari 1969. Het besneeuwde "tramdorp" aan de Goudenregenlaan. Hier werden vanaf 1947 voormalige rijtuigen van de Gooische Stoomtram als woning gebruikt. Deze noodwoningen moesten in de jaren 70 verdwijnen. Op de foto staat een grote motorwagen, herkenbaar aan de ovalen ramen. Hiervan stonden er vier in het tramdorp: de 10, 14, 16 en 17. De 14 is dankzij de SHM bewaard gebleven. Ik weet niet welk motorrijtuig op deze foto staat. Er stonden ook enkele rijtuigen; hiervan zijn de AB 22 en 25 eveneens naar de SHM gegaan.

De motorrijtuigen 10-19 hebben bij de NS dienstgedaan als omBC 501-510.


omBC 1901-1903

Twee motorrijtuigen uit de serie omBC 1901-1903, in Duitsland gebouwd in 1923. De benzinemotoren zijn later vervangen door dieselmotoren. De motorrijtuigen konden in stuurschakeling met elkaar rijden. Foto A.E.G. in het boek "Die Eisenbahn im Bild", Vierte Folge, 1925.


omBC 1904-1910

Een omBC uit de deelserie 1904-1910, gebouwd in de jaren twintig voor de Woldjerspoorweg (Groningen-Delfzijl via Slochteren). Deze serie is gebouwd door Werkspoor. De benzinemotoren zijn later vervangen door dieselmotoren. Uit een kwartetspel van de Nederlandsche Spoorwegen, uitgegeven rond 1935.


Leiden, 12 november 2004. Goederenloc 119 van de NBDS (de latere NS 4252) passeert motorrijtuig omBC 1904. Modellen van het Spoor 1 Genootschap.



omBC 2901-2908

De serie omBC 2901-2908 is gebouwd in 1937. Aanvankelijk konden de passagiers, net als bij de dieselelektrische vijfwagenstellen DE 5, door een glazen wand over de schouder van de machinist meekijken. Voor de oorlog deden ze vanuit Arnhem dienst op de verbinding Doetinchem-Arnhem-Ede-Amersfoort. Na de oorlog hebben ze gereden tussen Gouda en Alphen a/d Rijn, vanuit depot Utrecht.

Van de acht motorrijtuigen van deze serie hebben er drie de oorlog overleefd. Eind 1950 zijn deze vernummerd in BC 101-103. Een hiervan heeft nog enige jaren dienstgedaan als inspectierijtuig voor de NS-directie. In 1961 is de laatste omBC gesloopt.


Model van een omBC 2900 in het Spoorwegmuseum, op 10 augustus 2006. Helaas zijn de fraaie modellen van het museum op een zeer slechte wijze tentoongesteld, in rare vitrines met sterk spiegelend glas ervoor.


Motorrijtuig omBC 2907 omstreeks 1938. Vermoedelijk gefotografeerd op de Kippenlijn. Prentbriefkaart collectie Adriaan Pothuizen.


Barneveld, twee kruisende motorrijtuigen. Prentbriefkaart collectie Dick van Aggelen.


Oosterbeek Hoog. Motorrijtuig uit de serie omBC 2901-2908, op weg van Arnhem naar Amersfoort, via Ede en Barneveld. Deze route werd gereden tussen het najaar 1937 en de zomer van 1940. Ook waren er treinen die vanuit Doetinchem vertrokken. De motorrijtuigen waren gestationeerd in Arnhem. Prentbriefkaart.


 

Westervoort, november 1946. OfficiŽle ingebruikname van de herstelde brug over de IJssel. Zowel de trein als de brug zijn versierd met de gemeentewapens van Westervoort en Arnhem. De feesttrein is motorrijtuig omBC 2904. Foto's uit de collecties van Jaap van Amersfoort en Arjan de Jong. Klik hier voor meer over deze brug.


Arnhem, 1949. Motorrijtuig BC 2908. Derde van links in de achterste rij staat de grootvader van Niels Leijgraaf. Die woonde op het rangeerterrein. Zijn woning, linksboven, was getroffen door meerdere bommen. Foto collectie Niels Leijgraaf.


Zwaag, volgens de notities van de fotograaf 30 september 1951. Foto John Meredith, collectie Mike Morant.


Op 23 september 1951 vond een NVBS-excursie plaats met motorrijtuig omBC 101 (ex omBC 2901) waarbij onder andere Zwaag werd aangedaan. Bron: Op de Rails, October 1951, pagina 85.



Inspectierijtuig 11

Van 1952 tot 1960 heeft BC 102 (ex omBC 2907) dienstgedaan als inspectierijtuig voor de NS-directie. Het reed toen, ontdaan van zijn Scharfenbergkoppelingen, rond onder het nummer 11. In 1954 kwam de Kameel in dienst. Enkele jaren heeft de directie dus twee inspectierijtuigen gehad.


Nijmegen en Belfeld, 18 juni 1956. Een groep leden van de Railway Correspondence and Travel Society (RCTS) was enkele dagen op bezoek in Nederland. Ze maakten onder andere een rit met inspectierijtuig 11. Foto's Charles Gordon-Stuart, collectie Eelco Storm. De RCTS bestaat nog steeds: www.rcts.org.uk



NS-motorrijtuigen omBC en omC

Door Martin van Oostrom. Uitg. Uquilair 2007. ISBN 9071513602.

Tussen de Eerste en Tweede Wereldoorlog maakten de spoorwegen in Nederland een enorme omwenteling door, beginnend bij het ontstaan van de belangengemeenschap Nederlandsche Spoorwegen en voorlopig eindigend bij de elektrificatie van het Middennet in 1938. Deze periode kenmerkte zich door oplopende explotatiekosten, de exploitatieplicht van onrendabele lijnen en een toenemende concurrentie van het autoverkeer en -niet te vergeten- de fiets.

De NS-motorrijtuigen speelden een bescheiden rol in dit verhaal om de exploitatiekosten te drukken, maar gaven tegelijk uiting aan moderniseringsdrang en de pogingen om de dure stoomlocomotief te vervangen. Motorrijtuigen boden de meest efficiŽnte vorm van exploitatie voor lokaalspoorwegen, waarbij de twee-assige motorwagen met eenmansbediening de goedkoopste exploitatievorm voor de lokaalspoorwegen en tramwegen bleek.

Zo verschenen in de jaren twintig de vierassige omBC's en omC's en de twee-assige omC's, die de nodige gelijkenis vertoonden met elektrische materieel 1924 (Blokkendozen). In 1937 volgde een kleine serie van acht gestroomlijnde motorrijtuigen, duidelijk afgeleid van de omBC's uit 1929 maar met een modieus stroomlijnjasje

Toen in de jaren dertig de onrendable lokaallijnen in een rap tempo werden gesloten, werden zes van de twee-assige motorwagens - die alleen gunstig in exploitatie waren bij een zeer laag vervoersaanbod - overbodig en verbouwd tot motormontagewagens. De vierassige motorwagens konden op drukkere lijnen worden ingezet. Op de deze wijze ontstond een systeem van lokaalspoorverbindingen met motortractie in aansluiting op de geŽlektrificeerde en diesel-elektrische baanvakken.

De Tweede wereldoorlog trof de motorrijtuigen onevenredig zwaar. De laatste vierassige omBC's en omC's werden na de oorlog nog ingezet op lokaalspoorlijnen, waarmee ze op bescheiden wijze de Blauwe Engelen voorgingen. Van al dit materieel is niets bewaard gebleven, met uitzondering van de serie omC 500, afkomstig van de Gooische Stoomtram. Velen zullen de Ome Ceesjes en hun familieleden niet eens meer herkennen.

Dit boek vult het hiaat in de serie publicaties over het materieel van de NS. De beschrijving van de technische ontwikkeling wordt aangevuld met een blik op de dagelijkse inzet en een schat aan unieke foto's, alsmede fraaie materieeltekeningen.

Aan dit boek heeft uw webmeester een bescheiden bijdrage geleverd (pagina 230).





Oliemotoren. Handleiding voor verbrandingsmotoren. Uitgave der vereniging krachtwerktuigen. Kluwer, Deventer, zevende druk, 1947. Schema's, diagrammen, foto's, formules. Prachtige techniek in een mooi ingebonden boek.


Motortrams. Door H.G. Hesselink. Uitg. Wyt, Rotterdam 1977. ISBN 9060077628. Deel 26 uit de serie Trams en tramlijnen van uitgeverij Wyt.

Reeds in 1891 verschijnt als eerste de petroleummotor, en enkele jaren daarna kunnen we een op lichtgas lopende tram aantreffen. Na de eeuwwisseling zien we, onder andere in 1903, enkele pogingen om een stoomrijtuig te exploiteren, echter ook nog zonder succes.

Dan in 1910 de eerste groots opgezette invoering van benzine-elektrische tractie bij de OSM. In de jaren twintig verschijnen de door auto's getrokken trams. Na de benzinemotortrams komen de dieselmechanische en tenslotte de dieselelektrische rijtuigen en locomotieven. In 1932 nog pril, later op redelijke schaal bij de RTM tot 1966 toe.


Zie ook:




vorige       start       omhoog