National Railway Museum, York

Dit enorme museum (toegang gratis!) ligt direct naast het station van York.


Het breedspoor van de GWR

York, National Railway Museum, 26 juni 2008. Drijfwielen van een breedspoorlocomotief van de Bristol and Exeter Railway, die later is opgegaan in de Great Western Railway. Merk op dat de wielen geen flensen hebben; de locomotief werd door de andere wielen in de rails gehouden. Er hebben nog grotere wielen bestaan, maar op een bepaald moment houdt het op: hoe groter de wielen, hoe hoger de as en hoe minder ruimte er is voor een ketel.

These broad gauge centre driving wheels which were used by the Great Western Railway, date from the year 1875. Although they seem exceptionaly large as compared with present day driving wheels they are not the largest yet constructed, for locomotive purposes, the largest locomotive driving wheels in the world being claimed for those of the "Cornwall" built to the design of the late Francis Trevithick in 1847, which were 8 ft. 6 in. in diameter. Sunripe Cigarettes, 1925, plaatje #50.


York, National Railway Museum, 24 juni 2008. Replica van de "Iron Duke", een locomotief van de Great Western Railway.


LB&SCR "Gladstone"

York, National Railway Museum, 24 juni 2008. Loc 214 "Gladstone", in 1882 gebouwd voor de London, Brighton & South Coast Railway (LB&SCR) en afgevoerd in 1927. Van deze B1 class (Gladstone class) zijn 36 exemplaren gebouwd. Ze werden gebruikt voor het trekken van sneltreinen tussen London en Brighton. In 1933 deed de laatste locomotief dienst op de Southern Railway. De locs droegen allemaal een naam; sommige waren vernoemd naar een politicus zoals Gladstone. In York staat het enig bewaard gebleven exemplaar, opgetuigd met de Royal Coat of Arms. In het midden het motto van de Order of the Garter (Orde van de Kouseband): Honi soit qui mal y pense (schande over diegene die er kwaad van denkt).

Stroudley's "Gladstone", 1882. William Stroudley, who was superintendent of the locomotive department of the London, Brighton & South Coast Railway, designed the Gladstone 0-4-2 class of express locomotives in 1882 for working the important expresses on the Brighton line, and very successful it proved. An innovation was the four 6 ft. 6 in. diam. wheels coupled in front, with the small trailing wheels under the firebox. Thirty locomotives of this class were built, the boiler pressure of 140 lb. per sq. in. on the early engines beining increased to 150 lb. on those built after 1889. In 1927 Gladstone (the first of the class) was put on exhibition at York Railway Museum. Plaatje nummer 6 (serie 1) uit "The story of the Locomotive" van Kellogg Company, uitgegeven in 1963. Er zijn 36 van deze locs gebouwd, niet 30.

In 1927 the Stephenson Locomotive Society arranged with the Southern Railway for Stroudley B1 class 0-4-2 Gladstone no. 618 to be restored to its original glory for display at the Science Museum in London but with no space available it was taken to York where it has remained to this day. Renumbered back to 214, we see the restored Gladstone during its journey northwards in May 1927 at Battersea in south London. Queen Victoria loved rail travel and her summer retreat was Osborne House on the Isle of Wight. Some of her journeys to there were via the LBSCR from Victoria (appropriately) station which is the closest station to Buckingham Palace. Mike Morant collection.


York, National Railway Museum, 26 juni 2008. Loc 55002 "The King's Own Yorkshire Light Infantry", een van de bewaard gebleven roemruchte Deltics uit de jaren zestig.


York, National Railway Museum, 26 juni 2008. Loc D8000, in 1957 gebouwd door English Electric. Tot 1968 zijn 228 van deze dieselelektrische Bo-Bo-locomotieven gebouwd. De locs zijn later vernummerd in Class 20; de oudste loc, D8000, kreeg nummer 20050. Hun bijnaam luidt Choppers, naar het geluid dat deed denken aan dat van helikopters. Ze deden voornamelijk dienst voor goederentreinen, omdat ze niet over treinverwarming beschikten. Daarbij reden ze soms als duo. Loc D8000 is in de oorspronkelijke groene uitvoering teruggebracht en is rijvaardig.


York, National Railway Museum, 29 april 2008. Loc 31018 (oorspronkelijk D5500), de eerste loc van een grote serie (327 stuks) door Brush Electric tussen 1957 en 1962 gebouwde dieselelektrische locs, asopstelling A1A-A1A. De locs werden aangeduid als Class 31 of Brush Type 2. Er waren verschillende subseries. De laatste locs gingen in 2001 uit dienst. Er zijn diverse exemplaren bewaard gebleven. Met de vier witte schijven op de neus konden codes worden gevormd, om aan seinwachters door te geven om wat voor soort trein het ging. Vier schijven betekende Royal Train. Zo'n trein moest natuurlijk voorrang op alle andere treinen krijgen. Foto Govert Schipperheijn.


York, National Railway Museum, 24 juni 2008. Plaquette met een afbeelding van een dieselhydraulische loc uit de Warship Class. Een goed bewaard geheim is dat deze locs afgeleid zijn van de Duitse V200 (don't mention the warship). Vanaf 1958 zijn er 70 gebouwd, in twee motorisch verschillende versies (Class 42: nummers D800-832 en D866-870; Class 43: nummers D833-865). De locs bezaten net als de V200 een stoomketel voor de treinverwarming. De dieselhydraulische aandrijving is in de jaren zestig ook op andere locseries toegepast (waaronder Western Class 52 en Hymek Class 35), maar heeft in Engeland geen vervolg gekregen. De laatste Warships gingen in 1972 uit dienst. Twee exemplaren van Class 42 zijn bewaard gebleven. De plaquette (nummer 1651 uit een serie van 3000) is gemaakt van metaal van gesloopte locs.


York, National Railway Museum, 24 juni 2008. Loc C1 van de Southern Railways (BR 33001). Class Q1 was een ontwerp van Oliver Bulleid uit de Tweede Wereldoorlog. De locs waren tot op het bot uitgekleed en zagen er op zijn zachtst gezegd ongebruikelijk uit. Maar het waren sterke locs die goed voldeden in de goederendienst. Er zijn er 40 gebouwd, waarvan de laatste in 1966 uit dienst ging. Eén loc is bewaard gebleven.
Andere ontwerpen van Bulleid: Bulleid Pacifics en The Leader Project.


York, National Railway Museum, 24 juni 2008. Class 76 was het vierassige zusje van class 77 (de latere NS-serie 1500). Vanaf 1960 werden 57 locs gebouwd, genummerd 26001-26057. Het nummer 26000 werd toegekend aan loc 6000 "Tommy", de in 1941 gebouwde voorloper van deze serie. De locs zijn later vernummerd in 76001-76057. Loc 26020 is als enige vertegenwoordiger van class 76 bewaard gebleven. Meer over deze locomotieven.


National Railway Museum, York, 24 juni 2008. Een kijkje in de trein van Queen Victoria.


York, National Railway Museum, 24 juni 2008. Stanier Black Five nummer 5000. De loc staat in het deel van het museum dat is gewijd aan koninklijke treinen en draagt ook de headcode die bij dit soort treinen hoort: vier koplampen. Een dergelijk eenvoudig werkpaard zal echter nooit de eer hebben gehad om een koninklijke trein te trekken.


York, National Railway Museum, 26 juni 2008. In 1938 legde loc 4468 van de LNER het officiële wereldrecord voor stoomlocomotieven op 126 miles/hour (202,7 km/uur). De loc droeg de naam Mallard (wilde eend). De ontwerper, Nigel Gresley, had zich uitgebreid verdiept in de snelle Duitse dieseltreinen uit die tijd, maar kwam tot de conclusie dat een gestroomlijnde stoomloc met bijpassende rijtuigen een betere oplossing was. In het museum is ook de dynamometer car van de recordtrein bewaard gebleven. Dit meetrijtuig had een extra wiel dat men tijdens de rit op de rails kon laten zakken.


York, 24 juni 2008 en Nürnberg, 30 augustus 1972. De neuzen van twee recordlocomotieven. Van juli t/m oktober 2011 waren ze in het echt naast elkaar te zien. LNER 4468 "Mallard" was toen tijdelijk verhuisd van York naar Nürnberg.


Mallard 75 (3 juli 2013 t/m februari 2014)

On 3 July 1938, A4 class locomotive Mallard raced down Stoke Bank at 126mph to set a new steam locomotive world speed record. That record still stands. In 2013, we're marking the 75th anniversary of Mallard's achievement with a series of commemorative events, including three spectacular opportunities to see the record breaker united with its five surviving sister locomotives: a family reunion on an international scale. Only six of the 35 A4 locomotives built survive. We've temporarily repatriated two of them from their home museums in Canada and the US: right now you can come and and see Dwight D Eisenhower alongside Mallard in the Great Hall at York, and see Dominion of Canada being worked on by the workshop team at Shildon until spring. www.nrm.org.uk/...


National Railway Museum, 26 juni 2008. Japanse Bullet Train, op de voorgrond de Eurostar.


York, National Railway Museum, 26 juni 2008. Melkwagen van de LMS uit 1937.


York, National Railway Museum, 24 juni 2008. Mensen vragen mij weleens: Nico, is dat nou niet moeilijk om met zo'n Chinese stoomloc te rijden? Dan zeg ik: dit is gewoon een in Engeland gebouwde loc. Alleen de opschriften in de cabine zijn lastig als je geen Chinees leest, maar gelukkig hangen er bordjes bij met de Engelse vertaling.


York, National Railway Museum, 26 juni 2008. In de jaren vijftig werden de meeste Britse rijtuigen voorzien van een automatische buckeye coupling. Wanneer deze in gebruik is, zijn de buffers ingetrokken. Tussen rijtuig en locomotief wordt de normale schroefkoppeling gebruikt. De buckeye-koppeling hangt dan omlaag en de buffers zijn niet ingetrokken.


York, National Railway Museum, 24 juni 2008. Lichtsein dat vier seinbeelden kan tonen: groen, dubbel geel, geel en rood. In het Engels noemen ze geel amber. Het seinbeeld dubbel geel komt voor op drukbereden trajecten met korte blokken. De afstand tussen een geel en een rood sein kan daar te kort zijn voor treinen die met volle snelheid naderen. In dat geval wordt het seinbeeld dubbel geel getoond (in jargon double yolk = dubbeldooier). Dit betekent snelheid verminderen omdat het volgende sein geel toont. Zie verder het thema beveiliging British Railways.


York, National Railway Museum, 24 juni 2008. Brits postrijtuig, met een installatie om al rijdend postzakken te kunnen uitwisselen. Links de installatie op de grond, om een aan het rijtuig opgehangen postzak op te vangen. Rechts de apparatuur om een postzak in de rijdende trein te krijgen. De postzak (van sterk leer) werd aan een galg gehangen die kort voor het naderen van de trein naar het spoor werd gedraaid. Het vangnet aan het rijtuig werd naar buiten geklapt. Dit moest natuurlijk op tijd gebeuren, maar niet te vroeg, want dat zou gevaarlijk zijn voor bijvoorbeeld op het perron staande reizigers. Omdat posttreinen meestal in het donker reden, was dit een lastige operatie, die door een zeer getrainde conducteur werd geleid. Vaak moest hij grotendeels op het gehoor bepalen wanneer het net mocht worden uitgeklapt.


National Railway Museum, 24 juni 2008. Hier mag je zelf proberen of de baan als wheel-tapper iets voor je is.


National Railway Museum, 24 juni 2008. Handbediende hijskraan. Voor het echte werk werden stoomkranen gebruikt.


Laddie (collecting dog)

illustration J. GreenupYork, National Railway Museum, 26 juni 2008. Laddie, een airdale terrier, met op zijn rug een collectebus. Dit is een van de honden die vanaf 1880 op grote stations werden ingezet voor het collecteren voor goede doelen, zoals fondsen voor wezen van spoorwegpersoneel. De honden werden verzorgd door het stationspersoneel. Op de perrons vertoonden ze kunstjes, om het publiek ertoe te bewegen hun kleingeld af te staan. Laddie, geboren in september 1948, werkte op station Wimbledon (Londen), ten bate van de Southern Railwaymen’s Home for Old People in Woking. In 1956, toen hij meer dan 5000 pond had verdiend, ging hij met pensioen en ging hij wonen in het huis waarvoor hij altijd had gecollecteerd. In 1960 overleed Laddie. Hij werd opgezet en keerde terug naar station Wimbledon, met op zijn rug opnieuw een collectebus. In 1990 ging hij definitief met pensioen. Zie ook het thema Trein & dier.


National Railway Museum, 24 juni 2008. Op de eerste spoorlijnen deden paarden dienst. Die trokken bijvoorbeeld wagens met kolen omhoog. Naar beneden hoefden ze niet zelf te lopen: ze reden mee op een "Dandy Cart". Zodoende konden ze op kracht komen voor de volgende rit omhoog. Dit systeem (naar verluidt bedacht door George Stephenson) werd onder andere gebruikt op de in 1825 geopende Stockton & Darlington Railway.


Pakjeswagen van de LNER

York, National Railway Museum, 24 juni 2008. LNER Express Parcels Service. Dit is een Commer N1 uit 1938, kenteken EXR610. Let op de slinger onder de grille om de motor te starten. Ook toen auto's inmiddels een elektrische startmotor hadden, zat er vaak nog een losse slinger bij waarmee je ze in noodgevallen aan de praat kon krijgen.


York, 25 juni 2008. "In loving memory of Kate Dunphy 1967-2005 - still travelling." Kate Dunphy werkte op het hoofdkantoor van de GNER in York. Ze is plotseling gestorven aan een hersentumor. Haar ouders en collega's hebben toen 2000 pond ingezameld om deze bank ter herinnering aan haar te laten maken. De houten bank is een ontwerp van Robert "Mousey" Thompson (1876-1955), een meubelmaker uit Kilburn, Yorkshire. Zijn handtekening is een muis die hij aanbracht op elk meubel dat zijn werkplaats verliet. Bij deze bank zit de muis boven tegen de rechterpoot.
 Kate Dunphy worked for GNER in the Headquarters at York. She died suddenly from a brain tumour in her 40s, so her parents and work colleagues collected £2,000 to buy the seat as a memorial to her. This is a Robert Thompson design.


York, National Railway Museum, 26 juni 2008. Meer houten banken.


In de voormalige Tea Room van het station bevond zich de York Model Railway.


York, 24 juni 2008. Distant signal (voorsein), opgesteld als monument in de stationshal. Het heeft dienst gedaan tot 1984. Dit sein werkt in het lower quadrant, dat wil zeggen dat het in de veilige stand schuin naar beneden wijst. In de onveilige stand is de arm horizontaal. Er zijn ook seinen geweest waarbij de arm in de veilige stand naar beneden draaide en dan verdween in een sleuf van de houten paal. Hiermee zijn vervelende ongelukken gebeurd: vastgevroren in de veilige stand, sleuf dichtgesneeuwd. (Abbots Ripton, 21 januari 1876; twee sneltreinen botsen op kolentrein.)


York Zero Post

York, 27 juni 2008. Het midden van het station York geldt als nulpunt van tien lijnen van de toenmalige North Eastern Railway. De Zero Post is een replica uit 2004. Meer over kilometers en hectometers.


Aspects of Railway Architecture. Uitgegeven in 1984 ter gelegenheid van het 150-jarig bestaan van de Royal Institute of British Architects. De gelijknamige tentoonstelling was te zien in York (National Railway Museum), Bristol en London.


Taking the Train. Railway Travel in Victorian Times. Philippa Bignell. National Railway Museum/Science Museum, 1978.


Return to York. Door Peter Rose. Uitg. Bellcode Books, 1994. ISBN 1871233046.

Station York in de jaren 50 en 60. Het stoomlocdepot is inmiddels omgebouwd tot National Railway Museum.


The Railway Museum, York. Catalogue, 1950. Kleine catalogus (zonder afbeeldingen) van de voorloper van het in 1975 geopende National Railway Museum in York.

Inside the NRM. A close up of the national railway collection (dvd).



Zie ook:

Internet:





vorige       start       omhoog