Nieuw op deze site (vervolg)

Nieuwe foto's en onderwerpen op deze site komen meestal eerst in de rubriek 'Nieuw'. Na verloop van tijd verplaats ik ze naar een van de thema's op deze site en/of in de tijdlijn. Om te voorkomen dat de rubriek 'Nieuw' te groot wordt, parkeer ik oudere onderwerpen op deze vervolgpagina.

Terug naar het begin




Stoomlocs serie 801-826

Deze locs zijn tussen 1874 en 1877 door Borsig gebouwd voor de HSM. Ze werden besteld vanwege de uitbreiding van het HSM-net met de Oosterspoorweg (Amsterdam-Zutphen, Hilversum-Utrecht). Hun bijnaam luidde "acht en een halvers", vanwege hun stoomspanning van 8,5 atmosfeer; tot dan toe was 7,5 atmosfeer gebruikelijk.

Bij de HSM droegen ze de volgende namen: Ajax, Bellona, Cycloop, Delios, Eris, Faunus, Glaucus, Hector, Irene, Jason, Kratos, Lucifer, Medusa, Neptunus, Orestes, Pallas, Rhesus, Styx, Vulcanus, Wodan, Xenios, Zeus, Atreus, Boreas, Cerberus, Deukalion.

Loc "Wodan", de latere NS 820. Rond 1905 gefotografeerd op een onbekende locatie door J.H Rutgers uit Deventer. Foto uit het familie-archief van Carole Teuwisse. Meer Nederlandse stoomlocomotieven.



Krokus Express langs Blokpost Bunnik

Bunnik, 15 februari 2020. De Krokus Express op weg naar Zell am See passeert de blokpost bij km 42,5. Het is nog donker, dus onze digitale camera's moeten hun uiterste best doen om toonbare beelden vast te leggen. Met de stevige tyfoongroet van machinist Dermois hebben ze minder moeite. Het bleef die ochtend nog lang onrustig in Bunnik.


Scheveningen, 20 juli 2016. Bijwagen 779 achter 'buitenlijner' 58 in de HTM-remise.


Scheveningen, 20 juli 2016. 'Buitenlijner' 58 met bijwagen 779 in de HTM-remise.


Nieuwe (en oude) bordjes

Op 1 oktober 2019 zijn enkele wijzingen doorgevoerd in het seinreglement. Het opvallendste is de introductie van twee nieuwe borden: het opdrachtbord (zwarte O op een wit bord) en een gewijzigde uitvoering van het S-bord. Hier een overzicht van enkele bestaande en nieuwe borden.

Bovenste rij:

  • Stopseinbord of -lantaarn: witte S op een zwarte ondergrond. Hier stoppen. Dit sein geldt niet voor rangerende treinen.
  • R-bord: zwarte R op een witte achtergrond. Rangerende treinen mogen niet voorbij dit bord rijden.
  • S-bord: stoppen en de opdracht op het onderbord uitvoeren. Is er geen opdracht, dan na het stoppen verder rijden. Dit bord zal geleidelijk plaatsmaken voor het opdrachtbord of het stopbord met rode schuine strepen.
  • Opdrachtbord: zwarte O op een witte achtergrond. Stoppen en de opdracht op het onderbord uitvoeren (bijvoorbeeld overweg sluiten). Daarna verder rijden.

Onderste rij:

  • Stopbord. Na toestemming van de op het onderbord vermelde functionaris verder rijden.
  • Stopbord met witte lamp. Na toestemming van de op het onderbord vermelde functionaris verder rijden. Als de witte lamp brandt, dan liggen de wissels achter het bord goed. Is de lamp gedoofd, dan moeten de wissels ter plaatse worden bediend.
  • Facultatief stopbord. Dit betekent stoppen, tenzij de opdracht op het onderbord is uitgevoerd.
  • Facultatief stopbord met witte lamp. Dit betekent stoppen, tenzij de opdracht op het onderbord is uitgevoerd. De witte lamp brandt als de wissels achter het bord goed liggen. Is de lamp gedoofd, dan moeten de wissels ter plaatse worden bediend.

Meer over borden langs het spoor. Voor exacte definities zie het seinreglement.



Giesl-ejector

Technisches Museum Wien, 29 augustus 2012. Schaalmodel van een rookkast met Giesl-ejector. Dit was een uitvinding uit 1951 van de Oostenrijkse ingenieur Adolph Giesl-Gieslingen. Normaal wordt de stoom, nadat die door de cilinders is gegaan, via een ronde pijp door de schoorsteen naar buiten geblazen. Bij een Giesl-ejector gebeurt dat via een rij dunne pijpjes naast elkaar. Dit zou de trek op het vuur verbeteren en daardoor tot kolenbesparing en betere prestaties leiden. De Giesl-ejector is vooral toegepast in Oostenrijkse, Tsjechoslowaakse en Oost-Duitse locomotieven. Deze loco­motieven zijn eenvoudig te herkennen aan hun afgeplatte schoorsteen. Het verhaal gaat dat de uitvinding van Giesl niet vertoond mocht worden op de Wereldtentoonstelling van 1958 in Brussel. Op die tentoonsteling werd in de toekomst gekeken, en daar hoorde het aflopende verhaal van de stoomlocomotief niet in thuis (bron: Ton Pruissen tijdens de stoomquiz van de NVBS op 8 februari 2020).

Zugförderungsleitung Wien Nord, 28 augustus 1973. Loc 77.253, daarachter een loc van de Reihe 78. Aan de platte schoorstenen is te zien dat beide locs zijn uitgerust met een Giesl-ejector.



De Leitschienenbahn

Ik verzamel jeugdboeken over treinen. Onlangs kreeg ik een Duits boek uit 1953 in handen: Alle Achtung Peter, met als ondertitel Vom “Adler” zur Leitschienenbahn.

De Adler was de eerste Duitse stoomlocomotief. De Leitschienenbahn was een uitvinding van Heiner Kuch. Wie verzint hier een goede Nederlandse naam voor – geleiderailtrein? Hoe dan ook: het is een van de vele varianten van de monorail. Heiner Kuch is een van de auteurs van dit boek.

De avonturen van Peter

Hoofdpersoon van het boek is Peter, de zoon van blokwachter Ludwig Cullmann. Via zijn vader en zijn oom Karl, die stationschef is, maakt Peter kennis met de geschiedenis en de geheimen van de spoorwegen. Het boek begint met zijn grootvader, die ook bij het spoor heeft gewerkt. Die vertelt hoe hij op 7 december 1835 als kleine jongen getuige was van de eerste rit met de Adler.

Het is duidelijk: Peter kan niet wachten tot hij groot genoeg is om ook spoorman te worden. Dankzij zijn vader en zijn oom lukt dat uiteindelijk ook. Het boek moet wel spannend blijven, dus tussen de bedrijven door lost onze held enkele misdaden op. Als dank voor het betrappen van een paar kolendieven mag hij meerijden op een stoomlocomotief. En later kunnen dankzij hem twee bankrovers, die met de trein gevlucht zijn en proberen een ontsporing te veroorzaken, in de kraag gevat worden. Deze keer mag Peter als beloning een keer meerijden met de Schienenzeppelin!

Dan slaat het boek twintig jaar over. Peter is bij het spoor gaan werken en heeft zich daar opgewerkt tot ingenieur. Hij nodigt zijn oude vader uit om de eerste rit van de Leitschienenbahn mee te maken. Dat is een trein die niet op rails rijdt, maar over een vlakke baan. In het midden daarvan zit een T-vormige geleiderail die ervoor zorgt dat de trein op de baan blijft. Midden onder de trein zitten horizontale wielen die tegen de geleiderail drukken.

De trein kan zeer snel rijden, ook door bogen, zonder te ontsporen. Tot 150 km/uur rijdt de trein op rubberbanden. Bij hogere snelheden rijdt de trein op flensloze stalen wielen. Snelheden tot wel 1000 km/uur zouden hierbij mogelijk zijn. Zie de tekeningen hieronder uit het boek.

De uitvinding van Heiner Kuch

Het idee om een middenrail te gebruiken om treinen in het gareel te houden kwam van Franz Kruckenberg. Die vroeg daar in 1928 patent op aan, maar werkte dat idee niet uit: hij ging verder met een snel voertuig dat over gewone rails zou rijden: de Schienenzeppelin. In 1931 vroeg Heiner Kuch samen met Heinrich Jacobi de eerste patenten aan voor de Leitschienenbahn (LSB). Na de oorlog ontwikkelde Kuch zijn plannen verder.

Dankzij de rubber banden zou de trein ook over gewone wegen, dus zonder geleiderail, kunnen rijden. Ook bij de Alweg-Bahn uit de jaren vijftig, een soortgelijk idee als de Leitschienenbahn, zouden de treinen over de weg kunnen rijden. Voordeel is dat je alvast met zo’n systeem kunt beginnen voordat er overal speciale banen zijn aangelegd.

Het idee was om een netwerk van snelle treinen aan te leggen. Maar van een groot netwerk is het nooit gekomen. Net als bij de Alweg-Bahn zijn de toepassingen beperkt gebleven tot korte trajecten, zoals bij de luchthaven van Frankfurt. In 1960 werd Kuch benaderd door een Arabische sjeik die een Leitschienenbahn door de woestijn wilde aanleggen, maar daar is later nooit meer wat van vernomen.

Heiner Kuch bedacht ook een manier om de geleiderail onder het wegdek aan te brengen, zodat andere voertuigen er geen last van hebben. De wielen onder het voertuig zijn hierbij schuin geplaatst en steunen door een gleuf in het wegdek tegen de geleiderail. Dit idee wordt toegepast bij ‘bandentrams’ zoals de Translohr. Kuch bedacht ook een systeem waarbij een bus met behulp van horizontale wielen op de baan wordt gehouden. Ook dat idee wordt in de praktijk toegepast: de Spurbus (geleidebus).

Boeken en illustraties

Ingenieur Heiner Kuch (1893-1976) was niet alleen uitvinder maar ook kunstschilder. Hij maakte de kleurenplaten in Alle Achtung Peter. In 1952 verscheen een platenboek van zijn hand, met daarin onder andere de LSB zoals die er volgens hem uit zou komen te zien. Kuch heeft ook illustraties gemaakt voor catalogi en verpakkingen van Märklin en Fleischmann.

Alle Achtung Peter. Vom “Adler” zur Leitschienenbahn. Door E.C. v. Bomhard en Heiner Kuch. Uitgave Blüchert-Verlag Stuttgart, 1953. Van dit boek zijn twee versies verschenen. Ik bezit de tweede versie, helaas zonder het stofomslag.

Ook bezit ik het platenboek dat Heiner Kuch maakte. Op het omslag staat een afbeelding van de Leitschienenbahn. Eisenbahnen Gestern – Heute – Morgen. Kleurenplaten en gedichten door Heiner Kuch. Uitgave Robert Zeise & Co, Regensburg, 1952.

Model en werkelijkheid

Onder het motto: waarom zou je twee rails gebruiken als een trein er maar één nodig heeft, zijn vele systemen ontworpen. Soms met succes, vaker echter raakte zo'n uitvinding snel weer in de vergetelheid. Echt lange trajecten zijn er nooit mee aangelegd, vanwege de enorme investeringen die nodig zouden zijn om een speciale baan te bouwen. Liever vertrouwt men op de twee smalle staven waar treinen al honderden jaren over rijden, ook al vliegt daarbij weleens wat uit de bocht.


Heiner Kuch met een model van zijn Leitschienenbahn op de Nürnberger Erfindermesse in 1952. Fotograaf onbekend. Op de Deutsche Verkehrsausstelling in 1953 in München reed op een grote baan een schaalmodel van de LSB rond.


Leitschienenbahn op Frankfurt Flughafen in 2015. Foto door Freddy2001 op Wikipedia, CC BY-SA 4.0.



HOV van Hilversum naar Huizen

Hilversum, 7 februari 2020. Loc 1828 is met een keteltrein en twee locs in opzending op weg naar Amersfoort. De voorbereidingen voor de aanleg van een Hoogwaardig Openbaar Vervoer-verbinding (HOV) zijn hier begonnen. Op de voorgrond zal een busbaan worden aangelegd. Tussen Hilversum en Huizen moeten snelbussen gaan rijden over een vrije busbaan. De nabijgelegen overweg in de Oosterengweg wordt eind maart 2020 afgesloten en zal worden vervangen door een tunnel. Auto's zullen de komende jaren moeten omrijden. Voor bussen en langzaam verkeer komt er een tijdelijke overweg. De busbaan wordt aangelegd ondanks vele protesten die er de afgelopen jaren tegen zijn geuit. Er rijdt op dit moment al een snelbus die in de behoeften van Huizen en andere gemeenten voorziet. Ons team zal de ontwikkelingen volgen! Foto Henk Koster.


De mannen achter Langs de rails

Maak kennis met het team van Langs de rails.


Spot the Webmaster

Dieren, 7 september 2019. Ook tijdens Terug naar Toen werd natuurlijk meegedongen naar de Spot the Webmaster Award. Foto Dan van der Poel.


Stoomgemaal Cruquius

Stoomgemaal Cruquius, 2 mei 2016. Als stoomliefhebber pur sang moest ik dit technische monument natuurlijk bezoeken.


Madurodam, 20 september 2018. Replica schaal 1:2 van stoomgemaal Cruquius in aanbouw. Foto Ed van de Vechte.


DDM-1

Hilversum, 9 augustus 2004. Loc 1828 met een zesdelige DDM-1-stam op weg van Amsterdam naar Amersfoort. Het stuurstandrijtuig is de "Otter".


DD-AR

Bilthoven, 22 juli 2004. Een DD-AR-stam op weg van Utrecht naar Zwolle. Tot Amersfoort als sneltrein, daarna als stoptrein.


Bilthoven, 29 oktober 2000. Een ACTS-trein met locs 1253, 6705 en 6702 op weg naar Rotterdam.


Drie locs: het ziet er stoer uit, maar de achterste loc trekt niet mee. De trein passeert de ADOB in Bilthoven.


Bilthoven, 21 januari 2000. Twee postbodes wachten bij de ADOB in de Leijenseweg. Deze bijzondere overweg is inmiddels verdwenen, maar je kunt er nog van alles over lezen.


Woerden in april 2009

Woerden, 2 april 2009. Lunchpauze. Een paar treinen die ik tussen 12 en half 2 voorbij zag komen.

Kennismaking met de SLT

Woerden, 2 april 2009. Aan boord van SLT 2604 maakte ik kennis met de toen nieuwe sprinters. Pookje vooruit: rijden, pookje achteruit: remmen. Een trein besturen was nog nooit zo makkelijk!


Zolang ik de trein niet zie, lees ik maar wat poëzie

Spoorwegmuseum Utrecht, 21 april 2016. Regel uit een gedicht van Jan van Nijlen.

Utrecht Centraal, 23 januari 2020. Gedicht van Hanny Michaelis in de stationshal.


Amersfoort, 16 april 2010. Motorpostrijtuig mP 9204, voorheen Jules, van het Spoorwegmuseum.


Drie keer drie

Amersfoort, 16 april 2010. Tijdens de Rail Carrière Dagen kon het in Amersfoort bivakkerende materieel van dichtbij worden bekeken. Daaronder ook drie DE3'en. Van boven naar beneden treinstel 113, 115 en 121. Voor hun verdere belevenissen zie verderop.


Il vient de loin

Kröller-Müller Museum, Otterlo, 4 juli 2013. Als dit een foto was geweest hadden we gezegd: "jammer, iets te vroeg afgedrukt". Maar het is geen foto, het is kunst: een schilderij van Paul Gabriël uit circa 1887 met als titel Il vient de loin. Dat betekent "hij komt van ver" maar op het bordje in het museum staat "trein in landschap". Want anders begrijpen de bezoekers het niet.


Wegsleeploc

Utrecht, 20 oktober 2018. Een wegsleeploc staat te wachten tot er wat weg te slepen valt. Wat zou een mooie kleur voor zo'n loc zijn? Het betreft loc 2201 van Independent Rail Partner (UIC-nummer 92801275634-4).


Spoorwegmuseum, januari 2020. In de collectie van het museum bevinden zich diverse vaandels. Die hingen ooit op verschillende plaatsen in het museum aan de muur, maar tegenwoordig zijn ze opgeborgen in het depot. Dit vaandel uit 1912 van de Spoorweg-Onthouders-Vereeniging (SOV) werd er op verzoek even uitgehaald. Foto Pieter Lagas.



De DE3-stand

Nadat de NS eind 2003 stopte met de DE3 zijn er aanvankelijk vier bewaard gebleven: 113 (later omgeruild voor de 151), 114, 115 en 121. De 115 gaat onderdelen leveren voor de 151, zodat er nog drie overblijven: 114 (Spoorwegmuseum), 121 (SHD) en 151 (2454-crew). Er zijn ook diverse treinstellen verkocht aan Slowakije en Roemenië, maar alleen de 125 en 193 zijn de grens overgegaan. Die staan nu ergens in Roemenië weg te roesten.

De Stichting 2454-crew, opgericht in november 2019, is ook eigenaar van loc 2454. Verder bezit ze rijtuig RD 7658 (stuurstand Benelux), een gesloten goederenwagen en een verblijfswagen. De Stichting Historisch Dieselmaterieel (SHD) bezit behalve treinstel 121 de locomotieven 2205 en 2275, locomotoren 243 en 334, en diverse rijtuigen en goederenwagens. De Stichting DE3, eigenaar van de 115, heeft zichzelf op 1 december 2019 opgeheven.


Amersfoort, 14 januari 2020. Treinstel 151, voorheen van de SHD, sinds eind 2019 eigendom van de stichting 2454-crew. Die is van plan om het treinstel op te knappen, gebruikmakend van onderdelen van treinstel 115. Dat treinstel was eigendom van de Stichting DE3, die zich in december 2019 heeft opgeheven. Foto Rienk Nauta.


Amersfoort, 13 april 2019. Treinstel 121 van de Stichting Historisch Dieselmaterieel (SHD). Dit is in 2009 zwaar beschadigd door vandalen en staat nu terzijde.


Utrecht, 11 juli 2014. Treinstel 115 van de Stichting DE3 uit Amersfoort op weg naar de stoomtreindagen bij de ZLSM. Dit treinstel zal gaan dienen als onderdelenleverancier voor de 151 en zal daarna worden gesloopt.


 

Werkplaats Haarlem, 12 juni 2004. Treinstel 113 van de HIJSM: de Haarlem-IJmuidense Spoorweg Maatschappij, opgericht met het idee om met museumtreinen naar IJmuiden te rijden. Het stel was toen al gedeeltelijk teruggebracht in de oorspronkelijke rode kleur. In februari 2009 werd de HIJSM getroffen door grote vernielingen aan haar materieel, en dat betekende uiteindelijk de ondergang. Het materieel werd halverwege 2010 aan andere organisaties overgedaan. Treinstel 113 ging naar de SHD. In 2012 ruilde de SHD het stel in voor de in betere staat verkerende 151.


Spoorwegmuseum, 10 maart 2017. Treinstel 114 (rijvaardig).


Utrecht, 1 februari 2010. Museummaterieel op pad: mP 3031, rijtuig C 8104, Hbbkks 043, loc 1211, loc 1312.


Utrecht, 1 februari 2010. Museummaterieel op pad: loc 1312, loc 1211, Hbbkks 043, rijtuig C 8104, mP 3031.


Het is grijs en het grijnst

Amersfoort, 14 januari 2020. Welke boodschap Rail Force One probeert uit te stralen weten we niet, maar het valt wel op. Foto Rienk Nauta.


Openluchtmuseum Amersfoort, 4 januari 2020. De liefhebbers kunnen zich hier nog steeds vergapen aan bejaarde locomotieven, al dan niet gestoken in een nieuw verfje.


Betonnen schuilhutten

Utrecht, 9 januari 2020. Ons team nam een kijkje bij de nieuwste aanwinst van het Spoorwegmuseum: een betonnen schuilhut. Deze stond tot voor kort langs het spoor tussen Baarn en Hilversum. Het is niet duidelijk voor wie deze schuilplaats ooit bedoeld was: voor baanwerkers die niet nat wilden worden, of voor personeel dat tijdens de Tweede Wereldoorlog dekking zocht tijdens luchtaanvallen. Wie het weet wordt verzocht dit te laten weten, dan geven wij het weer door aan het museum. Uit onderzoek blijkt dat het beton dateert uit de periode 1920-1960. De ronde platen zijn gemaakt voor bakken waarin split werd bewaard.

Utrecht, 10 december 2019. Het Spoorwegmuseum heeft inmiddels een bescheiden collectie betonnen schuilhutten opgebouwd. Het exemplaar op deze foto dateert uit de Tweede Wereldoorlog. De gedachte was dat locomotiefpersoneel zich in veiligheid kon brengen door zich te verschuilen in een op de tender geplaatst bunkertje. Of dat ooit is gebeurd is de vraag. Waarschijnlijk was het verstandiger om bij een beschieting van de loc te springen en hard weg te rennen.

Gerelateerd thema: Keten langs het spoor.


Betonnen abri's

Abri is Frans voor schuilplaats, wachthuisje. Er moeten duizenden van dergelijke betonnen abri's in het land hebben gestaan, maar tegenwoordig zijn ze zeldzaam. In de gemeente Heiloo stonden er in 2009 nog vier (uitvoering zonder zijramen). Twee ervan staan nu op de lijst van cultureel erfgoed; ze zijn te zien op de Heerenweg en op de Kennemer­straatweg. De twee andere zijn door de gemeente geschonken aan het NZH Vervoer Museum in Haarlem en aan het Haags Openbaar Vervoer Museum. (Advertentie in Spoor- en Tramwegen, 1953-14)

Op het stationsplein van Hilversum botste in 1970 een bus tegen een betonnen abri. Hierbij kwam een vrouw om het leven en raakten twee anderen zwaar gewond. Hierna zijn de daken vastgezet met hoekijzers. Een kleinzoon van een van de slacht­offers stuurde een artikel uit het Limburgs Dagblad van 17 april 1970. Er zijn overigens meer van dit soort ongelukken gebeurd.


Uitvinders

Je moet echt wat bijzonders hebben gepresteerd om te worden vereeuwigd op een luciferdoosje. Hierboven vier uitvinders die deze eer te beurt viel. In de tweedehands­afdeling van de NVBS-winkel in Amersfoort vond ik op 4 januari 2020 een luciferdoosje met de beeltenis van Westinghouse. Zoiets wekt mijn belangstelling, want ik verzamel nu eenmaal railgerelateerde curiosa. Even googlen en vijf euro later had ik de complete serie in huis. Bekijk alle plaatjes.


Wifi in de Sprinter

Tussen Amersfoort en Utrecht, 4 januari 2020. Wifi in de Sprinter, dienstverlening anno 2020. Met een handige verwijzing naar de reisplanner van 2016. Lees meer over de zegeningen van internet in de trein.


Bunnik, 3 januari 2020. Loc 101003 van TCS (Train Charter Services) heeft loc 2106 van IRP (Independent Rail Partner) op sleeptouw richting Rotterdam. Het eerste bijzondere ritje langs Blp Bnk in 2020 (filmbeeld).


Bunnik, 26 januari 2010. Treinen naar Utrecht en naar Rhenen. Plan V reed toen nog volop in de sprinterdienst.



Kreymborg is waarborg

Met den trein. Boekje uitgegeven door de kledingfirma Kreymborg. Van oorsprong duidelijk Engels, maar een Nederlandse tekstschrijver is daar eens goed voor gaan zitten: "Er is heel wat te leeren / Van 't reizen met het spoor / Ik hoop dat gij ook allen / Een reis zult maken hoor." Een tekst met een hoog lulligheidsgehalte dus, maar in de jaren dertig dacht men daar wellicht anders over. Ik ben gek op dit soort jeugdboeken. Kreymborg heeft bestaan van 1891 tot 2001, toen de 61 winkels werden gesloten.



Utrecht in 2010

Utrecht Centraal, 23 en 24 maart 2010. Zomaar een paar interessante, inmiddels veelal verdwenen, objecten. Onder andere een kastje van een spoorstaafconditioneringssysteem, een woord dat niet eens op het Scrabblebord past. Met dit systeem wordt, wanneer een trein passeert, wat vet tegen de spoorstaaf aangebracht. Dat gaat het snerpende geluid tegen als treinen door een scherpe boog rijden.


Wisselklem

Rotterdam Centraal, 23 maart 2010. Een wisselklem voorkomt tijdens werkzaamheden het ongewenst bedienen van een wissel. Of er iets kapot gaat als dat toch wordt geprobeerd weet ik niet.


Zigzag-spoor

Spoorwegmuseum, 22 januari 2010. Zigzag-spoor: de spoorstaven zijn bevestigd op betonnen blokken die met stalen buizen met elkaar zijn verbonden. Zigzag-spoor is vroeger op grote schaal toegepast. Nadeel was dat schiften met grote machines niet mogelijk was. Dat kon wel met het Kleinstopfgerät 95.



Die Winterreise. Sneeuwrijke spoorwegaffiches.

De trein is het ideale winterse vervoermiddel: nauwelijks gevoelig voor gladheid en sterk genoeg om sneeuwstormen te doorstaan. Op winterse affiches maakten spoorwegmaatschappijen reclame voor deze eigenschappen, maar vaker nog werden er wintersport-bestemmingen aangeprezen. Toen auto's nog niet erg betrouwbaar waren en vliegen te duur, was de trein hét transportmiddel naar de skioorden.

Sneeuwrijke spoorwegaffiches vanaf het begin van de vorige eeuw laten niet alleen zien dat de skimode veranderde en dat treinen elektrisch werden. Ook de ontwerpstijlen ontwikkelden zich, terwijl het foto-affiche uiteindelijk de over­hand kreeg. Lees het artikel op retours.eu door Arjan den Boer, 23 december 2019.



Het team van “Langs de rails” wenst je een voorspoedig 2020. (Klik op foto voor vergroting.)


Het orgel van de Grote Kerk in Hilversum

Hilversum, 18 december 2019. We doen het graag hoor, maar het is een beetje jammer dat ons team altijd pas op het laatste moment wordt gebeld: "volgende week hebben we allerlei kerstdiensten, zouden jullie ons orgel willen komen stemmen?". Het is een mooi maar eenvoudig orgel, dat echter vrij snel uit de toon loopt. Meer informatie.


Utrecht Maliebaan in kerstsfeer

Model van het Spoorwegmuseum, het vroegere Maliebaanstation, in kerstsfeer. Gefotografeerd in tuincentrum Intratuin in Utrecht, op 4 november 2019. Het model van dit station was (is?) ook te koop bij Intratuin. Sterk afgeprijsd: oorspronkelijk 130 euro, daarna 40 euro (daar heb ik het voor gekocht) en uiteindelijk 19,90 euro.


Museum van Zuilen gaat verhuizen

Het leuke Museum van Zuilen, aan de Amsterdamsestraatweg 569 in Utrecht, gaat verhuizen naar een nieuwe locatie: de nabijgelegen vroegere Werkspoorfabriek. Tot het eind van 2019 is het museum nog een aantal dagen geopend. Daarna gaat het dicht totdat de nieuwe inrichting gereed is, volgens de plannen medio februari 2020. Het Museum van Zuilen besteedt aandacht aan de geschiedenis van Zuilen – vroeger een zelfstandige gemeente, tegenwoordig een wijk van Utrecht – en aan de twee grote werkgevers die hier ooit een belangrijke rol speelden: DEMKA en Werkspoor. Voor meer informatie zie www.museumvanzuilen.nl. Hier staat ook hoe je het museum kunt steunen, bijvoorbeeld door donateur te worden.

Utrecht, 21 november 2019. Centraal in het museum staat een modelbaan waarop veel door Werkspoor gebouwd materieel is te zien. Deze modelbaan verhuist natuurlijk ook mee naar de nieuwe locatie. Links een model van de Euromast. Het spanbeton voor de toren werd geleverd door DEMKA. Werkspoor bouwde het restaurant. Dat gebeurde op de begane grond, waarna het gevaarte met de hand omhoog werd gevijzeld.

Utrecht, 21 november 2019. "Heeft u een uurtje?" vroeg ik toen de pastoor mij uitnodigde mijn zonden op te biechten. Dit is de biechtstoel uit de St.-Ludgeruskerk met een replica van pastoor W. van Albach. De St.-Ludgeruskerk stond tot 1977 aan de Amsterdamsestraatweg. Aan de muur van de biechtstoel hangt de kleine wijzer van de kerkklok.



Terug naar het begin





vorige       start       omhoog