Nederlands-Indië

In de koloniale tijd, toen Indonesië nog Nederlands-Indië heette, is door de Nederlanders een flink spoorwegnet aangelegd. Dat was natuurlijk niet omdat ze de plaatselijke bevolking een plezier wilden doen, maar om de koloniale producten zo znel mogelijk het land uit te krijgen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog is Nederlands-Indië bezet geweest door Japan. Na de oorlog probeerde Nederland, onder het motto "Indië verloren, rampspoed geboren", het land weer terug te veroveren. Aan herstel van het tijdens de oorlog beschadigde spoorwegnet kwam men tijdens deze "politionele acties" niet toe. Ook na de Indonesische bevrijding kreeg het spoorwegnet weinig aandacht. Er zijn nog wel veel restanten te vinden en hier en daar rijden ook nog treinen.



Medan, Sumatra, 15 maart 2008. Restanten van de Nederlandse koloniale nalatenschap. Foto Adriaan Pothuizen.


Een locomotief bestemd voor de Staatsspoorwegen in Nederlands-Indië, omstreeks 1900.
Ik weet niet meer wie mij deze foto toestuurde. Wilt u zich melden?


Tandjungkarang (Zuid-Sumatra), 1915. Locomotievenloods van de Nederlands-Indische Staatsspoorwegen met drie locomotieven, waaronder loc 307. De man in het witte pak is Ing. David Kip, met rechts naast hem zijn Javaanse stoker. De andere mannen zijn leden van een ingehuurde ploeg spoorwegarbeiders uit Tandjungkarang. Foto uit het familiearchief van Hans Maassen, kleinzoon van David Kip.

Hans Maassen schreef naar aanleiding van deze foto het volgende: "De man rechts van mijn grootvader is zijn Javaanse stoker en duvelstoejager, die jaren lang op allerlei plaatsen waar spoorwegen aangelegd werden lief en leed met hem en de familie deelde. Mijn grootvader was eerst machinist bij de Staatsspoorwegen, depot Arnhem. Hij was een zeer intelligente jongeman en had in die tijd al twee patenten op zijn naam, of liever de "Staats" had die, want zij betaalden het patentrecht. Omstreeks de eeuwwisseling had hij alles bereikt wat er in Nederland met een lagere schoolopleiding te bereiken was. Hij was al op jonge leeftijd machinist en zonder "Delft" zou hij nooit veel verder komen. In het toenmalige Nederlands-Indië leken meer kansen te liggen; dus reageerde hij op een advertentie van de Ned. Indische Staatsspoorwegen. Hij ging daar naar de avondschool om opgeleid te worden tot opzichter/uitvoerder bij de aanleg van nieuwe spoorwegen. In 20 jaar is de familie zeven keer verhuisd, steeds naar een andere locatie vanwaar een nieuwe lijn aangelegd werd. Na een paar jaar werd hij ingenieur. Hij overleed in 1919 aan de typhus tijdens de aanleg van de spoorlijn Tandjungkarang-Palembang in Zuid-Sumatra.

Tijdens een vakantie in 1996 hebben mijn vrouw en ik die streek bezocht. De locloods is jammer genoeg niet meer aanwezig in Tandjungkarang. Er staat nu een lelijke plaatijzeren loods. Wel heb ik daar de ruïne van een draaischijf gevonden. Tussen Palembang en Tandjungkarang rijdt maar eenmaal per dag een trein. Dat heeft niets met de vraag naar spoorvervoer te maken; die is veel groter. De Indonesiërs hebben na ons vertrek de spoorwegen schandelijk verwaarloosd. Slechts de lijnen tussen de grote steden worden nog sporadisch bereden, meestal niet meer dan twee of drie ritten per lijn per dag. Soms loopt een autoweg - vrijwel steeds een soort B-weg die met 120 km per uur bereden wordt (ook in de dorpen!) - parallel aan een half ondergegroeide spoorlijn met roestige rails en verrotte bielzen. En dan te bedenken wat een prachtig dicht spoorwegnet (vooral op Java) wij daar indertijd achterlieten. Wat ze daar een spoorwegmuseum noemen is in feite altijd een vervallen en verroeste oudijzertroep met een bordje 'museum' erbij. De enige gave Indonesische stoomlocomotief, de Bergkoningin, staat in het Nederlands Spoorwegmuseum in Utrecht."



Uit "100 Jahre Deutsche Eisenbahnen, 83 Jahre Schwartzkopff", 1935.



Utrecht, 17 augustus 2007. Het is altijd leuk om even rond te lopen op de Pasar Perron, tussen de mensen die hun handel hebben opgetast tussen de museumstukken. En niet te vergeten de kraampjes waar je lekker eten kunt kopen. Op het Nederlandse koloniale verleden valt terecht veel kritiek te leveren, maar wij hebben ze wel lekker leren koken, dankzij onze Conimex-specerijen uit Baarn.


Spoorwegmuseum, 21 augustus 1993. De "Bergkoningin", hier een beetje verstopt achter de koopwaar van een Indonesische Pasar, maar tegenwoordig bijna helemaal niet meer te zien. Net als de 6317 is ze nu ingemetseld in een kermisattractie.


Een tropische mars

De S.S. Marsch, in 1925 gecomponeerd door G.L. Touset voor het 50-jarig jubileum van de Staatsspoor- en Tramwegen in Nederlandsch-Indië. Collectie Eelco Storm.  Hoorbaar gemaakt door Matthijs Hulleman.


De 'Bergkoningin' en de spoorwegen in Nederlands-Indië 1862-1949. Door ir. E. Krijthe. Uitgegeven door het Nederlands Spoorwegmuseum, Utrecht 1983. Dit boekje verscheen naar aanleiding van de komst van de 'Bergkoningin' naar het Spoorwegmuseum. Dit is de bijnaam van een door Werkspoor gebouwde gelede smalspoorstoomlocomotief, die in 1928 in dienst kwam bij de Staatsspoorwegen in Nederlands-Indië. In 1981 werd deze prachtige loc geschonken aan het Spoorwegmuseum. In het boekje wordt ook ingegaan op de geschiedenis van de spoorwegen in Nederlands-Indië tot het jaar 1949, toen het land onafhankelijk werd. Met veel oude foto's en twee losse spoorwegkaarten.


Stations en spoorbruggen op Sumatra. 1876-1941. Door Michiel van Ballegoijen de Jong. De Bataafsche Leeuw, Amsterdam 2001. ISBN 9067075124. Nummer 32 in de boekenreeks van de NVBS. Tijdens een tentoonstelling in Amsterdam, begin 2006, werd dit dikke boek voor een vriendelijk prijsje verkocht. Van dezelfde auteur, in NVBS-kringen zeer bekend, verscheen in 1993 het boek Spoorwegstations op Java.


De elektrische stadstrams op Java. Door H.J.A. Duparc. Uitg. Wyt, Rotterdam 1972. ISBN 906007582X. Deel 9 van de serie Trams en tramlijnen.

Eerder dan in Nederland reden ook in het toenmalige Batavia al elektrische trams. Vanaf 1899 kende deze stad dit railvervoermiddel. Ook Surabaia had jarenlang een elektrische tram, die er echter nooit in is geslaagd de stoomtram te verdrijven, zodat beide tractievormen decennia lang tesamen voorkwamen. De heer H.J.A. Duparc, die beide bedrijven van dichtbij meemaakte, neemt de lezer mee naar de statige lanen van Weltevreden, de tuinen van Simpang, de pasars van Djakarta-Kotta en al die andere plaatsen waar de "trem listrik" opereerde.


Zie ook:




vorige       start       omhoog