Meten & wegen


 

Hoorn, 29 juli 1967 en Dordrecht, 30 juni 1969. Weeginrichting voor goederenwagens. Voor het weeghuisje staat een draaisein. Dit wordt hieronder toegelicht.


 

Amersfoort, 11 september 2004. Bij de voormalige wagenwerkplaats is deze inrichting te zien waarmee de asdruk van goederenwagens werd gemeten. Er hoorde ook een meethuisje bij, maar dat is gesloopt.


Amersfoort, 14 januari 2005. Deze foto is gemaakt door Bert Peihak van Stichting De Locomotor. Bert schreef: "We waren gistermiddag bezig in Amersfoort om o.a. onze nieuwe aanwinst, de bollenwagen, binnen te zetten. Voor dat hij binnen kwam te staan eerst maar even naar de weegbrug gereden voor deze fotostop. Zo moet het er dus uitgezien hebben toen er de asdruk gemeten werd."


 

Zutphen Goederen, 5 augustus 2003. Het ronde seinbord stond haaks op het spoor als er gewogen werd en het driehoekige bord stond haaks op het spoor als er niet gewogen werd. Dit sein wordt ook toegepast bij draaischijven, zoals bij de MBS te Haaksbergen en als wisselstandsein o.a. te Boekelo Zoutindustrie. Foto's Bert Peihak.


Ladingmal


Hilversum, 29 januari 1969. De ladingmal op de losplaats.

Tekening rechts uit "Vr de Seinen Veilig gaan" (1942).

Amersfoort, 9 maart 1974 en 11 september 2004. Ladingmallen werden gebruikt om te meten of de lading van een goederenwagen niet buiten het profiel van vrije ruimte stak. Omdat er in Europa verschillende profielen bestaan, kon de ladingmal in verschillende posities worden ingesteld. In 2004 was een van de meetprofielen verdwenen.

 

Er is een internationaal omgrenzingsprofiel samengesteld, welks afmetingen zo zijn, dat de wagens, binnen dit profiel gebouwd, kunnen verkeren op alle spoorlijnen op het continent van Europa met normaal spoor. Dit profiel heet het transietprofiel en is 3150 mm breed. De binnen het transietprofiel gebouwde en volledig voor het transietverkeer geschikte wagens, dragen de naam "Transietwagen" en het teken volgens fig. 3.

Niet alleen het materieel, maar ook de lading moet vanzelfsprekend binnen het omgrenzingsprofiel, bij transietverkeer binnen het transietprofiel blijven. Om dit op eenvoudige wijze te kunnen controleren, zijn op verschillende stations ladingmallen aanwezig.

Bron: Spoorwegtechniek: rollend materieel.

Het vrije ruimte profiel is de grenslijn, waarbinnen geen kunstwerken gebouwd mogen worden. Het is voor normaalspoor 4 meter breed. De afstand der sporen op dubbelsporige baanvakken bedraagt echter in vele gevallen slechts 3,6 m, soms 3,5 m.

Het omgrenzingsprofiel is de grenslijn, waarbuiten geen enkel onderdeel van het rollend materieel mag uitsteken. Voor de N.S. lijnen geldt als omgrenzingsprofiel het profiel volgens fig. 2.

Het bovenste gestippelde deel geldt voor de stroomafnemers van het elektrische materieel.


Zie ook:




vorige       start       omhoog