Krokodillen

Verzamelnaam van locomotieven met aan beide zijden een lange neus. Het oermodel is de bekende Zwitserse krokodil, maar er zijn ook diverse andere locs die zo worden genoemd. Bij de 'echte' krokodil kunnen de neuzen ten opzichte van de cabine bewegen, zodat de loc door de wissels kronkelt, met zijn stangen als sluipende poten.



Luzern, Verkehrshaus der Schweiz, ca. 1979. Loc 14305 van de SBB, bestemd voor zware goederentreinen op lijnen zoals de Gotthardbahn. Type Ce 6/8 III, bouwjaar 1923. Collectie Nico Spilt.


Luzern, Verkehrshaus der Schweiz, 11 juli 2007. Loc 13254 van de SBB, gebouwd door de Zwitserse fabrieken Oerlikon en Winterthur in 1919. Type Be 6/8 II. De lampen op Zwitserse locomotieven kunnen in diverse combinaties branden; zie Schweizer Lichtwechsel.


Flüelen, zomer 2004. Deze klassieke Zwitserse locs (14253 en 11801) werden bij toeval aangetroffen door Dolf Dijkstra en zijn vrouw. Terwijl ze aan het filmen en fotograferen waren, kwam er ook nog een gerestaureerd TEE-treinstel voorbij rijden, dat ze in de consternatie echter niet goed in beeld konden krijgen (zie inzet).


SBB Ce 6/8II 14253 uit 1919. Een Zwitserse krokodil op schaal H0 van Editions Atlas.


Luzern, Verkehrshaus der Schweiz, 11 juli 2007. Loc 402 van de Rhätische Bahn (RhB), smalspoorversie van de oerkrokodil.


Montreux, 1 augustus 2007. In het Swiss Parc Vapeur (www.swissvapeur.ch) rijdt onder andere deze levensechte krokodil van de RhB rond. Foto Ed de Bruijn.


Bad Ischl, 16 juni 1926. Oostenrijkse krokodil 1100.004 staat gereed om een proefrit te maken. Op de locomotief staat de vader van Jenny Hess. Tussen de mannen voor de locomotief zou haar grootvader kunnen staan, maar dat weet ze niet zeker. Die grootvader werkte als ingenieur bij de Oostenrijkse spoorwegen. Collectie Jenny Hess.


Luzern, Verkehrshaus der Schweiz, ca. 1985. ÖBB-loc 1089.06, een krokodil uit de jaren 20. Collectie Nico Spilt.


 

Wasserbillig, 14 juli 1969. CFL-loc BB-3615. Luxemburg, 19 juli 1969. CFL-loc BB-3603.

De serie 3600 van de CFL is afgeleid van de serie BB 12000 van de SNCF. Tussen 1958 en 1960 zijn 20 locs gebouwd die onder de 25.000 Volt wisselspanning in Luxemburg en de met deze spanning geëlektrificeerde lijnen in België konden rijden. Deze locs waren eerst blauw, later bruin. Ze reden alle soorten treinen. Technische gegevens: twee tweeassige draaistellen, lengte 15,2 meter, gewicht 84 ton, vermogen 2650 kW, maximum snelheid 120 km/uur. De laatste loc van deze serie deed dienst op 10 december 2004, op 28 maart 2005 vonden afscheidsritten voor treinen van de normale dienstregeling plaats. Hiernaast een archieffoto van CFL 3620.


 

Hazebrouck, 25 september 1970. Locs van de SNCF-serie BB 12000, het zusje van CFL-serie 3600.


Luzern, Verkehrshaus der Schweiz, 1978/79. Goederenloc CC-14002 van de SNCF, bouwjaar 1955. De loc was in 1978 en 1979 te gast in Luzern tijdens een tentoonstelling van krokodillen uit vijf verschillende landen. Collectie Nico Spilt.


Luzern, Verkehrshaus der Schweiz, 1978/79. Italiaanse draaistroomloc E431.037. Collectie Nico Spilt.


Baureihe E94

Soortgenoten: Baureihe E93 en ÖBB Reihe 1020

Kaldenkirchen, 13 augustus 2006. Stoere loc met stoer personeel. De machiniste en eigenares van loc 194 158 heet Barbara Birgit Pirch. Dankzij haar is ook loc 221 135 bewaard gebleven.


DB-loc E94 279, motorloos model van Editions Atlas, poseert even op mijn Märklinbaan.


Kirchberg (Tirol), 20 juni 2006. ÖBB-loc 1020.17 met de "Nostalgiezug Giselabahn - Kitzbüheler Alpen" naar Zell am See. Achter de stoere krokodil hangen eenvoudige tweeassers. Foto John Hogaarts.


Die deutschen Krokodile. Ellok-Baureihe E93 und E94. Door Hans-Dieter Andreas en Manfred Herb. Verlag Wolfgang Zeunert, Gifhorn 1981. ISBN 3921237645.

De eerste twee locs van de Baureihe E93, een zesassige loc op twee draastellen (asopstelling C'C'), werden in 1933 gebouwd door AEG. Tot 1939 werden 18 locs gebouwd. Van de vervolgserie, Baureihe E94, werden tussen 1940 en 1956 door diverse fabrikanten 285 exemplaren gebouwd. De E94 was sterker en sneller dan de E93. De locs werden vooral gebruikt voor het zware goederenvervoer in het zuiden van Duitsland of als opdrukloc bij steile hellingen, maar ze waren ook wel voor personentreinen te zien. Hun bijnaam krokodil danken dit soort locs aan hun lange neuzen.

In 1968 werden de locs vernummerd in Baureihe 193 resp. 194 (in Oost-Duitsland 254). Van de E94 zijn na de oorlog 44 exemplaren in Oostenrijk achtergebleven. Deze zijn in 1953 door de ÖBB genummerd in de Reihe 1020.


Zie ook:




vorige       start       omhoog