Ketelwagens


 

Rotterdam CS, 15 september 1968 en 1 februari 2000: loc 2512 en loc 6443 met ketelwagens.


 

Utrecht, 28 april 1976. Loc 1313 pauzeert op het goederenemplacement met haar lange keteltrein. Utrecht, 24 april 2001. ACTS-loc 1253, met reclame voor klant Vos, vertrekt met een keteltrein vanaf het goederenemplacement.


 

Woerden, 3 mei 1984. Loc 1609 met een keteltrein richting Gouda. De loc heeft nog geen naam; men was toen net begonnen van het geven van stedennamen aan de locs van deze serie. De locs hadden ook nog geen konijnenhok op het dak. De drukke overweg bij het station is inmiddels vervangen door een tunnel. Rechterfoto: Woerden, 16 juni 1985. Restanten van een ongelukje met een keteltrein.


Ketelwagens van Pieter Bon

Zaandam, 8 juli 1973. Locomotor 245. In de achtergrond ketelwagens van Pieter Bon, die handelde in plantaardige oliën en mineralen. Op de tweede foto een DE5 op weg van Enkhuizen naar naar Amsterdam.


Hoorn, 7 februari 2011. Een bewaard gebleven ketelwagen van Pieter Bon: NS 67081. Achter het nummer staat een P in een vierkantje; dit betekent dat het om een particuliere wagen gaat. Ook de VSM bezit een dergelijke ketelwagen. Foto Menno Voorloop.


Demonstratieketelwagen

Lelystad, 28 mei 1988. Materieelshow ter gelegenheid van de opening van de spoorlijn Almere-Lelystad (het traject Weesp-Almere was een jaar eerder in gebruik genomen). Foto Bart Gerrtisen.

Utrecht, 20 juli 1989, tijdens NS 150. De naam is verkeerd gespeld (die spatie hoort er niet in).

Utrecht, 6 september 2005. Demonstratieketelwagen van Railion. In en op deze wagen bevinden zich afsluiters en andere zaken die te maken hebben met het vervoer van vloeistoffen. Je kunt er dus ook in, via de deur aan de voorzijde.


Mariënberg, 19 augustus 1994. Een keteltrein uit Emmen met locs 6431 en 6436.


Geerdijk, 1 juni 1984. Een brullend trio 2200'en is met een lege olietrein op weg van Almelo naar Schoonebeek. Op 29 april 2016 is halte Geerdijk uit de dienstregeling verdwenen. Foto Fons van der Jagt.


Jaknikker

Technisches Museum Wien, 29 augustus 2012. Een pomp om olie uit de grond omhoog te halen. De ronddraaiende beweging van een elektromotor wordt omgezet in een op-en-neerbeweging van de lange arm. Die drijft een zuiger aan waarmee de olie omhoog wordt gepompt. In het Nederlands heet dit een jaknikker, naar de beweging die de lange arm maakt (je zegt dus ja-knikker, niet jak-nikker). Van 1948 tot 1996 werden dit soort pompen gebruikt bij Schoonebeek in Drenthe. Twee keer per dag reed hiervandaan een olietrein naar Pernis. Hierna was het niet rendabel meer om op deze manier olie te winnen. Men gebruikt nu een andere techniek: stoominjectie. De olie wordt via een pijpleiding getransporteerd naar het Duitse Lingen. Ook in Zuid-Holland zijn jaknikkers gebruikt.


Madurodam, 1966. Een 1100 met een olietrein. Links een jaknikker waarmee olie wordt opgepompt. Foto W. Spilt.


Verkehrsmuseum Nürnberg, 16 augustus 2005. Model van een ketelwagen (benzine) met remmershuisje. De wagen wordt op een zogeheten Strassenroller vervoerd.


National Railway Museum, York, 26 juni 2008. Melkwagen van de LMS uit 1937.


Cité du Train, Mulhouse, 10 juli 2007. Wijnwagen (wagon bi-foudre) van de PLM uit 1900.


Gevaarlijke stoffen, Kemler-code, Hazchem-code

Roosendaal, 7 mei 2007. Meestal zie je op containertreinen alleen maar grote dozen, waaraan je niet kunt zien wat erin zit. Maar soms zit er een venijnig uitziend keteltje tussen. Aan waarschuwende opschriften geen gebrek. Op de oranje borden (in dit geval stickers) wordt aangegeven wat er in de ketel zit en wat de risico's zijn.

  • Rechterbord. De bovenste code is het gevaarsidentificatienummer (GEVI) of Kemler-code. Het eerste cijfer hiervan geeft het belangrijkste gevaar aan, daarachter kunnen een of twee cijfers of letters staan die op een bijkomend gevaar wijzen. De code 886 waarschuwt voor de corrosieve (bijtende) werking van de stof; de 6 betekent dat de stof ook nog eens giftig is. De onderste code noemt men het stofidentificatienummer (STID) of UN-nummer. In dit geval is dat 1744 (broom).
  • Linkerbord. De bovenste code is de Hazchem-code (van hazard = gevaar en chem = chemisch). Deze code (in dit geval 2XE) geeft aanwijzingen aan hulpdiensten hoe ze moeten handelen, bijvoorbeeld welke blusmiddelen ze moeten gebruiken. De letter E betekent "evacuatie overwegen". Onder de Hazchem-code staat eveneens het stofidentificatienummer.

Brandweermannen moeten al deze codes uit hun hoofd kennen. De leek doet er goed aan om tegen de wind in weg te rennen en thuis op te zoeken aan welk gevaar hij is ontsnapt.

= ketelwagen voorzien van slingerschotten (beveiliging tegen klotsen, waardoor de wagen zou kunnen gaan slingeren)


Bochum-Dahlhausen, 19 april 2008. Logo van ARAL op een ketelwagen.


Hüthum, 12 oktober 2008. Loc 189 095 van Veolia nadert Emmerich met een kalkslurry-trein. Kalkslurry is een mengsel van kalk en gips; het is een restproduct dat vrijkomt bij de fabricage van zout. Het spul wordt gebruikt om boorgaten te vullen. De trein op deze foto, bestaande uit knikketels, is leeg op weg van Schwedt (Duitsland) naar Antwerpen. Normaal rijdt de trein via Bad Bentheim, maar vanwege werkzaamheden werd ze omgeleid via Emmerich en Bunnik. Foto Marcel van Eupen. Zie ook kalktreinen.


Spoorwegmuseum, 25 augustus 2008. Ketelwagen 515615 P (oorspronkelijk 10402). In 1919 gebouwd door Wagonfabrik Uerdingen, Uerdingen. Max. snelheid 80 km/uur. De letter P betekent dat het een particuliere wagen is, in dit geval van de Staatsmijnen. Aanvankelijk werden deze wagens gebruikt voor intern transport, later kregen ze een toelating voor het hoofdnet van NS. De ketelwagens werden gebruikt voor het transport van creosootolie. Creosoot werd gebruikt voor het impregneren van houten dwarsliggers.


Goes, 3 juni 2011. De restauratie van ketelwagen 510130P is vrijwel afgerond. Daarbij heeft de wagen de karakteristieke Nieuwe Matex-opschriften teruggekregen (Matex = Maatschappij tot exploitatie van handelsterreinen, Vlaardingen). Verder is ook het remmershuisje gereconstrueerd, dat al lang geleden verwijderd is. Andere opvallende kenmerken zijn de korfbuffers, de aspotten met glijlagers en de geklonken ketel. Bij de restauratie is gebruik gemaakt van klinkwerk voor het verbinden van de stalen onderdelen. De foto is gemaakt tijdens het evenement Sporen naar het verleden, waarbij de wagen voor het eerst aan het publiek is getoond. Foto Kees Wielemaker.


Jernbanemuseum Odense, 7 september 2010. Wagen met potten voor het vervoer van zoutzuur. Begin vorige eeuw bestonden er nog geen staalsoorten of coatings die bestand waren tegen de inwerking van logen en zuren. Daarom werden deze vloeistoffen vervoerd in aardewerk vazen of potten. De potten konden 1000 of 1200 liter vloeistof bevatten, waren ruim 1,5 meter hoog, hadden een diameter van ruim een meter en wogen 350 kilo. Ze waren gemaakt van bruin geglazuurd aardewerk. De Museum Buurt Spoorweg (MBS) in Haaksbergen bezit ook een dergelijke pottenwagen.


Beer Can Tanker. Maak je eigen bierwagen met je favoriete merk! Advertentie in Model Railroader, oktober 1978.


Zie ook:




vorige       start       omhoog