Inspectiefietsen en -voertuigen

De hier beschreven voertuigen worden ook draisine genoemd. Dit is een oud woord voor fiets. Er bestaan ook voertuigen die met de armen in beweging moeten worden gebracht: pomplorries.


Deze railfiets is in 1879 uitgevonden door George Sheffield uit Three Rivers, Michigan. Zijn fabriek heette de Sheffield Velocipede Co., tegenwoordig Fairbanks, Morse & Co. Er zijn nogal wat slachtoffers gevallen onder de berijders van dit soort fietsen, totdat het gebruik ervan werd verboden.


Inspectie op de Northern Line in London (repro uit The Wonder Book of Railways, begin jaren 50).


Verkehrsmuseum Nürnberg, 16 augustus 2005. Ik doe alle stunts zelf!


Kolari (Finland), 15 augustus 2008. Gele railfiets, bijna een volle graad boven de noordpoolcirkel. Foto Roeland Krul.


Crailoo, jaren 40. Opzichter op een railfiets met hulpmotor. Foto collectie E. van Barneveld.

De fiets heeft een motorblokje van de Bilthovensche Metaalindustrie (BMI). De cilinderinhoud was 98 cc. Het was een kopzijklepper met riemaandrijving. De olie moest met de hand in het carter gepompt worden. De eerste railfietsen waren voor één persoon bestemd, totdat iemand van achteren werd aangereden door een trein. Toen werden tweepersoonsfietsen gebouwd, zodat een van de twee berijders de andere kant in de gaten kon houden.


Rotterdam, 1940. Overweg in de 's-Gravenweg. De weg kruist hier de Ceintuurbaan.
Helemaal links komt een voertuigje het beeld ingereden. Wie weet meer over deze draisine?
Foto ter beschikking gesteld door Victor Lansink. Bron: NS/Collectie Het Utrechts Archief.


Molln, 20 september 1971. Loc 298.104 van de Steyrtalbahn. Links nadert een geel inspectievoertuigje.
Hoewel dit duidelijk geen fiets is, worden ook dit soort voertuigjes draisine genoemd.


Bahnpark Augsburg (www.bahnpark-augsburg.de), 19 mei 2008. Draisine van de DB. Foto Dolf Dijkstra.


Realp, 26 augustus 2006. Draisine 4961 van de Dampfbahn Furka-Bergstrecke. De typeaanduiding is Xmh (X = dienstwagen, m = verbrandingsmotor, h = tandradaandrijving). Het loodsje rechts is de stallingplaats van dit voertuigje. Het is in 1945 gebouwd door de FO (Furka-Oberalp-Bahn, de oorspronkelijke eigenaar van de lijn) voor inspectiedoeleinden. Het traject is grotendeels niet met de auto te bereiken. De bestuurder heeft de beschikking over een koppeling, rempedaal en een vierversnellingsbak zoals bij een auto. In plaats van een gaspedaal is er een gashandel. Verder is er een keerkoppeling om achteruit te kunnen rijden. De Volkswagen-benzinemotor levert maar liefst 31 pk en er kunnen twee mensen voorin en eventueel ook nog twee mensen achterin zitten. De maximale snelheid is 20 km/h op het tandradspoor (max. 11% stijging) en 30 km/h op adhesiespoor. Achteruitrijden kan met dezelfde snelheid als vooruit, maar de bestuurder moet dan wel achterom kijken. Dat is niet echt handig, dus als het even kan wordt er gedraaid op een van de draaischijven aan de eindpunten. Foto Diederik van Nimwegen.


Nee, deze telt niet mee voor de Hunt for the little red car. Fützen, 22 september 2011. Foto Paul Boersma.


Rotterdam, ca. 1993. Een inspectievoertuig dat in Ierland was gemaakt voor de toen in aanleg zijnde Willemsspoortunnel. Er achter hangt de Tomobil (de Mol) als diesel en elektrisch (accu) werkvoertuig voor de tunnel. Deze Mol is enige jaren later gesloopt. De foto is gemaakt ter hoogte van waar nu de werkplaats van Shunter is, door Erik van Zuijlen.

Rotterdam Noord Goederen, 10 juli 2007. Nogmaals de Unilok, weggestopt tussen de begroeiing. Zijn TVCT-keuring voor werkmachines was nog niet eens zo heel lang verlopen, maar eigenaar BAM had er geen werk meer voor. Niet lang daarna is hij gesloopt. Foto Dieke Nederbragt.


VW-Bus-Draisinen

Deutsches Technikmuseum, Berlin, 1991 of 1992. Inspectievoertuig van de DB. Foto Erik van Zuijlen.


Klv20 uit 1955. Klv staat voor Kleinwagen mit Verbrennungsmotor. De DB heeft 30 van dit soort draisines, gebaseerd op een Volkswagen Transporter ("Bulli"), in gebruik gehad. Ze haalden 70 km/uur en er konden zeven personen mee. Door middel van een handbediend hydraulisch systeem kon de bus gekeerd worden. Bij overwegen was het opletten: knipperlichtinstallaties werden niet ingeschakeld door de bus. Er zijn voor zover bekend zes exemplaren bewaard gebleven. Op de foto een H0-model van Brekina, www.brekina.de.


Hilversum, 19 november 2011. Een bijzonder voertuig bij doorkomst op spoor 4. Dit is de enige nog bestaande railbus op basis van de Volkswagen T1 diesel, de bekende spijlbus. Onlangs is dit prototype uit 1965 in Duitsland teruggevonden en geheel in de originele staat teruggebracht. Foto Henk Koster.


Een Ford FK 1000 op spoorwielen (FK staat voor Ford Köln), gebouwd tussen 1953 en 1962. Model van Roco.


Sveriges Järnvägsmuseum, Ängelholm, 9 september 2010. Inspectievoertuigen van de Zweedse spoorwegen.


Odense, 7 september 2010. Inspectievoertuig van de Skagensbahn (SB), een achtcilinder Pontiac uit 1933. De auto was eerst eigendom van een particulier en werd later gebruikt als taxi. In 1944 kocht de SB deze auto en zette er spoorwielen onder. Daarachter staat een rangeertractor van de DSB uit 1953, die dienst heeft gedaan bij de werkplaats in Kopenhagen.


Odense, 7 september 2010. Inspectievoertuig van de Deense Spoorwegen, een Ford V8 uit 1937.


Museo del Ferrocarril de Madrid, 14 november 2012. Foto Leo Leeflang.


Berlijn, 26 september 2008. Op de Innotrans werd een moderne draisine getoond. Foto Patrick Hinderink.


Doe eens wat leuks met een Golf en een verlaten spoorlijn.


Zie ook:




vorige       start       omhoog