Oost-Duitse e-locs

Na de Tweede Wereldoorlog werd het oostelijk deel van Duitsland, de DDR, volledig leeggeplukt door Rusland. Van dubbelsporige spoorlijnen werd één spoor opgebroken, en wat er aan bovenleiding hing verdween ook. Zelfs de elektrische locomotieven werden naar Rusland overgebracht, hoewel ze daar volkomen onbruikbaar waren. Pas in 1955 kwam in de DDR de elektrificatie van het spoornet weer langzaam op gang. De vooroorlogse locomotieven (E04, E44, E94) kwamen weer terug uit Rusland, in ruil voor een groot aantal in de DDR gebouwde nieuwe rijtuigen.

Naarmate de elektrificatie vorderde, ontstond ook de behoefte aan nieuwe locomotieven. Een poging om de West-Duitse E10 in licentie te bouwen mislukte, daarvoor waren de twee landen te verdeeld. Daarop besloot men een eigen locomotief te ontwerpen. Voor de DDR was dat nieuw, want alle Duitse locomotieffabrieken bevonden zich in het westen. De E11 is goed gelukt, evenals de E42 die bestemd was voor lichte personentreinen en goederentreinen. Van deze series zijn ruim 200 resp. bijna 300 exemplaren gebouwd. Van de E11 is later een deel omgebouwd tot E42.

Merk op dat de Oost-Duitse spoorwegen bij de nummering van de locomotieven netjes aansloten op die van de West-Duitse spoorwegen: de E11 komt achter de E10, de E42 achter de E40 en E41. Ook bij de stoomlocomotieven gebeurde dat. Pas bij de overgang op computernummers gingen de nummersystemen van elkaar afwijken. De E11 werd in 1970 genummerd in de serie 211 (vanaf 1992 109). De E42 werd in 1970 genummerd in de serie 242 (vanaf 1992 142).



Baureihe E11

Verkehrsmuseum Nürnberg, 16 augustus 2005. Cabine van loc E11 033, een Oost-Duitse loc uit begin jaren zestig. Hier is ook een langzamere versie van gebouwd, de E42, die op de tandwieloverbrenging na identiek was aan de E11.


Baureihe E42

Herzogenrath, 9 juli 2011. Loc 242 151 (E42) met een deels uit Rheingold-rijtuigen bestaande trein uit Köln. De bedoeling was dat het gezelschap door zou reizen naar de ZLSM, maar hier was geen toestemming voor gekregen. Foto Frank Leurs.


Baureihe 114 (DR 212)

Berlin Zoo, 27 augustus 2009. Loc 114 031 (ex-DR 212) met een Regionalzug naar Eisenhüttenstadt.


Baureihe 143 (DR 243)

Köln Hbf, 1 maart 2004. E-loc 143 932 (ex-DR 243) met een regionale trein.


Baureihe 251 (171) en de Rübelandbahn

Rübeland, 30 april 2002. Museumlok E251 002 met een kalktrein. Foto en tekst Fons van der Jagt.

In het noorden van de Harz ligt, behalve de bekende smalspoorlijnen van de HSB, ook een interessante normaal­spoorlijn: de Rübelandbahn. Deze lijn van ongeveer 25 km is voltooid in 1885 en loopt van Blankenburg naar Königshütte. Ook was er een zijtak naar Drei Annen Hohne (HSB), maar die is later opgebroken. De Rübelandbahn diende als afvoerlijn van de in dit gebied gedolven kalk.

In de jaren 60 nam het belang deze lijn voor de chemische industrie in de DDR zo toe dat de Reichsbahn besloot het traject te elektrificeren. Niet met de gebruikelijke bovenleidingspanning (15 kV/16⅔ Hz), maar met 25 kV/50 Hz. LEW Henningsdorf leverde in 1965 15 speciaal voor de Rübelandbahn gebouwde locs, de groene 251 001-015. Gedurende de DBAG-periode kregen deze locs de nummers 171 001-015 en werden ze rood geschilderd. Twee locs, de E251 001 en 002 zijn in de groene oerversie teruggebracht en kregen de officiële museumstatus.

Het personenvervoer op de Rübelandbahn is in 2005 opgeheven en het goederenvervoer wordt nu uitgevoerd door de Havellandische Eisenbahn AG. Meer informatie over de geschiedenis en de huidige exploitatie van de lijn zie www.ruebelandbahn.de.


Zie ook:




vorige       start       omhoog