Baureihe E10 (110 en 112)

De E10 (vanaf 1968 110) is een uit de jaren vijftig stammende sneltreinlocomotief. Een variant hiervan is de E10.12 (vanaf 1968 112, vanaf 1991 113). Deze kon door een gewijzigde tandwieloverbrenging sneller rijden, en werd ingezet voor TEE-treinen, totdat de E03 dat werk overnam.

Andere familieleden van de E10 zijn de goederentreinloc E40 (vanaf 1968 140, met elektrische rem 139), een loc voor regionale treinen E41 (vanaf 1968 141) en de zware goederentreinloc E50 (vanaf 1968 150). Een snellere variant van de E10, die E01 zou moeten heten, is nooit gebouwd. Wel is er een subserie E10.12 gebouwd, locs die door een andere tandwieloverbrenging sneller konden rijden. Deze waren geschilderd in TEE-kleuren, terwijl de E10 blauw was en de andere locs groen.

De locs van deze series zijn eenheidslocomotieven: veel onderdelen kunnen onderling worden uitgewisseld. De E40 is, op de tandwieloverbrenging na, vrijwel identiek aan de E10. Een ander verschil is het ontbreken van een elektrische rem bij een deel van de serie E40. De E41 heeft als bijzonderheid dat de schakelwals pneumatisch wordt bediend. Dit is goed te horen aan de knallen die uit het binnenste van de loc opklinken. De E50 heeft drieassige draaistellen, de andere locs hebben tweeassige draaistellen.

De meeste locs zijn een zogeheten "Bügelfalten" E10: de neus heeft de vorm van een met een strijkbout (Bügel) gemaakte vouw (Falten). Oudere locs van deze serie hebben een platte neus, zoals de mode uit die tijd voorschreef (zie de NS 1100 en 1300).

Plannen om de E10 in licentie te bouwen in Oost-Duitsland zijn niet doorgegaan. In plaats hiervan ontwikkelde men in dat land een eigen E11. In West-Duitsland kreeg de E10 een vervolg in de Baureihe 111.



Loc E10 003, een van de vijf prototypes van de E10. Deze zijn te herkennen aan de drie voorruiten; de serielocs kregen twee voorruiten. De vijf prototypes zijn door verschillende fabrikanten gebouwd en waren voorzien van verschillende technische installaties. Deze loc is gebouwd door Henschel (kalenderfoto uit 1954, waarschijnlijk gemaakt in mei 1953).


Frankfurt Hbf. Afbeelding uit de Bundesbahnunfallverhütungskalender 1962.


Coburg, 7 april 1969. Loc 110 005, een van de andere prototypes. Foto Jan van Barneveld, collectie Rob van der Rest.


 

Venlo, 31 juli 1968. Loc 110 435 en Sik 361.


 

Köln Hbf, 15 juni 1969. Twee uitvoeringen van de E10: loc 110 154 en loc 110 423.


Herzogenrath, 22 oktober 1969. Loc 110 359 loopt binnen met een trein naar Aachen. Hoewel de spoorlijn geëlektrificeerd is, reden de goederentreinen meestal nog met stoom; klik hier.


Köln Hbf, 11 augustus 1970. Loc 112 501 met een TEE naar München.

De serie 112 is een voor hogere snelheden geschikt gemaakte versie van de 110. Na 1991 zijn deze locs in de serie 113 genummerd; het nummer 112 werd toen toegekend aan de vroegere DR 212.


Blockstelle Namedy, 12 augustus 1970. Loc 110 399 op weg van Köln naar Koblenz. Let op het laaggeplaatste armsein.


Koblenz, 13 augustus 1970. Locs 110 155 en 110 169 in de oorspronkelijke blauwe kleur.
De trein op de tweede foto is D1302 naar Konstanz.



Koblenz, 13 augustus 1970. De in TEE-kleuren geschilderde loc 112 268 (E10.12) met de "Rheinpfeil".


Hamburg Altona, 15 juli 1971. Loc 110 411. Daarnaast DR 01 0527 die zojuist is binnengekomen met een trein uit Berlijn.


 

Aalen, 28 augustus 1972. E-loc 110 296 naast rangeerloc 236 261. Tweede foto: Bamberg, 1 september 1972. E-loc 110 002, een van de prototypes van de E10. Daarnaast stoomloc 001 202.


 

Rheine, 16 augustus 1974. Loc 110 425 kon niet verder dan Rheine rijden. Voor de rest van de rit naar het noorden moest loc 012 066 in actie komen.


 

Bentheim, 8 augustus 1977. Locwissel: NS 1104 wordt vervangen door 110 357.


 

Rheine, 10 september 1977. Locwissel: 110 247 maakt plaats voor 220 027, die de trein verder brengt richting Emden.


Rheine, 28 februari 2001. Rechts de inmiddels rood geworden 110 377. Links loc 141 271 in de blauw-creme huisstijl uit de jaren zeventig.


Mönchengladbach, 30 april 2004. Twee uitvoeringen van de roemruchte E10: 110 158 en "Bügelfalten" 110 327.


Rheine, 28 mei 2005. Loc 110 370 met een trekduwtrein naar Münster. Deze locserie is met zijn laatste rondjes bezig op het Duitse net, hoewel enkele het nog tot begin 2014 zouden uithouden. De rijtuigen zijn gemoderniseerde "Silberlinge", in Nederland bekend als Plan W.


Köln Hbf, 29 mei 2005. Mark Rijs fotografeerde loc 110 348, in de originele blauwe kleur, met een Sonderzug.


Baureihe 115

Venlo, 13 augustus 2006. Loc 115 336 van DB Autozug. Deze heeft een autoslaaptrein in Venlo bezorgd, die door een Nederlands e-loc naar 's Hertogenbosch zal worden gebracht. Om de locs van DB Autozug administratief te onderscheiden van de andere, hebben ze nummers in de serie 115 gekregen. De loc op deze foto is dus de vroegere E10 336.


Berlin Hbf, 28 augustus 2009. Loc 115 283, een bejaarde E10, loopt binnen met een autoslaaptrein uit Boedapest.
Drie automobilisten en een motorrijder hebben gekozen voor het gemak van dit transportmiddel.


Neuzen in Kaldenkirchen


Kaldenkirchen, 13 augustus 2006. Loc 113 311. De locs van de serie 112 zijn in 1992 vernummerd in de serie 113. In de serie 112 werden toen Oost-Duitse e-locs van de serie 212 ondergebracht.



Kaldenkirchen, 13 augustus 2006. Loc 110 169. De eerste locs van de serie E10 hadden een platte neus, latere locs kregen een enigszins gestroomlijnde neus, zoals de E10.12 die ook had.



Kaldenkirchen, 13 augustus 2006. Bügelfalten 110 348 met dito webmeester.


Einst und jetzt

[beweeg muis naar de foto]
Venlo, 31 juli 1968 en 13 augustus 2006. E10 toen en nu: loc 110 435 (DB) en 115 336 (DB AutoZug).
In december 2009 gaan de laatste locs van deze roemruchte serie uit dienst.


Zie ook:




vorige       start       omhoog