's-Hertogenbosch

's-Hertogenbosch heeft in de loop der tijd vier stations gehad. In 1870 werd Den Bosch aangesloten op het spoornet. Het eerste station was ontworpen door K.H. van Brederode. Na ruim 25 jaar kreeg dat gebouw de functie van tramstation, en verrees een tweede station naar een ontwerp van Eduard Cuypers. Dit werd in 1896 geopend. Bij de bevrijding van de stad in 1944 werd dit neorenaissance station zo zwaar beschadigd dat het moest worden gesloopt.

In 1952 kreeg Den Bosch zijn derde station, ontworpen door Sybold van Ravesteyn. Deze maakte ook hier zijn naam van "meest gesloopte architect van Nederland" waar, want in 1995 werd besloten dat er een nieuw station moest komen, naar een ontwerp van Rob Steenhuis. De twee fraaie perronkappen zijn wel gehandhaafd.



NX-beveiliging Den Bosch

Den Bosch was het eerste Nederlandse station dat een NX-beveiliging kreeg. Een uit de Verenigde Staten afkomstig systeem waarmee het indrukken van twee knopen voldoende was om een complete rijweg in te stellen. De leverancier was de General Railway Signal Company (GRS). De afkorting NX is afgeleid van de woorden eNtrance (ingang) en eXit (uitgang). Het NX-systeem op de foto's hieronder heeft dienstgedaan van 4 september 1950 tot 13 december 1964. Daarna kwam er een nieuwe NX-beveiliging, die inmiddels ook is verdwenen.

In 2011 heeft ProRail plannen bekendgemaakt om het emplacement van Den Bosch, na de oorlog het paradepaardje van de NS-beveiliging, sterk te vereenvoudigen. Dat scheelt in de onderhoudskosten, maar ook in de bijsturingsmogelijkheden bij verstoringen. Reizigersbelangen? Daar gaat ProRail niet over.

Het NX-tableau van Den Bosch, toen zich dat nog bij de fabriek in de Verenigde Staten bevond. Boven de linkerarm van de man is de draaischijf te zien, links daarvan takt de spoorlijn naar Lage Zwaluwe af: de zogeheten Halve Zolenlijn (zie verderop). In die tijd deden dagelijks 170 treinen Den Bosch aan, en vonden 1200 treinbewegingen plaats. Foto uit "GRS: Railway Signal Systems", Pamphlet 750, September, 1952; collectie Sven Zeegers.

Het NX-tableau van Den Bosch, kort na de installatie in Nederland. Helemaal rechts de splitsing van de spoorlijnen naar Hedel (Utrecht) en Rosmalen (Nijmegen). Archief Vialis-NMA.

Driehoogteseinen van het lichtseinstelsel '46. De foto is rond 1950 gemaakt bij Den Bosch, bij de splitsing van de lijnen naar Utrecht en Nijmegen, vlak voor de Dieze-brug. Woning 39 is begin 2012 gesloopt. Archief Vialis-NMA.

Op het emplacement van Den Bosch kwamen tussen 1950 en 1954 enkele dwergseinen voor met twee lampen. Met deze tweehoogteseinen waren de volgende seinbeelden mogelijk:

  • Als de bovenste lamp groen was, dan was de "middensnelheid" toegestaan (in dit geval 75 km/uur, zoals op het sein geschilderd). De onderste lamp toonde dan groen of wit licht. Groen + groen betekende dat het volgende sein een lage snelheid (45 km/uur) aangaf. Groen + wit betekende dat het volgende sein geen snelheidsbeperking aangaf.
  • Als de bovenste lamp geel was, dan was volgende sein rood. De onderste lamp toonde dan wit licht. De gele lamp kon ook flikkeren (180 keer/minuut): binnenkomst op bezet spoor.
  • Als de bovenste lamp rood was (stoppen), dan was de onderste lamp gedoofd.

Artikelen over de NX-beveiliging in Den Bosch:



Utrecht, 23 oktober 2011. Tijdens een "Calamiteitenweekend" in het Spoorwegmuseum werd onder andere uitleg gegeven over de NX-beveiliging van Den Bosch, gebaseerd op informatie van mijn website. Leuk om te zien dat in elk geval een deel van het NX-tableau van dit station bewaard is gebleven. (Dit is niet het oorspronkelijke tableau uit 1950, maar de tweede versie uit 1964.)



Halve Zolenlijn

De spoorlijn Lage Zwaluwe - Waalwijk - 's-Hertogenbosch, alias de Langstraatlijn of de Halve Zolenlijn, werd in de jaren 80 van de 19e eeuw aangelegd als staatsspoorweg. Hoewel bij de bouw rekening werd gehouden met dubbelspoor, is het altijd een enkelsporig baanvak gebleven. Waarschijnlijk heeft de lijn daar haar bijnaam "Halve Zolenlijn" aan te danken: half afgebouwd, terwijl die "zolen" aardig correspondeerden met de vele schoenfabrieken in deze streek. Het scheldwoord "halve zool" zou een verbastering kunnen zijn van het Engelse "asshole".

De Langstraatspoorlijn strekt zich sedert de aanleg, die plaatsvond tussen 1882 en 1888, uit van Lage Zwaluwe (Zevenbergschen Hoek), tot aan het hoofdstation van ’s-Hertogenbosch. Met deze spoorverbinding werden personen en goederen vervoerd, voornamelijk grondstoffen en eindproducten van de leder- en schoenindustrie, maar ook veel landbouwproducten. Het platteland van de Langstraat telde rond 1850 behoorlijk wat bewoners. De streek kende een florerende landbouw, handel en nijverheid. De veeteelt vormde een voorname bron van inkomsten. Het stadje Waalwijk was bezig uit te groeien tot een centrum van leerlooierijen en schoenindustrie. De vele overstromingen vormden echter een jaarlijks terugkerend probleem. De aanleg van een spoorweg door dit gebied was een enorm huzarenstuk. In het 47 km lange tracé werd de draaibare spoorbrug over De Donge van 97 meter aangelegd, de 880 meter lange brug over de Baardwijksche Overlaat en de 600 meter lange brug over de Moerputten. Tevens verrezen langs het tracé twintig stations, halten en stopplaatsen.

Reeds in de jaren 20 van de vorige eeuw liep het gebruik van de lijn zienderogen terug. De lijn, ooit gedacht als hoofdlijn, bleef een lokale verbinding. Ten gevolge van de opkomst van de autobus verminderde het personenvervoer zo sterk dat dit in 1950 werd gestaakt. Plannen tot hervatting konden niet worden verwezenlijkt. In 1972 verdween ook het goederenvervoer op het oostelijk deel van de lijn, waarna dit gesloopt werd. Alleen de meest westelijke kilometers, tussen Oosterhout en Lage Zwaluwe, zijn nog in exploitatie.




Oeteldonk Centraol

door Fabian Vendrig

Buiten het feit dat `s-Hertogenbosch een mooie stad is, is er op spoorweggebied ook het een en ander te beleven: de spoorlijnen Amsterdam C-Maastricht/Heerlen en Roosendaal-Nijmegen-Zwolle kruisen elkaar, maar ook de autoslaaptreinen vertrekken vanuit `s-Hertogenbosch.

Het oude station van E. Cuijpers uit 1896, werd in oktober 1944 tijdens de bevrijding helaas vernietigd. In de periode daarna verrees een station wat velen ook mooi vonden, maar dit werd in 1997 door het huidige vervangen.

Het mooiste is het station tijdens carnaval, als alle vrolijke versieringen je toelachen. Carnaval: je kan er van houden, je kan het verafschuwen. Als je in Oeteldonk (`s-Hertogenbosch) woont kan je er (bijna) niet om heen. Zelfs als je via het station wil "wegvluchten" naar plaatsen waar ze geen carnaval hebben ontkom je er niet aan: het station `s-Hertogenbosch is dan dus versierd.

"De Spoorwegen" spelen een niet onbelangrijke rol in het protocollaire gedeelte van het Oeteldonkse carnaval: de Personeelsvereniging van de NS te 's-Hertogenbosch, SSOVH, brengt versieringen aan op de toren van het Centraal Station, de hal en perron 1, en doopt het station hiermee om in Oeteldonk Centraol.

Op carnavalszondag komt prins prins Prins Amadeiro Ricosto di Carnavallo, Ridder van het Reksam, Heer en Meester van Oeteldonk en deszelfs omliggende watervrije moerassen en zandwoestijnen enz, enz, enz. aan op het station van Oeteldonk per hoftrein, gereden door de hofmachinist om 11h11.

Je kan het Oeteldonkse carnaval het kortste omschrijven als één grote parodie op het Nederlandse staatsbestel: de prins beeldt de koningin uit, zodoende "hofmachinist" en "hoftrein". De prins mag ook net zo lang blijven zitten zoals hij wil (net zoals de koningin). Van 1997-2006 was Karel Noordzij de prins carnaval, die interim-directeur was van de NS in 2002. Toen hij interim-directeur was, was de trein 11 seconden te laat...


 

De prins stapt uit op een steen (aangeboden door de SSOVH) die zich bevindt op perron 1 noordzijde. Een stukje remkunst dus voor de hofmachinist. In 2005 kwam de prins aan per Thalys, in 2003 per stoomtrein (in het kader van 11x11=121 jaar carnaval).

Vervolgens gaat de prins naar de stationshal en dan naar beneden. Als hij de roltrap afgaat en beneden is, dan zal hij aan een krans hangen om het beeld van zijn voorvaderen. Dit beeld bevindt zich aan één van de zuilen aan de rechterzijde van het station.

Nadat de krans om dit beeldje is gehangen houdt de prins een toespraak op het stationsplein. Als de prins klaar is met deze toespraak dan kan de intocht van de prins beginnen. Na de intocht volgt de onthulling van het beeld 'Knilles' (en in de schrikkeljaren +Hendrien) en kan het Carnaval officieel beginnen!

Hoe de prins overigens vertrekt uit Oeteldonk naar zijn"winterpaleis"
(tijdens carnaval is Oeteldonk zijn "zomerpaleis"), dat weet ik niet. Dat zal wel niet per hoftrein zijn...

Tekst en foto's Fabian Vendrig.

Fabian schreef ook Brugwachter in Nieuwersluis. Tegenwoordig woont hij in Servië.

Oeteldonk Centraol, 21 februari 2006. Foto Fabian Vendrig.

Oeteldonk Centraol, 6 maart 2011. De intocht van Prins Carnaval vond dit jaar plaats per Blokkendoostrein. De rook is afkomstig van de op de rails gelegde knalseinen. Foto Fabian Vendrig.

Schalkwijk, 15 februari 2015. Treinstel 386 is op weg naar Den Bosch, voor de intocht van Prins Carnaval. Foto John Verbeek.



OV feels good

De winnende foto (gemaakt door Rob Sieben) van een door ROVER uitgeschreven fotowedstrijd. De jury schreef: "Een kind verkent de wondere wereld van een klassiek vormgegeven station, waarin wij het 's-Hertogenbosch van vóór de laatste renovatie herkennen. De foto roept het gevoel van spanning op dat hoort bij een station en op reis gaan. Het is een overtuigende verbeelding van het openbaar vervoer, ook al is er geen enkele trein of bus te zien." Op de foto is duidelijk een treinstel mat.'46 te zien. Meer gezeur over deze foto in OV feels good.


Rotonde met een bus van de Zuidooster Autobusdiensten in 's-Hertogenbosch. Prentbriefkaart.


Prentbriefkaart collectie Fabian Vendrig.


Stationsreclames in 1948.

's Hertogenbosch, 31 januari 2008. www.allesoverscheiding.nl


Botsing bij Hedel, 1933

Hedel, 22 februari 1933. Vlak bij de enkelsporige spoorbrug zijn 's nachts twee goederentreinen op elkaar gereden: een lege kolentrein uit Utrecht en een goederentrein uit Den Bosch. Beide treinen reden niet snel. Een machinist en een leerlingmachinist raakten licht gewond, een remmer raakte ernstiger gewond en werd naar het ziekenhuis overgebracht. De twee locomotieven (3917 en 6309) waren niet ernstig beschadigd, maar verder was de materiële schade groot. Tussen Hedel en Den Bosch werden bussen ingezet, terwijl de sneltreinen tussen Utrecht en het zuiden werden omgeleid via Nijmegen of Rotterdam/Breda. Foto's uit "Het Zuiden", collectie Jo Schouenberg.


Dat gaat naar Den Bosch toe... De vier stations van 's-Hertogenbosch, 1870-1998. Waanders Uitgevers-boekhandel Adr. Heinen. Door Kati Bujdosó. Uitgegeven door de Stichting Archeologie en Bouwhistorie 's-Hertogenbosch en omgeving, naar aanleiding van de tentoonstelling "La Gare" in het Noordbrabants Museum in het najaar van 1997.




vorige       start       omhoog