Stoomgemaal Cruquius

Haarlemmermeermuseum, stoomgemaal Cruquius. In Madurodam komt een kopie in schaal 1:2 van de Cruquius.



Stoomgemaal Cruquius, 2 mei 2016. Dit technische monument stond al lang op mijn bucket list. Als stoomliefhebber pur sang moest ik dit een keer bezocht hebben.

Stoomgemaal Cruquius, 2 mei 2016. De ketels van het gemaal zijn al heel lang geleden weggehaald. Later heeft men het stookgedeelte weer gereconstrueerd, en ja: dan gaan mijn handen natuurlijk jeuken.


Cruquius en de Haarlemmermeer

De Haarlemmermeer is een grote polder tussen tussen Amsterdam, Haarlem en Leiden. Zoals de naam al zegt, was dit vroeger een meer, of eigenlijk een grote binnenzee. Die vormde een steeds grotere bedreiging voor het omringende land.

Al rond 1600 kwam kwam Jan Adriaanszoon Leeghwater (1575-1650), die al eerder polders had drooggelegd, met het voorstel om de Haarlemmermeer leeg te malen. Dat stuitte op verzet van de omliggende steden, net als de plannen die daarop volgden, waaronder die van Nicolaus Samuelis Cruquius (1678-1754). Pas in 1836, onder koning Willem 1, werd het besluit tot droogmaking van de Haarlemmermeer genomen.

Drie stoomgemalen

Van oudsher gebeurde het leegmalen van polders met windmolens. Een van de bezwaren daarvan – afgezien van het feit dat het daarvoor moet waaien – is dat een windmolen het water maar ongeveer een meter omhoog kan brengen. Bij een groter hoogteverschil moet je een aantal molens achter elkaar plaatsen. Voor de Haarlemmermeer zouden volgens de berekeningen 166 windmolens nodig zijn geweest. In plaats daarvan koos men voor de modernste techniek uit die tijd: de stoommachine.

Om de Haarlemmermeer werden een 63 kilometer lange ringdijk en ringvaart aangelegd. Daar kwamen drie grote stoomgemalen naast te staan. Elk gemaal kreeg de naam van een beroemde Nederlandse waterbouwkundige: Leeghwater, Cruquius en Lynden. Deze gemalen brachten het water uit de polder naar de ringvaart. In 1848 ging het eerste gemaal aan de slag en in 1852 was de Haarlemmermeer drooggelegd. De gemalen bleven nodig om de polder droog te houden.

De Leeghwater en de Lynden werden vanaf 1912 verschillende keren gemoderniseerd. De Cruquius werd toen reservegemaal. In 1932 werd het gesloten. De ketels werden verwijderd en het gebouw dreigde te worden gesloopt. Dankzij het Koninklijk Instituut van Ingenieurs (KIVI) werd dit verhinderd en werd het gemaal een museum.

Haarlemmermeermuseum

In 2002 werd de Cruquius weer in beweging gezet. Dit keer niet met stoom, maar via een hydraulisch systeem. Regelmatig kunnen de bezoekers van het museum de grote armen zien bewegen. Het gebouw ziet eruit als een zesarmige reus, die op zijn gemak voortdurend emmers uit het water schept en leegkiept.

Meer informatie over De Cruquius en het Haarlemmermeermuseum: www.haarlemmermeermuseum.nl

Schiphol

De Haarlemmermeer bleek een ideaal terrein om een vliegveld aan te leggen: Schiphol. Deze voor buitenlanders onuitspreekbare naam verwijst naar het verleden van dit gebied. In een stuk uit 1447 komt al de naam Sciphol voor. Over de oorsprong van deze naam doen verschillende theorieën de ronde. nl.wikipedia.org/...

Spoorlijnen

Dit gebied zal bij veel spoorwegbelangstellenden bekend zijn van de Haarlemmer­meer­lijnen. Deze zijn aangelegd door de Hollandsche Electrische Spoorweg Maatschappij (HESM), opgericht in 1898. Die wilde in het gebied tussen Amsterdam, Haarlem, Leiden en Utrecht een net van elektrische spoorlijnen aanleggen. Maar voordat de aanleg was begonnen, kocht de HSM de meerderheid van de aandelen van deze potentiële concurrent op.

Van de gedachte elektrische spoorlijnen kwam niets terecht. Tussen 1912 en 1918 werd een lokaalspoornet van 110 kilometer aangelegd waarop met stoom werd gereden. Ruim de helft van dat net werd in 1936 alweer gesloten en na 1950 reden er geen personentreinen meer. Een bekend restant was de spoorlijn van Nieuwersluis naar sloperij Koek in Uithoorn. In 1986 was ook dat voorbij. nl.wikipedia.org/...

Speurtochten

De kenner bij uitstek op dit gebied is Wim Wegman, die onder andere verschillende boeken over zijn zoektochten langs de Haarlemmermeerlijnen heeft geschreven. wimwegman.wordpress.com

Haarlemmermeerstation

In Amsterdam staat nog steeds het fraaie Haarlemmermeerstation, dat wordt gebruikt door de Electrische Museum­tramlijn Amsterdam (EMA). Anno 2018 dreigt EMA haar remise bij dit station kwijt te raken door bouwplannen van de gemeente. www.museumtramlijn.org



Stoomfestival Almere, 29 mei 2003. Stoomgemaal Cruquius, gemaakt van Meccano (bewegend model).


Shell-journaal van monumenten van bedrijf en techniek. Door dr. J.M. Fuchs en W.J. Simons. Uitgegeven door Shell Nederland als relatiegeschenk bij de jaarwisseling 1976-1977. Aandacht voor het onderwerp industriële archeologie. Op het omslag een foto van het stoomgemaal "De Cruquius", een van de drie gemalen waarmee de Haarlemmermeer is drooggemalen. Dit gemaal heeft gewerkt van 1849 tot 1933 en is nu een museum.


Sporen. Een zoektocht langs de resten van de Haarlemmermeerlijnen. Wim Wegman. HDC Media, 2007. ISBN 9077842041.

Enkele tientallen jaren lang, van 1912 tot 1935, lag er een uitgebreid netwerk van spoorlijnen in de Haarlemmermeerpolder. Dit is een gebied dat wordt begrensd door Amsterdam, Haarlem, Leiden en Utrecht. Dit netwerk werd geëxploiteerd door de Hollandsche Electrische Spoorweg-Maatschappij (HESM). In tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden, reden er geen elektrische treinen maar stoomtreinen. De exploitatie is nooit lonend geweest. De opkomst van de bus betekende de genadeslag voor de HESM. In dit boek onderneemt de auteur een speurtocht naar de restanten van het netwerk. Een deel ervan is tegenwoordig in gebruik bij de Elektrische Museumtram Amsterdam (EMA), die als uitvalsbasis het prachtige Haarlemmermeerstation in Amsterdam heeft.

Sporen 2. Een zoektocht langs de resten van de Haarlemmermeerlijnen. Wim Wegman. HDC Media, 2012. ISBN 9789077842515.

In 1986 sloot het allerlaatste stukje van wat ooit een wijdvertakt spoornet was. Na een worsteling die bijna 75 jaar had geduurd, was het doek voor de Haarlemmermeerlijnen gevallen. Nadat de rails waren verdwenen, restte er alleen maar vergetelheid. Of toch niet? Auteur Wim Wegman ging 25 jaar later op zoek naar wat er in het landschap is terug te vinden van deze lijnen en deed vele verrassende ontdekkingen. Hij noteerde bovendien de soms grappige, soms verdrietige, vaak opmerkelijke naar altijd gepassioneerde verhalen van de bewoners en gebruikers van de overgebleven spoor­huizen in het gebied. Dit boek beschijft de lijnen Uithoorn/Alphen aan den Rijn, Amster­dam/Uithoorn, Aalsmeer/Nieuwersluis en Nieuwveen/Ter Aar.

Voor andere publicaties zie wimwegman.wordpress.com




Zie ook:




vorige       start       omhoog