Draadloze communicatie

Over Telerail, GSM-R, Rangierfunk, radiografische bediening, mobilofoon en nog wat zaken.



Telerail

Soestdijk, 9 augustus 2004. Omschakelbord Telerail, inmiddels verleden tijd. Hier wordt de treinapparatuur omgeschakeld naar het kanaal van een ander treindienstleidingsgebied, in dit geval van kanaal 60 (Gooilijn) naar kanaal 63 (Stichtse lijn). Als in een van de driehoeken geen getal stond, betekende dat dat er in het betreffende gebied geen Telerail aanwezig was. Met behulp van Telerail kon de machinist communiceren met de treindienstleiding. Nog vroeger stonden daartoe bij de meeste seinen telefoontoestellen. Op emplacementen stonden praatpalen. Inmiddels is Telerail vervangen door GSM-R en zijn deze borden verdwenen. GSM-Rail (GSM-R) is gebaseerd op GSM, maar maakt gebruik van andere frequenties en heeft daarnaast extra functionaliteit, speciaal voor het gebruik in de spoorwegwereld.


Baarn, 13 mei 2004. Telerail-apparatuur in de Bk-cabine van treinstel 504. De witte telefoonhoorn heeft er niets mee te maken, die is van de omroepinstallatie van de trein.


 

GSM-R-apparatuur, juli 2006. Nieuwsgierige machinisten vroegen zich af wat er in de grote kast bovenop zit. Een collega van Bas van Heezik, instructiemachinist NSR, greep een schroevendraaier en onthulde het geheim...


Amersfoort, 10 juni 2007. Een treindienstleider overlegt met de machinist van een vertraagde trein.


 

Amersfoort, 28 juli 1968 en 15 mei 1969. Bij seinen langs de vrije baan stond een kast met een telefoontoestel dat was aangesloten op het interne netwerk van de spoorwegen. Op emplacementen stonden praatpalen voor de communicatie tussen het seinhuis en de rangeerders en machinisten. Tegenwoordig gaat alle communicatie draadloos. Eerst met Telerail, tegenwoordig met GSM-R.


Amersfoort, 15 mei 1969. Vierwagenstel 625 Mat.'36. In het midden een praatpaal.



Portofoon

De portofoon heeft zijn bestaansrecht nog niet verloren in dit moderne tijdperk. Machinisten en conducteurs staan onderling met elkaar in contact. Stem de scanner af op 429.8875 MHz en ga eens op een groot station lopen; regelmatig hoor je dan de hc oproepen naar de mcn met de portofoontest. In de rangeerdienst zijn ze ook nog niet weg te denken.

Met een portofoon (in de volksmond walkie-talkie) kan geluisterd worden naar andere gebruikers op dezelfde frequentie. Slechts één persoon kan tegelijk zenden. Dit principe wordt half-duplex genoemd. Portofoons zijn eenvoudig af te luisteren, tenzij ze werken op een beveiligd kanaal, zoals het C2000-netwerk dat sinds 2005 door de Nederlandse politie en hulpdiensten wordt gebruikt.

De portofoon speelt ook een belangrijke rol in opdrachten bij "Wie is de Mol".



Mobilofoon

Met een mobilofoon is communicatie mogelijk met een basisstation, bijvoorbeeld een politiecentrale. Besloten mobilofoonsystemen bestaan nog steeds. Een voorbeeld is C2000, dat door hulpdiensten wordt gebruikt. Er bestond vroeger ook een openbaar mobilofoonsysteem. Om een gesprek met een mobilofoon tot stand te brengen, moest gebruik worden gemaakt van een telefoniste. De oproeper moest weten waar de opgeroepene zich ongeveer bevond. Een mobilofoon kon niet tegelijk zenden en ontvangen; tijdens het gesprek moest je 'over' zeggen om duidelijk te maken dat de andere partij kon spreken. De gesprekken waren niet beschermd tegen afluisteren. De openbare mobilofoon is later vervangen door de autotelefoon, en inmiddels door GSM.


Advertentie van Philips' Telecommunicatie Industrie (PTI) op de achterkant van het blad 'Wij in Hilversum', mei 1958. Collectie Henk Koster.


Advertentie van Philips' Telecommunicatie Industrie (voorheen N.S.F.) te Hilversum. Uit: Spoor- en Tramwegen, 1951 nr. 26.



Autotelefoon en Greenpoint

Het eerste autotelefoonnetwerk werd in 1980 in gebruik genomen. Hiermee kwam een eind aan het openbare mobilofoonsysteem, met de daaraan verbonden nadelen (zie hierboven). De autotelefoon kon je net als de mobilofoon afluisteren. Rond 1985 had ik een wereldontvanger waarmee ik weleens gesprekken opving. Zo heb ik Ted de Braak een keer afgeluisterd. Ik verstond "ik ben een huttenvuller", maar ik ben bang dat hij "kuttenvuller" zei.

Greenpoint: de fase tussen autotelefoon en GSM

In Nederland hebben we vanaf 1992 ook nog Greenpoint gehad, waarmee je in de buurt van vaste basisstations kon bellen. Er waren zo'n 5000 Greenpoints, onder andere bij treinstations, herkenbaar aan een groen bord. In de buurt van zo'n bord had je bereik. Greenpoint had een niet onbelangrijke beperking: je kon zelf niet gebeld worden. De meeste toestellen hadden daarom een semafoon ('pieper') aan boord zodat anderen jou een seintje konden sturen. Dan wist je: ik moet mijn vrouw of mijn baas bellen. In 1999 was mobiel Nederland massaal overgestapt op GSM en kwam er een eind aan autotelefoon en Greenpoint.


 

Museum Hilversum, 12 juni 2008. Autotelefoon type 'Carvox 2453' uit 1985. Bruikleen uit de collectie van het Museum voor Communicatie. Het apparaat bestaat voornamelijk uit een grote accu. Daarmee kon je zo'n telefoon ook buiten je auto gebruiken. Rechts een bord waarmee de aanwezigheid van een Greenpoint-basisstation werd aangegeven.


Rangierfunk

Bunnik, 11 oktober 2007. Loc 6485 en twee collega's met een lege kolentrein uit Duitsland. De loc is voorzien van een "haaievin". Onder deze kap zit de antenne van de Rangierfunk, het radiografische communicatiesysteem dat op Duitse rangeeremplacementen wordt gebruikt. De 6400'en zijn Duitse locs.


Boven: Rangierfunk op een Zwitserse en een Duitse locomotief. Onder: in het Romeinse Rijk kende men al draadloze communicatie. Bij opgravingen in Pompeï is men namelijk geen telegraafdraden tegengekomen! Duitse humor uit: "Da staunt das Vorsignal", Josef Otto Slezak, Verlag der Gesellschaft für Natur und Technik, Wien 1952.


Radiografisch bediende locs

Hilversum, 9 april 1969. Loc 2261, kort nadat deze een radiografisch bediende relaisbesturing heeft gekregen. Loc 2268 had een zelfde installatie, terwijl de 2265 een radiografische afstandsbediening met elektronische schakeling kreeg. Het symbool R zie je ook op veel 6400'en staan; die zijn dus ook radiografisch op afstand te bedienen.


 

Watergraafsmeer, 17 april 2004. Radiografisch bediend rangeerlocje 707 met rangeerkoppeling. Zie ook Rangeerrobots.


Navigatieapparatuur op treinen kan een extra hulpmiddel zijn om de veiligheid en stiptheid van het spoorwegverkeer te vergroten. Eind 2007 is op enkele treinen al geëxpertimenteerd met normaal in de handel verkrijgbare TomTom-apparatuur. Inmiddels heeft ProRail besloten om het experiment uit te breiden. De bedoeling is om van TomTom een speciale versie te ontwikkelen: TomTom-Rail. Op 1 april 2008 zou vanuit Amersfoort de eerste meettrein vertrekken.


 

Foto links: communiceren kan ook draadloos door gewoon een bord uit het raam van het seinhuis te hangen. Bijvoorbeeld met de letter L (Langsamer fahren, 70% van de maximum snelheid op het baanvak) of K (Fahrzeit kürzen, zo snel mogelijk rijden als toegestaan op het baanvak). Gefotografeerd in het Verkehrsmuseum Nürnberg. In de hoeken van de foto is aangegeven op welke manier deze opdrachten tegenwoordig met lichtseinen worden gegeven. Foto rechts: een nog grofstoffelijker manier van communiceren was het knalsein. Dit werd door seinwachters op de rails gelegd als bij dichte mist de seinen onzichtbaar waren. Ook treinen hadden knalseinen aan boord, om in geval van calamiteiten te gebruiken. Wanneer er een trein overheen reed, klonk er een luide knal om de machinist te waarschuwen. Lege opbergbus uit de collectie van de auteur.



SR 312

Tyfoon, fluitbord

Wat op een auto een claxon heet, heet op een trein een tyfoon (oude spelling typhoon). De machinist kan hiermee bij dreigend gevaar een geluidsignaal geven. Nederlandse treinen hebben altijd twee tyfoons: een met een hoog en een met een laag geluid. Met een voetpedaal kan de machinist een van deze tyfoons gebruiken, of beide tyfoons afwisselend. Hoe dieper hij het pedaal intrapt, hoe harder de tyfoon klinkt.

Op plaatsen waar een trein altijd moet toeteren, bijvoorbeeld een onbewaakte overweg, staat een fluitbord: een ruitvormig wit bord met een zwarte F. Dit bord stamt nog uit de stoomtijd, toen treinen geen tyfoon maar een stoomfluit hadden.



 

Telefoonkaart, uitgegeven ter gelegenheid van de invoering van de treintelefoon. In een aantal treinen waren telefooncellen geïnstalleerd, zodat de reizigers vanuit de trein naar huis konden bellen dat ze daar de aardappels op konden zetten. Tegenwoordig worden dit soort gesprekken luidkeels gevoerd in de coupé's zelf. De telefooncellen zijn verdwenen.


        

Draadloos communiceren gaat ook heel goed met vlaggen en gebaren.


Utrecht, OCCR, 27 april 2013. De gespreksregels van ProRail die in de zomer van 2013 nogal in het nieuws waren. Ze zouden onwerkbaar zijn en een gevaar voor de veiligheid. Ons team denkt dat dit soort soep nooit zo heet wordt gegeten als ze wordt opgediend. In Nederland zijn we heel goed in het bedenken van regels waar in de praktijk niemand zich aan houdt. Foto Rienk Nauta. Cartoon Gerrit de Jager.


Zie ook:




vorige       start       omhoog