Britse treinstellen en treinstammen

Met aandacht voor de eerste Britse dieseltreinstellen.


Rotterdam CS, 6 april 1996. Tijdens een open dag was onder andere dit Eurostar-treinstel te zien. Deze treinstellen rijden via de Kanaaltunnel van Parijs en Brussel naar London. De Eurostar is afgeleid van de TGV, maar is aangepast aan het kleinere vrijeruimteprofiel in Engeland. De Eurostartreinstellen waren geschikt voor stroomafname via de derde rail die in het zuiden van Engeland wordt gebruikt. Sinds eind 2007 rijden de treinstellen in Engeland echter over een nieuwe HSL met bovenleiding. Toen zijn de stroomafnemers aan de zijkant verwijderd. Let op het verschil met de groene Hondekop: hier kan de machinist ook opzij kijken. Bij snelle treinen laat men de zijraampjes weg, omdat de machinist anders horendol wordt. Meer over de Eurostar.


Newcastle, weekend van 17/18 september 2005. Treinen van de GNER: de Great North Eastern Railway. De naam doet sterk denken aan de roemruchte LNER: de London & North Eastern Railway, die fantastische stoomtreinen liet rijden. Het dieselstel op deze onderste foto doet een beetje zijn best dat beeld opnieuw op te roepen. Foto's Remco van den Bosch.


Newcastle, 15 april 2006. Treinstel van de GNER, waargenomen vanaf de kasteeltoren van Castle Keep.
Foto Remco van den Bosch.


London King's Cross, 27 juni 2008. trek-duwtrein Intercity 225 van National Express East Coast (nog in de kleuren van de GNER). Deze treinstam bestaat uit een elektrische locomotief (Class 91), acht rijtuigen (Mk4) en een stuurstandrijtuig (Driving Van Trailer) met een prominent aanwezige dieselgenerator voor de energievoorziening van de trein. Het getal 225 slaat op de maximum snelheid: 225 km/uur (140 miles/hour). De locomotief is aan ťťn kant gestroomlijnd; aan de andere kant bevindt zich een cabine met vlakke voorkant. Het materieel stamt uit 1990.


De National Express East Coast is eind juni 2009 haar concessie kwijtgeraakt, na anderhalf jaar pogingen te hebben ondernomen geld over te houden aan deze treindienst. Ook voorganger Great North Eastern Railway (GNER) heeft het slechts enkele jaren volgehouden.


London King's Cross, 27 juni 2008. Links een diesellocomotief Class 43. Deze vormt samen met een identieke loc aan de andere kant van de trein een Intercity 125. Tussen deze locs zitten acht of negen rijtuigen Mk3. Dit materieel stamt uit 1976. Het getal 125 slaat op de maximumsnelheid van deze treinen: 125 miles/hour (200 km/uur). Voordat de East Coast Line was geŽlektrificeerd, verzorgden deze treinen de dienst tussen London en Schotland.


York, 27 juni 2008. Een trein van de Grand Central. Dit is een zogeheten open access operator. Deze exploiteert geen vaste lijnen, zoals de concessiehouders, maar verzorgt aanvullende diensten. Zo reed de Grand Central, toen deze foto's werden gemaakt, een paar keer per dag tussen Sunderland en Londen, via de East Coast Main Line.


York, National Railway Museum, 26 juni 2008. De voorganger van het hierboven getoonde materieel was de Advanced Passenger Train (APT). Het eerste prototype, aangedreven door gasturbines, stamt uit 1972. Daarna werd een elektrisch type gebouwd. De APT is nooit een succes geworden; zo waren er veel problemen met de kantelbakinstallatie. De Intercity 225 zou ook als kantelbaktrein worden uitgevoerd (vandaar dat de rijtuigen aan de bovenzijde wat smaller zijn), maar dat plan is nooit uitgevoerd. De kantelbaktechniek van de APT is verkocht aan Fiat voor de ontwikkeling van de Pendolino. Kantelbaktreinen zijn snelle treinen die automatisch schuin gaan hangen in scherpe bogen, zodat de passagiers geen last hebben van de middelpuntvliedende kracht.


London, St. Pancras, 23 juni 2008. Eurostar 3012 (TOPS 373012). De treinstellen Class 373 zijn gebaseerd op de Franse TGV; ze zijn wat kleiner in verband met het Britse vrijeruimteprofiel. Aanvankelijk waren ze ook geschikt voor het Britse derderailsysteem, maar sinds er vanaf de Kanaaltunnel tot Londen bovenleiding hangt is dat niet meer nodig. Er zijn tussen 1992 en 1996 veertig treinstellen gebouwd, waarvan er 7 geschikt zijn om dienst te doen ten noorden van London. Het type 'North of London' bestaat uit twee motorwagens en 14 tussenrijtuigen. Het type 'Three Capitals' heeft 18 tussenrijtuigen. De 'Three Capitals' zijn Londen, Parijs en Brussel. Sommige treinstellen zijn ook geschikt voor 1500 Volt gelijkstroom, maar die kunnen alleen in Frankrijk rijden, niet in Nederland. Sinds 2014 is er ook een Class 374, gebaseerd op de Velaro van Siemens. Deze bestaan uit 16 rijtuigen (het dubbele van een ICE) en zijn geschikt voor de systemen in Engeland, Frankrijk, BelgiŽ, Duitsland, Zwitserland en Nederland. Er zijn onder andere plannen voor treindiensten tussen Londen en Amsterdam (vanaf december 2016).


Midland Pullman in het decor van een blikken Central-Bahnhof van Mšrklin. De Midland Pullman was een luxe trein die in de jaren zestig reed tussen London St Pancras en Manchester, via Leicester en Sheffield. Montage op basis van twee boekomslagen.


BR Class 156 'Super Sprinter'

 

Utrecht, 25 juni 1989. Belangstelling voor de Britse 'Super Sprinter'. Op uitnodiging van de NS stuurde British Rail een van haar nieuwste treinen naar Utrecht. De keus viel op dieseltreinstel 156502 (Class 156) uit Glasgow. Dit was geschilderd in de oranje en zwarte huisstijl van de Strathclyde Passenger Executive (SPE). Op 16 juni 1989 vertrok het treinstel op eigen kracht uit het Railway Technical Centre in Derby. Omdat de Kanaaltunnel nog niet klaar was, werd de trein met een veerboot van de SNCF overgezet van Dover naar Duinkerken. Vandaar reed het op eigen kracht via BelgiŽ naar Utrecht, begeleid door personeel van SNCF, NMBS en NS. Het treinstel was twee weken te zien op de materieelshow. De rechterfoto is gemaakt door Dave Coxon, een van de begeleiders van dit treinstel. Meer foto's op www.traintesting.com/utrecht.htm


BR Class 318

Seen in striking Ayrline livery near Glasgow Central in June 1986 is the first of the Strathclyde Passenger Transport Executive's Class 318 electric multiple units. In the past iron, steel, wood, roof canvas, carpet and cloth made the traditional coach not unlike a boat in the way it was built. Panels covered wood frames and there was much use of screws, bolts, brackets and sealing compounds. Today lightweight construction makes the Class 318 more akin to an aircraft. Formed plastics and detachable soft trim give bright interiors, and air conditioning has long since replaced the stout leather window strap with its many holes. Powered bogies run smoothly on coil springs and are braked by racing car-style discs. Staybright fittings and straight lines suit the automatic washing plants. The 140mph Class 91 Electra express, announced in September 1986, will advance this modern design philosophy still further. Eric Bottomley. Tom Thumb, History of Britain's Railways, No. 29. Let op de uiterlijke overeenkomsten met de 'Super Sprinter' hierboven. Technisch zijn het verschillende treinstellen.



De eerste Britse dieseltreinstellen

In de jaren 30 liep Duitsland voorop bij de ontwikkeling van de dieseltractie. Dat leidde tot de Fliegende Hamburger en andere snelle dieseltreinen. In Nederland hadden we de DE 3 en ook in andere landen reden snelle diesel­treinstellen rond. In Groot-BrittanniŽ waren de spoorwegen terughoudener. Er reden alleen wat railbussen. Nigel Gresley van de LNER had zich uitgebreid verdiept in de snelle Duitse dieseltreinstellen, maar kwam tot de conclusie dat een gestroomlijnde stoomloc met bijpassende rijtuigen een betere oplossing was (zie het artikel over de Mallard).

William Stanier van de LMS besloot echter het experiment aan te gaan. In 1938 kwam een driedelig dieseltreinstel op de baan, gebouwd door de Derby Carriage & Wagon Works. Het treinstel werd aangedreven door zes onder de vloer gemonteerde 125 hp dieselmotoren van Leyland. De drie rood en wit geschilderde aluminium rijtuigen rustten op jacobsdraaistellen. Ze waren genummerd 80000-80002. Het treinstel werd ingezet tussen Nottingham en London St Pancras, en tussen Oxford en Cambridge. De LMS was van plan meer treinstellen te laten bouwen, maar door het uitbreken van de oorlog kwam het daar niet van. Het treinstel werd opgeborgen en is in 1945 gesloopt, om onder­delen te leveren voor andere treinen.


Diesel traction (see No. 41 of this series) reaches its latest stage in this L.M.S. train which is to be used for an experimental service between Oxford and Cambridge. The "Scarlet Pimpernel" has a speed of 80 m.p.h. and the photograph shows the striking appearance of the aluminium and red coachwork. Comfort and safety have received special consideration and this train has air-operated doors controlled by the guard, draughtless ventilation, and is insulated against noise. Photo courtesy L.M.S. Railway. Senior Service Cigarettes No. 12, 1938.


Streamlined railcars (G.W.R.)

Tussen 1934 en 1942 heeft de Great Western Railway 38 motorrijtuigen laten bouwen, in verschillende uitvoeringen. Ze hebben tot 1960 dienstgedaan. Drie exemplaren zijn bewaard gebleven.


Diesel rail-cars have been the subject of much research by British railways in recent years. The G.W.R. was a pioneer in this direction and this rail-car was introduced for regular service in 1934. It is driven by two 130 h.p. engines and has a maximum speed of over 60 m.p.h. The streamlined coach accomodates over 60 passangers and as the photograph shows has flush fitting observation windows with sloping control cabins at the ends. Photo courtesy G.W. Railway. Senior Service Cigarettes No. 41, 1938.

Streamlined railcar. In 1934 the G.W.R. introduced its first experimental diesel streamlined railcar and soon followed it with three more of similar design, the equipment including a cafeteria and bar and luggage accommodation. The Company now has seventeen of these cars in service and they are used for taking business people chiefly on cross-country routes between such centres as Birmingham, Oxford and Cardiff. Each car carries sixty-two or sixty-nine passengers, is driven by two 130 h.p. engines and is capable of a speed of over 60 m.p.h. "Trains of the World" No. 11, Callaher Ltd., 1937.

Diesel railcar and trailer. With eightteen diesel-engine railcars in service and a further twenty under construction, the G.W.R. is the biggest user of these light and speedy units among the home railways. These railcars can be driven from either end, the engines and radiators beinig arranged along the sides below the body. The types in use by the G.W.R. range from cars fitted with buffets for the fast Cardiff-Birmingham services to a single luggage- and parcels-carrying type. The railcar illustrated is for branch line or intermediate service traffic; if required, it can haul a trailer coach as shown, or a horsebox. It can also perform light shunting duties. Railway Equipment No. 29, Wills's Cigarettes, 1938.

Modern Inventions (1936). Bekijk de hele serie.


Een Micheline (1936) en een experimentele railbus van de L.M.S. (1932). Deze kon binnen enkele minuten van weg- naar railverkeer worden omgezet. In Stratford-upon-Avon nam de bus passagiers op bij een hotel, reed naar het station en vandaar over de spoorweg naar Blisworth, Northamptonshire. In Nederland heeft de RTM met een dergelijke bus gereden. Zie ook de Duitse Schi-Stra-Bus. Foto's uit 'Railways, Ships and Aeroplanes', Odhams Press, 1946.


Zie ook:




vorige       start       omhoog