Mijn boekenkast

Deel 2


Overzicht


Deel 1
Jeugdboeken
Nederlands / Engels / Andere landen
Algemene boeken
Nederlands / Engels / Duits / Frans
Nederlandse spoorwegen
Geschiedenis / NS / Stations & spoorlijnen / Fabrieken & werkplaatsen
Architectuur, design en curiosa
Jubilea
Spoormannen en -vrouwen
Jaarboeken en spottersgidsen
Nederlands / Goederen / Engels / Duits
Series en verzamelwerken
NVBS-uitgaven
Deel 2
Nederlands materieel
Buitenlandse spoorwegen
Internationaal / België, Luxemburg
Frankrijk / Groot-Brittannië
Duitsland (algemeen) / Duitsland (materieel)
Oostenrijk / Zwitserland / Tsjechoslowakije
Italië / Spanje, Portugal
Scandinavië / Sovjet-Unie, Rusland
Verenigde Staten, Canada
Nederlands Indië, Suriname, Antillen
Australië, Nieuw-Zeeland
Andere verre landen
Spoorwegtechniek
Handboeken en voorschriften
Beveiliging en ongevallen
Deel 3
Spoorzoeken en verzamelen
Fotografie
Verhalen, reizigerservaringen
Tram, metro, lokaalspoor
Algemeen / Steden & regio's / Paardetrams / Metro's
Bussen, auto's, schepen, vliegtuigen
Industrieel spoor, locomobielen
Spoorwegmusea, museumorganisaties
Utrecht / Nederland / Buitenland
Treinen op schaal, modelbouw
Techniek en wetenschap
Teken- en schilderkunst
Geluidopnamen




Nederlands materieel

Zie ook het thema Nederlandse spoorwegen


Onze Nederlandsche locomotieven in woord en beeld. H. Waldorp. Uitgave in eigen beheer, 1932.

De eigenaar van deze eerste druk van het boek van Waldorp heeft het boek laten inbinden. In dezelfde band van mijn exemplaar zit ook 'Van stoomtramlocomotieven en dieseltreinen' (zie hieronder).

Onze Nederlandsche locomotieven in woord en beeld. H. Waldorp. Derde geheel bijgewerkte druk. Technische Uitgeverij Stam, Haarlem, 1946.

 

Van stoomtramlocomotieven en dieseltreinen. Samengesteld door N.J. van Wijck Jurriaanse. Uitgegeven door H. Waldorp in 1940, na het uitbreken van de oorlog.

Overzicht van de stoomtramlocomotieven, electrische locomotieven*, locomotoren, electrische rijtuigen en treinstellen, verbrandingsmotorrijtuigen (waaronder de dieselelectrische treinstellen) der Nederlandsche Spoorwegen.

* dit betrof vier accumulatorlocomotieven en twee kleine dieselelectrische locomotieven.


De stoomlocomotieven der Nederlandse tramwegen. Ir. S. Overbosch. Uitgegeven door H. Waldorp, Utrecht, 1957.

Ik bezit twee versies: hardcover en softcover; inhoudelijk zijn deze identiek. Het boek geeft een overzicht van alle stoomlocomotieven die dienst hebben gedaan bij Nederlandse tramwegen. In 1957 waren dat er nog maar een paar.

Meer boeken over trams.

 

Onze Nederlandse stoomlocomotieven in woord en beeld (4e druk). H. Waldorp. H. Stam, 1963. Dit is de vierde druk, die verscheen in het jaar waarin de spoorwegen 125 jaar bestonden. Er hoort ook een grammofoonplaatje met stoomlocgeluiden bij: 33-toeren ep, nummmer 111 153 E.


Onze Nederlandse stoomlocomotieven in woord en beeld (6e druk). H. Waldorp. De Alk, Alkmaar 1982. ISBN 9060139097. Overzicht van alle stoomlocomotieven die bij de Nederlandse spoorwegen in gebruik zijn geweest.

De eerste druk van dit boek (in mijn bezit) verscheen in 1932. Bij de verschillende drukken heeft de auteur er steeds naar gestreefd om andere foto's te gebruiken. De laatste (7e) druk verscheen in 1986. In april 2005 verscheen een geheel herziene en uitgebreide nieuwe versie; zie hieronder.


De Nederlandse stoomlocomotieven. R.C. Statius Muller, A.J. Veenendaal jr. en H. Waldorp†. De Alk, Alkmaar 2005. ISBN 9060132629. Overzicht van alle stoomlocomotieven die bij de Nederlandse spoorwegen in gebruik zijn geweest, met zeer veel foto's. Opvolger van de sinds 1932 verschenen boeken van H. Waldorp.

Zie ook het overzicht Stoomlocs NS.


Geschiedkundig overzicht der stoomlocomotieven van de Nederlandse spoorwegmaatschappijen over de periode 1839-1958. N.J. van Wijck Jurriaanse. Technische Uitgeverij H. Stam, Culemborg, 1968. Geen boek waar de stoom uit opslaat, maar een meticuleus overzicht van alle stoomlocomotieven, stoomketels en tenders die de auteur heeft weten op te sporen. Voer voor de nummerliefhebber dus, hoewel er ook enkele foto's in staan. Op het omslag een model van locaalspoorlocomotief 41 van de NCS, eigendom van het Nederlands Spoorwegmuseum, gebouwd door leerlingen van de bedrijfsschool van de hoofdwerkplaats Haarlem. De originele loc kwam in 1904 in dienst.


Stoomlocomotieven. H. Waldorp. De Alk, Alkmaar 1977. Grote Alk 693. ISBN 9060136934. In het voorwoord schrijft de auteur: "Dit boekje is bedoeld om in beknopte vorm enkele belangrijke stoomlocomotieftypen de revue te laten passeren." En dat is precies wat er in deze aardige publicatie, met flink wat foto's, gebeurt.


Stoomtractie bij de Nederlandse Spoorwegen 1944-1958. H. van Poll. De Bataafsche Leeuw, Dieren 1983, 2e druk. ISBN 9067070033. Met honderden zwart-witfoto's van de bekende spoorwegfotografen uit die tijd. Uitgave onder auspiciën van de werkgroep "De Stoomlocomotief", die ook het tijdschrift Stoomkroniek uitgaf (later Railkroniek, tegenwoordig Railmagazine).


De locomotieven van Werkspoor. H. de Jong. De Alk, Alkmaar 1986. ISBN 906013933X. Overzicht van de door Werkspoor (voorheen de firma Paul van Vlissingen en Abram Dudok van Heel) gebouwde locomotieven en treinstellen, in de periode 1843 tot 1963. In 1970 ging Werkspoor failliet. De samensteller van het boek heeft zich helaas beperkt tot het in Amsterdam gebouwde materieel. Het door Werkspoor Utrecht gebouwde materieel wordt alleen even opgesomd achter in het boek. Dit betreft een groot aantal stroomlijntreinstellen, rijtuigen en trams.

Ook verder valt er over de opzet en uitwerking van het boek het nodige te zeggen, blijkens het door Martin van Oostrom in 1987 in eigen beheer uitgegeven vlugschrift "De locomotieven van Werkspoor" kritisch beschouwd. Het boek is volgens hem in feite niet meer dan "een rommelige compilatie van enkele bekende spoorwegboeken. (...) Uitgever en auteur hebben de lezers met een boek vol inconsequenties en onjuiste gegevens opgezadeld, zodat bij het gebruik van dit boek als naslagwerk iedere keer opnieuw de betreffende gegevens moeten worden nagetrokken. Weest op Uw hoede!"

Zie ook het thema Werkspoormaterieel.


Majesteit, uw trein staat gereed! De geschiedenis van het koninklijk spoorwegmaterieel in Nederland. Door G.F. van Reeuwijk. Kluwer, Deventer 1980. ISBN 9020112996.

Klik hier voor meer royalty.


Mat'54 in kleur. Extra uitgave van de Stichting Mat'54 Hondekop-Vier, verschenen in februari 2002. Het boekje toont alle kleurvarianten waarin de Hondekoppen hebben rondgereden, inclusief de speciale beschilderingen aan het eind van hun loopbaan. Klik hier voor meer informatie over de Stichting Mat'54 Hondekop-Vier.


Van Duizend tot Dubbeldekker. De moderne tractie bij de NS in kleur. M.L. Vocke e.a. Schuyt & Co, Haarlem 1988. ISBN 9060972376. Dit boek beschrijft de materieelinzet bij NS in de jaren 80. Zeer veel kleurenfoto's.


De jaren tachtig bij de NS in kleur. Van 'Spoor naar '75' tot 'Rail 21'. M.L. Vocke, F.J. Janssen, J. Lemmens. Schuyt & Co, 1992. ISBN 9060973224.

Fraai fotowerk uit een periode waarin ik zelf weinig actief was op spoorweggebied: de jaren 80.


Onze treinen en locomotieven. Beknopt materieeloverzicht met kleurenfoto's. Brochure uit 1966 van de afdeling Propaganda van de N.V. Nederlandsche Spoorwegen.

Treinen. Brochure uit 1983 van de afdeling Redactionele Producties I en E van de Nederlandse Spoorwegen.

Klik hier voor de inhoud van deze en andere boekjes.


Stoomlocomotieven van de Nederlandse Spoorwegen. N.J. van Wijck Jurriaanse. Wyt, Rotterdam 1972. ISBN 906007517X. Overzicht van de stoomlocomotieven die na het ontstaan van de belangengemeenschap Nederlandsche Spoorwegen, in 1920, dienst hebben gedaan. Deel 1 van de serie Spoorwegen in Nederland.

Andere locomotieven van de Nederlandse Spoorwegen. N.J. van Wijck Jurriaanse. Wyt, Rotterdam 1974. ISBN 9060075374. Overzicht van de acculocs, diesellocomotieven en elektrische locomotieven, die sinds 1908 in ons land een rol hebben vervuld. Deel 3 van de serie Spoorwegen in Nederland.

 

De stalen getrokken rijtuigen der Nederlandse Spoorwegen. N.J. van Wijck Jurriaanse. Wyt, Rotterdam 1980. ISBN 9060075870. Overzicht en beschrijving van al het getrokken stalen NS-materieel van 1928 tot 1968, met uitzondering van de Blokkendozen. Deel 8 van de serie Spoorwegen in Nederland.

Alle stalen getrokken rijtuigen op een rij. Uitgegeven door Stibans, 2003. Voer voor de nummerfetisjisten. Nummering, vernummeringen, afvoerdatum en dergelijke van alle stalen rijtuigen die bij de NS dienst hebben gedaan, inclusief Blokkendozen. Een register ontbreekt, maar de materieeltekeningen bieden enig houvast bij het zoeken van een bepaald rijtuig.

 

Van stoom tot stroom. Het blokkendoosmaterieel van de NS. N.J. van Wijck Jurriaanse. De Alk, Alkmaar 1980. ISBN 9060139062. Boek waarin de geschiedenis van het uit 259 rijtuigen bestaande blokkendoosmaterieel uitvoerig wordt beschreven.


Diesellocomotieven in Nederland. Carel van Gestel e.a. De Alk, Alkmaar 2002. ISBN 9060130898. Overzicht van alle benzine- en diesellocomotieven die in Nederland dienst hebben gedaan of nog dienstdoen, inclusief die van buitenlandse maatschappijen.

Elektrische lokomotieven in Nederland. Carel van Gestel e.a. De Alk, Alkmaar, derde druk 1997. ISBN 9060139690. Overzicht van alle elektrische locomotieven die in Nederland dienst hebben gedaan of nog dienstdoen, inclusief die van buitenlandse maatschappijen. Ook het ontwerp van de nooit gebouwde serie 1400 komt aan de orde.

 

Dieseltreinen in Nederland. Carel van Gestel e.a. De Alk, Alkmaar, derde druk 1997. ISBN 9060139755. Overzicht van alle verbrandingsmotorrijtuigen en dieseltreinstellen die in Nederland dienst hebben gedaan of nog dienstdoen, inclusief die van buitenlandse maatschappijen.

Blauwe Engelen en Rode Duivels. Carel van Gestel e.a. De Alk, Alkmaar, 2000. ISBN 9060131126. Dit boek is een aanvulling op "Dieseltreinen in Nederland."

 

Elektrische treinen in Nederland. Deel 1. Carel van Gestel e.a. De Alk, Alkmaar, tweede druk 1997. ISBN 9060139895. Dit deel beschrijft het materieel van de ZHESM, het materieel '24 (Blokkendozen) en het eerste stroomlijmaterieel (mat. '35 en '36).

Elektrische treinen in Nederland. Deel 2. Carel van Gestel e.a. De Alk, Alkmaar, tweede druk 1997. ISBN 9060139895. Dit deel beschrijft het stroomlijnmaterieel 1940, 1946, postrijtuigen Pec, materieel 1954 (Hondekoppen) en het Beneluxmaterieel uit 1957.

Elektrische treinen in Nederland. Deel 3. Carel van Gestel e.a. De Alk, Alkmaar, 1997. ISBN 906013057X. Dit deel beschrijft het stroomlijnmaterieel Plan T, Plan V, de motor­postrijtuigen, Plan Y (Sprinters) en Plan Z (Koplopers).

Hondekoppen en Muizeneuzen. Carel van Gestel e.a. De Alk, Alkmaar, 2003. ISBN 9060132173. Dit boek kan worden gezien als aanvulling op deel 2 van "Elektrische treinen in Nederland." De Hondekoppen en Muizeneuzen, ook bekend als Materieel '54 en '46, zijn inmiddels van het spoortoneel verdwenen, maar leven onverminderd voort in de herinnering van menig spoorwegliefhebber. Dit boek geeft een compleet beeld van de ontwikkelingen en lotgevallen van dit roemruchte elektrische NS-materieel en toont het op talrijke interessante locaties in Nederland.

 
 

De Nederlands-Zwitserse TEE. Martin van Oostrom. Uquilair 1997. ISBN 9071513289. Fraai boek over het ontwerp, de bouw en de levensloop van de dieselelektrische treinstellen NS 1001-1003 en SBB 501-502. In het begin van het boek komen ook enkele andere stellen uit de beginperiode van de TEE (medio jaren vijftig) voorbijrijden.

De Nederlands/Zwitserse TEE-stellen zijn nadat ze hun dienst hadden bewezen naar Canada verkocht. Inmiddels is een deel van het materieel weer terug in Europa, om er een nieuw treinstel van te formeren. De motorwagens zijn helaas allemaal gesloopt.


Diesel-Elektrische locomotieven NS-serie 2400. Eenvoudige bediening en breed inzetbaar. Door Martin van Oostrom. Uquilair, 2009. ISBN 9789071513695.

Stevig motorgebrul en een zwarte rookpluim: dit standaardtype diesel-elektrische locomotief van de Franse fabrikant Alsthom vond emplooi over de hele wereld, waarvan 130 stuks bij NS dienstdeden. Samen met de diesellocs van de serie 2200 vormden zij drie decennia lang de ruggegraat van het Nederlandse goederenvervoer. De locs hadden een eenvoudige bediening en waren breed inzetbaar. Voor de lichte en middelzware goederentreinen stelde de NS vanaf 1954 de NS-serie 2400/2500 in dienst, de laatste loc uit deze serie kwam in 1957 op de baan. In rap tempo vervingen zij het resterende stoomlocomotievenpark. Het stoomtijdperk kon mede daardoor en dankzij verdergaande elektrificaties in 1958 bij NS beëindigd worden. De serie 2400 heeft nagenoeg elk stukje van het Nederlandse spoorwegnet bereden. In 1992 werden de laatste locs bij NS buiten dienst gesteld. Een aantal van hen vond in het buitenland een tweede emplooi bij de aanleg van nieuwe spoorlijnen. Martin van Oostrom schreef dit standaardwerk aan de hand van originele documenten. Mede door het unieke en fraaie fotomateriaal en een aantal tekeningen komen deze locomotieven in al hun aspecten weer tot leven. Enkele foto's verschenen eerder op de website van Nico Spilt.


D.E.-locomotieven serie 2200/2300 en 2400/2500. Sicco Dierdorp & Davy Beumer. De Alk, 2011. ISBN 9789060133101.

Fraai salontafelboek waaraan ik ook enige foto's heb kunnen bijdragen (pagina 117, 241, 290, 313 en 314). Zie ook NS 2200/2300 en NS 2400/2500.


Diesel-Elektrische locomotieven NS-serie 2600 en NS-loc 2801. Werkspoor-lijndiesellocs van NS. Paul Henken. Uquilair, 2006. ISBN 9071513556. De geschiedenis van twee mislukte projecten: de serie 2600 (Beelen) en loc 2801 (Kreupele Marie).


Elektrische locomotieven NS-serie 1000. Henk Bouman. Stichting Railpublicaties, 1992. ISBN 9071513092. Voor in het boek staat dat het de "eerste druk" is. Het boek is zeer gezocht, maar een tweede druk zal niet verschijnen aldus de uit de Stichting Railpublicaties voortgekomen uitgeverij Uquilair.


Elektrische locomotieven SNCF-serie BB-300. W.H. van den Dool sr. Uquilair, 2004. ISBN 9071513505. De ondertitel luidt "Stamboom van de NS-locomotieven serie 1100". Het boek is een voorbode van boek over de NS 1100, die is voortgekomen uit een Franse locomotieffamilie.

Elektrische locomotieven NS-serie 1100. Hoogtepunt en einde in de ontwikkeling van het "Midi"-type. W.H. van den Dool sr. Uquilair, 2006. ISBN 9071513564. In dit boek zijn diverse kleurenfoto's van mijn hand opgenomen. Zie Presentexemplaren.

 

Elektrische locomotieven NS-serie 1200. Henk Bouman. Uquilair, 1998. ISBN 9071513297. De ondertitel van het boek luidt "De geschiedenis van de Nederlandse Amerikanen." Een geschiedenis die bij het verschijnen van dit boek overigens nog niet helemaal was afgelopen.

Elektrische locomotieven NS-serie 1300. Henk Bouman. Uquilair, 1999. ISBN 9071513327.

 

NS-motorrijtuigen omBC en omC. Martin van Oostrom. Uquilair 2007. ISBN 9071513602.

In de jaren twintig werden, om de dure stoomlocomotief van onrendabele nevenlijnen terug te dringen, enkele series motorrijtuigen gebouwd: de vierassige omBC's en omC's, en de twee-assige omC's. Deze motorrijtuigen vertoonden gelijkenis met het elektrische materieel 1924 (Blokkendozen). In 1937 volgde een serie van acht motorrijtuigen, afgeleid van de omBC's uit 1929 maar met een modieus stroomlijnjasje. Aan de type-aanduiding omC danken deze treinen hun bijnaam "Ome Ceesje". Aan dit boek heeft uw webmeester een bescheiden bijdrage geleverd (pagina 230). Lees meer over de motorrijtuigen omBC en omC.


Materieel '36 en '40. De nadagen kleurrijk in beeld. Harrie Peters. Uquilair, 2011. ISBN 9789071513732.

Harrie Peters heeft zich tussen 1967 en 1972 intensief beziggehouden met deze materieelsoorten, soms tot ongenoegen van NS-beambten die vonden dat het fotograferen van treinen verboden was. In dezelfde periode heb ik mat.'36 en mat.'40 ook diverse malen voor de lens gehad.


NS loc 3737. De laatste Jumbo. Jan de Bruin en Guus Ferrée. De Alk, Alkmaar 1996. ISBN 9060130693. Dit boek geeft een beknopte geschiedenis van de serie waartoe loc 3737 behoorde. Van deze eens 120 exemplaren omvattende serie is slechts één loc bewaard gebleven. Deze heeft jarenlang in het Spoorwegmuseum gestaan, maar is later weer rijvaardig gemaakt. De diverse restauratieperikelen komen eveneens uitgebreid aan de orde. Uitgeverij De Alk heeft de gewoonte om de mooiste foto's te verpesten door ze over de vouw van het boek te plaatsen, en houdt haar naam op dit gebied ook in dit boek hoog. Verder wordt loc 3737 door de auteurs voortdurend de "Oude Dame" genoemd, wat na 86 keer toch een beetje gaat vervelen.

Klik hier voor meer over loc 3737.


Nederlandse stoomlocomotieven

Stoomlocomotieven serie NS 6300. Martin van Oostrom. Stichting Rail Publicaties, 1985. ISBN 9071513017. Van deze serie, die de bijnaam "Beulen" droeg vanwege de moeite die het kostte de hongerige machines te stoken, is loc 6317 bewaard gebleven in het Spoorwegmuseum.

Stoomlocomotieven serie NCS 71-78 (NS 3600). Martin van Oostrom. Stichting Rail Publicaties, 1988. ISBN 9071513033.

Stoomlocomotieven serie SS 685-799 (NS 3700). Paul Henken. Uquilair, 2001. ISBN 9071513386. Van deze serie is loc 3737 bewaard gebleven.

Stoomlocomotieven NS-serie 6100. Paul Henken. Uquilair, 2002. ISBN 9071513432. Dit is de tender­uitvoering van de loc serie 3700.

Stoomlocomotieven serie HSM 501-535 (NS-serie 2100). Paul Henken. Uquilair, 2003. ISBN 9071513459. Van deze serie is loc 2104 bewaard gebleven in het Spoorweg­museum.

Stoomlocomotieven SS 801-935 (NS-serie 1700).
Paul Henken. Uquilair, 2008. ISBN 9071513661.

Stoomlocomotieven serie SS 601-612 en 651-680 (NS 6500 en 8100). De Bt-rangeerlocomotieven van de Staatsspoorwegen. Paul Henken. Uquilair, 2011. ISBN 9071513726.

Stoomlocomotieven NS-serie 3900. De laatste Nederlandse sneltreinlocomotieven. Paul Henken. Uquilair, 2012. ISBN 9789071513756.

Stoomlocomotieven serie SS 1201-1240 (NS-serie 6000). De 2'C2'-tenderlocomotieven van de Staats­spoorwegen. Paul Henken. Uquilair, 2015. ISBN 9789071513886.

In deze boeken wordt zeer uitvoerig ingegaan op de voor­geschiedenis, het ontwerp, de bouw, de latere constructie­wijzigingen en de dienstuitvoering. Zo uitvoerig dat het soms een beetje saai wordt, vooral als je de tijd waarin deze locomotieven dienstdeden niet zelf hebt meegemaakt.

Het was aantrekkelijker geweest als er wat meer over de grenzen van de beschreven series heen was gekeken. Minder details opnemen, en dan bijvoorbeeld de boeken over de 3700 en de nauw verwante 6100 met elkaar combineren. Dat geldt ook voor de 3900 en de 6300. Maar we moeten natuurlijk heel blij zijn met een uitgever die het aandurft dit soort monografiën te publiceren.

Zie ook het thema Nederlandse stoomlocomotieven.

 
 
 
 

Loc 6104 rond 1935 in Hilversum. Naast het machinistenhuis staat mijn grootvader, rangeerder N. Spilt.

Deze foto uit mijn collectie is door een fout van een fotobeheerder van de NVBS met een onjuist bijschrift in het boek over de serie 6100 terecht gekomen.


De Erfenis. De houten rijtuigen van de Nederlandsche Spoorwegen 1921-1956. Bert Steinkamp. Uitgeverij Uquilair, 2005. ISBN 9071513548. Deel 40 in de boekenreeks van de NVBS.

De titel van het boek slaat op de meer dan 3000 houten rijtuigen die de in 1921 opgerichte Nederlandsche Spoorwegen erfde van haar voorgangers, zoals de HSM en de SS. Een boek over de locomotieven die er in 1921 waren zou je dus ook "De Erfenis" kunnen noemen. Maar afgezien van deze wat onbeholpen titel is het een prachtig boek, waarbij niet alleen de techniek van de rijtuigen aan bod komt, maar vooral ook de mensen die er gebruik van maakten.

In 1956 nam de NS afscheid van de houten rijtuigen.

Bert Steinkamp (1932-2011) schreef ook mee aan het boek Vervlogen Stoom, over de Nederlandsche Spoorwegen in de periode 1921-1940.


Staal, stoom & stroom. De treinen van het Spoorwegmuseum. Een uitgave van het Spoorwegmuseum uit 2013. ISBN 9789080367005.

Goed verzorgd en duidelijk geschreven door kenners van de materie. Dat laatste is geen verrassing voor wie de namen in het colofon beziet. Waaruit mijn bijdrage bestaat is me overigens niet duidelijk; mogelijk heb ik eens via de mail een vraag beantwoord. Of men heeft gebruik gemaakt van mijn site, wat ik ook alleen maar leuk vind. Een present­exemplaar heb ik dan weer niet gekregen, dus dit boek heb ik uit eigen middelen moeten bekostigen.



Buitenlandse spoorwegen


Internationaal

Zie ook het thema Algemene boeken


100e Verjaring van de Compagnie Internationale des Wagons Lits en du Tourisme. 1876-1976.

Geschiedenis van een grote exploitant van slaaprijtuigen en restauratierijtuigen.


International Union of Railways 1922-1997. Brochure uitgegeven ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van de UIC, dat op 19 juni 1997 in Parijs werd gevierd. Uitgave van de Direction de la Communication. Ik kreeg dit boekje in 2004 cadeau na een e-mailtje aan de UIC.

The International Union of Railways (UIC), was founded 1922 after two inter­governmental conferences with the aim of creating uniform conditions for the establishment and operation of railways. The primary role of UIC as the worldwide railway organisation is to promote all forms of international cooperation between its 162 members from all 5 continents and to carry out activities to develop international transport by rail. The UIC maintains and develops the overall coherence of the railway system and enhances international interoperability of railway equipments in order to improve the rail competitiveness. To achieve these goals, it prepares international specifications and standards and strives to encourage state-of-the-art technology and new management methods among its members. The UIC represents the rail transport sector vis a vis a large number of international political and economic organisations and has the consultative status at the UN.

www.uic.asso.fr/home/home_en.html


Quiz. Boekwerk in tien talen met allerlei wetenswaardigheden in de vorm van 61 quizvragen. Met foto's. Centre d'Information et Publicité des Chemins de Fer Européens (CIPCE), Union Internationale des Chemins de Fer (UIC). München, ca. 1960.

Op het omslag de logo's van veertien Europese spoorwegen.


Grenzenloze Spoorwegen. Uitgegeven door de Internationale Spoorwegunie (UIC), 1967. Boekje over de samenwerking tussen de Europese spoorwegen. Onder andere hoofdstukken over de TEE, meerstroomlocomotieven, autoslaaptreinen, plannen voor een Kanaaltunnel, Europabus, gecombineerd rail-wegvervoer, TEEM (Trans-Europ-Express Marchandises), EUROP, ORE en de standaardisatie van het rollend materieel, Eurofima, spoorwegen en automatisering, automatische koppeling, nieuwe wagenkentekens. Ik bezit ook de Duitse uitgave.

Klik hier voor de inhoud (pdf)

Zie ook UIC, RIC, RIV, UIC-koppeling, UIC-landcode.


Van Pullman tot TEE. Geschiedenis van de luxetreinen. George Behrend. Schuyt & Co, Haarlem 1979. ISBN 9060970942. Oorspronkelijke titel Histoire des Trains de luxe (1977). Toen je nog met de trein op reis ging.

Voorbeelden van luxe treinen.


Des trains pour l'Europe. TEE et autres trains européens. W.W. Rossi. Redactor Verlag, Frankfurt, 1968.


La légende des Trans-Europ-Express. Entre luxe et grande vitesse. Maurice Mertens en Jean-Pierre Malaspina. Loco Revue Presse, 2007. ISBN 2903651450. Uitgebreide heruitgave van een gelijknamig boek uit 1985.

De geschiedenis van de roemruchte TEE, een initiatief uit 1953 van president-directeur Den Hollander van de NS. Ze staan er allemaal in. Dit dikke boek is een mer à boire voor de liefhebber van de TEE-treinen die de schakel vormden tussen de luxe vooroorlogse treinen en de hogesnelheidstreinen van tegenwoordig. Het boek bevat zeer veel illustraties, waaronder een achttal uit mijn TEE-archief.


Rheingold. 50 jaar luxetrein Nederland-Zwitserland F. Ernst. Schuyt & Co, Haarlem/Antwerpen, 1978. ISBN 9060970896. Oorspronkelijke titel 'Rheingold' - Luxuszug durch fünf Jahrzehnte, Alba Buchverlag, Düsseldorf, 1977.

De Rheingold was een luxetrein die vanaf 1928 van Hoek van Holland naar Zwitserland reed, daarbij voor een groot deel de route van de Rijn volgend. Vanuit Amsterdam reden ook rijtuigen, die in Utrecht werden gecombineerd met het gedeelte uit Hoek van Holland. Daarna ging het via Arnhem naar Keulen en Mainz naar Basel. Van 1951-1962 reed de trein vanaf Hoek van Holland via Rotterdam, Eindhoven en Venlo. Vanuit Amsterdam reed in die periode een andere trein: de Loreley Express. In 1962 kwamen ook de bekende panoramarijtuigen in dienst. In 1965 werd de Rheingold in het TEE-net opgenomen en reed de trein vanaf Basel door naar Genève. In 1987 ging het Eurocity-netwerk van start en kwam er een eind aan de TEE en daarmee ook de Rheingold.


The Golden Arrow. A. Hasenson. Howard Baker, London, 1970. SBN 093048106.

Boek over de beroemde verbinding tussen London-Victoria en Paris-Nord, met een oversteek per veerboot over het Kanaal tussen Dover en Calais. In Engeland heette de trein Golden Arrow, in Frankrijk Flèche d'Or. De treinen reden van 1929 tot september 1972, met een onderbreking tijdens de Tweede Wereldoorlog.


De Oriënt-Express. Reis naar Constantinopel. Uitgegeven ter gelegenheid van de tentoonstelling Reis naar Constantinopel, de Oriënt-Express in de ASLK-Galerij te Brussel van 24 oktober 1997 tot 1 februari 1998. Met losse panoramafoto van Constantinopel uit 1860. (ASLK is later opgegaan in Fortis.)


Royal Class. Koninklijk reizen per trein. Ben Speet. Uitgeverij Waanders, in samenwerking met het Spoorwegmuseum. Verhalen van reizende koningen, vluchtende keizers, op de trein wachtende prinsen en prinsessen en hun kostbare koninklijke treinen. Koningen en keizers maakten vanaf het prille begin veel en graag gebruik van de spoorwegen. Uiterst luxe treinen vervoerden hen naar alle uithoeken van hun land. De kleine prinses Wilhelmina werd bijvoorbeeld door haar moeder koningin Emma overal mee naar toe genomen, om haar aan het volk te tonen. Maar de trein werd ook gebruikt om privé of in het staatsbelang bevriende koninklijke families te bezoeken. Uitgegeven ter gelegenheid van de tentoonstelling 'Royal Class' in 2010. ISBN 9789040076749.

Klik hier voor meer royalty.



Auf Europas Schienen. Ein Bildwerk. Bild-Jahrbuch der Deutschen Bundesbahn. Athenäum-Verlag, 1957.

Stählenre Klammern von Dr. Johannes Kurze. Auf Europas Schienen: Belgien, Bundesrepublik Deutschland, Dänemark, Finnland, Frankreich, Grossbritannien, Italien, Luxemburg, Niederlande, Norwegen, Österreich, Portugal, Schweden, Schweiz, Spanien. Über hundert ausgewählte Bilder.


Europäische Eisenbahnzüge mit klangvollen Namen. Dr. Fritz Stöckl. Carl Röhrig Verlag, Darmstadt 1958.

Het stofomslag ontbreekt helaas. De flaptekst heb ik wel kunnen achterhalen: "Der Verfasser hat in die verstecktesten Winkel der europäischen Schienenstränge und Fahrpläne hineingeleuchtet, um neben allen berühmten und begehrten, auch die relativ unbekannten, doch interessanten Züge den Eisenbahnfreunden vorzuführen. So finden wir in diesem Buch alles, was auf Europas Schienensträngen Rang und Namen hat, vom ‘Fliegenden Schotten’ bis zum ‘Rheinblitz’, vom ‘Nordpfeil’ bis zum ‘Orient-Express’, vom ‘Castellano’ bis zum ‘Tauern-Express’. Dieses erstklassig ausgestattete Werk ist ein Vademecum für jeden, der sich mit einer der schönsten Künste befassen will: der Kunst zu reisen."

Van dezelfde auteur verscheen de serie Eisenbahnen der Erde.


Supertrains.. Aaron E. Klein. Bison Books, 1985. ISBN 0861242033.

Over luxe en/of snelle treinen uit diverse landen. Zwart-wit- en kleurenfoto's, vaak over de vouw van het boek.


Die schnellsten Züge.. Jane Collins. Umschau Verlag, 1979. ISBN 3524810012.

Dun boek, maar alle hogesnelheidstreinen staan er allemaal wel zo'n beetje in. Op het omslag een Class 253-treinstel van British Rail, de Intercity 125 uit 1976.


High Speed in the Low Lands. Uitgave van Infraspeed, Zoetermeer, oktober 2006. Niet in de handel verkrijgbaar.

In dit boek wordt de aanleg van de HSL Zuid beschreven, bekeken door de roze bril van de aannemers BAM, Fluor, HSBC, Innisfree en Siemens. Op de eerste pagina's wordt even in de geschiedenis van de Nederlandse spoorwegen gedoken, waaronder de eerste elektrische spoorlijn (ZHESM) en de gestroomlijnde dieseltreinen uit de jaren dertig.

Een van de voor dit boek geraadpleegde bronnen is de niet geheel onbekende website www.nicospilt.com. Een presentexemplaar heb ik nooit gekregen; ik kreeg het boek toevallig in bezit toen ik op 17 maart 2008 te gast was bij UIC HIGHSPEED 2008, the 6th World Congress and Exhibition on High Speed Rail.


Hogesnelheidslijnen. Henry van Amstel. Uquilair 2007. ISBN 9071513629.

Japan nam in 1964 de eerste hogesnelheidslijn in dienst. Frankrijk volgde in 1981 en Duitsland weer tien jaar later. In dit boek worden zowel de geschiedenis als de actuele stand van de moderne hogesnelheidslijnen in de wereld behandeld. Zowel infrastructuur als materieel komen uitgebreid aan de orde.

Lees de boekbespreking.


Bullet Trains. Brian Solomon. MBI Publishing Company, 2001. ISBN 0760307687. Op het omslag staat een "Hikari", het oudste model uit 1964. In het boek komen ook allerlei andere snelle treinen voorbij, zoals de TGV en de ICE, maar we zien zelfs een foto van de gestroomlijnde "Mallard", die in 1938 het snelheidsrecord voor stoomlocomotieven vestigde.

Zie ook het thema Japan.


Eisenbahnfähren in Westeuropa. P. Ransome-Wallis. Orell Füssli Verlag, Zürich, 1969.

Oorspronkelijk Engelstalig boek over de veerboten waarmee treinen over het water werden vervoerd. Onder andere tussen Groot-Brittannië en Noord-Frankrijk en tussen Duitsland en Denemarken. Ook een bijlage over de veerschepen van de RTM.


Sporen naar het front. Spoorwegen en oorlog. Guus Veenendaal. WBOOKS in samenwerking met het Spoorwegmuseum, 2013. ISBN 9789066300941.

Vanaf het begin van de spoorweg gebruikten militairen het nieuwe vervoermiddel voor hun doeleinden. In 1830 ging het nog maar om het vervoer van een paar honderd man van Manchester naar Liverpool. Spoedig daarna werden complete legers door Pruisen, Frankrijk en Rusland per spoor naar de slagvelden gebracht. Niet alleen in Europa, maar ook in Noord-Amerika en Europese koloniën in Azië en Afrika. Een eerste spoorlijn die uitsluitend voor militair vervoer diende was een lijn op de Krim in 1855. Er zouden er vele volgen. Zware kanonnen konden op rails gezet worden om zo de vijand van grote afstand te bestoken.

Dit boek verscheen in 2013 ter gelegenheid van de tentoonstelling Sporen naar het front in het Spoorwegmuseum.


Het grensbaanvak Arnhem-Emmerich 1956-2011. Alex Wouters. Uitgeverij Uquilair, 2012. ISBN 9789071513763. Treinen in beeld, deel 3.

Het grensbaanvak Venlo-Kaldenkirchen 1962-2012. Alex Wouters. Uitgeverij Uquilair, 2012. ISBN 9789071513787. Treinen in beeld, deel 4.

Het grensbaanvak Nijmegen-Kleve 1957-1991. Alex Wouters. Uitgeverij Uquilair, 2013. ISBN 9789071513800. Treinen in beeld, deel 6.

Het grensbaanvak Hengelo-Bad Bentheim. Alex Wouters. Uitgeverij Uquilair, 2015. ISBN 9789071513879. Treinen in beeld, deel 11.

Boeken die door middel van veel foto's een indruk geven van de ontwikkeling (en in een enkel geval ook de teloorgang) van genoemde grensbaanvakken. Zie ook het thema Grensovergangen en grensstations.

 
 

Die "Hollandische Eisenbahn" Salzbergen-Almelo. 150 Jahre Geschichte einer internationaler Eisenbahnverbindung. Andreas Eiynck. Herausgegeben von der Gemeinde Salzbergen, 2015.

Zie ook het thema Oldenzaal-Bentheim-Salzbergen.


België, Luxemburg


De Belgische spoorwegen in kleur. 1980-1988 + CFL. M.L. Vocke e.a. Schuyt & Co, 1988. ISBN 9060972368. Tweetalig overzicht van het materieel van de NMBS en de CFL dat in de jaren tachtig te zien was.

Op het omslag een Bolle Neus.


25ste verjaardag van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen. Jubileumnummer uitgegeven met de medewerking van de Persdienst der N.M.B.S., oktober 1951.


Stations van weleer. P. Pastiels. Uitgegeven door de Handelsdirektie van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen in 1978.


De Belgische trein bij leven en welzijn. André ver Elst. Europese Bibliotheek, Zaltbommel 1990. ISBN 9028849866. Ondanks de wat jeukende titel een zeer aangenaam boek om te lezen en te bekijken. Veel foto's.


Instappen a.u.b! Honderd jaar buurtspoorwegen in België. Uitgeverij De Nederlandsche Boekhandel, 1985. ISBN 9028910395. Jubileumboek van de Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen (NMVB).


Onze onvergetelijke stomers. Phil Dambly. Uitgeverij 'Het Spoor', Brussel, 1964.

Boek over de geschiedenis van de Belgische stoomlocomotief, van 1935 tot het eind van het stoomtijdperk in 1967. Met onder andere aandacht voor de evolutie van de techniek, waar Belgische constructeurs als Walschaerts, Belpaire, Flamme en Legein een belangrijke rol in hebben gespeeld. Andere hoofdstukken gaan over stijl en versiering, en over nummering en classificatie van stoomlocomotieven. Na deze inleidende hoofdstukken worden de verschillende kenmerkende perioden van de locomotiefgeschiedenis behandeld. Veel zwart-witfoto's.

Meer over Belgische stomers.


Electrificatie van 1500 km spoorlijnen. Verslag van de Nationale Commissie voor de Electrificatie van de Belgische Spoorwegen, 1947. In 1935 was de lijn Brussel-Antwerpen geëlektrificeerd. Toen begon ook een studie naar de verdere elektrificatie van het net, maar die studie kon pas na de oorlog worden voortgezet. De bevindingen en aanbevelingen van de hiertoe ingestelde commissie zijn in dit rapport vastgelegd. Hieronder ook het advies om vast te houden aan het systeem van 3000 Volt gelijkstroom.

Electrificatie Parijs-Brussel. Gemeenschappelijke publicatie uit 1964 van SNCF en NMBS over het project om het traject Parijs-Brussel (en vandaar verder naar Amsterdam) onder de draad te brengen. Bij het station Quévy ligt de grens tussen het Franse systeem (25.000 Volt wisselstroom) en het Belgische systeem (3000 Volt gelijkstroom). Tegelijk werd de beveiliging gemoderniseerd en werden grote delen van het traject vernieuwd.

 

Zie ook Elektrificatie van de NS


Benelux Rail. De spoorwegen van de Benelux in beeld. Les chemins de fer du Benelux en images.

Deel 1 (1981, ISBN 917266049X), deel 2 (1983, ISBN 9172660740), deel 3 (1986, ISBN 9172660902), deel 4 (1990, ISBN 917266116X). Redactie Marcel Vleugels e.a. Frank Stenvalls Förlag, Malmö.

Aardige boekwerkjes met veel (vrijwel alleen zwart-wit) foto's. Na deze vier delen is de serie overgenomen door 't Nijvere Lezerke.

 

Benelux Rail 5 Veelzijdige kijk op de spoorwegen 1986-1987. Un regard varié sur les chemins de fer 1986-1987. Redactie Marcel Vleugels. 't Nijvere Lezerke, 1990. ISBN 907328001X.

  

De IJzeren Rijn. Spoorwegverbindingen tussen Schelde, Maas en Rijn. 175 jaar spoorweggeschiedenis in Limburg, 1828-2003. Vincent Freriks. Uquilair, 2003. ISBN 9071513483. Deel 38 in de boekenreeks van de NVBS.

Zie ook het thema Grensovergangen en grensstations.


Eisenbahnen in Luxemburg. Band 1 (algemeen). Ed Federmeyer. Wolfgang Herdam Fotoverlag, 2007. ISBN 9783933178213.

Eisenbahnen in Luxemburg. Band 2 (stoomlocomotieven). Ed Federmeyer. Wolfgang Herdam Fotoverlag, 2009. ISBN 9783933178244.

Eisenbahnen in Luxemburg. Band 3 (dieseltreinen). Ed Federmeyer. Wolfgang Herdam Fotoverlag, 2011. ISBN 9783933178275. Met een tweetal foto's van mijn hand (pagina 197 en 213).

Er zal nog een vierde deel verschijnen: over de elektrische treinen. Er zijn ook twee boeken verschenen over de smalspoorlijnen in Luxemburg.

Meer over de Luxemburgse spoorwegen.

 

Frankrijk


Die Eisenbahnen der Erde. Band II - Frankreich. Dr. Fritz Stöckl. Zeitschriftenverlag Ployer & Co, Wien. (1961)

Meer over deze serie.


De Franse Spoorwegen. Brochure van de SNCF, uitgegeven in 1965.

Klik hier voor de inhoud (pdf)


Les chemins de fer en France. Société Nationale des Chemins de Fer Français (SNCF), 1966.


Encyclopédie par l'image: Les chemins de fer. Librairie Hachette, ca. 1950.

In deze serie voor de jeugd zijn tientallen boekjes uitgegeven over diverse onderwerpen. Op het omslag loc CC 7001 uit 1949, het prototype van de serie CC 7100 (bij de NS bekend als 1300).


Le matériel moteur SNCF. Jacques Defrance. Éditions Sefma, Paris 1960. Overzicht van de eind 1959 bij de SNCF aanwezige locomotieven en treinstellen. Inclusief de buitenlandse TEE-treinstellen die in Frankrijk kwamen. Met veel technische gegevens, tekeningen en matige foto's.

Le matériel moteur SNCF (deuzième édition). Jacques Defrance. Éditions La Vie du Rail, Paris 1968. Sterk uitgebreide versie van de vorige editie.

Meer over Frans materieel.

 

Les Engins Moteurs Français (SNCF) 1.7.1983
Jacques Defrance. Frank Stenvalls Förlag, Malmö, 1984. ISBN 9172660791. Tweede editie, in samenwerking met La Vie du Rail. Franstalig met een korte uitleg in het Engels.

Uit een serie zakboekjes.


Last steam locomotives of France. Yves Broncard. Ian Allan Ltd., 1977. ISBN 0711007241.

Fotoboek (zwart-wit) waarin een beeld wordt geschetst van de laatste jaren van de stoomlocomotief in Frankrijk.


Steam on the S.N.C.F. Peter. F. Winding. D. Bradford Barton Ltd., 1976. ISBN 0851532470. Beschrijvingen en zwart-witfoto's van Franse stoomlocomotieven in de periode 1949-1969.


Du char à bancs au TGV. 150 ans de trains de voyageurs en France. Éditions La Vie du Rail, 1982. ISBN 2902808119.

Mooi salontafelboek over 150 jaar reizigersvervoer in Frankrijk: van open wagentjes naar Train à Grande Vitesse.

 

Au temps du tram et du trolley à Mulhouse. Bernard Fischbach et Jacques Kirchmeyer. Editions Alan Sutton, 2006. ISBN 2849104035. Geschiedenis van het openbaar vervoer in en rond Mulhouse, vanaf de eerste stoomtram in 1882 tot de heropening van twee tramlijnen in 2006.

N.B. In Mulhouse is ook het spoorwegmuseum Cité du Train gevestigd.


Groot-Brittannië


British Railway History 1830-1876. Hamilton Ellis. George Allen and Unwin, 1954.

British Railway History 1877-1947. Hamilton Ellis. George Allen and Unwin, 1959 (second impression 1960).

Read the summary of these books.


Railways between the Wars. H.C. Casserley. David & Charles, 1971. ISBN 0715352946.

Railways since 1939. H.C. Casserley. David & Charles, 1972. ISBN 0715354876.

Geen uitgebreide geschiedschrijving, maar bijzondere foto's en leuk geschreven teksten.

 

Die Eisenbahnen der Erde. Band I - Grossbritannien. Dr. Fritz Stöckl. Zeitschriftenverlag Ployer & Co, Wien. (1960)

Meer over deze serie.


Famous Trains. Cecil J. Allen. Meccano Limited, Liverpool, 1928.

In boekvorm gebundelde heruitgave van artikelen die in het Meccano Magazine zijn verschenen. Het idee was dat er meer delen zouden verschijnen, maar bij dit ene boek is het gebleven. Hierin worden dertien beroemde treinen beschreven die werden gereden door de vier grote spoorwegmaatschappijen uit die tijd: de LNER, GWR, LMS en SR. Dit boek wordt zelden aangetroffen met het bijbehorende stofomslag.


Titled Trains of Great Britain. Cecil J. Allen. Ian Allan, London, 1946.

Een beetje sneltrein had in deze jaren een eigen naam. In dit boekje worden er 70 beschreven: de samenstelling, de route en de dienstregeling.

Titled Trains of Great Britain. Cecil J. Allen. Ian Allan, London. Fifth edition, 1967.

Vijfde editie, met een beschrijving van 120 treinen die een naam droegen. Hiervan werd meer dan de helft overigens al niet meer gebruikt.

 

The trains we loved. C. Hamilton Ellis. George Allen & Unwin Ltd, London, 1955 (second impression, first published 1947). Terugblik op de hoogtijdagen van de spoorwegen in het United Kingdom. Met foto's en fraaie kleurplaten.


Scottish Railways. O.S. Nock. Thomas Nelson and Sons, 1950.

British trains past and present. O.S. Nock. Batsford Ltd, London, 1951.

Van dezelfde auteur verscheen The Railways of Britain - Past and Present.

 

Railway Reminiscences of the Interwar Years. O.S. Nock. Ian Allan Ltd., 1980. ISBN 0711010420.

De twee decennia tussen de beide wereldoorlogen mogen worden gezien als het hoogtepunt als het gaat om de ontwikkeling van de stoomlocomotief. In dit boek blijft de blik beperkt tot Groot-Brittannië.


The Midland Main Line, 1875-1922. E.G. Barnes. George Allen & Unwin Ltd, London, 1969. ISBN 043850499.

Van dezelfde auteur verscheen The Rise of the Midland Railway, 1844-1874.


Salute to the LNER. G. Freeman Allen. Ian Allan Ltd, London 1977. ISBN 0711007896.

De London & North Eastern was een van de vier grote Britse spoorwegmaatschappijen, voordat deze werden gefuseerd tot British Rail. De LNER was op haar beurt voortgekomen uit verschillende andere spoorwegmaatschappijen, zoals de North Eastern Railway, Stockton & Darlington, Great Northern Railway, Great Eastern Railway en Great Central Railway. Het hoogtepunt van de LNER lag in de jaren 30 van de vorige eeuw, toen door Gresley gebouwde Pacifics treinen trokken als de Flying Scotsman, de Silver Jubilee en de Coronation Scot. Hiermee beconcurreerde de LNER de London, Midland & Scottish Railway (LMS), die via een meer westelijke route verbindingen onderhield tussen Londen en Schotland.


Branch Line Memories. Volume 4. London & North Eastern. Ian L. Wright. Atlantic Transport Publishers, Truro, 1986. ISBN 0906899192.

De andere delen uit deze serie gaan over de GWR (1), LMS (2) en SR (3).


Victorian & Edwardian Railways from old photographs. Introduction and commentaries by Jeoffry Spence. Batsford Ltd., London. 1984 (first published 1975). ISBN 0713430443.


Isambard Kingdom Brunel. Engineering Knight-Errant. Adrian Vaughan. John Murray, London, 2003 (oorspronkelijke uitgave 1991). ISBN 0719557488.

Biografie van de man die in 2002 bijna werd uitgeroepen tot de Grootste Brit uit de geschiedenis. Hij eindigde op de tweede plaats, achter Winston Churchill maar voor mensen als Shakespeare en Newton. Brunel (1806-1859) was de geniale ingenieur die de Great Western Railway, met zijn snelle breedspoortreinen, op zijn naam heeft staan. Ook bouwde hij bruggen en schepen. Hij stierf op 53-jarige leeftijd, terwijl het grootste schip aller tijden, de Great Eastern, in aanbouw was. Op de foto op het omslag staat hij voor de ankerketting van dat schip.

Zie ook Brunel Award.


The Birth of the Great Western Railway. Extracts from the Diary and Correspondence of George Henry Gibbs. Edited by Jack Simmons. Adams & Dart, Bath. 1971. SBN 23900889.

George Henry Gibbs was een van de directeuren uit de begintijd. Hij hield rond 1835 een dagboek bij over de moeilijkheden die overwonnen moesten worden.


The Great Western Railway. 150 Glorious Years. Patrick Whitehouse, David St John Thomas. Guild Publishing London, 1985. Official Souvenir authorised by British Rail Western Region. Geen ISBN.

Geschiedenis van de Great Western Railway, die begon met de befaamde breedspoortreinen van Brunel.


GWR Engines. Names, numbers, types & classes. Published in 1938 by the Great Western Railway.


Railway Revolution 1825-1845. (Then & There Series)
M. Greenwood. Longmans, Green & Co Ltd. Eight impression 1966 (first published 1955).

Early British Railways. (The King Penguin Books, 56)
Christian Barman. Penguin Books, 1950.

 

A short history of the railway carriage. R.W. Kidner. Oakwood Press, 1946.

A short history of mechanical traction & travel - part 5. De andere delen zijn:
1 - The early history of the motor car, 1767-1897
2 - The development of road motors, 1898-1946
3 - The early history of the railway locomotive, 1804-1879
4 - The development of the railway locomotive, 1880-1946


Cavalcade Reflections. Official British Rail Eastern Region Souvenir. ISBN 0700300295.

Cavalcade Retrospect. Companion Volume to 'Calvalcade Reflections'. ISBN 0700300317.

Publicaties ter gelegenheid van het 150-jarig jubileum van de spoorwegen in Groot-Brittannië. Public Relations Department, British Rail, Eastern Region, York, 1975.

 

Cavalcade Remembered - 1925. Official Photographs of the 1925 Centenary Celebrations. ISBN 0700300333.

In dit boekje aandacht voor het 100-jarig jubileum in 1925. Daar heb ik ook een serie verzamelplaatjes van.

 

Rail 150. The Stockton & Darlington Railway and what followed. Edited by Jack Simmons. Eyre Methuen, London 1975. ISBN 0413323102 (paperback).

Dit boek verscheen ter gelegenheid van de 150e verjaardag van de Stockton & Darlington Railway, op 27 september 1825. Dit was niet de eerste spoorweg: die bestonden al in de zeventiende eeuw. Het was ook niet de eerste spoorweg die passagiers vervoerde: die waren er ook al. En het was ook niet voor het eerst dat er stoomlocomotieven werden gebruikt. Het belang van de Stockton & Darlington Railway lag erin dat deze alle genoemde aspecten combineerde, en daarmee de aanzet gaf voor een razendsnelle ontwikkeling van andere spoorwegen.

Meer boeken over spoorwegjubilea.


The day of the Holiday Express. Western Region services on 9 July 1960. Richard Woodley. Ian Allan Publishing, 1996. ISBN 0711023948.

Beschrijving van het treinverkeer op een zomerse zaterdag in 1960, in een tijd waarin de Britten nog in eigen land op vakantie gingen en waarin bijna elk gehucht nog per trein te bereiken was. Veel stoomtreinen, hoewel ook de eerste diesellocs in beeld komen. De foto's zijn door diverse fotografen gemaakt, meestal op 9 juli 1960.

Mijn zus zag dit boek voor een paar euro liggen en dacht: leuk voor Nico. En dat is ook zo.


Specials in action. A.R. Butcher. D. Brandford Barton Ltd, Truro, 1975. ISBN 085153175X.

Tot 1968, het einde van de stoomtijd bij British Rail, werden er honderden speciale stoomritten georganiseerd. De meeste daarvan werden georganiseerd door de Railway Correspondence and Travel Society (RCTS), de Stephenson Locomotive Society (SLS) en de Locomotive Club of Great Britain (LCGB). Tony Butcher legde veel van deze ritten vast op zwart-witfoto's.


Our Railway History. Rixon Bucknall. George Allen and Unwin Ltd, 1970. Derde editie; de eerste twee edities verschenen in 1944 en 1945. ISBN 043850502.

Geschiedenis van de spoorwegmaatschappijen die op 1 januari 1923 werden gegroepeerd tot vier grote maatschappijen: Great Western Railway (GWR), Southern Railway (SR), London, Midland & Scottish Railway (LMS) en London & North Eastern Railway (LNER). Voorheen bestonden er tientallen elkaar beconcurrerende maatschappijen. In dit boek worden de 16 grootste beschreven.


Historical guide to the Romney Hythe & Dymchurch Light Railway. C.S. Wolfe. Uitgegeven door de Romney Hythe & Dymchurch Association, New Romney, Kent, 1976. Geschiedenis en beschrijving van de beroemde miniatuurspoorweg in het zuiden van Engeland (vlak bij de uitgang van de tegenwoordige Kanaaltunnel).

Zie verder Romney Hythe & Dymchurch Railway.


Palaces on Wheels. Royal Carriages at the National Railway Museum. David Jenkinson en Gwen Townend. ISBN 0112903665. In 1981 verschenen uitgave van het National Railway Museum in York, waar meer dan een dozijn koninklijke rijtuigen zijn ondergebracht. Het oudste exemplaar is het in 1842 gebouwde rijtuig van koningin Adelaide. Dat rijtuig, drie koetscabines op een drieassig onderstel, deed dienst tot 1849 en werd toen zorgvuldig opgeborgen.

De opvolgster van Adelaide, koningin Victoria, reisde ook vaak per trein. Zij had de beschikking over twee luxe drieassige salonrijtuigen, die door middel van een vouwbalg met elkaar waren verbonden. Dat was een handige uitvinding, maar de koningin vertrouwde het toch niet helemaal: voordat ze naar het andere rijtuig liep, moest de trein eerst tot stilstand worden gebracht. In 1900, na meer dan 30 jaar dienst, waren de rijtuigen aan vervanging toe, maar Victoria wilde geen afstand doen van haar twee saloons. Die werden toen samengevoegd op een nieuw gebouwd onderstel met drieassige draaistellen. De spoorwegmaatschappij bracht tevens elektrische verlichting aan, maar hare majesteit was daar niet van gecharmeerd: behalve de elektrische lampen werden daarom ook weer olielampen en kaarsverlichting aangebracht.

Victoria werd opgevolgd door koning Edward VII en koningin Alexandra. De verschillende spoorwegmaatschappijen wilden niet voor elkaar onderdoen, en stelden alle diverse koninklijke rijtuigen beschikbaar, tot complete treinen aan toe. Voor een reis van Londen naar het noorden konden de koning en koningin kiezen: een trein van de LMS voor een reis langs de oostkust of een trein van de LNWR voor een reis langs de westkust.

Pas in 1941, onder de regering van koning George VI en koningin Elizabeth, kwam aan deze overdaad een einde. Er werden toen twee nieuwe salonrijtuigen gebouwd, ontworpen door William Stanier, die tijdens de oorlogsjaren van een bepantsering waren voorzien. Sinds 1977 staan ook deze rijtuigen in het museum. Koningin Elizabeth II kreeg een nieuwe trein tot haar beschikking.



Koning Elizabeth II stapt met haar twee hondjes in de koninklijke trein.


Royal Trains of the British Isles. A Railway Magazin Publication, 1974.

Artist's impression of a possible Royal Train of the future using British Railways standard High Speed Train equipment with Mk III coaches.

 

Royal Trains. Patrick Kingston. David & Charles Inc., 1985. ISBN 0715385941.

Uitvoerige geschiedgeschrijving van de treinen waarin het Britse koningshuis zich sinds 1840 heeft laten vervoeren, met reisverslagen en anekdotes. Zo zien we kroonprins Charles verschillende keren glunderend op een voetplaat staan, waaronder die van een miniatuurloc van de Romney, Hythe & Dymchurch Railway. Ook enkele per trein afgelegde staatsbezoeken aan de landen van het Britse Gemenebest (Commonwealth) passeren de revue.

Klik hier voor meer royalty.


Return to York. Peter Rose. Bellcode Books, 1994. ISBN 1871233046.

Station York in de jaren 50 en 60. Het stoomlocdepot is inmiddels omgebouwd tot National Railway Museum.


The North Yorkshire Moors Railway. A nostalgic trip along the former Whitby & Pickering Railway and through to Malton. John Hunt. Past & Present Publishing, 2001. ISBN 1858951879.

Fotoboek over een van de vele Britse spoorlijnen die na de oorlog zijn gesloten, vooral als gevolg van de plannen uit het Beeching Report van 1963. In dit geval een lijn die bij Malton aftakte van de spoorlijn van York naar Scarborough. Over een gedeelte van de opgeheven lijn rijden nu stoomtreinen van de North Yorkshire Moors Railway (NYMR).


Classic Trains. Nicholas Faith. Boxtree, in association with Channel Four Television Corporation, London 1996. ISBN 0752211609. Boek over de 'Golden Age' van de Britse spoorwegen, dat verscheen in samenhang met een door Channel Four uitgezonden televisieserie. In deze serie kwamen ook klassieke motorfietsen, vrachtwagens en schepen aan bod.


Locomotives of British Railways. H.C. Casserley en L.L. Asher. Spring Books, London 1965 (eerste druk 1961). De meer dan 700 zwart-witfoto's zijn bijna allemaal gemaakt door H.C. Casserley.

In 1948 werden de vier spoorwegmaatschappijen in Groot-Brittannië genationaliseerd. Ze gingen op in British Railways. De vier maatschappijen, ook wel aangeduid als The Big Four, waren Great Western Railway (GWR), Southern Railway (SR), London, Midland & Scottish Railway (LMS) en London & North Eastern Railway (LNER). Deze vier maatschappijen waren in 1923 ontstaan tijdens de grouping van een groot aantal kleinere spoorwegmaatschappijen.

Bij de nationalisatie in 1948 waren meer dan 20.000 stoomlocomotieven betrokken, verdeeld over honderden classes. Voor deze locs werd een nummerschema ontworpen, waarbij de oorspronkelijke nummers zoveel mogelijk herkenbaar bleven. Dit deed men eenvoudig door er cijfers voor te zetten. De locs van de SR werden genummerd vanaf 30000. De locs van LMS werden genummerd in de series 40000 en 50000, waarbij een grote groep oudere locs werd ondergebracht in de serie 58000. De LNER-locs, die in 1946 nog in een volledig nieuw nummerschema waren ondergebracht, kregen 60000 bij het locnummer opgeteld. De locs van GWR behielden hun nummers (onder de 10000). Deze keuze had te maken met het feit dat de GWR als enige koperen locnummerplaten gebruikte. De andere maatschappijen werkten met geschilderde nummers, die eenvoudig te veranderen waren.

Diesellocomotieven kregen nummers vanaf 10000, elektrische locomotieven vanaf 20000. Typisch Engels is het om de eerste loc van een serie het volgnummer 0 te geven, bijvoorbeeld de serie 27000-27006, bij de NS genummerd vanaf 1501.

Na 1948 heeft British Rail zelf ook nog stoomlocomotieven gebouwd. Voor een deel als vervolg op bestaande series, maar ook nieuwe ontwerpen. Deze werden genummerd vanaf 70000. In Groot-Brittannië heerste in 1948 nog de stoomlocomotief, maar in 1968 was het afgelopen. Dit terwijl in maart 1960 de laatste nieuwe stoomlocomotief in dienst was gesteld. Deze loc, nummer 92220, kreeg de toepasselijke naam Evening Star.

op het omslag een
Stanier Black Five



Een tenderlocomotief heet in het Engels een "tank engine".
Het Engelse "tender locomotive" staat voor een locomotief met losse tender.


British Pacific Locomotives. Cecil J. Allen. Ian Allan Ltd, 1962.

De eerste Britse Pacific, asopstelling 4-6-2 (of op z'n Duits of Nederlands 2C1), verscheen al in 1908 op de rails. Maar de bloeiperiode van dit loctype begon in 1922. De grote locomotiefbouwers uit de hoogtijdagen van de spoorwegen waren Gresley, Thompson, Peppercorn, Stanier en Bulleid, die elk voor hun eigen maatschappij prachtige locs ontwierpen. Ook na de Tweede Wereldoorlog, toen de Britse spoorwegen waren genationaliseerd, werden er nog nieuwe locomotieven gebouwd. De laatste Standard Pacific werd in 1954 opgeleverd. In dit dikke boek komen ook enkele nooit gebouwde ontwerpen aan de orde.


Bulleid's Pacifics. D.W. Winkworth. George Allen & Unwin, London, 1981 (oorspronkelijk gepubliceerd 1974). ISBN 0046250050.

Biografie van de beroemde Bulleid Pacifics.


Leader. Steam's last chance. Kevin Robertson. Alan Sutton, 1988. ISBN 0862993768.
Leader and Southern experimental steam. Kevin Robertson. Alan Sutton, 1990. ISBN 0862997437.
The Leader Project. Fiasco or Triumph? Kevin Robertson. Ian Allan, 2007. ISBN 0860936060.

Voor meer over dit bijzondere ontwerp van Bulleid zie The Leader Project.

  

Mallard and the A4 Class. David McIntosh. Ian Allan, 2008. ISBN 9780711032972.

In 1938 legde loc 4468 van de LNER het officiële wereldrecord voor stoomlocomotieven op 126 miles/hour (202,7 km/uur). De loc droeg de naam Mallard (wilde eend). In dit boek wordt de geschiedenis beschreven van de serie waartoe de Mallard behoorde, met ruim aandacht voor de recordrit en de aanloop daartoe. De ontwerper, Nigel Gresley, had zich uitgebreid verdiept in de snelle Duitse dieseltreinen uit die tijd, maar kwam tot de conclusie dat een gestroomlijnde stoomloc met bijpassende rijtuigen een betere oplossing was.


City of Truro. Main Line Centenarian. Michael Rutherford. Friends of the National Railway Museum, 2003. ISBN 0954668502. De City of Truro was in 1904 de eerste stoomlocomotief die sneller dan 100 miles/hour reed. In 1989 was deze fraaie loc te gast op het jubileum NS 150.

Flying Scotsman. The People's Engine. Geoffrey Hughes. Friends of the National Railway Museum, 2005. ISBN 0954668537. Dit boek gaat over loc LNER 4472 die de naam Flying Scotsman draagt. Er bestond en bestaat ook een trein die zo heet. Sinds 1862 vertrekt deze trein 's ochtends om 10.00 uur uit London King's Cross.

 

British Rail at Work: East Midlands. John Gough. Ian Allan Ltd, 1985. ISBN 071101521X.

British Rail in colour. 1968-1980. John Glover. Ian Allan Ltd, 1988. ISBN 0711017964.

 

The Age of the Electric Train. Electric trains in Britain since 1883. J.C. Gillham. Ian Allan, 1988. ISBN 0711013926. Veel zwart-witfoto's.

Met onder andere een hoofdstuk over de met 1500 Volt gelijkspanning geëlectrificeerde spoorlijnen, volgens de standaard die in 1930 door een door de regering ingestelde commissie was vastgesteld. Deze commissie had ook gekeken naar de ervaringen die men in Frankrijk, Nederland en andere landen met dit systeem had opgedaan. Onder andere rond Manchester werd een netwerk volgens dit systeem geëlektrificeerd. Na de oorlog besloot men echter dat toekomstige elektrificaties met 25.000 Volt wisselspanning zouden plaatsvinden. Het 1500-Voltsysteem rond Manchester is inmiddels verdwenen. In 1969 werden zeven locomotieven door NS overgenomen: de serie 1500 (ex-BR 27000).


Brits Abroad. Ken Carr & David Maxey. Visions International, 2009. ISBN 9780955826412.

Dit boek is gewijd aan Britse locomotieven die in het buitenland dienstdoen of hebben gedaan. Daaronder de EM2s (NS 1500) en Class 58 die we in Nederland hebben gezien. In dit boek staan ook een paar foto's van mij, helaas niet allemaal even fraai afgedrukt en bovendien met mijn naam verkeerd gespeld: Nico Split.


The official Channel Tunnel Factfile. Boxtree Limited, 1982. ISBN 1852833572. Populair boekje met veel illustraties, over de bouw van de Kanaaltunnel. Het boekje beschrijft ook de eerdere plannen die er ooit zijn bedacht, zoals een tunnel waarbij door paarden getrokken koetsen het verkeer tussen Engeland en Frankrijk zouden onderhouden. Uiteindelijk zijn dat dus treinen geworden die onder de naam le Shuttle auto's en hun passagiers vervoeren.


Duitsland (algemeen)

Zie ook mijn collectie Jahrbücher.


Hundert Jahre deutsche Eisenbahnen. Jubiläumschrift zum hundertjährigen Bestehen der deutschen Eisenbahnen. Zweite, neubearbeiterte und ergänzte Auflage. Herausgegeben vom Reichsverkerkehrsministerium. 1938.

Dikke pil met 570 pagina's, 220 zwart-witfoto's en enkele kleurenillustraties. Het exemplaar dat ik bezit is een facsimile van de tweede druk, maar het is niet duidelijk wanneer en door wie die is uitgegeven. Het voornaamste verschil met de eerste druk zou de foto van Adolf Hitler zijn. In mijn exemplaar ontbreekt die foto. Ook ontbreken de drie losse kaarten die bij het boek horen. Voor de facsimile uitgave betaalde ik maar 12 euro, het origineel is veel duurder.

Meer over dit boek.


Deutsche Reichsbahn 1935. Ein Text- und Bildreport. Alfred B. Gottwaldt. Franck'sche Verlagshandlung Stuttgart, 1976. 2e Auflage. ISBN 344004193X.

1. Die Deutsche Reichsbahn im Jahre 1935. 2. Die Nürnberger Jubiläumsschau im Sommer 1935. 3. Die große Fahrzeugparade vom 8. Dezember 1935.

Meer over dit jubileum.


Die Bundesbahn. Organ der Hauptverwaltung der Deutschen Bundesbahn. Sonderdruck zur DVA München 1953. Carl Röhrig-Verlag. Darmstadt.

Uitgave ter gelegenheid van de Deutsche Verkehrsausstellung (DVA) van 1953 in München. Deze vond plaats van 20 juni tot 11 oktober 1953. In 1925 was er ook al een tentoonstelling georganiseerd waarin het publiek kennis kon maken met de ontwikkelingen op spoorweg­gebied. In 1953 kon de DB veel nieuw materieel tonen, waaronder de V200. Op de tentoonstelling kwamen ook andere vervoermiddelen aan bod.


Die Eisenbahnen auf der IVA München 1965. Wegweiser durch die Ausstellung. Darstellung moderner Betriebs- und Signaltechnik der DB durch ausführliche Erläuterung von »DB-Modell 66«.

Als vervolg op de Deutsche Verkehrsausstellung in 1925 en 1953 vond in 1965 de eerste Internationale Verkehrsausstellung (IVA) plaats. DB-Modell 66 was een grote demonstratiemodelbaan. In het boekje staat hier een heel verhaal over, maar geen foto's.

Erste Weltausstellung des Verkehrs München. Offizieller Katalog. Catalogus met informatie over de deelnemers aan de tentoonstelling die plaatsvond van 25 juni t/m 3 oktober 1965. De catalogus was samengesteld voordat de tentoonstelling begon en bevat geen foto's van wat er te zien was.

 


Die Deutsche Bundesbahn in Wort und Bild. Bild-Jahrbuch der Deutschen Bundesbahn. Athenäum-Verlag, 1953.

Schienen, Räder und Signale. Bild-Jahrbuch der Deutschen Bundesbahn. Athenäum-Verlag, 1954.

Lebensadern der Wirtschaft. - Ein Bildwerk Von Gutern Auf Gleisen. Athenäum-Verlag, 1959.

Mit neuer Kraft - Elektrifizierung und Dieselbetrieb bei der DB. Bild-Jahrbuch der Deutschen Bundesbahn. Athenäum-Verlag, 1961.

Boeken uit een serie over de Deutsche Bundesbahn. Klik hier voor de hele serie.

 
 

Chronik des deutschen Verkehrs 1949. Samengesteld door Jörg Werner. GeraMond (Lok Magazin) 2000. ISBN 3932785398.

Chronik des deutschen Verkehrs 1961. Samengesteld door Jörg Werner. GeraMond (Lok Magazin) 2000. ISBN 393278538X.

Zeer aardige boekjes over het spoorvervoer en andere vormen van transport in de genoemde jaren. Ook verkeerspolitieke en economische onderwerpen komen aan de orde. In het boekje over 1949 staat bijvoorbeeld een hoofdstuk over de luchtbrug die tussen West-Duitsland en Berlijn werd onderhouden ten tijde van de Russische blokkade.

 

Deutsche Eisenbahnen im Bild 1971-72. Verlag Frank Stenvall, Malmö 1974. ISBN 9172660163. Frank Stenvall bracht al jaarboeken uit over de Scandinavische spoorwegen. Dat wilde hij ook gaan doen over de Duitse spoorwegen. Bij de twee hier genoemde delen is het echter gebleven.

Deutsche Eisenbahnen im Bild 1976. Aktuelles und Interessates von DB, DR, NE-, Werks- und Museumsbahnen. Samengesteld door Günther Barths, Axel Priebs en Frank Stenvall. Verlag Frank Stenvall, Malmö 1978. ISBN 9172660368.

Ook in de Benelux is Frank Stenvall actief geweest, met de serie Benelux Rail. Verder is hij bekend van zijn zakboekjes.

 

Ritzau KG

Von Siegelsdorf nach Aitrang, die Eisenbahnkatastrophe als Symptom. Ritzau KG - Verlag Zeit und Eisenbahn. 1972.

Deutsche Eisenbahngeschichte im Porträt Mitteldeutschlands. Hans-Joachim Ritzau. Ritzau KG - Verlag Zeit und Eisenbahn. 1996. 2. Auflage. ISBN 9321304407.

Julius Dorpmüller. Ein Leben für die Eisenbahn. Hans Bock, Franz Garrecht. Ritzau KG - Verlag Zeit und Eisenbahn. 1996. ISBN 9321304393. Julius Dorpmüller was vanaf 1924 Generaldirektor van de Deutsche Reichsbahn en vanaf 1937 ook Reichsverkehrsminister.

Die Innerdeutsche Grenze undd der Schienenverkehr. Hans-Joachim Fricke, Hans-Joachim Ritzau. Ritzau KG - Verlag Zeit und Eisenbahn. 4. ergämzte Auflage, 1997. ISBN 3921304458.

Die Bahnreform - eine kritische Sichtung. Ritzau/Oettle/Pachl/Stoffels. Ritzau KG - Verlag Zeit und Eisenbahn. 2003. ISBN 393510104X.

Die Eisenbahnszene

Die Eisenbahnszene gestern-heute. Band 1. Hans-Joachim Ritzau. Ritzau KG - Verlag Zeit und Eisenbahn. 1989. ISBN 3921304733.

Die Eisenbahnszene gestern-heute. Band 2. Hans-Joachim Ritzau. Ritzau KG - Verlag Zeit und Eisenbahn. 1991. ISBN 3921304806.

Die Eisenbahnszene gestern-heute. Band 3. Hans-Joachim Ritzau. Ritzau KG - Verlag Zeit und Eisenbahn. 1994.

Die Eisenbahnszene gestern-heute. Band 6 - Registerband. Hans-Joachim Ritzau. Ritzau KG - Verlag Zeit und Eisenbahn. 2000. ISBN 3921304237.

Schatten der Eisenbahngeschichte

Ein Vergleich britisher, US- und deutscher Bahnen. Schatten der Eisenbahn­geschichte Band 1. Hans Joachim Ritzau, Dietmute Ritzau. Ritzau KG - Verlag Zeit und Eisenbahn. 1994. ISBN 9321304695.

Katastrophen der deutschen Bahnen. Teil I. 1945-1992. Schatten der Eisenbahn­geschichte Band 2. Hans Joachim Ritzau. Redaktion Dietmute Ritzau-Franz. Ritzau KG - Verlag Zeit und Eisenbahn. 1992. ISBN 3921304814.

Katastrophen der deutschen Bahnen. Teil II. Chronik 1845-1992. Schatten der Eisenbahn­geschichte Band 3. Hans Joachim Ritzau, Jürgen Hörstel. Redaktion Dietmute Ritzau-Franz. Ritzau KG - Verlag Zeit und Eisenbahn. 1993. ISBN 3921304865.

Deutsche Eisenbahn-Katastrophen. Schatten der Eisenbahn­geschichte Band 4. Hans Joachim Ritzau, Jürgen Hörstel, Thomas Wolski. Redaktion Dietmute Ritzau-Franz. Ritzau KG - Verlag Zeit und Eisenbahn. 1997. ISBN 9321304369.

Fehler im System. Eisenbahnunfälle als Symptom einer Bahnkrise. Schatten der Eisenbahn­geschichte Band 5. Jürgen Hörstel, Hans Joachim Ritzau. Redaktion Dietmute Ritzau-Franz. Ritzau KG - Verlag Zeit und Eisenbahn. 2000. ISBN 9321304334.

Hans-Joachim Ritzau (1922–2012) was een bekend historicus en uitgever, die het kort gezegd jammer vond dat er van het Derde Rijk weinig terecht was gekomen. Hij had thuis een grote model­baan waarin dit tot uiting kwam, met locomotieven waarop haken­kruisjes stonden. Hij gaf onder andere een serie boeken uit over Eisenbahn-Katastrophen. Zijn dochter Dietmute hielp hem en heeft de uitgeverij later voortgezet. In maart 2012 is de uitgeverij opgeheven.

 
 

Ik heb nog niet van alle boeken een afbeelding geplaatst. Ik probeer de serie compleet te krijgen, dus ik hou me aanbevolen voor tips en aanbiedingen.


Lexikon für Eisenbahnfreunde. Das Eisenbahnwesen von A bis Z. Gert Quenzer. C.J. Bucher, Luzern - Frankfurt/M, 1977. ISBN 3765802387.

Zie ook Jugendlexikon Eisenbahn en het Eisenbahn-Lexikon hieronder.

 

Kleine Geschichte der Deutschen Eisenbahnen. Kleine Eisenbahn-Bücherei, Band 1. Berthold Stumpf. Verlagsanstalt Hütig und Dreyer, 1955. Op het omslag de VT 10.551 "Komet", een gelede slaaptrein.

Lokomotiven und Wagen der Deutschen Eisenbahnen. Kleine Eisenbahn-Bücherei, Band 2. Erhard Born. Verlagsanstalt Hütig und Dreyer, 1958. Op het omslag een VT 11.5.

Lokomotiven und Wagen der Deutschen Eisenbahnen. Kleine Eisenbahn-Bücherei, Band 2 (3. verbesserte Auflage). Erhard Born. Verlagsanstalt Hütig und Dreyer, 1967. Op het omslag loc E03 004.

Der moderne Personenbahnhof in Technik und Betriebsweise. Kleine Eisenbahn-Bücherei, Band 3. Friedrich Fakiner. Verlagsanstalt Hütig und Dreyer, 1959.

Eisenbahn-Lexikon. 4000 Stichwörter aus allen Fachgebieten des Eisenbahnwesens. Kleine Eisenbahn-Bücherei, Band 5. Berthold Stumpf. Verlagsanstalt Hütig und Dreyer, 1960.

    

(een "Band 4" bestaat niet, net zomin als
diverse in Band 1 aangekondigde boekjes)


Deutscher Reichsbahnkalender 2005. Mit der Reichsbahn durch deutsche Lande - von Baden nach Pommern. Eisenbahn-Kurier, 2005.

Kalender met per week twee foto's uit kalenders die voor de oorlog door de Reichsbahn zijn uitgegeven. Veel kalenderbladen uit die tijd kunnen echter niet meer worden herdrukt, legt de uitgever wat omzichtig uit: "Diese habe zu sehr den politischen Zeitgeist der dreißiger Jahre zum Inhalt." Lees: er staan hakenkruisen op. Maar afgezien hiervan waren de Duitse spoorwegen in die jaren op hun hoogtepunt - niet alleen op de rails, maar ook op de weg, het water en in de lucht.

Een kalender uit 2005 kan opnieuw worden gebruikt in 2022, 2033, 2039, 2050.


Die Eisenbahnen der Erde. Band VI - Deutschland - Deutsche Bundesbahn, Deutsche Reichsbahn, DSG und Mitropa (1964). Dr. Fritz Stöckl. Oorspronkelijke ondertitel: Bundesrepublik, Deutsche Demokratische Republik, DSG und Mitropa. Maar daar is een nieuwe ondertitel overheen geplakt door de firma Bohmann-Verlag, Wien-Heidelberg. De DDR is nooit erkend door de Bundesrepublik, dus een verwijzing daarnaar lag nogal gevoelig.

Meer over deze serie.


Elektrische Lokomotiven fotografiert von Carl Bellingrodt. Eisenbahn Kurier, Freiburg 1979. ISBN 3882552107.

Dit boek verscheen ter gelegenheid van het 100-jarige bestaan van de elektrische locomotief. Met grote zwart-witfoto's van alle elektrische locomotieven die in Duitsland hebben rondgereden. De meeste foto's zijn gemaakt door de beroemde fotograaf Carl Bellingrodt, die al voor de Tweede Wereldoorlog actief was langs de rails. Zijn archief is na zijn overlijden overgegaan naar de Eisenbahn Kurier.



Vom Adler zum Komet. Bilder zur Geschichte der deutschen Eisenbahn. Dr. Johannes Kurze. Athenäum-Verlag, 1956.

Op het omslag de Adler en de Komet, een van de twee toen nieuwe VT 10.5-treinstellen.


Vom Adler zum IC. Eisenbahnen in Deutschland. Dr. Fritz Stöckl, Dilp.-Ing. Peter Molle, Dipl.-Ing. Hermann Wolters. Prisma Verlag, Gütersloh 1977 (5e druk; 1e druk 1974). Wetenschappelijk verantwoord boek met veel tekst en een aantal fotokaternen.

Van Fritz Stöckl verscheen ook de serie Eisenbahnen der Erde.


Offizieller Jubiläumsband der Deutschen Bundesbahn. 150 Jahre Deutsche Eisenbahnen. Eisenbahn-Lehrbuch Verlagsgesellschaft (ELV), München 1985. ISBN 3923967039 (standaard) of 3923967047 (luxe uitgave).

Offizieller Jubiläumsband der Deutschen Bundesbahn. 150 Jahre Deutsche Eisenbahnen. Sonderausgabe Wirtschaft und Industrie. Eisenbahn-Lehrbuch Verlagsgesellschaft (ELV), München 1985. ISBN 3923967055.

In 1985 vierde de DB het 150-jarig jubileum van de Duitse Spoorwegen. Dat was vier jaar voor de val van de muur, maar ook aan Die Reichsbahn in der DDR wordt aandacht besteed.

De twee boeken zijn inhoudelijk gelijk. Het blauwe boek is wat groter, en veel foto's zijn zwart-wit in plaats van in kleur afgedrukt. Achterin dat boek staan ook nog ruim 80 pagina's met advertenties van bedrijven die hiermee hun felicitaties aan de jubilerende DB overbrengen.

 

175 Jahre Eisenbahn in Deutschland. Andreas Knipping. GeraMond, München 2010. ISBN 9783765470174.

Verschenen naar aanleiding van het 175-jarig spoorwegjubileum in 2010. Een interessante chronologie van de Duitse spoorwegen, met veel beelden. Helaas zijn diverse grote foto's over de vouw van het boek geplaatst. Ook Buchflink (Rüdiger Wagner uit Nördlingen) leidt aan deze ontwerpersziekte. Warum den doch?


Treffpunkt DB. Deutsche Bundesbahn, Pressedienst Frankfurt (Main). Redactor Verlag, 1970. ISBN 3876660017. Fotoboek over de DB met Duitse, Engelse en Franse teksten.

Die Bahn in Bewegung. Kijkje achter de schermen van Die Bahn. Berlijn, 2003.

 

Mal Ernst. Mal Heiter. Duitse humor, aangeboden door Hans Glaser (Pressechef der DB) en Rudolf Schwarz. Redactor Verlag, 1972. ISBN 3876660084.

Paaseieren, prima vulling!

 

Moderne Eisenbahn. Verbindungen einer Region. Door de KBE uitgegeven boekje ter gelegenheid van de open dagen in Brühl-Vochem op 20 en 21 mei 1989.

Die Köln-Bonner Eisenbahnen. Wolfgang Heerdam. Eisenbahn-Kurier, 1981. ISBN 3882555408.

Jubiläum 100 Jahre KBE. Door HGK (de opvolger van de KBE) uitgegeven boekje ter gelegenheid van de feestelijkheden op 10 en 11 juni 1995.

100 Jahre Köln-Bonner Eisenbahn 1895-1995. In 1995 uitgegeven door Häfen und Güterverkehr Köln AG.


 Meer over de Köln-Bonner Eisenbahn.

 
 

Die Königlich Sächsischen Staatseisenbahnen. Karl-Ernst Maedel. Franckh'sche Verlagshandlung, Stuttgart, 1977. ISBN 344004369X.


Die Lübeck-Büchener Eisenbahn. Alfred B. Gottwalt. Alba Buchverlag, Düsseldorf 1975. ISBN 3870940292. De Lübeck-Büchener Eisenbahn (LBE) exploiteerde vanaf 1851 spoorlijnen van Lübeck naar Hamburg en van Lübeck naar Büchen (aan de spoorlijn van Hamburg naar Berlijn). Verder een aantal nevenlijnen. In dezelfde regio was ook de Eutin-Lübecker Eisenbahn (ELE) actief.

In dit boekje wordt de geschiedenis van beide maatschappijen beschreven, en het materieel dat dienstdeed. Interessant zijn de dubbeldekstreinen van de LBE, die door gestroomlijnde tenderlocs werden getrokken of geduwd. In het laatste geval werd de locomotief vanuit een stuurstand bediend door de machinist, terwijl de stoker op de loc dienstdeed. De LBE experimenteerde ook met andere nieuwe technieken, waaronder een door een stoommotor aangedreven locomotief. Als gevolg van de naderende Tweede Wereldoorlog is die locomotief nooit gereed gekomen. Op 1 januari 1938 ging de LBE op in de Deutsche Reichsbahn. Een van de dubbeldeksstammen is bewaard gebleven. Klik hier voor foto's.


Die Kanonenbahn Berlin - Metz. Wolfgang Klee. Transpress, Stuttgart 1998. ISBN 361371082X.

Geschiedenis van een spoorlijn die op aandrang van de Pruisische legerstaf is aangelegd tussen Berlijn en de vestingstad Metz. De aanleg begon in de jaren 70 van de negentiende eeuw. De spoorlijn liep van Berlijn via Nordhausen, Wetzlar, Limburg/Lahn, Koblenz, Trier naar Metz. Bij elkaar meer dan 800 kilometer, dwars door Duitsland, vaak buiten grote steden om. Het ging om het militaire belang; civiele overwegingen telden niet mee. Een grote militaire rol heeft de lijn echter niet gespeeld. Grote delen van de lijn zijn uiteindelijk stilgelegd, terwijl andere delen - zoals de Moselstrecke - inmiddels een belangrijke rol in het spoorbedrijf hebben gekregen.

Er zijn meer spoorlijnen aangelegd vanuit militaire overwegingen. De naam 'Kanonen­bahn' is eveneens vaker gebruikt, bijvoorbeeld voor de Strategische Umgehungsbahn in het Zwarte Woud.


Reichsbahn hinter der Ostfront. 1941-1944. Andreas Knipping en Reinhard Schulz. Transpress, Stuttgart 1999. ISBN 361371101X. Meer dan 300 foto's met verhalen over het Duitse avontuur aan het oostelijke front, vanaf het begin van de aanval op de Sovjet-Unie in 1941 tot aan de capitulatie bij Stalingrad in 1943. De Sovjet-Unie zou genadeloos terugslaan.


Eisenbahn im Dritten Reich. Geschichte - Fahrzeuge - Kriegseinsatz. Martin Weltner. GeraMond. München 2008. ISBN 9783765470905.


Die Breitspurbahn. Das Projekt zur Erschliessung der gross-europäischen Raumes 1942-1945. Anton Joachumsthaler. Herbig, Berlin 1985 (3. Auflage). ISBN 3776613521.

Adolf Hitler zag de dingen groot. Hij wilde een groot rijk, met grote gebouwen. Het centrum van dat rijk zou Welthauptstadt Germania heten, de nieuwe naam van Berlijn nadat de nazi's de oorlog gewonnen hadden. Germania zou ook het centrum zijn van een spoorwegnet waarop enorme treinen zouden rijden: breedspoortreinen met een spoorwijdte van drie meter. Niet omdat die technisch of economisch grote voordelen zouden hebben, maar omdat ze groot moesten zijn. Verder dan de tekentafel en enkele modellen is men echter nooit gekomen. De plannen zijn in de archieven verdwenen, totdat de auteur van dit fantastische boek ze er weer uit heeft gehaald. Zie ook het thema Die Breitspurbahn.


Interzonenzüge. Eisenbahnverkehr im geteilten Deutschland 1945-1990. Peter Bock. GeraMond, München 2007. ISBN 9783765471186.

De geschiedenis van het treinverkeer tussen de twee Duitslanden, waaronder de transittreinen tussen de Bondsrepubliek en West-Berlijn. Die boden de liefhebber de gelegenheid om vanaf West-Duitse stations naar Oost-Duitse stoomlocomotieven te kijken. Zie bijvoorbeeld de thema's Hamburg, Hof en Berlijn.


Regierungszüge. Salonwagen, Kaiserbahnhöfe und Staatsfahrten in Deutschland 1889-1989. Peter Bock, Alfred Gottwaldt. GeraMond Verlag, 2006. ISBN 3765470707.

Op het omslag keizer Wilhelm II in praaluniform en bondskanselier Adenauer die in de trein Die Zeit leest.


Eindpunt DDR. Sporen uit een verdwenen land. Guus Ferrée. De Alk, 1991. ISBN 9060139968.

Dit boek verscheen nadat de DDR (Oost-Duitsland) in 1990 ophield te bestaan. Guus Ferrée heeft zowel voor als na de omwenteling veel bezoeken gebracht aan dit land, en illustreert zijn verhalen met fraaie foto's. In de DDR-tijd was fotograferen vaak een groot probleem, want oude stoomtreinen waren natuurlijk staatsgeheim.

Zelf heb ik er nooit zin in gehad om gezeur aan mijn kop te hebben. In West-Duitsland kon je ongestoord van stoomtreinen genieten. In 1979 ben ik wel in Leipzig, Dresden en Saalfeld geweest.


Endstation Rheine. Die letzten Dampfloks der DB. Wolfgang Staiger. Franckh'sche Verslagshandlung, Stuttgart 1977. ISBN 3440043304.

De auteur heeft vanaf 1973 een tijd als stoker gewerkt op de Emslandstrecke, om zijn inkomen als student aan te vullen en om dicht bij de stoomlocomotieven te kunnen zijn. Zijn verhaal is boeiend om te lezen, de vele zwart-witfoto's in dit boek zijn helaas meestal veel te donker afgedrukt.


Die Bahn in Rheine. Programmaboekje van het Dampflokabschied en de Leistungsschau op 10 en 11 september 1977 in Rheine. Met aandacht voor de geschiedenis van de stad Rheine (vanaf 1327), het station en natuurlijk het stoomlocdepot Bw Rheine-Hauenhorst.

Klik hier voor foto's van het afscheid van de stoomtractie in Rheine.


Der Heggeströöefer. Die Geschichte der Geilenkirchener Kreisbahnen. Henning Wall. Schriftenreihe Historischer Schienenverkehr. Heft 1. Aachen 1971.

Geschiedenis van de Geilenkirchener Kreisbahnen, een smalspoornet (1000 mm) met als centrum het plaatsje Geilenkirchen. Dat ligt ten noorden van Herzogenrath aan de spoorlijn Aachen-Rheydt.

Heggeströöefer = Heckenstreifer = heggenscharrelaar. Lees het hele boekje (pdf).


75 Jahre Hauptbahnhof Nürnberg. 1906-1981.

Door de DB uitgegeven boekwerk ter gelegenheid van het feit dat Nürnberg in 1906 een nieuw stationsgebouw kreeg. In de oorlog is het zwaar beschadigd, maar het staat er nog steeds. Ook aandacht voor de gang van zaken in en rond het station, waaronder de seinhuizen.


Bahnknotenpunkt Würzburg. Peter Heinrich en Hans Schülke. EK-Verlag, Freiburg 1990. ISBN 3882558709.

De Duitse spoorwegliefhebbersmarkt is zo groot, dat er over elke spoorlijn en elk station van enige betekenis wel een apart boek is verschenen. Dat geldt dus ook voor Würzburg in Unterfranken. Dit boek kwam toevallig in mijn bezit. Ik heb ooit, in 1973, een paar uur op dit station gewacht op de eerste trein naar Lauda.


Die Fahrzeuge der Harzer Schmalspur­bahnen. Schweers + Wall, 2003. ISBN 3894941200. Overzicht van al het materieel van de Südharz-Eisenbahn, de Gernrode-Harzgeroder Eisenbahn, de Nordhausen-Wernigeroder Eisenbahn, en van de huidige Harzer Schmalspurbahnen (HSB).

Mit Volldampf durch den Harz. Schmidt-Buch-Verlag, Wernigerode 2002 (4e bijgewerkte druk). ISBN 3928977601.

Foto's en reisverslag.

 


Der Eiserne Rhein. Thomas Barthels e.a. Uitg, Thomas Barthels Druck-Agentur, Mönchengladbach, 2005. ISBN 3981018303. 160 pagina's, 230 foto's.

Eerste deel van een trilogie over vroegere en huidige grensoverschrijdende spoorlijnen tussen Duitsland, België en Nederland.

Die Montzenroute. Eisenbahnen zwischen Antwerpen, Lüttich, Aachen und Köln. Tekst in het Duits, Nederlands en Frans. Door Thomas Barthels e.a. Uitg, Thomas Barthels Druck-Agentur, Mönchengladbach, 2006. ISBN 3981018311.

Bijna 250 pagina's. Veel foto's, waaronder een aantal die ik in 1970 in Aachen West heb gemaakt.

Bahnen am Niederrhein. Eine Bestandsaufnahme der Eisenbahnen am Niederrhein zwischen Arnhem und Rommerskirchen, Venlo und Oberhausen. Door Thomas Barthels e.a. Uitg, Thomas Barthels Druck-Agentur, Mönchengladbach, 2007. ISBN 3981018332.

Ruim 300 pagina's. Veel foto's, waaronder enkele bijdragen van mijn hand. Uitvoerige geschiedenis van de grensoverschrijdende spoorlijnen tussen Arnhem en Venlo, tot en met de Betuweroute.


Europe's greatest tramway network. Tramways in the Rhein-Ruhr Area of Germany. F. van der Gragt. E.J. Brill, Leiden 1968.

Deel 4 in de boekenreeks van de NVBS.


Das Berliner U- und S-Bahnnetz. Alfred B. Gottwaldt. Transpress, 2007. ISBN 9783613713048. Eine Geschichte in Streckenplänen von 1888 bis heute.

Berlijn kende aanvankelijk alleen een flink aantal kopstations, van elkaar beconcurrerende spoorwegmaatschappijen. Om goederen en militair materieel te kunnen overbrengen, werden deze stations door middel van een ringlijn met elkaar verbonden. Twee van de vier sporen van deze ringlijn zijn het domein van de S-Bahn (Stadtschnellbahn). Dwars door de stad, van oost naar west, loopt ook een spoorlijn, met roemruchte stations als Berlin Zoo en Alexanderplatz. Behalve de S-Bahn is er de U-Bahn, die grotendeels ondergronds loopt. In dit boek wordt de geschiedenis van Berlijn beschreven aan de hand van de ontwikkeling van deze twee netten, inclusief de bijzondere periode waarin Berlijn in twee zones was verdeeld.


Fabrieken

Zie ook fabrieksfoto's.


150 Jahre Lokomotive. Rückschau und Aublick. Dipl. Ing. Johannes Pfeifer VDI. Krauss-Maffei Informationen, 1954.


Schienenfahrzeuge des 20. Jahrhunderts. Triebwagen. Maschinenfabrik Augsburg-Nürnberg (MAN), 1953.

Boek over de geschiedenis van de MAN-fabriek, met veel foto's van treinstellen in aanbouw en tijdens testritten.


Wegmann & Co. Kassel 1882-1982. Boekje met in grote lijnen de geschiedenis van deze firma, die zich aanvankelijk vooral toelegde op de bouw van goederenwagens en rijtuigen.

Bekende voorbeelden zijn de rijtuigen van de Henschel-Wegmann-Zug, van de Rheingold, en de tussenrijtuigen van de VT 10.5 en VT 11.5. Maar het bedrijf produceert bijvoorbeeld ook militair materieel. In de loop der jaren heeft Wegmann ook andere bedrijven ingelijfd.


Hanomag Nachrichten. Heft 133. Tijdschrift uit november 1924. Onder andere een technisch artikel over houtgestookte stoomlocomotieven, zoals die bijvoorbeeld op Java werden gebruikt.

Die Lokomotive in Kunst, Witz und Karikatur. Uitgegeven door Hanomag in 1922, ter gelegenheid van het opleveren van de locomotief met fabrieksnummer 10.000 (wat niet per se overeenkomt met de 10.000e gebouwde locomotief).

Meer over Hanomag.

 

Der Bau von Mallet-Lokomotiven für Java bei Hanomag, 1923. Ton Pruissen. Deutsche Gesellschaft für Eisenbahn­geschichte (DGEG), 2016. ISBN 9783936619041.

Building Mallets for Java at the Hanomag Works, Germany, 1923. De bouw van Mallet-locomotieven voor Java bij Hanomag, Hannover, 1923. (Drietalig boek.)

Ton Pruissen is bekend van zijn films en dvd's, maar er is nu ook een boek van hem verschenen. Lang geleden, in zijn studententijd, kreeg hij door een toeval een grote verzameling albums in bezit met foto's die in opdracht van Hanomag (Hannoversche Machinenfabrik) zijn gemaakt. In een van die albums is de bouw te volgen van Mallet­locomotieven voor de spoorwegen op Java. Deze foto's zijn in dit boek gereproduceerd. Bovendien zijn er toelichtende teksten opgenomen over Hanomag, over de spoorwegen in Nederlands-Indië, en natuurlijk over de Mallets zelf. Alle teksten en foto­bijschriften in dit bijzondere boek zijn in drie talen: Duits, Engels en Nederlands.


Duitsland (materieel)


Schienenzeppelin. Franz Kruckenberg und die Reichsbahn-Schnelltriebwagen der Vorkriegszeit. Alfred B. Gottwald. Rösler + Zimmer Verlag, Augsburg 1972.

Biografie van Franz Kruckenberg (1882-1965), die zich eerst bezighield met het ontwerpen van luchtschepen (zeppelins) maar zich daarna op de spoorwegen richtte. Zijn bekendste ontwerp is de Schienenzeppelin, een motorrijtuig dat werd aangedreven door een vliegtuigmotor en -propellor. Later was hij betrokken bij het ontwerp van snelle dieseltreinstellen.


Fliegende Zuge. Vom Fliegenden Hamburger zum Fliegenden Kölner. Heinz R. Kurz. Eisenbahn-Kurier Verlag, Freiburg 1986. ISBN 3882552379.

Beschrijving van de snelle dieseltreinen uit de jaren dertig: de Fliegende Hamburger, de treinstellen Bauart Hamburg, Leipzig, Köln, Berlin, en de Schnelltriebwagen van Kruckenberg. Ook de naoorlogse ontwikkelingen worden behandeld, zoals de VT 075 en de DR 137 902 die uit restanten van de Fliegende Berliner zijn opgebouwd.

Meer over deze treinstellen.


Deutsche Schnelltriebwagen. Günter Dietz en Peter Jach. EK-Verlag, Freiburg 2003. ISBN 3882552247.

Historisch overzicht, beginnend bij de "Fliegende Hamburger" uit 1932 tot de ET 403 ("Donald Duck") uit 1973. Met veel technische gegevens en prachtige foto's, onder andere van Carl Bellingrodt. De eerste experimenten met snelle treinen komen eveneens aan de orde, zoals die met de Schienenzeppelin van Franz Kruckenberg. Ook de snelle treinstellen van de naoorlogse DR worden behandeld, zoals het type "Görlitz".


Baureihe VT 115. Die TEE-Triebwagen der DB. Josef Brandt. Weltbild, 2005. ISBN 4026411131429.

Aardig boekwerk over verschillende Duitse en andere snelle treinen.


Taschenbuch Deutsche Dampflokomotiven (Regelspur). Horst J. Obermayer. Heel Verlag, 2011. ISBN 9783868523867. Fotografische herdruk van mijn stoombijbeltje, gebaseerd op de laatste druk uit 1979. De drukkwaliteit is matig, maar daar staat de prijs (ca. € 10) tegenover. Inhoudelijk mis ik de uitleg over hernummering die in 1970 bij de Oost-Duitse spoorwegen plaatsvond. De hernummering bij de DB in 1968 wordt wel uitgelegd.

Ik bezit een hele serie Taschenbücher.


Die Triebwagen der Deutschen Reichsbahn im Bild. Heft 4 der Schriftenreihe "Die Fahrzeuge der Deutschen Reichsbahn im Bild", 1930.

Die Elektrischen Lokomotiven der Deutschen Reichsbahn im Bild. 1. Teil, Zweite Auflage. Heft 2, 1930.

Die Elektrischen Lokomotiven der Deutschen Reichsbahn. 2. Teil: Entwicklungsgeschichte von 1924 bis 1937. Heft 7, 1938.

  

Boekjes uit een zevendelige serie, in de periode 1929-1938 uitgegeven door Ingenieur Hermann Maey.
De andere delen zijn: 1) Die Einheitslokomotiven der Deutschen Reichsbahn im Bild; 3) Die Personen-, Post- und Packwagen der Deutschen Reichsbahn und der MITROPA im Bild; 5) Die Berliner Stadtbahn-Lokomotiven im Bild; 6) Die Schnell- und Leichttriebwagen der Deutschen Reichsbahn im Bild.
In dezelfde opmaak en bij dezelfde uitgever verscheen in 1928 het boekje "Verzeichnis der Lokomotivgattungen der Deutschen Reichsbahn. Mit einer Einführung in das Lokomotivbezeichnungswesen".


Verzeichnis der deutschen Lokomotiven. 1923-1963. Mit einer Übersicht über die Lokomotivbezeichnungssysteme Europas. Helmut Griebl, Fr. Schadow. Transpress, Berlin & Verlag Josef Otto Slezak, Wien. Heft 2 der Schriftenreihe Internationales Archiv für Lokomotivgeschichte. 1965.

Overzicht van alle Duitse stoomlocomotieven volgens het nummersysteem uit 1920, en van alle diesel- en elektrische locomotieven die in mei 1964 bekend waren. Bovendien bevat het boekje een beschrijving van de locomotiefnummersystemen van alle Europese staatsspoorwegen.


Reisezugwagen. Wagenkunde, Teil II. Eisenbahn-Lehrbücherei der Deutschen Bundesbahn. Ulrich Froböss. Josef Keller Verlag, 1968.

Die Autotransportwagen. EK-Güterwagen-Lexikon DB. Gerd Wolff. EK-Verlag 1991. ISBN 3882556544.

In het eerste boekje worden ook de Doppelstock-Autoverladewagen behandeld.

 

DB Güterwagen. Catalogus uit 1970 van de Deutsche Bundesbahn, bestemd voor (potentiële) transporteurs. Hierin staan de diverse typen goederenwagens die beschikbaar zijn, met foto's, tekeningen, en hun voornaamste maten en eigenschappen.

Zie ook het thema Goederenwagens.


Deutschlands Dampflokomotiven gestern und heute. Karl-Ernst Maedel. VEB Verlag Technik Berlin, 1e druk 1957.

Die deutschen Dampflokomotiven gestern und heute. Karl-Ernst Maedel. VEB Verlag Technik Berlin, 5e druk 1968.

 

Dampflokomotiven deutscher Eisenbahnen. Baureihe 01-39. Weisbrod/Müller/Petznick. Alba Buchverlag, Düsseldorf. 4. Auflage, 1987. ISBN 3870940816.

Deutsche Dampflokomotiven. Baureihe 41-59. Weisbrod/Müller/Petznick. Alba Buchverlag, Düsseldorf. 2. Auflage, 1976. ISBN 387094059X.

Deutsche Dampflokomotiven. Baureihe 60-96. Weisbrod/Müller/Petznick. Alba Buchverlag, Düsseldorf. 1. Auflage, 1978. ISBN 3870940506.

Dampflokomotiven deutscher Eisenbahnen. Baureihe 97-99. Weisbrod/Müller/Petznick. Alba Buchverlag, Düsseldorf. 3. Auflage, 1988. ISBN 3870940875.

(Bij herdrukken is de titel van de serie veranderd.)

Zie ook het overzicht Duitse stoomlocomotieven.

 
 

Stoomlocs van de Deutsche Bundesbahn met bouwseries, bedrijfsnummers en depots. Martin van Oostrom. De Alk, Alkmaar 1973. Grote Alk 643. Beschrijving van de stoomlocseries die toen nog in dienst waren bij de DB.

Behalve matig afgedrukte zwart-witfoto's bevat het boekje een overzicht van alle afzonderlijke locomotieven en de depots waar ze op 1 januari 1972 gestationeerd waren. De treinenjager pur sang had echter meer baat bij de boekjes die de Eisenbahn Kurier twee keer per jaar uitgaf, en waarin je ook de dienstregeling kon vinden van alle personentreinen die nog met stoom werden gereden.


S 3/6. Star unter den Dampflokomotiven. Hoecherl, Kronawitter, Tausche. Franck'sche Verlagshandlung Stuttgart, 1970. ISBN 3440037320.

De fraaiste Duitse stoomloc die ik nooit in actie heb gezien. Deze Beierse sneltreinlocs waren ondergebracht in de Baureihe 18.4-6.


Die P8. Entstehung und Geschichte einer europäischen Dampflokomotive. Karl Julius Harder. Franckh'sche Verlagshandlung Stuttgart, 1974. ISBN 3440041166.

Geschiedenis van de roemruchte Pruisische P8.


Die preussische P10. Ein Lokporträt in Wort, Bild und Ton. Johannes C. Klossek, Albert Mühl. Sonderausgabe des Lok-Magazins mit Schallplatte. Franckh'sche Verlagshandlung, Stuttgart 1970. Met grammofoonplaatje. Op het omslag het vertrek van een P10 (Baureihe 39) uit Neustadt, 1964.


Kriegslokomotiven. Entstehung und Schicksal der deutschen Lokomotivtypen des Zweiten Weltkrieges. Alfred B. Gottwaldt. Franckh'sche Verlagshandlung Stuttgart, 1970. ISBN 3440036863.

Geschiedenis van de Duitse Kriegslokomotiven.


Reko- und Neubau Dampfloks der DR. Hans Wiegard. GeraMond, München 2001. ISBN 3765471038.

Na de Tweede Wereldoorlog moest in beide Duitslanden het spoorwegbedrijf weer worden opgebouwd. De stoomlocomotief was daarbij onmisbaar. West-Duitsland ging er onder andere dankzij het Marshall Plan vanaf 1950 weer op vooruit: het Wirtschaftswunder. Daardoor kon men gaan denken aan modernere tractiemiddelen, hoewel er nog wel nieuwe stoomlocomotieven werden gebouwd. Oost-Duitsland, economisch leeggeplunderd door de Sovjet-Unie, bleef echter achter. In de jaren vijftig begon men noodgedwongen met een omvangrijk programma om verouderde stoomlocomotieven te moderniseren en om nieuwe locs te bouwen, vaak op basis van oudere ontwerpen.

In dit boek wordt uitgebreid ingegaan op de "Nachkriegskonstruktionen der Reichsbahn". Voorbeelden: Baureihe 01.5, Baureihe 44, Baureihe 52, en de smalspoorlocs van de HSB.


Fahrzeugportrait Baureihe 01.5. Dirk Endisch. Transpress, Stuttgart 2001. ISBN 3613711672.

Tussen 1962 en 1965 werden in Oost-Duitsland 35 locs van de Baureihe 01 grondig verbouwd. De locs kregen nieuwe ketels en ondergingen ook allerlei andere aanpassingen. Opvallend is de doorlopende dombekleding bovenop de ketel, die ook de bekende Oost-Duitse trapeziumvormige voorverwarmer gedeeltelijk bedekt. De meeste locs werden omgebouwd op oliestook. De locs kregen ook nieuwe nummers: 01 501 t/m 01 535. Enige locs hebben "boxpokwielen" gehad. Deze waren echter van slechte kwaliteit en zijn op den duur vervangen door versterkte spaakwielen.

De renovatie was aanvankelijk geen succes. Het programma kostte veel meer geld dan voorzien, en in het begin waren er allerlei kinderziektes. Maar uiteindelijk voldeden de locs uitstekend. Tot halverwege de jaren 70 speelden ze een hoofdrol in het zware sneltreinverkeer in de DDR. Ze kwamen ook regelmatig de grens over, bijvoorbeeld met de sneltreinen tussen Berlijn en Hamburg. De laatste loc ging in 1982 uit dienst. Vijf exemplaren van de stoere "Reko-01" zijn bewaard gebleven. Klik hier voor foto's.


Das grosse Lokomotivenalbum. Andreas Knipping (deel 1) en Clemens Hahn (deel 2). Sconto, München 2004. ISBN 386517017X.

Gebundelde heruitgave van twee eerder bij GeraNova verschenen boeken. In het eerste deel worden de tussen 1949 en 1993 bij de Deutsche Bundesbahn ontwikkelde locomotieven en treinstellen beschreven. In het tweede deel gebeurt dat voor de in die periode bij de Deutsche Reichsbahn (DDR) ontwikkelde treinen. Niet alleen de nieuw gebouwde treinen komen aan bod, maar ook de (soms experimentele) verbouwingen aan stoomlocomotieven die de Tweede Wereldoorlog hadden overleefd. In 1992, drie jaar na de val van de Berlijnse Muur, werd de eerste nieuwe "Gesamtdeutsche Lok" besteld: de Baureihe 112.1, waarvan beide maatschappijen er 45 zouden krijgen. Maar toen de eerste locs werden afgeleverd, bestonden de twee spoorwegmaatschappijen niet meer: ze waren opgegaan in de nieuwe DB.


Die deutschen Krokodile. Ellok-Baureihe E93 und E94. Hans-Dieter Andreas en Manfred Herb. Verlag Wolfgang Zeunert, Gifhorn 1981. ISBN 3921237645.

De eerste twee locs van de Baureihe E93, een zesassige loc op twee draastellen (asopstelling C'C'), werden in 1933 gebouwd door AEG. Tot 1939 werden 18 locs gebouwd. Van de vervolgserie, Baureihe E94, werden tussen 1940 en 1956 door diverse fabrikanten 285 exemplaren gebouwd. De E94 was sterker en sneller dan de E93. De locs werden vooral gebruikt voor het zware goederenvervoer in het zuiden van Duitsland of als opdrukloc bij steile hellingen, maar ze waren ook wel voor personentreinen te zien. Hun bijnaam krokodil danken dit soort locs aan hun lange neuzen.

In 1968 werden de locs vernummerd in Baureihe 193 resp. 194 (in Oost-Duitsland 254). Van de E94 zijn na de oorlog 44 exemplaren in Oostenrijk achtergebleven. Deze zijn in 1953 door de ÖBB genummerd in de Reihe 1020.


Elektrische Triebwagen in Mitteldeutschland. Von den Anfängen 1926 bis zur DR-Baureihe 280 1980. Thomas Borbe en Peter Glanert. VGB (Verlagsgruppe Bahn), Essen 2015. ISBN 9783837511598.

In dit boek worden de elektrische treinstellen behandeld die speciaal waren bedoeld voor het treinverkeer rond Leipzig. Dat betreft de vooroorlogse Baureihen ET 82, ET 41 en ET 25, en de naoorlogse Baureihe 280, bestemd voor het S-Bahnverkehr in de DDR. Uitgebreid aandacht wordt besteed aan het Nederlandse materieel dat tijdens de oorlog in Duitsland terecht is gekomen en dat voor een deel is 'hergebruikt' in de ET 25 201. In het boek zijn diverse foto's uit mijn archief opgenomen.


Oostenrijk


100 Jahre Franz-Josefs-Bahn. Dit boekje verscheen ter gelegenheid van het honderdjarig jubileum van de lijn Wien-Eggenburg, op 23 juni 1970. Deze spoorlijn verbindt Wenen (Frans-Josefs-Bahnhof) met onder andere Praag, Budweis en Pilzen. Na de Tweede Wereldoorlog raakte de lijn bij het plaatsje Gmünd doorsneden door het IJzeren Gordijn.

Ik kocht dit boekje toen ik bij Wien FJB de daar opgestelde museumlocomotieven kon bekijken. Het werd me aangeboden door een medewerker van het depot.


Die 100 jährige GKB - ein Leckerbissen für Eisenbahnfreunde. Geschichte, Fahrpark und Betrieb der Graz-Köflacher-Eisenbahn.Josef Slezak, Hans Sternhart. Wien, 1960.

Jubiläumsschrift anlässlich des hundertjährigen Bestehens der Graz-Köflacher Eisenbahn. Johan Deisinger, uitgave GKB.

Publicaties die verschenen bij het honderjarige jubileum van de spoorlijn Graz-Köflach in Oostenrijk (Steiermark). De GKB bestaat nog steeds, als Graz-Köflacher Bahn und Bus­betrieb GmbH. Er zijn een paar stoomlocs en railbussen bewaard gebleven, waaronder de oudste dienstvaardige stoomloc ter wereld uit 1860 (in het Technikmuseum Berlin fotografeerde ik een andere loc van dit type). Ook is er een museum in Lieboch.

 

Österreichisches Eisenbahnmuseum. Illustrierter Führer durch die Sammlungen. 1975. Tegenwoordig ook op internet: www.technischesmuseum.at

Dit museum, waarvan de basis in 1908 is gelegd door keizer Franz Joseph I, was onderdeel van het Technisches Museum Wien. Het spoorwegmuseum bevindt zich tegenwoordig in Strasshof.


Die Zahradbahn Eisenerz-Vordernberg. Wolfgang Bleiweis. Arbeidsgemeinschaft Lokrundschau, 1981. ISBN 3923238002.

De beroemde tandradbahn, waarover zware ertstreinen met stoom werden vervoerd. In het boek staan veel historische en technische gegevens. Ik bezocht de Erzbergbahn in 1971 en 1973.


Dampflokomotiven auf der Steyrtalbahn. Österreichs älteste Lokalbahn mit 760 mm Spurweite. Wilhelm Tausche. Franckh'sche Verlagshandlung Stuttgart, 1974. ISBN 3440041425.

Die Steyrtalbahn. Brochure uit 1977, uitgegeven door de Freunde der Steyrtalbahn, onderdeel van de Österreichische Gesellschaft für Eisenbahngeschichte.

Geschiedenis en materieelbeschrijving van deze in 1890 geopende smalspoorweg. Een deel van deze mooie lijn wordt nog steeds bereden door toeristische treinen. Ik bezocht de Steyrtalbahn in 1971 en 1973.

 

Die Steyrtalbahn im Bild - gestern und heute. Patrick Van Brusselen. Uitgegeven in eigen beheer. ISBN 9783200022416. Kloek fotoboek met onder andere diverse foto's van mijn hand. Verschenen in 2011.

Abgesehen von einer kurzen Einleitung ist das Buch als Bildband konzipiert. Die Fotos zeigen einige bekannte, aber vorwiegend bislang kaum oder noch nie veröffentlichte Aufnahmen. Bilder vom Planbetrieb und aus heutiger Zeit, vom gleichen Aufnahmestandpunkt aus gemacht, zeigen die Veränderungen nach der Streckenstillegung. Einige Fahrpläne von 1915 bis 1982 runden den Bildband ab.


Die Lokomotiven der Republik Österreich. Josef Otto Slezak. Verlag Josef Otto Slezak, Wien 1970. In 1918, na de Eerste Wereldoorlog, werd de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie (met de hoofdsteden Wenen en Boedapest) ontmanteld. Het grondgebied werd verdeeld over Joegoslavië, Tsjechoslowakije, Hongarije en de republiek Oostenrijk. Deze verdeling had uiteraard ook gevolgen voor het spoorwegnet. Dit boek beschrijft de geschiedenis en de techniek van alle loctypen en motorrijtuigen die in 1918 in de republiek Oostenrijk aanwezig waren, inclusief die welke er daarna zijn bij gekomen. Op het omslag staat een e-loc type 4061.


Die Österreichischen Bundesbahnen elektrifizieren. Zur aufname des durchgehenden elektrischen Betriebes auf der Westbahnstrecke bis Wien. Sonderheft der Zeitschrift "Eisenbahn", 1953.

Op het omslag loc 1041.04, die ik zelf in 1973 in Hieflau heb gefotografeerd.

De Westbahn (aangelegd 1858-1860) loopt van Wien Westbahnhof via Linz naar Salzburg. Daar sluit de ruim 300 kilometer lange lijn aan op de spoorlijn naar München. In 1952 kon het hele traject elektrisch worden bereden. Tijdens de oorlog is in opdracht van de Duitsers een deel van de lijn omgebouwd op rechtsrijdend verkeer, zodat de treinen af en toe van baan moesten wisselen. Sinds 1993 rijdt men over de hele lijn standaard rechts. Het deel tussen Wenen en Linz is tegenwoordig grotendeels viersporig.


Die österreichische Reihe 78. Bahn im Bild, Band 3. Verlag Pospischil, Wien, 1978.

De Oostenrijkse locs van de serie 78 waren grote tenderlocomotieven (asindeling 2C2), die oorspronkelijk werden ingezet voor (internationale) sneltreinen. Ze waren gebouwd in de jaren dertig. In latere jaren kregen ze windleiplaten en platte Giesl-schoorstenen. In het begin van de jaren zeventig waren er nog een paar in dienst, om af en toe een bescheiden spitstrein.


Die Westbahnstrecke II. Wien-Linz / E-Lokzeit. Bahn im Bild, Band 9. Verlag Pospischil, Wien, 1979.

Over de spoorlijn van Linz naar Wien West.


Die Franz-Josefs-Bahn. Bahn im Bild, Band 24. Verlag Pospischil, Wien, 1982.

In 1870 kwam de Frans-Jozefs-Bahn (FJB) gereed, de spoorlijn van Wenen naar Budweis en Pilsen. De lijn is genoemd naar de toenmalige Oostenrijks-Hongaarse keizer. Tot aan de Tweede Wereldoorlog was dit een belangrijke spoorlijn met intensief treinverkeer. Met de komst van het IJzeren Gordijn was dit voorbij. Het stadje Gmünd NÖ (Nieder-Österreich) werd toen het eindpunt voor de meeste treinen uit Wien FJB.


Österreichische Lokomotiven und Triebwagen 1978-01-01
Lennart Nilsson & René Sjöstrand. Verlag Frank Stenvall, Malmö, 1978. ISBN 9172660333. Materieeloverzicht van de ÖBB en andere Oostenrijkse spoorwegmaatschappijen. De ÖBB had nog enige stoomlocs in dienst van de series 52 en 93, van de series 97 en 197 (Erzbergbahn) en diverse smalspoorlocs. Bij de Zillertalbahn komen we het Sperwerstel van de RTM tegen, dat inmiddels weer terug is in Nederland.

Uit een serie zakboekjes.


Fahrzeugportrait Reihe 310. Heribert Schröpfer. Transpress, Stuttgart 2002. ISBN 3613711834.

Portret van de beroemde Reihe 310 van de Oostenrijkse spoorwegen, in de tijd van de Deutsche Reichsbahn genummerd in Baureihe 16. Deze compoundlocomotieven zijn in 1911 ontworpen door Karl Gölsdorf. Een bijzonderheid is de asvolgorde 1'C2', het omgekeerde van een Pacific. Er zijn 90 locomotieven gebouwd, die tot in de jaren vijftig werden ingezet voor zware sneltreinen.


100 Jahre 310.23. Locportret uitgegeven door het Eisenbahn­museum Strasshof uit 2011. Loc 310.23 is bewaard gebleven.

Die Parade der Bahn. Die schönsten Züge der Bahn. Overzicht van het materieel dat in augustus en september 1987 werd gepresenteerd ter gelegenheid van het 150-jarig jubileum van de Oostenrijkste spoorwegen. Op de voorpagina loc 310.23 op de Nordbahnbrücke in Wenen.

 

Spoorwegpanorama Oostenrijk 1837-1987. Harald Navé, Nederlandse bewerking door J.C. de Jongh. Schuyt & Co, 1987. ISBN 9060972228.

Groot en fraai fotoboek met goede teksten. Helaas zijn enige foto's over de vouw van het boek geplaatst. Het boek verscheen ter gelegenheid van het 150-jarig jubileum van de Oostenrijkse spoorwegen.

Zie ook het thema Oostenrijk.


Zwitserland


Les mystères des chemins de fer. Technique - Fonctionnement. Expliqués au public en prenant pour exemple les Chemins de fer suisses. Textes réunis par Ernst Gut. Avec 213 illustrations dans le texte; 69 planches, dont 5 en couleurs. Editions F. Rouge & Cie S.A., Lausanne. - 1946

Ook in het Duits verschenen: "Die Geheimnisse der Eisenbahn".

Zie ook mijn andere jeugdboeken.


Die Schweizerbahnen. Josef Britt, Hans Stricker. Brochure uit 1965.

Die SBB in Bild und Zahl. Brochure van de SBB uit 1950.

Zie ook de serie SBB-Fibeln.

 

Le centenaire des Chemins de fer suisses. Avec 75 illustrations et 8 vues en couleurs. Publié par la Direction générale des Chemins de fer fédéraux. Librairie Payot, Lausanne, 1947.

100 Jahre Schweizer Eisenbahn. Mit 76 Bildern und 8 Farbtafeln. Herausgegeben von der Generaldirektion der Schweizerischen Bundesbahnen. Fretz & Wasmuth Verlag, Zürich, 1947.

Uitgegeven ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van de spoorwegen in Zwitserland. In de Franse versie moest men een fotopagina laten vervallen. In het Frans is meer tekst nodig om hetzelfde te vertellen als in het Duits.

 

Chemin de fer de Vitznau (Lucerne-Righi). Orell Füssli, Zürich, 1877

Chemin de fer Montreux-Oberland-Bernois. Orell Füssli, Zürich, 1905

Aus der Frühzeit der Dampfrosse. Mit 40 Illustrationen. Friedrich Aug. Volmar. Verlag A. Francke, Bern, 1947.

  

Männer der Schiene 1847-1947. Ernst Mathys, Bibliothekar SBB. Im Selbstverlag des Verfassers. Bern 1947.

Biografie van 44 mannen die de Zwitserse spoorwegen hebben gemaakt tot wat ze anno 1947 waren geworden. Bekende namen zijn die van Abt en Riggenbach, ontwerpers van tandradsystemen.

Bekend is ook Willem-Jan Holsboer, een Nederlander die in 1865 naar Zwitserland was verhuisd vanwege zijn vrouw die aan een longziekte leed. Na haar overlijden bleef hij in Davos wonen waar hij betrokken raakte bij het opzetten van een kuuroord. Om dat beter bereikbaar te maken zette hij zich in voor de aanleg van een spoorlijn van Landquart naar Davos. Deze lijn legde de basis voor de Rhätische Bahn. Zie ook het artikel over Rail Away.


Zum Abschluss der Elektrifikation der SBB. Uitgegeven door de SBB, circa 1960.

100 Jahre Elektrische Bahnen in der Schweiz. Walter Trüb. Orell Füssli Verlag, 1988. ISBN3280017602.

In Zwitserland, geen kolen, wel goedkope waterkracht, was men er al snel bij met het elektrificeren van spoorlijnen. Vrijwel alles rijdt elektrisch. Tijdens de oorlog zijn er zelfs stoomlocs geweest die via de bovenleiding op temperatuur werden gebracht.

 

TEE-Züge der Schweiz. Luxuszüge für Europa. Hans-Bernhard Schönborn. GeraMond, München 2002. ISBN 3765471224.

Na een inleiding over de voorgeschiedenis van de TEE worden de twee Zwitserse TEE-treinen behandeld. Dat zijn de samen met NS ontwikkelde dieselelektrische vierwagenstellen (RAm TEE I) en de vijfdelige elektrische treinstellen (RAe TEE II). Een foto van zo'n stel staat op het omslag. De elektrische stellen waren geschikt voor vier bovenleidingsystemen: 15 kV 16,7 Hz, 25 kV 50Hz, 1500 V = en 3000 V =, zodat ze in principe overal in Europa konden rijden. De vier stellen werden in 1959 afgeleverd en droegen de nummers RAe 1051-1054. Na hun TEE-periode werden ze als Intercity ingezet, voornamelijk tussen Zwitserland en Italië. Vanwege hun grijze kleurstelling werden ze "Graue Maus" genoemd. In het boek komen ook de andere TEE-treinen aan bod.

Zie ook TEE-stellen NS/SBB.


Verkehrshaus der Schweiz. Heft 11, 1966. Dipl. Ing. ETH Markus Hauri. Beschrijving van de modellen in het Zwitserse verkeersmuseum in Luzern.


Tsjechoslowakije

Sinds 1993: Tsjechië en Slowakije.


Železnice v Ceskoslovenské Dopravní Soustave (spoorwegen in het Tsjechoslowaakse verkeerssysteem.) Nadas, 1989. ISBN 8070300298. Boek over de 150-jarige geschiedenis van de spoorwegen in het gebied wat toen Tsjechoslowakije heette. Veel mooie, grote foto's. De tekst is in het Tsjechisch; achter in het boek staan samenvattingen in het Russisch, Duits, Engels en Frans. Op het omslag loc 498.022, een van de twee CSD-locs die in 1989 op bezoek in Nederland zijn geweest.


CSD-Dampflokomotiven. Helmut Grieble. Verlag Josef Otto Slezak, Wien 1969. Dit boek bestaat uit twee banden. In de eerste band wordt de geschiedenis van de CSD beschreven; een geschiedenis die in 1918 is begonnen na de ontmanteling van de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie. Ook komen alle locomotieven aan bod die bij de CSD in dienst waren en die daarna zijn gebouwd. Daarbij speelde de eigen industrie een belangrijke rol, zoals de bekende Skoda-fabriek in Pilzen. In de tweede band worden alle afzonderlijke locomotieven genoemd, met nummers, datum indiensttreding etc.

Zie ook het thema Tsjechoslowakije.

 

We revived the Armoured Train. Múzeum Slovenského Národného Povstania, 2013. ISBN 9788089514168.

Tijdens 'Sporen naar het front' was een gepansterde trein uit Slowakije te zien. Dit boekje, over de geschiedenis en de restauratie van deze trein, werd gratis beschikbaar gesteld door het Slowaakse verzetsmuseum.


Italië


Le nostro locomotive elettriche. Quaderni delle Ferrovie Italiane dello Stato. Deel 9, 1970 (oorspronkelijke uitgave 1957).

Storia del mostro. Quaderni delle Ferrovie Italiane dello Stato. Deel 10, 1970 (oorspronkelijke uitgave 1958). "Geschiedenis van het monster": de stoomlocomotief.

Città e stazioni. Quaderni delle Ferrovie Italiane dello Stato. Deel 11, 1961. Over steden en stations.

Elettromotrici ed Elettrotreni. Quaderni delle Ferrovie Italiane dello Stato. Deel 12, 1966.

Uit een serie van 12 boekjes, vanaf 1952 uitgegeven door de FS.
Men maakt mij blij met de andere deeltjes:
1. Le ferrovie al servizio del paese
2. Le nostre automotrici termiche
3. Ferrovieri
4. Fatti e cifre sulle F.S.
5. Dalla bayard all'etr 300
6. Treni e navi
7. Molto o poco? (Tariffe di ieri e di oggi)
8. Il treno in casa

 
 

Le Ferrovie Italiane dello Stato 1905-1955. Jubileumboek van de Italiaanse spoorwegen. Op de voorpagina stoomloc 685.054 en een Settebello.

FS58. Fraai geïllustreerd jaarverslag 1958 van de Italiaanse spoorwegen.

Zie ook het thema Italië.

 

Fiat Materiale Ferrotranviario. Overzicht van treinen en aanverwante producten van Fiat, circa 1960.

Fiat Ferroviaria was vanaf 1930 de locomotiefdivisie van Fiat (Fabbrica Italiana Automobili Torino). In 1996 werd het Zwitserse SIG overgenomen. In 2002 ging Fiat Ferroviaria op in het Franse Alstom. Enkele foto's uit het boek.


Geschichte der italienischen Dampflokomotiven. Wolfgang Messerschmidt. Orell Füssli Verlag, Zürich 1968. Het stofomslag ontbreekt helaas, vandaar de scan van het titelblad.

Italiaanse treinenbouwers hebben tegenwoordig een slechte pers, maar stoomlocomotieven bouwen konden ze vroeger wel. Een speciaal ontwerp is de Franco-Crosti-locomotief, die ook in andere landen navolging heeft gekregen.


Materiale Motore F.S. Italia 1979-01-01.
Fabio Cherubini. Frank Stenvalls Förlag, Malmö, 1979. ISBN 9172660430. Materieeloverzicht van Ferrovie Italiane dello Stato anno 1979.

Uit een serie zakboekjes.


Ligurischer Drehstromsommer 1963. Als die Elloks noch dampften. Joachim von Rohr. Eisenbahn Kurier, 2014. ISBN 978388255469X.

Reportage over de laatste jaren van de draaistroomtractie in Ligurië, in het noord­westen van Italië. Grote delen van het net waren toen al omgebouwd op 3000 Volt gelijkstroom. Alleen in de driehoek Turijn, Genua en Ventimiglia hing nog de dubbele bovenleiding. De draaistroomlocomotieven gebruikten veel water om de elektrische weerstanden te koelen. Daarbij kwamen stoomwolken vrij, vandaar de ondertitel van het boek.


Spanje, Portugal


Die Eisenbahnen der Erde. Band III - Spanien, Portugal, Mallorca, Azoren. Dr. Fritz Stöckl. Zeitschriftenverlag Ployer & Co, Wien. (1962)

Meer over deze serie.


Steam on the RENFE. The steam locomotive stock of the Spanish national railways. L.G. Marshall. Macmillan & Co, 1965.

Na een algemeen deel over de geschiedenis van de Spaanse spoorwegen en over de persoonlijke ervaringen van de auteur met het reizen per trein, volgt een uitgebreid overzicht van de stoomlocomotieven die toentertijd nog actief waren in Spanje.


Locomotoras diesel (IV). Lluís Prieto i Tur. Uitgave in de serie Monografías del ferrocarril, 2002. ISBN 8493093041.

In deel IV wordt, na een inleiding over de modernisering van de Spaanse spoorwegen, aandacht besteed aan de "Bolle Neuzen" van General Motors en aan de daarvan afgeleide serie 1900 van de RENFE.

Locomotoras diesel (VI). Lluís Prieto i Tur. Uitgave in de serie Monografías del ferrocarril, 2007. ISBN 8493131845.

Deel VI is gewijd aan de door Alsthom gebouwde series 1000 en 1600 van de RENFE en hun familieleden, zoals de NS-serie 2400. In dit deel staan ook enkele foto's van Rick Dijkstra en mij, met in het kleurenkatern onze namen verwisseld.

Zeer aardige boeken, voor wie het Spaans enigszins beheerst. Voor meer informatie zie www.monffcc.com


Scandinavië


Die Eisenbahnen der Erde. Band IV - Skandinavien - Dänemark, Norwegen, Schweden. Dr. Fritz Stöckl. Zeitschriftenverlag Ployer & Co, Wien. (1963)

Meer over deze serie.



Brücke zum Norden. Das Buch von der Vogelfluglinie. Bild-Jahrbuch der Deutschen Bundesbahn 1963/64. Athenäum-Verlag, 1963.

Boek over de Vogelfluglinie tussen Duitsland en Denemarken. De Vogelfluglinie (Deens: Fugleflugtslinjen) loopt over de Fehmarnbelt, een zeestraat tussen het Duitse eiland Fehmarn en het Deense eiland Lolland. De Vogelfluglinie werd in 1963 geopend. De naam verwijst naar de vogeltrek van de wilde ganzen en andere vogels tussen Midden-Europa en Scandinavië. De Vogelfluglinie bestaat uit twee onderdelen: de 963 meter lange Fehmarn­sundbrug uit 1963 en de veerverbinding, waarmee ook treinen worden overgevaren, tussen de havens Puttgarden en Rødby.


Fra Damphest til Lyntog. Carlo Andersen. Idé og illustrationer Gunnar Hansen. Carl Allers Bogforlag, København, 1947.

Van stoompaard tot bliksemtrein. Dit boek verscheen bij het honderdjarig jubileum van de Deense spoorwegen op 26 juni 1947.

 

Järnvägens historier. Björn Kullander. Sveriges Järnvägsmuseum Gävle/Ängelholm, 2006. ISBN 9163194465. Geschiedenis van de Zweedse spoorwegen, beschreven in opdracht van het Zweedse spoorwegmuseum. Dat heeft twee vestigingen: in Gävle en in Ängelholm.

Danmarks Jernbanemuseum. Historie og rullende materiel. Poul Thestrup en Ulrik Tarp Jensen. Danmarks Jernbanemuseum, 2000. ISBN 8798222740. Brochure over het spoorwegmuseum in Odense.

 

Danske lokomotiver og motorvogne 1980-01-01. Tom Lauritsen. Frank Stenvalls Förlag, Malmö, 1980. ISBN 9172660473. Materieeloverzicht van de DSB en andere Deense spoorwegmaatschappijen. De DSB had in 1980 nog enkele stoomlocs op de rol staan: 658, 708, 736, 917, 963 en 991.

Uit een serie zakboekjes.


Sovjet-Unie, Rusland


Russian Steam Locomotives. H.M. LeFleming & J.H. Price. John Marshbank Limited, London, 1960. Met onder andere uitleg van de werking van de condenstender, waar zo'n 1200 locomotieven van voorzien zijn geweest.

Zie ook het thema Rusland/Sovjet-Unie.



Verenigde Staten, Canada


De spoorwegen van de United States en Canada. T.L. Hameeteman. Van Dishoeck, Bussum 1966.


Pioneer Railroads. Hank Wieand Bowman. Fawcett Publications, 1954. Fawcett Book 219 (binnenin staat het verkeerde nummer 216). Over de eerste spoorlijnen in de Verenigde Staten.

Fawcett heeft een groot aantal tijdschriftachtige boeken uitgegeven, over uiteenlopende onderwerpen.


Popular Mechanics Magazine. January 1949. Heel veel advertenties en een aantal artikelen, onder andere 100 Years of the Iron Horse (pdf).


Hear that lonesome whistle blow. Dee Brown. Chatto & Windus, London, 1978. ISBN 0701122323.

"This is the story of the great American railroads; a story of breathtaking technological ingenuity, pioneering idealism, hard driven labour and powerful greed."


Slow Train to Paradise. How Dutch Investment Helped Build American Railroads. August J. Veenendaal, Jr. Stanford University Press, California, 1996. ISBN 0804725179.

Uit een recensie in NRC Handelsblad van 17 januari 1997: "Waarom verliep de aanleg van spoorwegen in Nederland zo traag terwijl de Nederlandse financiers zonder aarzeling in zee gingen met onbekende, vaak louche blijkende avonturiers die een enkeltje paradijs beloofden?". Ik bezit ook een radio-interview met de auteur, uitgezonden door de VPRO op 5 januari 1997.


American Railroads. Second Edition. John F. Stover. The University of Chicago Press, 1997 (eerste editie 1961). ISBN 0226776581. "A fascinating account of the rise, decline, and rebirth of railroads in the United States."


Pennsylvania Railroad. Mike Schafer en Brian Solomon. MBI Publishing Company, 1997. ISBN 0760303797.

Het enorme net van de Pennsylvania Railroad (PRR) strekte zich uit van Chicago en St. Louis, via Pittsburgh tot aan New York en Washington. De basis lag in Altoona, een stadje dat zijn bestaan volledig aan de spoorwegmaatschappij had te danken. Hier bevonden zich de fabrieken waarin de maatschappij haar eigen stoomlocomotieven bouwde. De PRR was een van de laatste maatschappijen die de stoomlocomotief afschafte, maar ze was ook bekend vanwege haar gestroomlijnde elektrische locs, waar ontwerper Raymond Loewy de hand in had. De PRR kende een eigen lichtseinstelsel: position light signals. In de jaren zeventig van de vorige eeuw is de PRR roemloos ten onder gegaan in de concurrentiestrijd met de auto en het vliegtuig.


Trains, Tracks and Travel. T.W. Van Metre, Professor (emiritus) of Transportation, Columbia University. Simmons-Boardman Publishing Coporation, New York, 1950. Achtste editie. Op het omslag een enorme stoomlocomotief (Class T1) van de Pennsylvania Railroad (PRR), asopstelling 4-4-4-4 (in Europa zou dat 2'BB2' zijn). Dit is een zogeheten duplex-locomotief, met twee drijfwerken die vast aan het frame verbonden zijn. Baldwin heeft in de jaren veertig 52 van dit soort locs gebouwd. Ze trokken snel­treinen met 160 km/uur, maar ze konden veel sneller. Ze waren lastig te bedienen, wat leidde tot veelvuldig doorslippen van de wielen en schade aan de cilinders. Het stroomlijnontwerp was van de hand van Raymond Loewy. Het waren de laatste stoomlocs die de PRR liet bouwen, in een tijd dat andere maatschappijen aan het omschakelen waren naar diesel. In de jaren vijftig zijn ze gesloopt.

Trains, Tracks and Travel. T.W. and R.G. Van Metre. Simmons-Boardman Publishing Coporation, New York, 1960. Negende editie. Op het omslag de Jet Rocket.

Eerdere edities van dit boek verschenen in 1926, 1927, 1931, 1936, 1939, 1943 en 1946 (zevende editie uit 1946 in mijn bezit; heeft dezelfde omslag als de achtste editie uit 1950).



Het ijzeren paard verovert het Wilde Westen. C.S. Hagen. Uitgeverij Helmond, 1967. Oorspronkelijke titel Feuerross im Wilden Westen. Met een voorwoord van Marie-Anne Asselberghs, directeur van het Nederlands Spoorwegmuseum. Avonturenboek, waar enige spoorweggeschiedenis doorheen is gemixt. Uit de ronkende flaptekst: "Glimlachende romantiek naast grijnzende realiteit. Dat maakt dan ook de historische waarde uit van dit grootse boek, dat doorspekt is met unieke foto's uit die tijd." Ik kan me niet herinneren dat ik dit boek gelezen heb.

In 2012 kocht ik voor 50 cent een versie met een andere stofomslag. Hierop wervende teksten over whiskey, vrouwen en ander vermaak.

 

This was Railroading. George B. Abdill. Bonanza Books, New York, 1958.

Pacific Slope Railroads. George B. Abdill. Bonanza Books, New York, 1959.

Rails West. George B. Abdill. Bonanza Books, New York, 1960.

Trilogie over de pioniertijd van de Amerikaanse spoorwegen.

  

Commuter Railroads. A pictorial review of the most travelled trains. Patrick C. Dorin. Bonanza Books, New York, 1957.

Steam Locomotives of the Burlington Route. Bernard Corbin, William Kerka. Bonanza Books, New York, 1960. Herdruk 1978. ISBN 0517261952.

Train Wrecks. A pictorial review of accidents on the main line. Robert C. Reed. Bonanza Books, New York, 1968.

  

Bonanza Books bracht veel herdrukken in hardcover uit van eerder verschenen boeken.


On the 8:02. An Informal History of Commuting by Rail in America. Lawrence Grow. Mayflower Books, New York 1979. ISBN 831766077. Dankzij de komst van de trein konden mensen buiten de stad gaan wonen. Zo ontstond de menssoort "forens". In dit boek wordt de geschiedenis van het forensenverkeer beschreven, aan de hand van de situatie rond New York, Philadelphia, Boston en Chicago.


All Aboard! The Golden Age of American Rail Travel. Edited by Bill Yenne. Dorset Press, Greenwich, 1989. ISBN 0880293535. Salontafelboek met beelden en verhalen uit de tijd dat de trein hét vervoermiddel was in de Verenigde Staten.


A Study of Railway Transportation. Vol. 1: Teacher's manual. Vol.2: The stories behind the pictures. Uitgegeven door de Association of American Railroads, zesde druk, 1954.

Vanaf omstreeks 1942 publiceerde de Association of American Railroads (AAR) een opleidingspakket voor scholieren. Onderdeel van dat pakket waren 56 grote foto's en deze twee begeleidende boekjes voor de leraren.


Western Rail Train. Norman McKillop. Thomas Nelson and Sons, 1962.

Verslag van een treinreis door Canada en de USA, geschreven door een Schotse machinist. Met 32 zwart-witfoto's. Het stofomslag ontbreekt, maar de twee foto's die erop staan zitten los in mijn exemplaar van het boek. Dat kocht ik voor een paar euro in het Spoorwegmuseum.


Sir William van Horne en de Canadian Pacific Spoorweg. J.L. Pierson. N.V. Boekhandel en drukkerij voorheen E.J. Brill - Leiden, 1925.

Over het leven van William Cornelius van Horne (1843-1911) die een belangrijke rol heeft gespeeld in de geschiedenis van de Canadian Pacific Railway. Onder zijn leiding werd de eerste transcontinentale spoorlijn door Canada aangelegd. Over die lijn gaat de film Rocky Mountain Express


Nederlands Indië, Suriname, Nederlandse Antillen


De 'Bergkoningin' en de spoorwegen in Nederlands-Indië 1862-1949. ir. E. Krijthe. Uitgegeven door het Nederlands Spoorwegmuseum, Utrecht 1983.

Dit boekje verscheen naar aanleiding van de komst van de 'Bergkoningin' naar het Spoorwegmuseum. Dit is de bijnaam van een door Werkspoor gebouwde gelede smalspoorstoomlocomotief, die in 1928 in dienst kwam bij de Staatsspoorwegen in Nederlands-Indië. In 1981 werd deze prachtige loc geschonken aan het Spoorwegmuseum (sinds 2005 is de loc verstopt in een kermisattractie). In het boekje wordt ook ingegaan op de geschiedenis van de spoorwegen in Nederlands-Indië tot het jaar 1949, toen het land onafhankelijk werd. Met veel oude foto's en twee losse spoorwegkaarten.


Stations en spoorbruggen op Sumatra. 1876-1941. Michiel van Ballegoijen de Jong. De Bataafsche Leeuw, Amsterdam 2001. ISBN 9067075124. Deel 32 in de boekenreeks van de NVBS. Tijdens een tentoonstelling in Amsterdam, begin 2006, werd dit dikke boek voor een vriendelijk prijsje verkocht. Van dezelfde auteur, in NVBS-kringen zeer bekend, verscheen in 1993 het boek Spoorwegstations op Java.

Zie ook het thema Nederlands-Indië.


De elektrische stadstrams op Java. H.J.A. Duparc. Wyt, Rotterdam 1972. ISBN 906007582X. Deel 9 van de serie Trams en tramlijnen.

Eerder dan in Nederland reden ook in het toenmalige Batavia al elektrische trams. Vanaf 1899 kende deze stad dit railvervoermiddel. Ook Surabaia had jarenlang een elektrische tram, die er echter nooit in is geslaagd de stoomtram te verdrijven, zodat beide tractievormen decennia lang tesamen voorkwamen. De heer H.J.A. Duparc, die beide bedrijven van dichtbij meemaakte, neemt de lezer mee naar de statige lanen van Weltevreden, de tuinen van Simpang, de pasars van Djakarta-Kotta en al die andere plaatsen waar de "trem listrik" opereerde.


The railroads of Aruba and Curaçao / Railverkeer op Aruba en Curaçao. Lee A. Dew. Wyt, Rotterdam 1977. ISBN 9060075781.

Op deze Antilliaanse eilanden vond op verschillende plaatsen railvervoer plaats. Het waren mijnbouwmaatschappijen en olieraffinaderijen die verschillende smalspoorlijnen voor goederen exploiteerden. In Willemstad (Curaçao) reden bovendien trams in het kader van het openbaar vervoer. In dit boek wordt de geschiedenis van de verschillende lijntjes verteld door de Amerikaanse historicus prof. Lee A. Dew uit Kentucky, geïllustreerd met veelal zeldzame foto's van de verschillende lijnen en voertuigen. Tweetalig boekje, zelfde uitvoering als van de serie Trams en tramlijnen.


Geschiedenis van de Landsspoorweg. Eric Wicherts en Jan Veltkamp. Veka Productions, 2012. ISBN 9789081675581.

Geschiedenis van de enige spoorweg die Suriname heeft gekend, van Paramaribo naar het binnenland. De eerste trein reed in 1903, de laatste in 1986. Wat er nog aan materieel resteerde heeft jarenlang staan wegroesten in Onverwacht.


The Railway of Suriname. The "Landsspoorweg" 1902-2002. Eric Wicherts. Private Rail Consultants, Calgary (Canada), 2004. ISBN 0973481706.

Zie ook het thema Suriname.


Australië, Nieuw-Zeeland


Proceed to Peterborough. Douglas Colquhoun, Ronald Stewien en Adrian Thomas. UItgegeven door de Australian Railway Historical Society, 1970. Boek over de laatste stoomlocomotieven die dienstdeden bij de Zuid-Australische spoorwegen. Op het omslag een van de grote smalspoor-Garratts die tot januari 1970 dienstdeden. Een deel van het spoorwegnet is inmiddels omgebouwd tot normaalspoor.


Modern Australian and New Zealand Trains. Frank Shennen (editor). Murray, Sydney. Boek uit de jaren zestig van de vorige eeuw, met 104 kleurenfoto's. Dat staat althans voor in het boek; het betreft in veel gevallen zwart-witfoto's die op een onnatuurlijke manier zijn ingekleurd.

Dampf über Australien un Neuseeland. Günter Oczko. Godom Verlag, Bindlach 1991. ISBN 3811208713. Prachtige kleurenfoto's, deels uit de tijd dat er nog stoomlocs in normale dienst reden, deels van de jubileumritten in 1988. In dat jaar bestond Australië 200 jaar, wat onder andere gevierd werd met diverse stoomritten, en vierden de Nieuw-Zeelandse spoorwegen hun 125-jarig jubileum.

 

Locomotives of Australia 1854 to 2007. Leon Oberg. Rosenberg 2007, ISBN 9781877058547. Dikke pil waar ze zo'n beetje allemaal in staan. Aan variatie geen gebrek, want elke Australische staat had zijn eigen spoorwegbedrijf en koos voor zijn eigen spoorwijdte.

Ik kreeg dit boek in 2008 cadeau van Bert Bolle, omdat ik weleens wat archiefonderzoek voor hem heb gedaan.


Cavalcade of New Zealand Locomotives. A.N. Palmer en W.W. Stewart. A.H. & A.W. Reed, Wellington 1957. Overzicht van alle Nieuw-Zeelandse locomotieven die sinds 1863 dienst hebben gedaan (stoom, diesel, elekrtisch).

Coaling from the clouds. R.J. Meyer. The New Zealand Railway and Locomotive Society, Wellington 1971. Beschrijving van de "The Mount Rochfort Railway and the Denniston Incline". Dit spoorlijntje werd in 1879 aangelegd om kolen hoog uit de bergen naar de westkust van het Zuidelijk Eiland te vervoeren. In 1967 werd de lijn gesloten. Dit boekje heb ik, net als een aantal andere zaken, gekregen van een Nieuw-Zeelandse treinenliefhebber waarmee ik in de jaren 70 correspondeerde.

 

Andere verre landen


Whistling Steam. Romance of Indian Rails. Tekst en foto's Dileep Prakash. Roli & Janssen BV 2002. ISBN 8174361871. De foto's kunnen uit het boekje worden gehaald om ze als prentbriefkaart te gebruiken, maar wie zal dat doen? Andere boekjes uit deze Pocket Art Series gaan over Boeda, Ghandi, de Mount Everest, Daila Lama, Rolls Royce, Kama Sutra en Indische erotische kunst.


The fascination of Steam Locomotives (カラー 蒸気機関車の旅)
Yamakei Color Guide 33. Yama-to-Keikoku Sha, Tokyo, 1970.

The fascination of Japanese Railways (カラー 日本の鉄道)
Yamakei Color Guide 47. Yama-to-Keikoku Sha, Tokyo, 1972.

Teksten grotendeels in het Japans, met korte Engelse fotobijschriften. Ik kocht deze twee boekjes in 2010 voor weinig geld op een beurs in Houten. Voor de aardigheid liet ik ze daar zien aan een serieuze boekhandelaar. Die kon daar niets mee, zei hij. Maar dat was ook helemaal niet de bedoeling: ik hou ze zelf!

 


Spoorwegtechniek

Zie ook de thema's Techniek en wetenschap en Design en curiosa


Het spoorwegmaterieel en het spoor. Beknopte handleiding voor de kennis van het spoorwegmaterieel en zijn werking op den weg. Ir. P. Labrijn en ir. E. Bolleman Kijlstra, ingenieurs bij den Dienst van Tractie en Materieel der Nederlandsche Spoorwegen. J.B. Wolters, 1920.

Boek (de schrijvers zelf noemen het een boekje) bestemd voor de aanstaande opzichters van de weg en voor andere belangstellenden. Behandeld worden de bouw en de inrichting van het spoorwegmaterieel en de invloed die door dit materieel gedurende de rit op het spoor wordt uitgeoefend.


De locomotief. G.J. Harterink & M.W. Mook, ambtenaren der H.IJ.S.M. Vierde, geheel herziene druk, 1906. Een dik hand- en leerboek (667 pagina's) en een map ('atlas') met 18 losse tekeningen van stoomlocomotieven.

Dit is een facsimile heruitgave uit 1980 van uitgeverij Lykele Jansma. ISBN 9062721028.

 

De stoomlocomotief. Deel I: tekst, deel II: figuren. Ir. P. Labrijn. Oosthoek's uitg.mij. Utrecht, 1948.

Deze handleiding werd gebruikt bij de opleiding van locomotief­personeel. Uitgebreid worden de constructie en de werking van de stoomlocomotief beschreven. In deze naoorlogse versie van dit standaardwerk wordt ook aandacht besteed aan de bijzonderheden van de in ons land dienstdoende Engelse, Zweedse en Zwitserse locomotieven. En negen jaar later waren alle stoomlocomotieven uit dienst.

In 1985 verscheen een facsimile heruitgave van deze boeken.

 

Oververhitter Locomotieven - Systeem W. Schmidt. Heruitgave van een boekje uit 1910. Hierin staan bijna 60 foto's van stoomlocomotieven die voorzien waren van het oververhittersysteem van Schmidt. In de heruitgave is merkwaardig genoeg niet vermeld wie deze heeft verzorgd en wanneer. Ik kocht het boekje ooit voor weinig geld bij De Slegte.

Er staat weinig tekst in, afgezien van een inleiding in diverse talen. Samengevat: Deze afbeeldingen zijn slechts een selectie uit de locomotieven van verschillende spoorwegmaatschappijen die zijn uitgerust met de Schmidt Oververhitter. Deze werd in 1897 voor het eerst toegepast op locomotieven van de Pruisische Staatsspoorwegen. Als gevolg van de grote voordelen (grote kolen- en water­besparing en een aanzienlijke toename van het vermogen) is het systeem intussen door bijna alle belangrijke spoorwegen, over de gehele wereld, ingevoerd. Medio april 2010 zijn meer dan 5500 locomotieven, verdeeld over 140 spoorwegen, hiermee uitgerust. Voor meer technische bijzonderheden mogen wij u naar de speciale catalogus verwijzen.

In het boekje staan geen Nederlandse locomotieven.


Kennis der spoorwegen 1863. Spoorwegkaarten uit 1849 en 1855. Herdruk van een boek van Mr. J.L. de Bruyn Kops uit 1863. Met twee losse kaarten, samen in een kartonnen cassette. Antiquariaat Jan ter Gouw, Amsterdam, 1978. ISBN 9060990153.

Op de cassette staat ook de tekst 'Industrieel archief 1', maar bij mijn weten is het bij dit initiatief gebleven. De herdruk is nogal flets en leest daardoor niet prettig. In april 2012 gekocht in de ramsj bij De Slegte voor 7,50 euro.


Handboek voor spoorwegtechniek. Handboek ten dienste van spoorwegtechnici, waterbouwkundigen, machinisten, werkmeesters en voor allen die in dienst zijn van de spoor- en tramwegen en hen die door hun functie daarmee in aanraking komen of die daarvoor werken uitvoeren, benevens studeerenden aan technische scholen enz.

Samengesteld door Vakgroep I (technici) van den Bond van Ambtenaren in dienst van de Nederlandsche Spoorwegen. A.W. Sijthoff's Uitgevers-maatschappij N.V., Leiden. Verschenen in de jaren dertig.

Drie delen, samen ongeveer 1800 bladzijden:

Deel I. Aardebaan, kunstwerken, gebouwen, bovenbouw van den weg, opmetingen enz.

Deel II. Seinwezen. Algemeen gedeelte; mechanische inrichtingen; electrische inrichtingen; electrische inrichtingen in verband met de stroomlevering voor de sein- en wisselbediening.

Deel III. Verlichting van gebouwen en buitenverlichting, locomotieven, locomotoren, rijtuigen en wagens, remwerken, verlichting en verwarming van spoorwegmaterieel, electrificatie der Nederlandsche Spoorwegen, electrisch stroomlijnmaterieel, kolen- en watervoorziening van locomotieven, aardwind, railrem, electrisch rangeeren, perronwagens, dieselmotoren, diesel-electrisch materieel.


Spoorwegtechniek, het rollend materieel. Uitgegeven door de Opleidingsschool van den Dienst van Exploitatie der N.V. Nederlandsche Spoorwegen gevestigd te Utrecht, 1943.

Voor een ingescande versie van dit boek zie Spoorwegtechniek, het rollend materieel.


Wagens en rijtuigen. J.G. Suijk. Nederlandse Spoorwegen, Dienst van Personeelzaken, 2e afdeling. Leerboek uit ca. 1960 van de sector Opleiding en Vorming.


Gelijkstroomtractie op hoofdspoorwegen. ir. J.P. Koster, ingenieur b.d. Afd. Electrificatie van de Dienst van Materieel, Werkplaatsen en Electrificatie der N.V. Nederlansche Spoorwegen. Uitgeverij Gottmer, Haarlem 1948.

In dit standaardwerk van bijna 600 pagina's worden de achtergronden en de inrichting van het elektrische tractiesysteem van de NS beschreven. Ook buitenlandse systemen komen aan de orde.

Zie ook het thema Energievoorziening van de spoorwegen.


50 jaar elektrische spoorwegen in Nederland. Uitgave van de N.V. Nederlandsche Spoorwegen. Utrecht, 1 oktober 1958. Vanuit technische optiek geschreven geschiedenis van de elektrificatie, beginnend bij de eerste elektrische treinen die in 1909 gingen rijden tussen Rotterdam Hofplein en Scheveningen.

Zie ook het thema Elektrificatie van de NS.


Intercity. Bestek voor prijsaanvraag en bestelling van rollend materieel. Nederlandse Spoorwegen, 1973.

Het bestek voor de nieuw te leveren driewagenstellen IC-III, bestemd voor de leveranciers die bij de bouw van deze treinstellen betrokken waren. Een dikke pil, die ook in het Duits beschikbaar was. Er hoorden ook veel bijlagen bij, maar die bezit ik niet. De roemruchte doorloopkop wordt slechts terloops genoemd: die zou de NS in eigen beheer ontwerpen en ontwikkelen.


Zwaar materieel op de sporen van de Lage Landen. Ad van den Dool Uitgeefprojecten (Krimpen aan de Lek) i.s.m. Strukton Railinfra, 2004. ISBN 9090189289. Met foto's van o.a. Nico Spilt.

Het boek is ook verschenen in het Engels (Heavy equipment on the tracks in the Low Countries), Frans (Matériel lourd sur le réseau ferroviaire des Pays-Bas et de la Belgique) en Zweeds (Arbetsfordon i Holland och Belgien).

Uitgebreide beschrijving van dit boek.


Verder durven denken. Jaarbericht 2007, Strukton. Het thema van dit jaarbericht is 'maatschappelijk verantwoord ondernemen'. De directeuren Gerrit Witzel en Raymond Steenvoorden stroopten alvast hun mouwen op.


Railbevestigingen. De geschiedenis van een belangrijk deel van het spoor, door Jan Roos. Vernieuwde versie 2015. ISBN 9789081787123. Ook als pdf verkrijgbaar.

Het boek 'Railbevestigingen' beschrijft op bijna weten­schappelijke wijze de ontwikkeling in een groot deel van de wereld van de spoorwegen waarop treinen en trams rijden. Na een algemene beschouwing in grote lijnen volgen een duik in de tientallen railvormen én in de vele verschillende ondersteuningen daarvoor, die in de loop van twee eeuwen werden bedacht. Het boek telt 360 bladzijden en is rijk geïllustreerd met 1560 afbeel­dingen uit enkele honderden zeer gevarieerde historische bronnen en foto’s uit de laatste decennia.


Buitenland


Histoire de la locomotion terrestre. Les chemins de fer. Charles Dollfus et Edgar de Geoffroy. Société nationale des entreprises de presse Éditions Saint-Georges. Paris, 1935.

Van dit kloeke standaardwerk verscheen ook een tweede deel: La locomotion naturelle. Dit deel gaat over rijtuigen, fietsen en auto's.


Onze onvergetelijke stomers. Phil Dambly. Uitgeverij 'Het Spoor', Brussel, 1964.

Boek over de geschiedenis van de Belgische stoomlocomotief, van 1935 tot het eind van het stoomtijdperk in 1967. Met onder andere aandacht voor de evolutie van de techniek, waar Belgische constructeurs als Walschaerts, Belpaire, Flamme en Legein een belangrijke rol in hebben gespeeld. Andere hoofdstukken gaan over stijl en versiering, en over nummering en classificatie van stoomlocomotieven. Na deze inleidende hoofdstukken worden de verschillende kenmerkende perioden van de locomotiefgeschiedenis behandeld. Veel zwart-witfoto's.

Meer over Belgische stomers.


How to drive a steam locomotive. Brian Hollingsworth. Astragal Books, London 1983. ISBN 0906525039.

Wie dit boek heeft doorgewerkt, weet precies hoe hij een stoomlocomotief gereed maakt voor de dienst, hoe hij er mee weg moet rijden en wat er onderweg allemaal moet gebeuren. In een van de hoofdstukken wordt zelfs ingegaan op het bouwen van je eigen stoomlocomotief. Op het omslag een detail van een schilderij van Cuneo, waarop de bemanning van loc "Monmouth Castle" aan het werk is. Merk op dat de machinist rechts staat, hoewel de treinen in Engeland links rijden.


Electricity in transport. Over sixty year's experience, 1883-1950. Uitgegeven door de English Electric Company Limited, London 1951. Bedrijfsgeschiedenis van de in 1918 gevormde English Electric Company en de oorspronkelijke bedrijven: Dick, Kerr & Company, Siemens Bros. Dynamo Works, Willans & Robinson, Phoenix Dynamo Manufacturing Company. Dit bedrijf leverde uiteenlopende elektrische voertuigen en bijbehorende installaties. Voorbeelden hiervan: de NS-locs serie 500/600, gelijkrichterstations voor de NS, trolleybussen voor Arnhem. Op het omslag een loc van de Estrada de Ferro Santos a Jundiai. Klik hier voor meer.


Eisenbahnfahrzeuge. I. Die Lokomotiven. H. Hinnenthal. Uit de "Sammlung Göschen", een serie toentertijd goedkope boekjes over uiteenlopende onderwerpen. In dit deel wordt op de technische aspecten van de stoomlocomotief ingegaan. Uitgegeven door Walter de Gruyter & Co. Sammlung Göschen. Leipzig, 1913.

Eisenbahnfahrzeuge. I. Die Dampflokomotiven. Geheel bewerkte herdruk van het boekje uit 1913. Inmiddels waren er ook andere dan stoomlocomotieven, vandaar dat de titel moest worden aangepast. Walter de Gruyter & Co. Sammlung Göschen. Leipzig, 1921.

 

Die Eisenbahn im Bild. Eine Bilderreihe aus aller Welt. John Fuhlberg-Horst. Franckhs Technischer Verlag / Dieck & Co. Stuttgart, 1924/1925.

Erste Folge: Strecken, Bahnhöfe, Tunnels.

Zweite Folge: Die Lokomotive einst und jetzt.

Dritte Folge: Eisenbahn-Wagen und Eisenbahn-Sicherungsdienst.

Vierte Folge: Die elektrische Eisenbahn.

Boeken uit de serie "Wunder der Technik". Hierin zijn ook boeken over andere onderwerpen verschenen, zoals scheepvaart, luchtvaart, mijnbouw, en techniek in de kunst.


Betriebsbuch für die Dampflokomotive 05 002. Verkehrswissenschaftlichen Lehrmittelgesellschaft, in Zusammenarbeit mit dem Pressedienst der Hauptverwaltung der Deutschen Bundesbahn. 1978.

Reproductie van het logboek van loc 05 002, een van de drie exemplaren van de Baureihe 05. Links een advertentie voor dit boek.


Wendezüge. Erich Preuß. Transpress, Stuttgart 2001. ISBN 3613711656. De Nederlandse vertaling van Wendezug is trek-duwtrein: een trein met aan de ene kant een locomotief en aan de andere kant een stuurstandrijtuig. Er bestaan ook varianten met aan beide kanten een locomotief (trek-trektrein) of een locomotief in het midden van de trein met aan beide zijden een stuurstandrijtuig. Het doel is duidelijk: een Wendezug kan eenvoudig van rijrichting veranderen, zonder dat de locomotief naar de andere kant gerangeerd hoeft te worden.

In Frankrijk reden al in 1885 voorstadstreinen volgens dit principe. Een Duitse pionier is de Lübeck-Büchener Eisenbahn, die dubbeldeksrijtuigen liet trekken resp. duwen door gestroomlijnde stoomlocs. Bij geduwde stoomtreinen neemt de machinist plaats in het stuurstandrijtuig, terwijl de stoker op de locomotief achterblijft. Natuurlijk moet er dan een systeem zijn waarmee de machinist en de stoker met elkaar kunnen communiceren.

Het boek gaat ook in op de voor- en nadelen van Wendezüge ten opzichte van treinstellen (Triebwagen). Een voordeel van trek-duwtreinen is dat de lengte van de trein eenvoudig kan worden aangepast aan de behoefte. Een nadeel is dat een geduwde trein een beperkte maximum snelheid heeft.

Meer over trek-duwtreinen.


Schaku. 75 Jahre Scharfenbergkupplung Gmbh. Door de firma Scharfenbergkupplung uitgegeven boekje ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan in 1996. Tweetalig (Duits en Engels).

Automatische koppelingen bestonden al toen Karl Scharfenberg in 1903 zijn koppeling patenteerde. Zo werden de Amerikaanse spoorwegen in 1893 wettelijk verplicht om hun materieel te voorzien van de in 1870 door Janney uitgevonden klauwkoppeling. Het bezwaar hiervan was dat er speling zit tussen de twee gekoppelde delen, met slijtage als gevolg. De koppeling van Scharfenberg heeft dit bezwaar niet: de twee delen klemmen zich strak aan elkaar vast. De koppeling werd eerst op kleine schaal ingevoerd bij een aantal spoorlijnen. In 1921 werd in Berlijn de firma Scharfenbergkupplung Gmbh opgericht. De "Schaku" begon toen aan zijn opmars door Duitsland en andere landen, waaronder Nederland. Er bestaan verschillende uitvoeringen, waaronder een kleine die gebruikt is op Duitse railbussen, maar het principe is al die jaren gelijk gebleven. Zelfs zeer verschillende materieelsoorten kunnen daardoor (mechanisch) met elkaar worden gekoppeld, als de koppelingen zich op dezelfde hoogte bevinden.

Meer over koppelingen.


Ein Signal Steuert. O.D. Bogomolov. VEB Verlag Technik Berlin, 1961. Boekje uit de serie "Neue Technik leicht verständlich", uitgegeven door de Gesellschaft zur Verbreitung wissen­schaftlicher Kenntnisse. Vertaald uit het Russisch en bewerkt door Ing. L. Katzwedel.

Dit deeltje gaat over Folgesysteme of Leitsysteme: systemen die automatisch reageren op gebeurtenissen van buitenaf: regelsystemen. Een voorbeeld daarvan is het automatisch blok­stelsel bij de spoorwegen: de seinen worden automatisch bediend door de rijdende treinen, zodat zich nooit meer dan één trein tegelijk in een blok kan bevinden. Een ander voorbeeld is een tractor die automatisch het land ploegt, een uitvinding uit de Sovjet-Unie. Ter geruststelling meldt het boekje dat in een socialistische samenleving mensen niet bang hoeven te zijn dat ze als gevolg van automatisering hun baan verliezen.


Elsners Taschenbuch der Eisenbahntechnik 1987. Tetzlaff Verlag, Darmstadt 1987. ISBN 3878140703. ISSN 0071-0075.


Henschel Lokomotiv-Taschenbuch. Henschel & Sohn, Kassel. Ausgabe 1952.


125 Jahre Henschel Lokomotiven. Rheinstahl AG Transporttechnik, Henschel Lokomotiven. Kassel, 1973. 2. Auflage. ISBN 3870940174.

Meer over Henschel.


Ganz-Mávag Diesel Zsebkönyv. Forgó Sándor, 1966. Technische informatie over de dieseltreinen van deze Hongaarse fabriek. Met diverse uitklapplaten met foto's en tekeningen.



Handboeken en voorschriften


Van reizen en verkeer. Verkeerstechniek voor iedereen. C. van Zwijndrecht. Uitgegeven door Instituut Schoevers, Den Haag.

In 1947, het jaar waarin dit boek verscheen, voorzag men dat het reizen voor zaken of genoegen snel weer op gang zou komen, en dat er een tekort aan werkkrachten zou ontstaan bij reisbureaus en informatiebureaus. In dit boek wordt inzicht geboden in de geschiedenis en de praktische aspecten van het vervoer per trein, schip en vliegtuig.


Spoorwegaardrijkskunde. Deel I (Nederland). Uitgegeven door de opleidingsschool van den Dienst van Exploitatie der N.V. Nederlandsche Spoorwegen. Utrecht, 1943.

Spoorwegaardrijkskunde. Deel II (Europa). Uitgegeven door de opleidingsschool van de Dienst van het vervoer der N.V. Nederlandsche Spoorwegen. Utrecht, 1948.

 

Practische talengids voor spoorwegpersoneel. Samenstelling P. Rölkens. Uitgegeven door de opleidingsschool van de Dienst van het vervoer der N.V. Nederlandsche Spoorwegen. Utrecht, 1951.

Viertalige gids (Nederlands, Frans, Duits, Engels), in het bijzonder bestemd voor medewerkers op de stations en de hoofdgebouwen.


Ons eigen taalboek. N.V. Nederlandsche Spoorwegen, Algemene Dienst, 6e afdeling. Opleiding en onderwijs. 1950.

Een woord vooraf
Het is geen geheim, dat voor vele Nederlanders de moedertaal een doolhof is. Ook wat onze jonge arbeiders, conducteurs, rechercheurs en M.U.L.O.-krachten mitsgaders vele M.O.-krachten op het gebied van het zuiver schrijven in de Nederlandse taal presteren, is dikwijls bedroevend.
Een en ander heeft mijn voorganger er toe gebracht aan een der leraren in Spoorwegvakken opdracht te geven, in samenwerking met een leraar in de Nederlandse taal een boekje samen te stellen dat — met weglating van alle overbodige rompslomp — gericht moest zijn op de spoorpraktijk.
Hierin zijn de samenstellers W.J. van der Linden en J. van Duijvendijk volkomen geslaagd.
Moge dit werkje, dat enig is in zijn soort, in tal van gevallen een gids zijn voor wie het raadpleegt.
Als chef van de Opleidingsschool houd ik mij voor op- en aanmerkingen gaarne aanbevolen.
Mijn dank gaat niet alleen uit naar de samenstellers, doch ook naar hen, die op andere wijze hun medewerking verleenden aan de totstandkoming van dit werkje.
Utrecht, September 1950. Ado/Vvo.


Materieelgidsen loc serie 1200, Mat '54 en Benelux. Met bedieningsvoorschriften en aanwijzingen voor het verhelpen van storingen. Nederlandse Spoorwegen, 1994. Wie zo'n gids heeft bestudeerd, rijdt er zo mee weg! In 1999 heb ik deze gidsen voor een rijksdaalder per stuk gekocht in het Spoorwegmuseum. Tweedehands zijn ook andere gidsen te vinden.

  

Instructie dieselelectrische één- en tweewagenstellen. N.V. Allan, Rotterdam 1954. Het officiële instructieboekje van de fabrikant van de Blauwe Engelen. Met bedieningsvoorschriften, aanwijzingen voor het verhelpen van storingen en veel schema's. Ook enkele foto's, zoals van de stuurstand.


Knorr-Lambertsen-rem. Bijzonder Voorschrift No. 35, uitgegeven door de Dienst van Tractie en Materieel, 1940. De Knorr-Lambertsen-rem is toegepast op al het stroomlijnmaterieel. Het voornaamste verschil met de normale Knorr- of Westinghouse-rem is, dat er twee luchtleidingen worden gebruikt: de remleiding en de vulleiding. De rem is daardoor onuitputtelijk en biedt de mogelijkheid van trapsgewijs remmen en lossen.


Kenmerken rollend materieel. Gidsje voor het bedienend personeel. Uitgave NS Reizigers, april 2001.

Beschreven materieel: rijtuigen Plan W; Intercity-rijtuigen (ICR); trek-duwrijtuigen Benelux; Belgische K4-rijtuigen; Koploper (ICM); Interregiomaterieel (IRM); Materieel '64 (Plan V en T); Sprinter (SGM); Railhopper (SM'90); Dubbeldekkermaterieel (DDM); Dubbeldekker Agglo-Regio (DD-AR, mDDM); DE3 (Plan U); Wadloper (DH); Buffel (DM'90); e-locs 1700 en 1800.



Beveiliging en ongevallen


Beveiliging (Nederland)


Seinreglement 1934. Dienstreglement van de Nederlandsche Spoorwegen, geldig voor de hoofd- en de locaalspoorwegen. Klik hier voor de volledige inhoud.

Als rangeerder in Hilversum moest mijn grootvader hier natuurlijk alles vanaf weten. Hij heeft nog enkele andere reglementen uit die periode nagelaten.


Het seinwezen. Piet Bakker. Uit een serie van vier boekjes, omstreeks 1941 uitgegeven door de Nederlandsche Spoorwegen.

Zie ook seinreglementen.


Electrische treinen en seinen. C. v. Steenderen Jr. Uitgeversmaatschappij Diligentia, Amsterdam, ca. 1942. Met medewerking van de Nederlandsche Spoorwegen. Uit de serie "Topprestaties der techniek, voor vader en zoon."

1. Waarom electrische treinen? 2. Het gestroomlijnde electrische treinstel. 3. Electrische seinen. 4. Hoe gereden wordt.


Over blokstelsels en stationsbeveiliging. H.P.D. van Wijk (1944). Spoorwegtechniek weg en werken. Dipl. Ing. D.A.N.V. (1947). Uitgaven van de Opleidingsschool van den Dienst van Exploitatie der N.V. Nederlandsche Spoorwegen, gevestigd te Utrecht.

Zie ook Spoorwegtechniek rollend materieel (1943).

 

Automatische beveiliging van niet-afgesloten overwegen. Ir. J.H. Verstegen. Nederlandsche Spoorwegen, 1947. Boekje waarin verschillende publicaties zijn gebundeld uit "De Ingenieur" en "Spoor- en Tramwegen".


150 jaar seinen voor treinen. H.G. Hesselink. Wyt, Rotterdam 1978. ISBN 9060075676. Met ruim 200 foto's en tekeningen uit de enorme collectie van H.G. Hesselink op het gebied van het seinwezen. Deel 6 van de serie Spoorwegen in Nederland.


De beveiligingen bij de Nederlandse Spoorwegen. Uitgave Documentatiebureau NVBS. Dit is een gebundelde heruitgave van de seinwezennummers van Op de Rails uit 1965, 1969 en 1980, inclusief een aantal artikelen over dit onderwerp uit andere nummers van Op de Rails. Ook zijn er enkele niet eerder gepubliceerde correcties en aanvullingen opgenomen. Het overzicht loopt tot september 1991.


Beveiliging (buitenland)


Signale der Schweizer Bahnen. Zweite, neu bearbeutete Auflage. Rudolf W. Butz. Orell Füssli Verlag Zürich, 1982. ISBN 3280013062. Beschrijving van de in Zwitserland gebruikte seinen, met veel foto's waarbij de auteur zoveel mogelijk de seinen laat zien zoals ze door de machinist worden waargenomen. Ook heeft hij met medewerking van seinhuiswachters seinbeelden kunnen fotograferen die in de praktijk zelden voorkomen. In Zwitserland komen nogal wat bijzondere omstandigheden voor, zoals gecombineerd smal- en normaalspoor, spoorlijnen die 's winters onder een pak sneeuw verdwijnen, tandradbanen, verschillende stroomsoorten op grensstations. Apart waren de armseinpalen met drie vleugels. Ook bijna verdwenen zijn de seinen op het perron, die met een eenvoudig melodietje aangeven in of uit welke richting een bepaalde trein rijdt.


Einführung in das Signal- und Fernmeldewesen. Eisenbahn-Lehrbücherei der Deutschen Bundesbahn, Band 86. Josef Keller Verlag, 1963 (4. überarbeitete Auflage).


Stellwerke. Erich Preuß. Transpress Verlag, Stuttgart 2002. ISBN 3613711966.

Over de techniek en de architectuur van Duitse seinhuizen. Mechanische, hydraulische, pneumatische, elektromagnetische en elektronische systemen. Zie ook het thema Seinhuizen.


Power Railway Signalling. H. Raynar Wilson. Uitgave van de Railway Engineer, ca. 1909. Facsimile herdruk.

Dit standaardwerk geeft een overzicht van de stand van de seintechniek van een eeuw geleden, met diverse systemen uit verschillende landen. Bijvoorbeeld de hydraulische wisselbediening.


British Railways. Forms of examination of look-out men, handsignalmen and fogsignalmen. By order of the Railway Executive. London, June, 1953.

Boekje met Questions & Answers, waarmee veiligheidspersoneel zich kon voorbereiden op hun examens. Een look-out man begeleidt ploegen die aan de baan werken en waarschuwt als er een trein nadert. Een hand signalman assisteert bij de beveiliging wanneer er werktreinen bezig zijn of in andere speciale omstandigheden. Een fog signalman houdt bij dichte mist of zware sneeuwval de wacht bij een seinpaal. Wanneer die in de onveilige stand staat, waarschuwt hij naderende treinen met behulp van knalseinen*.

*) Onaangenaam en gevaarlijk werk. Er bestonden ook systemen waarbij automatisch een knalsein op de rails werd gelegd.


Ongevallen

Zie ook het thema Geweld en onveiligheid


Treinramp. J.F.A.M. Entken. Uitgegeven door de Stichting IVIO. AO-reeks nummer 895. Het boekje verscheen op 17 januari 1962 naar aanleiding van de grote treinramp bij Harmelen op 8 januari van dat jaar. Over dat ongeluk zelf wordt weinig informatie gegeven; het onderzoek naar de oorzaken was nog maar net begonnen.

De auteur, die een aantal jaren bij de afdeling Voorlichting van de NS heeft gewerkt, besteedt aandacht aan de maatregelen die NS heeft voorbereid voor het geval zich een keer een calamiteit voordoet. In het tweede deel van het dunne boekje wordt een overzicht gegeven van de stand van zaken met betrekking tot de baanvak- en stationsbeveiliging. Aan het eind schrijft de auteur: "Er bestaan ook beveiligingssystemen, waarbij de trein automatisch begint te remmen, wanneer deze door een rood licht rijdt. In het buitenland wordt dit systeem toegepast; in ons land wil men er niet gaarne aan. Hierdoor wordt immers de persoonlijke verantwoording geheel uitgeschakeld!"

Maar hier dacht de politiek toch anders over. De treinramp bij Harmelen is de belangrijkste aanleiding geweest om het Nederlandse spoorwegnet beter te beveiligen. Hierbij koos men niet voor een systeem zoals het Duitse Indusi, dat betrekkelijk snel zou kunnen worden ingevoerd. In plaats daarvan zou het nog tientallen jaren duren voordat vrijwel het hele net was beveiligd met ATB. Wat betreft de "persoonlijke verantwoording": die is inmiddels zo ver afgenomen dat de ATB is uitgebreid naar emplacementen, vanwege de dagelijkse STS-incidenten (STS = stoptonend sein).


Ter nagedachtenis. Treinramp Harmelen, 8 januari 1962. Hans Fictoor. Uitgave in eigen beheer, 2008. ISBN 9789088345197.

De vader van de auteur, Pieter Fictoor, was machinist bij de spoorwegen en is in 1962 bij de treinramp in Harmelen om het leven gekomen. Bij deze ramp zijn 93 mensen omgekomen en vielen 54 gewonden. Over deze treinramp hoor je zelden of nooit iets en daarom is deze ramp bij velen onbekend. Er staat een ‘landelijk monument spoorwegongevallen’ in Utrecht, echter zonder de namen van de slachtoffers.

Hans Fictoor heeft dit boek geschreven ter nagedachtenis aan zijn vader en met hem alle slachtoffers van deze ramp. De namen van alle omgekomen mensen zijn als bijlage in het boek opgenomen. In het boek beschrijft hij de week, vanaf het ongeval tot en met de begrafenis, zoals die door het gezin is meegemaakt. Daar tussendoor wordt een beschrijving gegeven van zijn ouders en grootouders vanaf de oorlog, de loopbaan van zijn vader bij de spoorwegen en de gevolgen voor het gezin na de begrafenis.


De treinramp bij Harmelen 8 januari 1962. Ed Janson. Uitgave van de Stichting Dorpsplatform Harmelen, 2011. ISBN 9789491229046.

Behalve de fouten in de namenlijst, die ook op het monument terecht zijn gekomen, staat er een pijnlijke fout op pagina 48. Bij het ooggetuigeverhaal van Bob Kradolfer heeft de auteur van het boek zonder overleg een voetnoot geplaatst waarin een omgekomen kind ten onrechte wordt gekoppeld aan het verhaal van de heer Kradolfer.

Meer over deze treinramp.


Onthuld. Het landelijk monument spoorwegongevallen. Boekje dat genodigden kregen bij de onthulling van het monument in Park Nieuwenoord op 16 april 2004. Met teksten van president-directeur A.W. Veenman. Uitgegeven door NS Holding Corporate Communication. ISBN 9090192824.

Het landelijk monument spoorwegongevallen staat hier ter herinnering aan iedereen die op een of andere manier op het spoor om het leven is gekomen. Een soort verzamelmonument dus. Een apart monument voor de grootste Nederlandse treinramp, Harmelen 1962, zou pas 50 jaar later totstandkomen. Tot verbazing en verdriet van veel betrokkenen wilde de NS hier nooit aan beginnen.


Spoorwegongevallen in Nederland, 1839-1993. R.T. Jongerius. Schuyt & Co, Haarlem 1993. ISBN 9060973410. Deel 22 in de boekenreeks van de NVBS.

Uit de flaptekst: "Dit boek gaat vooral over de technische kant van spoorwegongevallen. Welke fouten werden er gemaakt; waren er defecten aan materieel, baan of beveiligingsapparatuur? ... Soms zijn ongevallen het gevolg van slordigheid en nalatigheid." Het boek is niet compleet: verschillende spectaculaire ongevallen worden niet eens genoemd in de tabellen achterin het boek. De auteur heeft geselecteerd op ongevallen waarbij doden of gewonden zijn gevallen.

Zie ook de thema's spoorwegongelukken en schadegevallen.


Ongevallen op Nederlands spoor. Rob & Marcel van Ee. De Alk, Alkmaar 1997. ISBN 9060130677.

Vader en zoon Van Ee hebben vanaf 1970 een groot aantal spoorwegongevallen gefotografeerd, variërend van ernstige botsingen tot dienstauto's die over de perronrand zijn gekukeld. In het boek worden ook de achtergronden beschreven. Een apart hoofdstuk is gewijd aan de calamiteitenorganisatie bij de Nederlandse Spoorwegen.


Naast het spoor. Rob Dragt. Aprilis, 2005. ISBN 9059940865.

Bij het transport over rails gebeurt ook 'naast' het spoor van alles. Treinen en trams raken defect, krijgen een aanrijding, ontsporen en worden beschadigd. Nieuwe en afgedankte locomotieven worden vaak over de weg getransporteerd met speciaal vervoer. Naast recente fotoreportages zijn ook foto's over dit onderwerp opgenomen van de afgelopen decennia, waardoor een goed beeld ontstaat van de technische ontwikkelingen van het transport en het hersporen van materieel. Meer over dit boek.


Reddingsvoertuigen. Uit de serie "gouden boek" van Truckstar Magazine. Niels Jansen. Uitgeverij de Toorts, Haarlem. ISBN 9071492249. Overzicht van het rollend materieel dat bij de diverse hulpdiensten in gebruik is of is geweest. Voral die laatste voertuigen zijn vaak prachtig om te zien.


Historische Eisenbahn-Katastrophen. Einde Unfallchronik von 1840 bis 1926. Bernhard Püschel. Eisenbahn-Kurier, 1977. ISBN 3882558385.


Die grössten Eisenbahnkatastrophen. Gondrom Verlag, Bindlach 1997. ISBN 3811215809. Tja, waarom koop je zo'n boek? Het lag sterk afgeprijsd in het winkeltje van het Spoorwegmuseum.


Ein Vergleich britisher, US- und deutscher Bahnen. Schatten der Eisenbahn­geschichte Band 1. Hans-Joachim Ritzau, Dietmute Ritzau. Ritzau KG - Verlag Zeit und Eisenbahn. 1994. ISBN 9321304695.

Deutsche Eisenbahn-Katastrophen. Schatten der Eisenbahn­geschichte Band 4. Hans-Joachim Ritzau, Jürgen Hörstel, Thomas Wolski. Redaktion Dietmute Ritzau-Franz. Ritzau KG - Verlag Zeit und Eisenbahn. 1997. ISBN 9321304369.

Meer boeken uitgegeven door Hans-Joachim Ritzau, onder andere over spoorwegongelukken en over de fouten die daaraan ten grondslag zouden liggen.

 

Spectaculair is de foto die Christoph Thiele op 9 april 1993 bij Berlijn maakte, hangend uit een treinraampje. Een paar seconden later botste zijn trein frontaal tegen een andere trein. Drie doden, maar de fotograaf heeft het overleefd. Hij was na het ongeluk in shock en kon zich niet meer herinneren dat hij een foto had gemaakt. Tijdens werkzaamheden moest er verkeerd spoor worden gereden en toen is er in de communicatie iets heel erg fout gegaan.

Meer spoorwegongelukken.


Unfälle und Schadensfälle. Frans Kleindel. Verlag Pospischil, Wien 1980. Deel 13 in de serie Bahn in Bild. Een collectie Oostenrijkse spoorwegongelukken. Foto's met korte beschrijvingen, waarbij de auteur zelden iets vermeldt over eventuele slachtoffers. De trein staat dus centraal.


Tangiwai Disaster and 30 other railway accidents in New Zealand. Graham Stewart. Willison & Horton, Auckland, 1972.

Locomotief 949, een vertegenwoordiger van de Nieuw-Zeelandse KA Class, was op 24 december 1954 betrokken bij de Tangiwai Disaster. Toen de exprestrein van Wellington naar Auckland op de brug over de Whangaehu reed, werd deze brug plotseling weggeslagen door een enorme vloedgolf. Bij het ongeluk kwamen 151 mensen om het leven.


Historic Railway Disasters. O.S. Nock. Arrow Books, 1978 (3rd impression). ISBN 0099077205.

The history of the railways is punctuated by terrifying, unexpected disasters. Their circumstances vary widely but the results in human terms are tragically similar - devastation, loss of life, anguish. Durft u nog in te stappen?


The greatest disasters of the 20th century. Marshall Cavendish Publications, London 1975. ISBN 0856851353. Voor wie er niet genoeg van kan krijgen. Niet alleen de de Titanic (14 april 1912) en de Hindenburg, maar ook een paar grote spoorwegongevallen.

Op het omslag een foto van de ramp met het luchtschip (zeppelin) Hindenburg, dat op 6 mei 1937 tijdens de landing in de VS in brand vloog. Dit ongeluk betekende het einde van het Duitse avontuur met de zeppelin.

Frans Kruckenberg was aanvankelijk ook betrokken bij het ontwerp van luchtschepen, maar hij zag meer toekomst in snelle treinen omdat die niet van het weer afhankelijk waren. Zijn bekendste ontwerp is de Schienenzeppelin, een door een vliegtuigmotor aangedreven treinstel.


Train Wrecks. A pictorial review of accidents on the main line. Robert C. Reed. Bonanza Books, New York, 1968.


Trams in Trouble. Brian Hinchliffe. Pennine Publications Ltd, Sheffield 1990. ISBN 0946055076. Twee-assige dubbeldekkers, met een slechte wegligging en een hoog zwaartepunt. Fog, zodat de bestuurder niet kon zien waar hij reed. En dan lag er weer een tram op zijn kant. Maar er kwamen ook gewone botsingen en ontsporingen voor. Een stuk of zestig foto's uit de periode 1902-1945.


Trammelant. Een boekje vol "rampen". R.A.M. Platjouw. In 1989 uitgegeven in eigen beheer. De opbrengst van het boekje kwam geheel ten goede aan de door de bestuurders van GVB-lijn 2 opgezette "Zilvertram-actie" ter ondersteuning van een goed doel.

Grote collectie foto's van Amsterdamse trams en bussen die bij botsingen en ontsporingen betrokken waren. Meestal bleef het beperkt tot materiële schade.



overzicht      deel 1      deel 3





vorige       start       omhoog