Maartensdijk en het vroegere barometermuseum

Vroeger was er een leuke reden om Maartensdijk te bezoeken: dat was het barometermuseum van Bert Bolle. Vlak voor de sluiting, eind 1998, heb ik er foto's gemaakt. De teksten hieronder zijn voor een deel afgeleid uit de informatiefolders die in overvloed aanwezig waren in het museum. Het aardige van het museum was ook dat je er allerlei proeven kon doen. Barometers worden al eeuwenlang gebruikt als middel om het weer te voorspellen. Hoewel het weer mij niet echt interesseert, we merken het vanzelf, heb ik toch het een en ander in huis.

Na zijn verhuizing naar AustraliŽ heb ik nog enkele malen contact gehad met Bert Bolle. Zo heb ik hem geholpen met het verzamelen van materiaal voor zijn verhaal over het spoorwegongeluk bij Weesp in 1918. In oktober 2016 is Bert Bolle overleden.



 

Maartensdijk, 18 september 1998. Buitenplaats "Rustenhoven" is verkocht. Het barometermuseum van Bert Bolle is enkele weken na het maken van deze foto's gesloten en de eigenaar is met zijn vrouw naar AustraliŽ geŽmigreerd; zie verderop.


Stamgast van het museum was freule Wttewaal van Stoetwegen. (Een freule is een ongehuwde adellijke dame, en de W van Wttewael is eigenlijk een U die je als OE uitspreekt). Dit is een van Madame Tussaud's geleend beeld van een bekende CHU-politica uit de jaren 60 van de vorige eeuw. Ze zit hier niet vanwege haar reputatie op het gebied van barometers, maar misschien vanwege de politieke voorkeur van de eigenaar van het museum.

Bert Bolle handelde in barometers en bezat een restauratieatelier. Hij heeft ook diverse boeken op dit gebied op zijn naam staan. In zijn woonhuis richtte hij een museum in, en een winkeltje waar je barometers, thermometers en dergelijke kon kopen. Een aanleiding om met zijn zaak te stoppen en naar het buitenland te vertrekken, was de Nederlandse politiek. Op een bepaald moment bedacht men dat kwik een gevaarlijke stof is, en dat het restaureren (en opnieuw met kwik vullen) van barometers en thermometers verboden moest worden. Natuurlijk gold dit niet voor het vele kwik dat in tl-buizen wordt verwerkt, en dat eerder in het milieu terecht komt dan het kwik van die incidentele barometer die van de muur valt. Dit "kwikverbod" is overigens nog steeds niet van kracht.


 

Er bestaan verschillende soorten barometers. De oudste vorm is de buis van Torricelli. De Italiaan Torricelli legde in 1644 de grondslag voor de barometer. Hij vulde een aan ťťn kant gesloten glasbuis met kwik en plaatste die met de open kant naar beneden in een bak met kwik. Het kwik in de buis zakte tot ongeveer 76 boven de kwikspiegel in het bakje. De lengte van de kwikkolom is een maat voor de luchtdruk van dat moment. Stijgt de luchtdruk, dan stijgt het kwik in de buis. Rond 1675 ontwikkelde de Nederlander Christiaan Huygens een verbeterde versie van de barometer. Hij gebruikte een U-vormige buis met twee reservoirs en twee vloeistoffen, namelijk kwik en gekleurde alcohol of olie. Door een bepaalde diameter van de twee reservoirs te kiezen, was hij in staat de schaalverdeling enige malen te vergroten, wat het aflezen aanzienlijk vereenvoudigde. Een ander kenmerk van de Huygensschaal is, dat hij omgekeerd is aan die van Torricelli: bij Huygens daalt het niveau als de luchtdruk stijgt. Vandaar dat men ook wel over contrabarometers spreekt.


 

Een deel van de collectie weerhuisjes. Verderop meer over de werking van dit soort huisjes. Op de tweede foto een aantal reclamethermometers. De bekendste ontbreekt: dat is die van verzekeringsmaatschappij RVS, met een dame en een heer in silhouet, waarbij de heer zijn paraplu beschermend boven de dame houdt.


Het grootste voorwerp uit het museum was de door Bert Bolle zelf geconstrueerde waterbarometer. Dit is een 12 meter hoge buis, die tot in de lichtkoepel van de centrale hal doorliep. Dit apparaat demonstreert waarom Torricelli en Huygens kwik gebruikten voor hun barometers: kwik is een zwaar, vloeibaar metaal, dat door de luchtdruk maar ongeveer 76 centimeter omhoog kan worden geduwd. Water is veel lichter, en is daarom ongeschikt voor een hanteerbare barometer. Overigens aardig om je te realiseren dat we allemaal een kolom lucht boven ons hoofd hebben die evenveel weegt als een kolom van 12 meter water!

Na de sluiting van het museum is deze waterbarometer door Bert Bolle meegenomen naar AustraliŽ.


 

Je moest flink traplopen om bij de bovenkant van de waterbarometer te komen. Hier kon je aflezen hoeveel de luchtdruk op dat moment bedroeg. Op de tweede foto een afbeelding van het experiment met de Maagdeburger halve bollen. Dat waren twee halve, metalen bollen die tegen elkaar werden gehouden, waarna men de lucht ertussen wegpompte. De druk van de atmosfeer was zo sterk, dat de twee halve bollen zelfs door een stel paarden niet van elkaar waren te trekken.


Derde van links de stationsbarometer die in het natuurkundepraktikum van mijn middelbare school heeft gehangen: de Gemeentelijke HBS te Hilversum. Na een brand in 1990 is deze thermometer in het Barometermuseum terecht gekomen.

Op onze school deed het verhaal de ronde over een leraar die tijdens een natuurkundeproef zijn trouwring in een bakje met kwik had laten vallen. Goud lost op in kwik, dus als het echt is gebeurd zal die man thuis iets uit te leggen hebben gehad. Ook andere metalen vormen legeringen met kwik, behalve ijzer en platina.

Kwik is het enige metaal dat bij gewone temperatuur vloeibaar is. Het wordt pas bij 40 graden onder 0 vast en is dan met een mes te snijden. Het soortgelijk gewicht is 13,6. Een liter kwik weegt dus 13,6 kilo, terwijl een liter water 1 kilo weegt. Kwik is op zichzelf niet gevaarlijk, maar kan met andere stoffen wel zeer giftige verbindingen vormen. Je moet het niet met je blote handen aanraken. Ook kwikdamp is giftig. Kwik is erg duur, dus als ermee werd geknoeid was het de moeite waard om al die grappige kwikbolletjes met een speciaal zuigertje van de vloer te rapen.


 

De hal van het museum. Boven de trap hing een zogeheten banjobarometer. Dit is een barometer waarbij de luchtdruk kan worden afgelezen op een ronde wijzerschaal. Vaak zijn dat grote, kostbare pronkstukken, waar ook thermometers en andere apparaten in zijn verwerkt. De banjobarometer (genoemd naar het muziekinstrument) wordt ook wel wielkwikbarometer genoemd. De barometer met wielsysteem is in 1664 uitgevonden door de Engelse geleerde Robert Hooke. Aan de achterkant van de barometer zit een aangepaste kwikbuis van Torricelli. Op het kwik drijft een gewicht dat meebeweegt met de variaties in de luchtdruk. Aan het gewicht zit een draad die over een katrol loopt, en op de as van die katrol zit de wijzer gemonteerd die je aan de voorkant ziet. Op de tweede foto vitrines met onder andere door Bert Bolle ontworpen moderne en klassieke barometers en thermometers.


 

Gietijzeren stationsklok aan de gevel van het museum. Het uurwerk met ankergang zat aan de binnenkant. De klok is circa 1880 in Duitsland vervaardigd en is in gebruik geweest op een station bij de grens van Nederland. Via haakse overbrengingen wordt - dwars door de muur heen - het wijzergedeelte in de klok aangedreven. Op het uurwerk zit een instelrad om de wijzers van binnen uit gelijk te kunnen zetten. De stationschef zal regelmatig via de telegraaf de juiste tijd hebben doorgekregen. Tegenwoordig worden stationsklokken op afstand bediend. Meer over stationsklokken en spoortijden.


Medemblik, 9 augustus 1977. Een barometer uit 1878.


 

Een weerhuisje dat ik als aandenken kocht vlak voordat het museum werd gesloten. Weerhuisjes worden al eeuwenlang gemaakt. Veel mensen kennen er een weersvoorspellende waarde aan toe, maar die is maar zeer beperkt. Een weerhuisje reageert namelijk niet op de luchtdruk, maar op de vochtigheid van de omgeving. De poppetjes staan op een draaiplateautje dat aan een stukje geprepareerd schapedarmsnaar hangt. Bij droogte draait dat een beetje in elkaar, en bij vocht ontspant het zich. Als je zo'n huisje binnen neerzet, dan kom je dus alleen iets te weten over de luchtvochtigheid in je kamer. Alleen buiten kun je er iets weerskundigs van verwachten, maar in een vlak land als Nederland is dat maar heel beperkt. In bergachtige gebieden zegt een plotselinge verandering van de luchtvochtigheid en de temperatuur wel iets over het te verwachten weer. Vandaar dat weerhuisjes zo typisch Duits of Zwitsers zijn. Mijn weerhuisje heeft ook een kleine thermometer aan boord. Als het vochtig wordt, komt het mannetje naar buiten; wordt het droog dan komt het vrouwtje tevoorschijn.


De barometer op deze foto is van mijn zus, maar staat om een of andere reden al tientallen jaren bij mij. De eerste barometers werkten allemaal met kwik. Dat zijn dure en kwetsbare apparaten. Dit is een goedkope metaalbarometer.

In 1844 kreeg de Fransman Lucien Vidi patent op de zogeheten metaalbarometer of aneroÔdebarometer. AneroÔde is Grieks voor "zonder lucht". Het systeem bestaat uit een luchtledig gepompt rond metalen doosje, met een geribbelde deksel die door een stalen veer op spanning wordt gehouden. Als de luchtdruk stijgt, dan wordt de deksel iets ingedrukt. Deze beweging wordt via een hefboommechaniek overgebracht op een wijzer. Vaak is er een tweede wijzer die je met de hand kunt draaien. Die kun je gebruiken om een eerdere aflezing vast te leggen.

Vanwege de wrijving in het mechaniek is het verstandig om even tegen de barometer te tikken voordat je hem afleest. De wijzer springt dan naar de juiste stand. Je ziet dan meteen ook of de luchtdruk aan het stijgen of aan het dalen is. Want wat is de clou van barometers? Het is niet interessant om te weten of de luchtdruk hoog of laag is, maar of de luchtdruk aan het stijgen of dalen is. Het gaat dus om de trend. Is de luchtdruk aan het stijgen, dan is er beter weer op komst; een dalende luchtdruk voorspelt slecht weer.


Op de linkerfoto een in het museum gekocht donderglas, dat ik in 1994 voor mijn verjaardag kreeg. Donderglazen zijn de oudst bekende barometers; ze zijn al in 1619 beschreven. Ze werden onder andere vervaardigd door de glasindustrie rond Luik.

Een donderglas bestaat uit een peervorming reservoir met aan de voorzijde een tuit. Je vult het glas met water, waaraan je wat inkt kunt toevoegen om er een kleurtje aan te geven. Wanneer de luchtdruk stijgt, zal deze het water in de tuit omlaag drukken en de lucht in het reservoir iets samenpersen. Als de luchtdruk daalt, dan wordt het water in de tuit omhoog geduwd.

Bij een extreme luchtdrukdaling, bijvoorbeeld bij naderend onweer, kan het water in de tuit zelfs zover stijgen dat het eruit druppelt. Je hebt dan "gedonder in de glazen"! Het overlopende water komt terecht in het metalen bakje aan de voorzijde.

Op de tweede foto een Galilei-thermometer. Dit is een veel te goedkope, die ik bij de Xenos heb gekocht. Echte Galilei-thermometers zijn behoorlijk duur, want er komt veel handwerk bij te pas. Het principe is rond 1650 ontdekt door de Franse natuurkundige Jean Rey, maar ze worden genoemd naar de Italiaanse geleerde Galileo Galilei.

Voorwerpen in een vloeistof hebben de neiging te zinken als die vloeistof warm wordt. Wordt de vloeistof kouder dan neemt de opwaartse kracht toe. De voorwerpen in deze thermometer zijn glazen bolletjes die gedeeltelijk met een gekleurde vloeistof zijn gevuld. Het gewicht van de bolletjes is zodanig gekozen dat ze bij een geringe verandering van temperatuur gaan stijgen of dalen. Onder elk bolletje hangt een metalen schijfje met daarop een temperatuurwaarde. De juiste temperatuur wordt aangegeven door het onderste van de bovenin zwevende bolletjes.


 

Een oude en een moderne hygrometer. Met een hygrometer kun je de luchtvochtigheid meten. Of preciezer gezegd: de relatieve luchtvochtigheid. Lucht bevat altijd waterdamp. Hoe warmer de lucht is, hoe meer waterdamp de lucht kan bevatten. Als het buiten koud is en de ramen dus ook koud zijn, zie je de ramen beslaan: waterdamp wordt omgezet in water (condens). De relatieve vochtigheid geeft aan hoeveel waterdamp de lucht bij de heersende temperatuur bevat. Een waarde van 100% wijst op een maximum hoeveelheid waterdamp: de lucht is dan verzadigd. Zowel een te vochtige als een te droge atmosfeer wordt bij bepaalde temperaturen als onaangenaam ervaren. In het algemeen wordt in de huiskamer bij een temperatuur van 20 graden een vochtigheidsgraad van 60 ŗ 70% als aangenaam ervaren.

Op onze elektronische meter, die boven de thermostaat van de cv hangt, geeft een "smiley" aan hoe het er voor staat. Op deze foto is de luchtvochtigheid 60% bij een temperatuur van 18,5 graden. Het gezichtje kijkt droevig... Op de eerste foto een eenvoudige hygrometer die werkt volgens hetzelfde principe als het weerhuisje. Er zit een touwtje in dat krimpt als het droog wordt en uitzet als het vochtig wordt. Deze hygrometer had mijn vader in zijn donkere kamer hangen, maar ik weet niet of hij daar een speciale reden voor had. Als jonge onderzoeker heb ik ook zelf weleens een hygrometer gemaakt, van een lange mensenhaar.


Bunnik, 24 maart 2008. Moderne meteorologische apparatuur, waarmee ik temperatuur, luchtvochtigheid, windsnelheid en regenval kan meten. Het bijbehorende computertje levert betrouwbare weersvoorspellingen op. Dat gaat allemaal draadloos. Alleen bij sneeuwval moet ik naar buiten als ik precies wil weten hoeveel centimeter er gevallen is. Handleiding Alecto WS-3000 (pdf)



Bert Bolle in AustraliŽ

Na de sluiting van hun barometermuseum in Maartensdijk zijn Bert en Ethne Bolle naar Denmark, AustraliŽ geŽmigreerd. Daarna heb ik nog enkele malen contact met hem gehad. Zo heb ik hem geholpen met het verzamelen van materiaal voor zijn verhaal over het spoorwegongeluk bij Weesp in 1918 (zie verderop).

In oktober 2016 is Bert Bolle overleden. Op 16 april 2016 kwam hij nog aan het woord in een artikel in De Telegraaf, over in hoeverre je rekening moet houden met de zeden en etiquette van je vakantieland. Bert Bolle was daar duidelijk over: "Vroeger, als zakenman, deed ik tijdens mijn reizen altijd mijn best om mij aan het gastland aan te passen. Nu ik gepensioneerd ben, ben ik in het buitenland een toerist die zijn geld komt uitgeven, en is het mijn beurt. Dan passen ze zich in zo'n toeristenland maar mooi aan mij aan en dat gebeurt dan ook meestal. Ik kan het iedereen aanbevelen!"


The Albany Adviser, 1 april 2008. Bert Bolle met zijn waterbarometer die vroeger in Maartensdijk was te zien.


Reportage over de waterbarometer van Bert Bolle in Denmark (AustraliŽ) in 2008.


Advertentie in NRC Handelsblad, 20 april 2000. Puck Bolle treedt in de voetsporen van haar vader.


Rustenhoven jubileert

De buitenplaats Rustenhoven in Maartensdijk heeft vele jaren onderdak geboden aan het barometermuseum van Bert en Ethne Bolle. In september 2008 ontvingen wij het volgende bericht:

Buitenplaats Rustenhoven, waar wij bijna 25 jaar woonden, werd in 1758 gebouwd. Dat is op de kop af 250 jaar geleden. Rustenhoven is dit jaar dus jubilaris. Wij vonden het een aardig idee om Rustenhoven een eigen website te geven of, wat meer in stijl, een webhof. In de afgelopen maanden hebben we ons Rustenhoven-archief doorzocht en een webhof gecomponeerd over Rustenhoven. Wie weet volgt er ooit een uitgave in boekvorm.

De zojuist ten doop gehouden webhof bevat ruim 500 afbeeldingen, zoals oude kaarten, documenten, schilderijen en foto’s en telt twintig hoofdstukken die de geschiedenis van Rustenhoven en het gebied rond de hofstede behandelen vanaf de late Middeleeuwen tot heden. Er zit een hoofdstuk bij met vijftig anekdotes. Rustenhoven, door de schout Johan Swaving neergezet aan de noordwestelijke uitloper van de Utrechtse Heuvelrug, is het getuigenis van Stichtse rijkdom.

Ondanks de vele aanpassingen is het pand nog steeds van grote cultuurhistorische waarde. Kort na 2000 raakte het Rijksmonument helaas zijn meest markante ‘visitekaartje’ kwijt, namelijk het authentieke naambord waarop in bladgoud de naam Rustenhoven prijkte. Het unieke bord keerde nooit meer terug op zijn plek boven de voordeur en de huidige eigenaar werd niet van de verdwijning op de hoogte gesteld.

De webhof over Rustenhoven met zijn rijkdom aan historische informatie, foto’s en verhalen is op www.rustenhoven.net (verdwenen van het web) te zien. Dit is een uitnodiging om een kijkje te nemen en te genieten van de geschiedenis van het bijzondere buiten waar wij zoveel fijne jaren mochten hebben. Bert en Ethne Bolle, september 2008



De Amsterdamse Drosten

Bert Bolle heeft jaren gewerkt aan een boek over de familie Drost uit Amsterdam. Ook enkele families die zich met de Drosten vermengden komen aan bod. Het boek is ook interessant voor wie in de geschiedenis van Amsterdam is geÔnteresseerd. Het laatste hoofdstuk gaat over het grote treinongeluk in 1918 bij Weesp, waarbij een Drost was betrokken. Het boek is niet gedrukt; het is in juni 2009 verschenen als digitaal boek op cd-rom voor familie en betrokkenen in een beperkte oplage. Voor de verzending gebruikte Bert Bolle zijn eigen postzegel.

Spoorwegongeluk Weesp

Het volledige boek was ook via internet te lezen, want Bert was voorstander van gratis kennisoverdracht. Na zijn over­lijden in oktober 2016 is het boek echter van internet verdwenen. Het hoofdstuk over het spoorwegongeluk bij Weesp in 1918, waarvoor ik archiefonderzoek heb gedaan bij het Utrechts Archief en bij het Spoorwegmuseum, heb ik daarom overgenomen op mijn eigen site.




Zie ook:

Na het overlijden van Bert Bolle in oktober 2016 zijn z'n websites uit de lucht gehaald:

  • www.bertbolle.com
  • www.i-boek.com
  • www.rustenhoven.net



vorige       start       omhoog