Een vakantiehulp in Naarden-Bussum

door Edward Bary

Dit artikel is met toestemming en medewerking van de auteur overgenomen uit het informatiebulletin van de Stichting Mat’54 Hondekop-Vier (nummer 3, jaargang 2003). Foto's Nico Spilt, tenzij anders vermeld.




In de jaren 1965, 1966 en 1967 werkte ik als scholier in de zomervakanties als seizoenkracht op het station in Naarden-Bussum. Hilversum, mijn toenmalige woonplaats had meer voor de hand gelegen, maar daar was de vakantieplaats al bezet. De vakanties waren lang (acht weken) en daar kon je best een paar weken van werken. Dat hield onder meer in, dat je allerlei voorkomende klusjes moest doen die in die jaren op het station gedaan werden. Dat gebeurde zowel in de vroege dienst van 06.00 tot 14.00 als in de late dienst van 14.00 – 22.00 uur en ook in de weekenden.

De NS-organisatie was in die zestiger jaren nog erop gebaseerd, dat stations zelfstandige eenheden waren met als hoogste in functie een stationschef. Daarboven zaten de lijn- of districtchefs en die kwamen zo nu en dan eens op bezoek. In Naarden-Bussum was de heer Jansen toen stationschef; ik herinner mij hem als een gezaghebbende chef. Zwart uniform, pet en gouden strepen op de mouw: een teken van hoge waardigheid en gezag. Je had er heilig ontzag voor. Hij was gehuisvest op het middeneilandperron en zijn kantoor met veel ramen zag over alles uit. Van assistent Tiekstra kreeg ik wekelijks mijn loonzakje. Zo werd mijn eerste brommer gekocht en betaald met dit vakantiewerk. Wie nu op het Bussumse station rondkijkt kan nog steeds op een tegeltableau de naam "Stationschef" tegenkomen.

De stationschef van Naarden-Bussum was gehuisvest in een gebouwtje op het eilandperron. In het bewaard gebleven tegeltableau is dat vandaag de dag nog steeds duidelijk herkenbaar. 1 juli 2003.

Als scholier (en zeker als jong spoorhobbyist van rond 18, 19 jaar) was dat een hele leuke tijd: je verdiende niet alleen een leuk zakcentje met onregelmatigheidstoeslagen (!) en je kreeg vrijvervoerbiljetten voor elke gewerkte week (daar ging je dus zo ver mogelijk mee reizen in Nederland op fotosafari), maar je leerde ook al het reilen en zeilen op een station. Elke stoptrein moest in die jaren gecontroleerd worden op bagage- en expresgoed, veel fietsenvervoer in de zomerperiode (daar leerde je met 2 fietsen rijden), de bestemmingsbordjes met vertrekklok voor alle treinen met de hand bijhouden (Centrale Trein Aanwijzers, de zgn, CTA-bakken bestonden nog niet!), de trappen en perrons vegen, ’s middags diverse krantenpakken (Het Parool) die uit Amsterdam kwamen snel uit de bagage-afdeling van de trein op het perron deponeren en later met een handkar afvoeren naar het bagagedepot in de stationshal en zelfs vis uit IJmuiden lossen.

Deze vertrekklokjes waren vroeger op veel stations te zien. Er boven kon een langwerpig bestemmingsbordje gehangen worden voor de eerstvolgende trein. Deze klokjes waren de voorlopers van de latere Centrale Trein Aanwijzers (CTA’s met tijdaanwijzing en paletten) en de nieuwere digitale perronverwijzers (zoals o.m. nu in Amsterdam Centraal). Spoorwegmuseum, 2 juli 2003.

Je hielp de conducteurs een handje met het sluiten van de deuren (treinen met centrale deursluiting waren er nog nauwelijks, behalve Plan T mat.’64) en hielp reizigers met zware bagage wat ook weer de nodige fooitjes opleverde. Het overbrengen van die handkar van het middenperron naar het eerste perron waar het bagagedepot gevestigd was, liep via het gelijkvloerse overpad aan het einde van het eilandperron. Je moest een helling af en dan twee haakse bochten draaien. Een keer mislukte dat en kieperde ik met kar en kranten in het spoor. Het liep goed af, want het gebeurde onder de ogen van post T...

Maar er was ook veel tijd over om de hobbybril op te zetten; in die jaren beheersten mat 1936, mat 1946 en mat 1954 de Gooilijn. Dus al snel had je in de gaten hoe de materieelomloop in elkaar zat. En natuurlijk veel koffie drinken op post T (NX). Dat was het leukste; naast de treindienstleider achter de knoppen een "bakkie doen". Daardoor kwam ik in contact met een Hilversumse treindienstleider, Bert van Ommeren, bij wie ik regelmatig ook buiten de vakanties op de post zat en die mij alle kneepjes van het NX-bedieningssysteem heeft bijgebracht. Ik bracht vele zondagmiddagen door op post T in Hilversum en daar is mijn liefde voor dit systeem definitief ontstaan. Vooral het patatje halen bij de plaatselijke frietboer om de hoek was een terugkerend ritueel om die op post T gezamenlijk op te eten.

Treindienstleider Bert van Ommeren achter de knoppen van het NX-bedieningstoestel van post T in Hilversum; 18 oktober 1964. De NX-post Hilversum werd op 2 maart 1959 in dienst gesteld en kwam op 16 december 1996, tegelijk met post T in Naarden-Bussum, te vervallen. Foto Edward Bary.

In die tijd heb ik ook andere seinhuizen bezocht: Rotterdam CS, Amersfoort en Blauwkapel en sinds die tijd ben ik voor altijd verknocht geraakt aan het NX-beveiligingssysteem en maakte het voor altijd deel uit van mijn spoorse hobby. Dit systeem werd in de jaren negentig op grote schaal vervangen, eerst door het EBP-systeem (Electronische Bedien Post) en nog weer later door VPT (Vervoer Per Trein), het computergestuurde procesleidingsplan (met voorgeprogrammeerde rijwegen in tijdsvolgorde, de zgn. procesplanregels), dat zich geheel via beeldschermen afspeelt. Deze planregels kunnen automatisch ingesteld worden, waardoor de computer "het werk doet". Dit wordt ook wel ARI genoemd: Automatische Rijweg Instelling, waardoor de wissels en seinen bediend worden. De treindienstleider (procesleider) ziet toe op de tijdigheid daarvan en muteert en verwerkt de eventuele actuele vertragingen en wijzigingen (b.v. de treinvolgordewijzigingen en veranderingen in het spoorgebruik).

Post T (treindienstleider) te Naarden-Bussum. De NX-stationsrelaisbeveiliging werd op 2 november 1959 in dienst gesteld. Met de komst van procesleiding (in Amersfoort) op 16 december 1996 kwam aan de functie van deze NX-post een einde. Het bedieningstableau is bewaard gebleven en staat in de hal van de post in Amersfoort.

Maar NX behoorde bij mijn spoorse opvoeding; het was het mooiste beveiligingssysteem, dat ik meegemaakt heb. Als ik nu langs Hilversum en Naarden-Bussum reis, zie ik de gebouwtjes van post T er nog steeds staan, maar beide stations worden vanuit Amersfoort bediend, inclusief de handbediende overwegen in de Stationsweg/Larenseweg, km 28.260 (Hilversum) en de Zwarteweg/Comeniuslaan, km 21.917 (Bussum). Ik heb er dierbare herinneringen aan. Toen ik op een mooie voorjaarsdag in mei 1966 weer een zondags bezoek had gepland aan "mijn" post T in Hilversum kwam ik voor een moeilijke keuze te staan: zeilen op de Loosdrechtse plassen met een paar vrienden en vriendinnen of naar Post T. Het werd zeilen op Loosdrecht en die keuze gaf een andere, belangrijke wending aan mijn (spoorhobby)leven.

In oktober 1972 trad ik in dienst bij NS en heb in talrijke functies bij het bedrijf mijn loopbaan doorlopen, vanaf 1994 bij Railverkeersleiding (in Amsterdam), dat inmiddels samen met Railned en Railinfrabeheer is omgevormd tot ProRail. Mijn herinneringen aan de seinhuizen van Naarden-Bussum en Hilversum zijn mij dierbaar.

Op 26 maart 1977 passeert treinstel 766 over spoor 4 het station Naarden-Bussum, komend van Amsterdam en op weg naar Amersfoort en verder. Links is nog het laad- en losperron zichtbaar; deze plek is inmiddels ingericht als parkeerruimte. Dit treinstel is dankzij de Stichting Mat'54 Hondekop-Vier bewaard gebleven.



Zie ook:




vorige       start       omhoog