En wat beelden van de vroegere trams in en om deze stad.
|
|
|
Utrecht, 25 oktober 1976. Rode standaardbussen 221 en 258 aan het eindpunt van lijn 7/7S op het Kanaleneiland. Op de tweede foto een GVU-chauffeur op 8 december 1976. De bus vervoert een trouwgezelschap, vandaar dat de chauffeur keurig in uniform is gestoken, compleet met pet. |
|
|
|
Utrecht, april 1977. Standaard stadsbussen van DAF, zoals die jarenlang in de verschillende grote steden
rondreden. |
|
|
|
Utrecht, streekbusstation, 3 oktober 2008. Flauw grapje van mij: op de bus staat natuurlijk "Hart voor de klant". Ik heb niks tegen het GVU. Dat in de spits de lijnen 11 en 12 naar de Uithof overvol zijn, daar kan het bedrijf niets aan doen. Er had natuurlijk een sneltram aangelegd moeten worden toen men op de Uithof een universiteit en een groot ziekenhuis onderbracht. Wel hard zijn de lagevloerbussen van tegenwoordig. Die rijden bonkig en zijn voorzien van harde kuipstoeltjes. |
|
|
|
Utrecht, 9 september 2007. Journaliste maakt foto's van een medewerker van de Stichting Stichts Trammuseum (STM). In de achtergrond bijwagen 43 van de lijn Utrecht-Zeist van de voormalige NBM. De wagen stond deze dag aan het eindpunt van de sneltramlijn aan het Moreelsepark. De STM beschikt onder andere ook over motorwagen 20. De bijwagen is haar carričre begonnen als paardentram. Het doel van de STM is te komen tot een regionaal trammuseum annex museumlijntje in de omgeving van Utrecht. Zie http://home.kpn.nl/tram.001/TS/groepen/Stichts/STM.html. |
|
|
|
Utrecht, 30 augustus 2005. Ook in het Spoorwegmuseum is materieel van de NBM bewaard gebleven. Bijvoorbeeld dit paardentramrijtuig, dat in 1891 is gebouwd door Beijnes in Haarlem voor de Stichtse Tramway-Maatschappij (STM). Deze maatschappij exploiteerde vanaf 1878 de paardetram van Utrecht naar De Bilt en Zeist. In 1901 werd de dienst overgenomen door de Nederlandsche Buurtspoorweg-Maatschappij (NBM). De tramlijn werd in 1909 geëlektrificeerd. Ter hoogte De Bilt was een speciale dubbelpolige bovenleidingconstructie nodig, om storingen aan de apparatuur van het KNMI te voorkomen. De frames van de paardentramrijtuigen werden versterkt, zodat ze dienst konden doen in de elektrische trams. Dit gebeurde alleen bij mooi weer; achter een motorrijtuig hingen dan drie open rijtuigen. De lijn Utrecht-Zeist is in 1949 opgeheven. Diep in een kast liggen plannen om de sneltram Nieuwegein-Utrecht door te trekken naar Zeist, via universiteitcentrum De Uithof. |
|
De gemeentetram Utrecht. Door A. Steenmeijer. Uitg. Pirola, 1986. ISBN 9064550468. Geschiedenis van de paardetram en de elektrische tram in Utrecht, 1889-1939. |
|
|
De elektrische tram in en om Utrecht. Door Jan Reeskamp. Uitg. Wyt, Rotterdam 1970. ISBN 9060075226. Deel 3 uit de serie Trams en tramlijnen. Paardetrams in het centrum en het zuiden van Nederland. Door H.P. Kaper en J.H.S.M. Veen. Uitg. Wyt, Rotterdam 1974. ISBN 9060077024. Deel 29 in de serie Trams en tramlijnen. Over de paardetrams in en om Amersfoort, Utrecht, Zaltbommel, Breda, 's-Hertogenbosch, Eindhoven, Maastricht. |
|
|
Van Bosch en Hei en Zonneschijn. Per N.B.M. door Neęrland's Schoonste Dreven. A.W. Francken. N.V. Nederlandsche Buurtspoorweg Maatschappij te Zeist, 1938. De NBM exploiteerde in die tijd een elektrische tramlijn tussen Utrecht en Zeist, autobuslijnen tussen Utrecht en Zeist en tussen Utrecht en Doorn, een elektrische tramlijn Amersfoort-Zeist-Rhenen, en een buslijn Rhenen-Arnhem (tot februari 1937 was dat een elektrische tramlijn). |
|
|
Met de bus door de Domstad. Max Velthuis. Historische reeks Utrecht, deel 7. Matrijs Utrecht, 1986. ISBN 9070482312. De geschiedenis van de Utrechtse stadsbus vanaf 1889. |
|
Zie ook: