Dubbeldekkers (DDM, DD-AR, mDDM, DDZ)

Deze treinen worden getrokken of geduwd door een loc van de serie 1600 of 1700, of door een speciale motorwagen.

Het oudste materieel is DDM-1, dat in 1985 in dienst kwam. Hiermee werden treinen van zeven (later zes) rijtuigen samengesteld met als tractie een 1600 (later 1800). Het materieel was vooral gedacht als versterking tijdens de spits; buiten de spits zouden de locs andere diensten kunnen verrichten. De dertien stuurstandrijtuigen dragen elk een naam van een bedreigde diersoort. In 2016 zijn deze treinen een tweede leven begonnen, nu als combinatie van een 1700 met vier rijtuigen.

Tussen 1991 en 1996 kwam de tweede generatie dubbeldekkers in dienst: DDM-2 en DDM-3. Deze wordt aangeduid als DD-AR: DubbelDeks AggloRegiomaterieel. AgloRegio zou de nieuwe naam van de stoptreinen worden, maar die naam is nooit ingevoerd. Deze treinen bestaan uit vier (ook wel drie) rijtuigen en een 1700. Vanaf 1996 kwamen er vijftig motorrijtuigen (mDDM) die de plaats van 1700'en innamen; deze treinen bestaan uit een motorrijtuig en drie rijtuigen. Aan de uiteinden zijn deze treinstammen voorzien van automatische BSI-koppelingen, zodat er maximaal twee stammen gekoppeld kunnen rijden.

Tussen DDM-1 en DD-AR bestaat een duidelijk comfortverschil. DDM-1 is voorzien van dezelfde redelijk zachte rode banken als de oorspronkelijke Sprinters. In DD-AR zit je in de tweede klas op harde groene bankjes, in de eerste klas op iets minder harde blauwe stoeltjes.

In 2009 is een moderniseringsprogramma van het DD-AR-materieel begonnen. Het wordt daarbij geschikt gemaakt voor intercitydiensten. De aanduiding is DDZ (Dubbel Dekker Zones), ook wel NID (Nieuwe Intercity Dubbeldekker).



Amersfoort, 24 februari 1991. Een door zijn 1600 achtergelaten dubbeldekkerstam.


Amsterdam CS, 4 oktober 1991. Loc 1223 met enkele zojuist afgeleverde dubbeldekrijtuigen. De eerste generatie van deze rijtuigen is ontworpen om te worden getrokken of geduwd door locs serie 1600.


Madurodam, 29 mei 1993. Loc 1651 met een dubbeldekkerstam (DDM1).
In september 2010 is dit materieel in het grootbedrijf uit dienst gegaan.


Wenen, oktober 1987. Een dubbeldeksrijtuig van NS (met reclame voor de Staatsloterij, aan de andere kant voor het AD) was te gast bij het 150-jarig jubileum van de Oostenrijkse spoorwegen. De materieelshow vond plaats onder de naam 'Großer Bahnhof für große Züge' op het terrein van de Zugförderungsleitung Wien Nord. Helemaal links een stukje van een Oostenrijkse stoomloc, rechts dieselmotorrijtuig 6546 204. Collectie Nico Spilt.


Utrecht, 16 april 1998. Een nog jonge dubbeldekkermotorwagen (mDDM).


 

Baarn, 29 mei 1998. Een dubbeldekker op weg van Amersfoort naar Amsterdam. Dit is een treinstam van de tweede generatie. Deze werden aanvankelijk geduwd/getrokken door een loc serie 1700, later kwamen er motorwagens in dienst.


Hilversum, 18 april 2001. Loc 1701 duwt een dubbeldekker van Amsterdam naar Amersfoort. Rechts een trein naar Utrecht.


 

Rotterdam Centraal, 13 oktober 2002. Dubbeldekkertreinstel met motorwagen 7724. Deze motorwagens zijn korter dan normale rijtuigen en hebben drie tweeassige draaistellen (of dit in bochten goed werkt is ooit getest op een ingekorte Hondekopbak). Ze hebben het halve tractievermogen van een 1700, wat in feite betekent dat een 1700 te sterk is voor het rijden van dit soort treinen. Op de bovenverdieping kunnen passagiers plaatsnemen. Wat hier opvalt is dat het nauwelijks opvalt dat je in feite boven op een locomotief zit. De motorwagens kunnen zelfstandig, dus zonder trein, rijden, wat op de vrije baan natuurlijk nooit gebeurt, maar af en toe wel bij de werkplaats.


Breukelen, 22 juli 2003. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het steeds moeilijker om stoomlocomotieven te laten rijden, vanwege het oplopende kolentekort. Elektrische treinen reden nog wel, alleen bezat de NS geen e-locs. Daarom werden er trekkrachten gevormd, bestaande uit een aantal motorrijtuigen materieel '24 (Blokkendoos). Deze werden gebruikt voor het trekken van goederentreinen. Zestig jaar later zien we dit principe opnieuw toegepast. Het motorrijtuig op deze foto lijkt weinig moeite te hebben met deze zware containertrein, hoewel tijdens het aanzetten wel gebruik wordt gemaakt van de dieselloc die vanuit de cabine van het motorrijtuig wordt bediend.


Utrecht Centraal, 18 december 2002. Machinist wacht op zijn trein. Op het middenspoor een DD-motorwagen.


Weesp, 24 juli 2003. Een dubbeldekker op weg naar Almere verdwijnt onder het maaiveld. De trein rijdt onder de trein naar Hilversum door, van waaruit deze foto is gemaakt.


Maartensdijk, 12 maart 2004. Dubbeldekkers naar Utrecht resp. Hilversum.


Baarn, 21 juli 2004. Dubbeldekkers hebben extra brede deuren. Eerst draaien ze naar buiten, daarna schuiven ze nog verder open. Tweede foto: Bilthoven, 22 juli 2004. De stoptrein van Utrecht naar Zwolle rijdt tot Amersfoort als sneltrein.


Utrecht, 20 augustus 2005. De intercity naar Maastricht had een vastgelopen rem (dit is wat anders dan een warmloper: dat slaat op de aspot waar de as in ronddraait). Het oudere DD-materieel heeft hier wel vaker last van. Dit is op te lossen door de remmen van het draaistel af te sluiten en de remcilinder van het rijtuig leeg te laten lopen. De remvensters naast het draaistel worden weer groen en de trein kan zijn weg vervolgen. Later moeten dan wel de remblokken van het rijtuig worden vervangen. Deze trein liep ongeveer een half uur vertraging op. Foto Patrick A.


Driebergen, 12 mei 2012. Dolf Dijkstra kwam voorbij in een als intercity naar Schiphol rijdende DD-AR. Niet alleen de filmploeg in Bunnik was paraat, ook onze Driebergense fotograaf Marc Kessen.


Bunnik, 24 mei 2012. Loc 1726 met een DD-AR-stam op weg naar Rhenen (op de voorgrond mijn filmkamaraadje). Een jaar later, op 25 mei 2013, werd er een afscheidsrit georganiseerd door een internetforum, maar ik had toen al meer dan genoeg in dit soort treinen gezeten. Overigens zouden dergelijke samenstellingen (nu als loc met drie rijtuigen) later weer tijdelijk op de baan verschijnen.


Dubbel Dekker Zones (DDZ), of de Nieuwe Intercity Dubbeldekker (NID)

In 2009 is een moderniseringsprogramma van het DD-AR-materieel begonnen. Het wordt daarbij geschikt gemaakt voor intercitydiensten. De werktitel was DDZ: Dubbel Dekker Zones. In commerciële spoortaal: "Dit drukt uit, dat de filosofie van het ontwerp zit in het gebruik van zones: de zone werken & rust op de bovenverdieping en de zone voor ontmoeten & gezelligheid op de benedenverdieping. Hiermee wordt de behoefte ingevuld van de reiziger in de beleving van zijn treinreis, zoals ontwikkeld uit de reizigersprofielen, die uit onderzoek naar voren komen." De officiële aanduiding was NID: Nieuwe Intercity Dubbeldekker, maar in de praktijk is dat DDZ geworden.

De 30 stammen met vier rijtuigen hebben een nummer beginnend met 75, de 20 stammen met zes bakken een nummer beginnend met 76. Het volgnummer wordt bepaald door het nummer van het mDDM-motorstel (01 t/m 50).


Haarlem, 4 mei 2011. Het oudere dubbeldeks stoptreinmaterieel (DD-AR) wordt gemoderniseerd en zal daarna in de intercitydienst terecht komen. Rijtuig 270 7071 doet hier dienst als testobject. Duidelijk te zien zijn de gewijzigde kop en de beschildering in IC-kleuren. De treinen gaan bestaan uit twee zones: bovendeks is gedacht voor mensen die rustig willen reizen, benedendeks is voor bellers en andere gezellige reizigers. Foto's Willem Kruit.


Haarlem, 11 augustus 2011. DDZ/NID in wording.


Amersfoort, 23 september 2011. Betrapt in de bosjes. Links rijtuig 270 7071 dat dienst heeft gedaan als testobject voor het DDZ-ombouwprogramma. Rechts een van de vele Wadlopers die in Amersfoort terzijde stonden en die inmiddels zijn verdwenen naar Argentinië.


Bunnik (Marsdijk), 22 mei 2012. Het nieuwe NID-stel 7536 reed als 'Spoorwensdag Express' (www.spoorwensdag.nl) door het land. Still uit HD-filmpje.


Werkplaats Haarlem, 27 mei 2012. Gerenoveerde dubbeldekkers staan te wachten op de dingen die komen gaan. Foto Eric Jonkhout.


Utrecht, 1 april 2013. DDZ-treinstam 7504 (met gerenoveerde mDDM) in de stoptreindienst op Zwolle.


Het voorbeeld

Rotterdam Alexander, 21 februari 2005. Dit is een fotomontage: de kop van een DD-AR op het lichaam van een VIRM. En kijk nu nog eens naar de foto's hierboven! Onze jurist bezint zich op stappen richting NedTrain. Zie ook deze presentatie van Strukton, die kabels mag leveren en die betrokken is bij de "pre-tryout".


Utrecht Centraal, 28 juni 2003. Vooral op zomerse dagen puilen de fietsrijtuigen die tussen Limburg en Haarlem meerijden uit. Een extra fietsrijtuig aankoppelen is niet mogelijk, omdat de treinen dan te lang worden voor de perrons. Enkele meters speling is er echter nog wel, vandaar dat bij wijze van proef een van deze rijtuigen is verlengd. Hierbij is gebruik gemaakt van een deel van een uitgebrand koprijtuig.


In de jaren vijftig werd al gedacht aan dubbeldekstreinen. Ontwerp voor een nooit gebouwde dubbeldeksversie van mat.'46.



uit "Treinen" (1983)



Namen

De stuurstandrijtuigen van de eerste generatie dragen de naam van een bedreigde diersoort:

508426-37101 Kondor
508426-37102 Ooievaar
508426-37103 Bizon
508426-37104 Walvis
508426-37105 Neushoorn
508426-37106 Arend
508426-37107 Zeehond
508426-37108 Olifant
508426-37111 Tijger
508426-37112 Cheeta
508426-37113 Dolfijn
508426-37114 Otter
508426-37115 Panda

Meer namen en bijnamen.



Zie ook:




vorige       start       omhoog