Spoorwegongelukken


Uit de krant

Voor mij uitgeknipt door mijn vader, W. Spilt.


Op 19 juni 1953 botsten bij Weesp twee treinen op elkaar. De oorzaak lag in fouten van een treindienstleider en twee seinhuiswachters. Loc 1303 botste in volle vaart achterop een stilstaande trein (treinstel 642). Een conducteur van deze trein kwam om het leven, net als een passagier van de door de 1303 getrokken trein. Deze loc, die pas één jaar oud was, raakte zo zwaar beschadigd dat ze niet werd hersteld.

"Met razend geweld moet deze geweldige locomotief van de dijk gevallen zijn. Dit terwijl de wagenvoerder er in zat. Maar een zeer grote tegenwoordigheid van geest heeft deze wagenvoerder echter zijn leven gered. In de laatste seconde voor de botsing verliet hij zijn cabine, snelde door de nauwe gang in de locomotief naar achteren. Op dat ogenblik werd de cabine, waarin de wagenvoerder had gestaan een dodende massa puntig staal. Met hulp van buitenaf kon de wagenvoerder ongedeerd door een der kleine ronde ramen (zie pijl) de weg naar de vrijheid vinden." Uit Het Vrije Volk van 19 juni 1953, dat bijna twee pagina's wijdde aan dit ongeval.

Zie ook ongelukken bij Weesp.



Een Blauwe Engel ramde op 11 februari 1955 een auto op een onbewaakte overweg bij Doetinchem en sleurde de wagen een paar honderd meter mee. De bestuurder van de auto kwam om het leven.

(Foto uit het Algemeen Handelsblad van 12 februari 1955. Het Vrije Volk toonde die dag dezelfde foto, maar was zo kies om van het slachtoffer alleen de initialen te vermelden.)


Ontmoeting tussen locomotor 365 en treinstel 618. "Een puinhoop van verfrommeld ijzer bleef erover, toen gisteren op het station te Hoek van Holland een electrische personentrein op een locomotor, die met drie wagons van de Scandinavië-express rangeerde, was gebotst. De 46-jarige treinbestuurder T. Lanzer uit Rotterdam was bij het binnenkomen door een onveilig sein gereden. Hij kwam op een verkeerd spoor terecht en kon een botsing met de locomotor niet meer voorkomen. De passagiers bleven ongedeerd. Slechts vier leden van de schoonmaakploeg, die in de rangerende wagons aan het werk waren, liepen lichte verwondingen op." Het Vrije Volk, 23 februari 1955.


"Deze trieste ravage bleef over nadat gistermiddag op een onbewaakte overweg bij Beekbergen een met stenen geladen vrachtauto gegrepen werd door een goederentrein. De 47-jarige Apeldoornse chauffeur van de auto moest uit de wrakstukken gezaagd worden en bleek ernstig gewond. Vermoedelijk heeft hij ondanks het goede zicht de trein te laat gezien, en getracht door vol gas te geven aan een botsing te ontkomen. De bestuurder van de rangeerlocomotief liep slechts lichte verwondingen op. Van de trein ontspoorden twee wagens en de locomotief." Het Vrije Volk, 15 september 1959.


"Trein rijdt door onvelig sein in mist op goederenwagons." De bestuurder van deze trein miste een onveilig voorsein bij het Feijenoordstadion. Toen hij zijn fout ontdekte remde hij uit alle macht. Met een vaart van 30 km per uur reed hij de laatste vier wagons van een goederentrein in de flank. Gelukkig ontdekte men "dat in de solide stalen rijtuigen, gebouwd volgens het type 1954, niemand ernstig gewond was." Het Vrije Volk, 30 december 1963.


"Een personentrein, die met een vaart van ongeveer 45 km per uur het perron van Beverwijk voorbijschoot, botste vanmorgen frontaal op een met stenen geladen goederentrein. Veertien personen liepen verwondingen op. De remmen van de personentrein, die uit de richting Uitgeest kwam, moeten op het laatste moment hebben geweigerd." De goederentrein was geladen met stenen uit België, die bestemd waren voor de pier van IJmuiden. Door de gladheid was deze door twee locomotieven getrokken trein blijven hangen op de helling bij de Velser tunnel. De personentrein was afgeremd van 120 naar 45 km per uur, maar daarna remde de trein niet verder af. De machinist en een opzichter die in de cabine stond, zijn de trein ingerend om de passagiers te waarschuwen. Het Vrije Volk, 19 februari 1965.


"Vijfhonderd passagiers zijn als door een wonder aan de dood ontsnapt toen gisterenmiddag om half zes de trein bij Hedel uit de rails liep, kantelde en in een spoor van kapotgeslagen bovenleidingen, versplinterde biels en verbogen rails tot stilstand kwam. Zeven inzittenden liepen ernstige verwondingen op. (...) Machinist H.J. Kiggen (43) voelde het aankomen. 'Toen ik de brug opreed was het net alsof er met een klap iets tegen de trein sloeg. Ik reed toen 120 kilometer en zette meteen de remmen aan. Van de brug komend was de snelheid nog 70 km. De derde wagen van het treinstel liep toen uit de rails, waarna ook de andere wagens en de locomotief uit de spoorbaan werden gewrongen.'" Het Vrije Volk, 1 juni 1966.


Ontsporing koninklijke trein in 1917

Op 7 juni 1917 ontspoorde aan het eind van de middag bij Houten een trein. Aan deze trein waren twee koninklijke rijtuigen gekoppeld, waarin Koningin Wilhelmina zich bevond. Aan haar kalme optreden zou het te danken zijn dat er na de ontsporing geen paniek uitbrak. Voor een verslag van deze gebeurtenissen zie spoorwegongeluk.oudhouten.nl.


Weesp 1918

Twee foto's van het treinongeluk bij Weesp op 13 september 1918. De foto's komen uit de nalatenschap van de bij het ongeluk betrokken machinist, A.L. van Perge. Met dank aan zijn kleinzoon Kees van Perge.


Zandvoort 1928

Zandvoort, 7 januari 1928. Loc 1504 kon, vanwege een probleem met de remmen, niet meer op tijd stoppen. Meer over dit ongeluk in het thema Zandvoort.


Botsing bij Hedel, 1933

Hedel, 22 februari 1933. Vlak bij de enkelsporige spoorbrug zijn 's nachts twee goederentreinen op elkaar gereden: een lege kolentrein uit Utrecht en een goederentrein uit Den Bosch. Beide treinen reden niet snel. Een machinist en een leerlingmachinist raakten licht gewond, een remmer raakte ernstiger gewond en werd naar het ziekenhuis overgebracht. De twee locomotieven (3917 en 6309) waren niet ernstig beschadigd, maar verder was de materiële schade groot. Tussen Hedel en Den Bosch werden bussen ingezet, terwijl de sneltreinen tussen Utrecht en het zuiden werden omgeleid via Nijmegen of Rotterdam/Breda. Foto's uit "Het Zuiden", collectie Jo Schouenberg.


Utrecht Maliebaan, 1942

Utrecht, 10 augustus 1942. Een van het station Maliebaan komende stoomloc remt niet op tijd en duwt de houten wachtpost op de overweg in de Burgemeester Reigerstraat. De familie van mevrouw Van Wakeren, de overweg­wachteres, kijkt in de camera. Het brandspuithuisje op de linkerfoto bestaat nog steeds. Foto's collectie Fred Meijer.


Een ontsporing in Soest, 1955

"Ergens in het begin van de jaren 50 is er op station Soest een trein ontspoord. Dat kwam omdat de man achter de handles te vroeg de wissel omgooide. Gevolg was dat de achterste bak naar de andere kant van het perron reed. Trein kwam dus in een spagaat wat een ontsporing teweeg bracht. Ik heb de berging gezien als jochie van een jaar of 7. Zijn hier nog foto's of beschrijvingen van? Op internet kan ik niks vinden." (mail uit november 2016)

Ik krijg vrij regelmatig mails als deze. Inderdaad zijn er de afgelopen twee eeuwen nogal wat ongelukken gebeurd waarover op internet niets valt te vinden. Ook in boeken over deze materie vind je doorgaans alleen de meer spectaculaire gevallen. Maar inmiddels worden er steeds meer oude kranten online gezet. En wie zoals ik een beetje handig is, kan daar veel in terugvinden.

De ontsporing in Soest vond plaats op 25 april 1955. Een jonge stationsambtenaar had op eigen houtje een wissel omgelegd terwijl er een trein overheen reed. Dat leverde hem een scherpe terechtwijzing van de NS en een boete van 50 gulden op. Dit lezen we in een rechtbankverslag in De Telegraaf van 7 september 1955. (50 gulden in 1955 had dezelfde koopkracht als 170 euro in 2016)


gevonden via www.delpher.nl



Botsing bij Beesd, 1967

Op 25 augustus 1967 vond bij Beesd een frontale botsing plaats tussen een personentrein en een losse locomotief. De machinist van deze locomotief was door een onveilig sein gereden. De machinist en de conducteur van de personentrein kwamen om het leven. Deze foto bevindt zich in de collectie van Ronald Stoker, zoon van de om het leven gekomen conducteur. Hij heeft over dit ongeluk een website gemaakt: www.guusstoker.web-log.nl.


Geldrop 1961

Geldrop, 22 februari 1961. Een treinstel (233) is tegen een locomotief (2521) gereden. Persfoto "De Stem".

Trein 823 botste op een stilstaande DE-loc. In verband met revisie en wijziging van de linealenkast was het verband tussen wissels en seinen verbroken. Wissels 3 en 4 waren niet geklemd en lagen voor verkeerd spoor. Trein 823 had daarom niet zonder stoppen voor het inrijsein binnengenomen mogen worden. Een passagier werd gedood en er waren negen gewonden, waarvan twee van NS. Bron: Spoorwegongevallen in Nederland, R.T. Jongerius.


Ongevallen bij Gouda

Botsing bij Gouda, 1951

Op 21 juli 1951 botsten in Gouda twee dieseltreinstellen op elkaar die daar gecombineerd zouden worden. Op spoor III stond trein DE 11 uit Rotterdam Maas te wachten op trein DE 11 uit Den Haag Staatsspoor. Dat treindeel botste met grote snelheid op de stilstaande trein. Hierbij vielen twee doden, waaronder de machinist van de trein uit Den Haag, en 23 gewonden. De botsing was waarschijnlijk te wijten aan een onjuiste rembediening.

In de Eerste Kamer werden naar aanleiding van dit ongeluk vragen gesteld aan de minister:

VRAGEN van den heer Schoonenberg, betreffende het openbaar maken van de resultaten van het onderzoek naar de oorzaak van het treinongeluk, op 21 Juli 1951, te Gouda. (Ingezonden 25 Juli 1951.)

1. Is de Minister bereid, de resultaten van het onderzoek naar de oorzaak van het treinongeluk, op 21 Juli 1951 te Gouda, openbaar te maken?

2. Is de Minister bereid, in dat onderzoek mede te betrekken de vraag, of de diepere oorzaak van dat ernstige ongeluk kan zijn gelegen in een bij de Nederlandse Spoorwegen doorgevoerde rationalisatie, waardoor het personeel te sterk zou zijn ingekrompen en afdoende controle van het materieel bemoeilijkt zou zijn?

3. Indien uit dat onderzoek zou blijken, dat in de vorenbedoelde rationalisatie inderdaad de diepere oorzaak van het ongeval is gelegen, is de Minister dan bereid, zodanige maatregelen bij de Nederlandse Spoorwegen te bevorderen, dat ongelukken als gevolg van inkrimping van personeel en onvoldoende controle van het materieel in de toekomst worden voorkomen?

ANTWOORD van den heer Wemmers, Minister van Verkeer en Waterstaat. (Ingezonden 16 Augustus 1951.)

1. Ingevolge artikel 114 van het Algemeen Reglement Dienst heeft naar het treinongeluk te Gouda op 21 Juli 1951 een onderzoek plaats gevonden. Dit onderzoek werd onmiddellijk na het ongeval aangevangen door 4 deskundige hoofdambtenaren van de N.V. Nederlandsche Spoorwegen. Het onderzoek werd bijgewoond door een inspecteur van de gemeentepolitie van Gouda, alsmede door de hoofdingenieur van de Rijksverkeersinspectie, belast met het toezicht op de spoorwegen ter plaatse. Bij het onderzoek is gebleken, dat vóór het vertrek van de trein uit den Haag alle vereiste voorzorgs- en controlemaatregelen waren genomen en dat het treinstel daarbij in orde was bevonden voor de daarmede te verrichten dienst. In Gouda waren de voorgeschreven seinen aanwezig om de trein op bezet spoor binnen te nemen. Na het ongeval is het materieel nog eens aan een nauwkeurig onderzoek en bepaalde proeven onderworpen; daarbij zijn evenmin ongerechtigheden aan het licht gekomen. Als enige oorzaak kan als resultaat van het onderzoek dan ook slechts worden aangenomen een bedieningsfout van de bij het ongeval helaas omgekomen machinist-motortractie, welke fout ten gevolge had, dat bij het naderen van het station Gouda over onvoldoende luchtdruk voor afremming van de trein beschikt werd.

2 en 3. De omschakeling van het Nederlandsche Spoorwegen-bedrijf van stoom- naar electrische en diesel-electrische tractie gaat vanzelfsprekend gepaard met tal van maatregelen op materieel- en personeelsgebied. Bij al deze maatregelen staat het behoud van de grootst mogelijke veiligheid op de voorgrond. Strenge eisen ten aanzien van de toestand van het materieel en van de dienst- en rusttijden van het personeel zijn daarbij onvermijdelijk. Aan deze eisen wordt stipt de hand gehouden. Een onderzoek in dit opzicht is derhalve overbodig.


Botsing bij Gouda, 1973

Op 4 april 1973 botste trein 5575 ter hoogte van Driebruggen achterop de langzaam rijdende goederentrein 829841. Het gebeurde in de duisternis. De rode lamp in sein P732 was gedoofd. De goederentrein was niet van een sluitlantaarn voorzien. Machinist D.J. Polman van de personentrein kwam om het leven, zeven passagiers raakten gewond. De conducteur van deze trein was Jos Hovius, standplaats Utrecht. Het duurde lange tijd voordat hij weer op de trein aan het werk kon. Hij is daarbij deskundig begeleid door de NS, aldus zijn dochter Rosetta Hovius. Zij stuurde dit knipsel toe. Ze komt uit een echte spoorfamilie. Haar opa heeft nog op de Arend gereden als machinist, en al zijn zoons hebben bij de spoorwegen gewerkt. Jos Hovius heeft diverse keren op de koninklijke trein gereden met koningin Beatrix. Bij zijn veertigjarig jubileum kreeg hij een lintje voor onder andere zijn helfhaftige optreden na het treinongeluk in 1973. Het knipsel (iets beschadigd) komt uit een onbekende krant.


Botsing bij Gouda, 2008

In 2008 schampte een - door onoplettend personeel te vroeg vertrekkende - trein een passerende Thalys. Botsing bij Gouda (2008).



Op hol geslagen loc bij Venlo, 1963

Op 18 augustus 1963, aan het begin van de avond, was loc 1116 betrokken bij een ongeval bij Venlo. Een rangerende machinist was van de langzaam rijdende loc gesprongen en riep een verderop staande collega dat die de loc moest overnemen. Deze slaagde er echter niet in om op de loc te klimmen en toen ging het mis.

De e-locs 1100 en 1300 beschikten in de linkerhoek van de cabine over een hulpstuurstand ten behoeve van rangeren. Hiermee kon beperkt - slechts een aantal weerstandtrappen - in de seriestand geschakeld worden, zonder de dodeman te hoeven bedienen. De machinist in Venlo had deze hulprijcontroler in de eerste stand geschakeld alvorens af te stappen. Waarschijnlijk had hij daarbij de verwachting dat de loc stapvoets zou blijven rijden, maar dat bleek niet het geval. De onbemande loc reed in de richting van het hoofdspoor naar Blerick, naar de oude enkel­sporige Maasbrug.

De seinhuis­wachter keerde het gevaar van een mogelijke botsing met een tegentrein door een wissel om te gooien. Daardoor kwam de loc op een spoor dat reeds was aangelegd voor de nieuwe in aanbouw zijnde spoorbrug. Op het nieuwe landhoofd eindigde de rails zonder stootjuk. De rijdende loc stortte acht meter omlaag en bleef met de neus in de straatkasseien hangen op enkele meters van de Maas. Er raakte niemand gewond. Enkele juist onder de brug passerende fietsers werden net niet geraakt.

Na het ongeval werd de loc dag en nacht bewaakt door de Spoorweg­recherche. Bij de opruimings­werkzaam­heden, uitgevoerd door technici van de werkplaats Tilburg, werd geen gebruik gemaakt van een op rails rijdende kraan. Men achtte het risico te groot om een zware kraan met zware hijslast op het beschadigde landhoofd te gebruiken. De loc is daarom gedemonteerd en in delen op een dieplader afgevoerd. Hoewel de loc een metershoge val had gemaakt, viel de schade nogal mee. De voorzijde en de cabine waren weliswaar ingedeukt en ontzet, maar de machinekamer was nagenoeg intact. De loc is volledig hersteld.

Voor foto's zie www.archiefedwardbary.nl/...


Ongevallen met motorposten

Op 18 juli 1970 reed mP 3010 's nachts op de overweg in de Eperweg bij Nunspeet een busje aan. Hierbij kwamen vijf personen om het leven. Op 13 oktober 1970 was mP 3021 betrokken bij een ongeval in Beek-Elsloo. Beide motor­posten brandden volledig uit en zijn in 1974 gesloopt.

Op 29 juni 1972 was mP 3022 betrokken bij een botsing met een ertstrein bij Blauwkapel. Deze mP is daarna weer gerepareerd. Twee andere motorposten zijn bij branden verloren gegaan: mP 3008 in 1995, mP 3035 in 1990.


   Nunspeet, 3 augustus 1970. De uitgebrande mP 3010.


De verkeerde suikerfabriek

Op 13 april 1976 botste bij de Suiker Unie aan de Peizerweg in Groningen een trein (treinstel 129) tegen een vrachtwagen. Deze was met een enorme generator op weg van Frankrijk naar een andere suikerfabriek: CSM Vierverlaten te Hoogkerk. De chauffeur was verkeerd gereden en kwam via een landweggetje op een overweg terecht. Hij dacht dat dit een ongebruikt fabrieksspoor was en stapte uit om de weg te vragen. Toen er een trein aankwam, kon hij zijn vrachtwagen vanwege de zware lading niet meer op tijd wegkrijgen. Pieter Aikema, die deze foto's stuurde, was 7 jaar en zat met zijn tweelingbroer en zijn moeder in de trein. Ze zijn na de botsing door een sterke man uit de trein geholpen. Nadat ze bij een dichtbij gelegen bedrijf hun handen hadden gewassen, zijn ze met een taxi naar huis gegaan. Andere passagiers zijn opgehaald door een extra trein (zie krantenfoto; op het houten hek staat "HEK SLUITEN"). In het voorste deel van de trein waren de passagiers door de bodem gezakt, maar er waren alleen lichtgewonden. De machinist wist zich op tijd te redden door naar achteren te rennen. De kleurenfoto is gemaakt door de vader van Pieter Aikema (in die tijd machinist bij NS, maar niet betrokken bij dit ongeval). De beschadigde generator ging terug naar de fabriek in Frankrijk en is later in dat jaar alsnog in gebruik genomen. Anno 2010 draait de generator nog steeds. De fabriek in Hoogkerk is inmiddels overgenomen door Suiker Unie; de fabriek in Groningen waar het ongeluk gebeurde wordt op dit moment (mei 2010) gesloopt.



Ontspoorde meettrein, 31 oktober 1983

Rob van Ee, bij wie het copyright berust, was zo vriendelijk mij toestemming te geven om enkele van zijn foto's uit het boek Ongevallen op Nederlands spoor over te nemen. Dit boek wordt verderop beschreven.

Het betreft hier foto's van een ongeval op 31 oktober 1983 bij het voormalige station Oud-Heeze. Loc 1634, die met de CTO-meettrein onderweg was, reed met te hoge snelheid over een overloopwissel, ontspoorde en verwoeste een voormalige overwegwachterswoning. De bewoonster werd gedood, terwijl haar dochter en de machinist van de meettrein gewond raakten. De loc raakte zwaar beschadigd, evenals een van de twee rijtuigen Plan E. Het CTO-rijtuig kwam met een draaistel naast het spoor terecht en raakte tamelijk beschadigd.

De loc werd op 3 november 1983 met de Eindhovense ongevallenkraan en een particuliere kraan op andere draaistellen gezet, en werd naar de werkplaats Tilburg gebracht. De loc werd daar hersteld, of liever gezegd herbouwd. De loc werd later vernummerd in 1834 en draagt de naam Lelystad. Ook het CTO-rijtuig werd hersteld.

Op dezelfde plek bij Heeze zijn meer treinen ontspoord. Op 14 mei 1978 was treinstel 420 al eens terecht gekomen in de moestuin van de woning. Op 8 oktober 1986 ontspoorde een lege kalktrein, eveneens als gevolg van een te hoge snelheid op een overloopwissel. Bij dit ongeval waren de locomotieven 1141 (trekkracht), 1309 en 1642 (in opzending) betrokken. Loc 1141 werd ter plaatste gesloopt, de twee andere locs werden hersteld.


Utrecht, 14 juli 1989. Gezicht op het tijdelijke stoomlocdepot van NS 150. Links loc 3737 met daarachter DR 03 1010, rechts de "City of Truro". Op de achtergrond de Utrechtse ongevallenkraan, een van de twee in 1957 door Krupp gebouwde 104-tons kranen die de NS bezat. De andere ongevallenkraan stond in Eindhoven. Beide kranen zijn niet meer in bedrijf. Een experiment met een grote kraan die zowel over de weg als over de rails kon worden vervoerd is mislukt. Tegenwoordig huurt de NS in noodgevallen kranen van een particulier bedijf uit de omgeving. Een van de oude ongevallenkranen bevindt zich tegenwoordig bij de VSM, de andere (eigendom van het Spoorwegmuseum) bevindt zich bij de STAR.


Lelystad, 28 mei 1988. Materieelshow ter gelegenheid van de opening van de spoorlijn Almere-Lelystad (het traject Weesp-Almere was een jaar eerder in gebruik genomen). Onder andere was een van de twee ongevallenkranen van NS te zien. Foto Bart Gerrtisen.


Frontale botsing bij Amsterdam, 21 mei 2004

 

Op 21 mei 2004 vond bij Amsterdam Centraal een ongeval plaats, waarbij een uit het station vertrekkende lege trein frontaal botste met een binnenkomende trein, getrokken door loc 1838. Veel gewonde reizigers, waaronder twee zwaargewond. De machinist van de lege trein bleek een rood sein te hebben genegeerd. De ATB greep niet in, omdat deze niet werkt bij snelheden onder de 40 km/uur. Foto's hierboven Johann van Dijk, foto's hiernaast en hieronder John Hogaarts.

   

Foto links: loc 1838 op de Watergraafsmeer, 9 juni 2004. Foto Han Groen.

Zie ook het thema Door rood rijden.


Hierboven: Amsterdam, 15 augustus 2005. Een door loc 1760 geduwde trein ontspoorde op de plek waar al twee keer eerder een ontsporing plaatsvond. Er kwam ook een bovenleidingportaal naar beneden, zodat het treinverkeer aan de westelijke kant van het station volledig stil kwam te liggen. Foto Maarten Otto.

Hoe veilig is het rijden met geduwde treinen? Lees Push - Pull: the Hidden Dangers.

Hiernaast: Hilversum, 24 juli 2005. Loc 1760 in betere tijden, met een trein uit Duitsland op weg naar Amsterdam. Foto Remco van den Bosch.



Aanslag op ICE 223

Op 29 januari 2006 werd een poging gedaan om bij Oberhausen een trein te laten ontsporen. Gelukkig bleef het ICE-stel in de rails. De politie is op zoek naar een man met een zilverkleurige sportfiets die op die avond in de buurt is gesignaleerd. Foto Onno Swart (Emmerich, 9 februari 2006).



Amersfoort, 5 september 2006. Om 9.15 uur botste op station Amersfoort een goederenlocomotief van Rail4Chem tegen een vertrekkende reizigerstrein van NS. De reizigerstrein was een stoptrein uit de richting Amersfoort-Vathorst. Volgens de politie waren er zes gewonden, onder wie beide machinisten. De betrokken locs waren de NS 1844 en R4C 1203. Laatstgenoemde loc is door de botsing nogal krom komen te staan. Dit type loc (waaronder ook de Nederlandse 6400) staat bekend om zijn bodemplaat die weinig kan hebben. Naar verluidt zal de loc terugkeren naar fabrikant Vossloh, misschien dat die haar weer rechtkrijgt. Ook loc 1844 is flink gehavend en zal mogelijk terecht komen in de flinke mottenballenvloot met 1600'en en 1800'en. Foto's Remco van den Bosch.


Rotterdam Centraal, 20 november 2006. Om 10:00 uur zijn een Sprinter en een containertrein tegen elkaar aangereden. De oorzaak ligt bij een machinist die door rood is gereden. Twee containers met een lading whiskey (Jack Daniels) zijn opengebroken. De overige containers bevatten geen zware giftige stoffen en zijn nog intact, weet NRC Handelsblad te melden. Whiskey is dus een zwaar giftige stof, aldus deze wakkere middagkrant, en eigenlijk is dat ook wel zo. Foto Bert Stortenbeker.


Arnhem, 21 november 2006. Binnen 24 uur na de botsing in Rotterdam was het weer raak. Dit keer helaas wel met gewonden. Een loc Class 66 met ACTS-logo maar rijdend voor ERS, boorde zich in een Plan V. De machinist van de goederentrein reed door een rood sein. De personentrein kwam uit Zutphen. De twee treinen reden niet echt snel, maar de schade aan de Plan V is groot. Wat is een veilige plek om te gaan zitten, als treinreiziger? Ik ben door een tv-programma gevraagd om dat voor de camera te vertellen, maar dat doe ik niet. Ik heb daar geen tijd voor en ik heb het ook al op deze site uitgelegd. Foto's Michiel Jansen van Galen.

Arnhem Berg, 22 november 2006. Zo ziet treinstel 826 eruit na de botsing met een dieselloc, een dag eerder. De NS heeft er een handje van om verongelukt materieel in het zicht van op het perron wachtende reizigers te zetten, maar men heeft de wrakstukken nu wat prudenter weggezet. Foto Hugo Richter.


   

Arnhem Berg, 26 november 2006. De restanten van treinstel 826, gefotografeerd door de overburen. Met dank aan Jan de Kroon.


Harmelen, 8 januari 2012. Monument ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de treinramp op 8 januari 1962. Tussen de twee platen met namen door is de plek te zien waar toen twee treinen tegen elkaar botsten. Meer over dit ongeluk en het monument.


Frontale botsing in Duitsland (februari 2016)

Een frontale treinbotsing bij Bad Aibling, in februari 2016, is mogelijk het gevolg van een menselijke fout. De treindienstleider van dat station zou een trein ten onrechte hebben laten vertrekken terwijl het sein onveilig was. Dat kan gebeurd zijn met het zogeheten Ersatzsignal. Lees www.rp-online.de/...


Overwegbotsing bij Dalfsen (februari 2016)

De overwegbotsing bij Dalfsen in februari 2016, waarbij de machinist om het leven kwam, is het 118e treinongeval in Nederland met ten minste één dodelijk slachtoffer. Het eerste slachtoffer viel op 3 oktober 1843 tijdens een testrit op het baanvak Haarlem-Leiden. De meeste slachtoffers vielen op 8 januari 1962 bij de treinramp bij Harmelen: daar waren 93 doden te betreuren. In Nederland vonden naast Harmelen twee treinrampen plaats met meer dan tien slachtoffers: in 1918 bij Weesp (41 doden) en in 1976 bij Schiedam (24). De meeste gewonden vielen in 2012 bij Amsterdam: 1 dode en 136 gewonden. www.npogeschiedenis.nl/...


De lintenknipper van Winsum (november 2016)

Op een onbeveiligde overweg in Winsum hebben verschillende ernstige ongelukken plaatsgevonden. Na het laatste ongeluk, in november 2016, kreeg boer Willem Stavenga die vlakbij woont de schuld: hij zou niet willen meewerken aan een alternatief voor deze overweg. Die bewering kwam van ProRail en van de lokale lintenknipper, burgemeester Rinus Michels van Winsum. Maar het tegendeel bleek het geval: het waren juist de gemeente en ProRail die een oplossing bemoeilijkten. Dan laat ProRail-directeur Pier Eringa zien hoe je zoiets oplost. Hij stapt in zijn auto om persoonlijk excuses aan te bieden en om aan de keukentafel van de boer afspraken te maken. winsum.nieuws.nl/...

(Een onbeveiligde overweg wordt tegenwoordig eufemistisch aangeduid als 'niet actief beveiligde overweg'. De zogenaamde beveiliging bestaat slechts uit borden of andreaskruisen, soms een klaphek. Je moet zelf maar opletten of er geen trein aankomt.)


Spoorwegongevallen in Nederland, 1839-1993. Door R.T. Jongerius. Uitg. Schuyt & Co, Haarlem 1993. ISBN 9060973410. Nummer 22 in de boekenreeks van de NVBS. Uit de flaptekst: "Dit boek gaat vooral over de technische kant van spoorwegongevallen. Welke fouten werden er gemaakt; waren er defecten aan materieel, baan of beveiligingsapparatuur? ... Soms zijn ongevallen het gevolg van slordigheid en nalatigheid." Het boek is niet compleet: verschillende spectaculaire ongevallen worden niet eens genoemd in de tabellen achterin het boek. De auteur heeft geselecteerd op ongevallen waarbij doden zijn gevallen.


Ongevallen op Nederlands spoor. Door Rob & Marcel van Ee. Uitg. De Alk, Alkmaar 1997. ISBN 9060130677. Vader en zoon Van Ee hebben vanaf 1970 een groot aantal spoorwegongevallen gefotografeerd, variërend van ernstige botsingen tot dienstauto's die over de perronrand zijn gekukeld. In het boek worden ook de achtergronden beschreven. Een apart hoofdstuk is gewijd aan de calamiteitenorganisatie bij de Nederlandse Spoorwegen.


Naast het spoor. Door Rob Dragt. Uitg. Aprilis, 2005. ISBN 9059940865. Bij het transport over rails gebeurt ook 'naast' het spoor van alles. Treinen en trams raken defect, krijgen een aanrijding, ontsporen en worden beschadigd. Nieuwe en afgedankte locomotieven worden vaak over de weg getransporteerd met speciaal vervoer. Naast recente fotoreportages zijn ook foto's over dit onderwerp opgenomen van de afgelopen decennia, waardoor een goed beeld ontstaat van de technische ontwikkelingen van het transport en het hersporen van materieel.

Meer over dit boek.


Historische Eisenbahn-Katastrophen. Einde Unfallchronik von 1840 bis 1926. Door Bernhard Püschel. Uitg. Eisenbahn-Kurier, 1977. ISBN 3882558385.


Ein Vergleich britisher, US- und deutscher Bahnen. Schatten der Eisenbahn­geschichte Band 1. Hans-Joachim Ritzau, Dietmute Ritzau. Ritzau KG - Verlag Zeit und Eisenbahn. 1994. ISBN 9321304695.

Deutsche Eisenbahn-Katastrophen. Schatten der Eisenbahn­geschichte Band 4. Hans-Joachim Ritzau, Jürgen Hörstel, Thomas Wolski. Redaktion Dietmute Ritzau-Franz. Ritzau KG - Verlag Zeit und Eisenbahn. 1997. ISBN 9321304369.

Meer boeken uitgegeven door Hans-Joachim Ritzau, onder andere over spoorwegongelukken en over de fouten die daaraan ten grondslag zouden liggen.

 

Spectaculair is de foto die Christoph Thiele op 9 april 1993 bij Berlijn maakte, hangend uit een treinraampje. Een paar seconden later botste zijn trein frontaal tegen een andere trein. Drie doden, maar de fotograaf heeft het overleefd. Hij was na het ongeluk in shock en kon zich niet meer herinneren dat hij een foto had gemaakt. Tijdens werkzaamheden moest er verkeerd spoor worden gereden en toen is er in de communicatie iets heel erg fout gegaan.

Meer spoorwegongelukken.


Die grössten Eisenbahnkatastrophen. Gondrom Verlag, Bindlach 1997. ISBN 3811215809. Tja, waarom koop je zo'n boek? Het lag sterk afgeprijsd in het winkeltje van het Spoorwegmuseum.


Tangiwai Disaster and 30 other railway accidents in New Zealand. Door Graham Stewart. Willison & Horton, Auckland, 1972.

Locomotief 949, een vertegenwoordiger van de Nieuw-Zeelandse KA Class, was op 24 december 1954 betrokken bij de Tangiwai Disaster. Toen de exprestrein van Wellington naar Auckland op de brug over de Whangaehu reed, werd deze brug plotseling weggeslagen door een enorme vloedgolf. Bij het ongeluk kwamen 151 mensen om het leven.


Historic Railway Disasters. O.S. Nock. Arrow Books, 1978 (3rd impression). ISBN 0099077205.

The history of the railways is punctuated by terrifying, unexpected disasters. Their circumstances vary widely but the results in human terms are tragically similar - devastation, loss of life, anguish. Durft u nog in te stappen?


Train Wrecks. A pictorial review of accidents on the main line. Robert C. Reed. Bonanza Books, New York, 1968.


The greatest disasters of the 20th century. Marshall Cavendish Publications, London 1975. ISBN 0856851353. Voor wie er niet genoeg van kan krijgen. Niet alleen de Hindenburg en de Titanic, maar ook een paar grote spoorwegongevallen.


Unfälle und Schadensfälle. Door Frans Kleindel. Uitg. Verlag Pospischil, Wien 1980. Deel 13 in de serie Bahn in Bild. Een collectie Oostenrijks spoorwegongelukken. Foto's met korte beschrijvingen, waarbij de auteur zelden iets vermeldt over eventuele slachtoffers. De trein staat dus centraal.


Trams in Trouble. Door Brian Hinchliffe. Uitg. Pennine Publications Ltd, Sheffield 1990. ISBN 0946055076. Twee-assige dubbeldekkers, met een slechte wegligging en een hoog zwaartepunt. Fog, zodat de bestuurder niet kon zien waar hij reed. En dan lag er weer een tram op zijn kant. Maar er kwamen ook gewone botsingen en ontsporingen voor. Een stuk of zestig foto's uit de periode 1902-1945.


Trammelant. Een boekje vol "rampen". Door R.A.M. Platjouw. In 1989 uitgegeven in eigen beheer. De opbrengst van het boekje kwam geheel ten goede aan de door de bestuurders van GVB-lijn 2 opgezette "Zilvertram-actie" ter ondersteuning van een goed doel.

Grote collectie foto's van trams en bussen die bij botsingen en ontsporingen betrokken waren. Meestal bleef het beperkt tot materiële schade.



Zie ook:

Websites:



vorige       start       omhoog