KST 95: een lichtgewicht voor het zware werk

bron: Nieuw Spoor, 15e jaargang no. 6, juni 1962



Op een van de speurtochten naar machines en werktuigen voor het wegonderhoud, welke “jacht” werd ondernomen met het oog op de in 1961 te houden internationale tentoonstelling van mechanische wegonderhoudsmiddelen in Elst, ontdekte een van de organisatoren in een verborgen hoekje van de firma Plasser und Theurer een machine die meer dan zijn gewone belangstelling trok.


De KST 95 zoals deze op de tentoonstelling in Elst te zien was.

Wegens de grote orderportefeuille van deze firma in het Oostenrijkse Linz was men er nog niet toe gekomen de machine geheel af te bouwen. Toch was een vluchtige inspectie voldoende om onze NS-medewerker te doen uitroepen “die moet naar Elst”. Al of niet klaar, deze kleine machine voor het verdichten van het ballastbed onder de dwarsliggers, scheen alle elementen te bezitten om hem boven de bestaande zware stopmachines te verkiezen.

Het prototype van de KST 95 of “Kleinstopfgerät 95” zoals de officiële benaming is, kwam naar Nederland en inderdaad trok de machine die belangstelling die men bij de eerste ontdekking reeds verwachtte.

Nog onvolmaakt

Aan het prototype van de KST 95 diende echter nog wel het een en ander te worden gewijzigd alvorens men hem met succes zou kunnen inzetten. In overleg met de fabrikant bleef de kleine stopmachine enkele maanden in ons land om de gelegenheid te hebben gezamenlijk met de constructeurs te komen tot een machine die aan de uit de praktijk geboren wensen zou tegemoetkomen. Vooral met het oog op het werk in spoor op betonnen dwarsliggers in zigzag verband werden uitgebreide proeven genomen. Samen met een lijst van voorgestelde wijzigingen en verbeteringen keerde de machine naar Linz terug.

Gewijzigd type

November 1961 kwam de KST 95 weer naar ons land. Nu voor de grote vuurproef. De “herziene uitgave” was in lengte gegroeid. Het onderstel en het draagframe daarop waren ongeveer 37 cm verlengd in verband met de wens van NS de stopaggregaten zowel evenwijdig als verspringend te kunnen opstellen. Deze wijziging was op zich vrij gemakkelijk uit te voeren daar de stopaggregaten met hoekijzers en bouten aan het draagframe zijn bevestigd. Met name voor het zigzag spoor was deze wijziging van het grootste belang.

Succes

Tijdens de drie maanden dat de stopmachine op velerlei manieren werd ingezet kwamen de succesrijke resultaten naar voren. Niet alleen bleek de slechts 4,5 ton wegende machine de kwaliteiten te bezitten die we van de zware machines van 9 tot 18 ton mogen verwachten, ook de bediening van de KST 95 stelt niet zulke hoge eisen. Slechts één man behoeft te worden ingezet voor de bediening van o.a. de 36 pk dieselmotor die voor de aandrijving zorgt.


De “kleine Plasser” in de laatste versie is hier naast de baan geplaatst.

De kracht van de zestien stopijzers is gelijk aan die van de zware stopmachine en al naar gelang de lichthoogte stopt de "kleine Plasser”, zoals de KST 95 in de NS-mond heet, 100 tot 180 meter spoor per uur. De kleine Plasser rijdt op eigen kracht en bereikt een snelheid van 20 km/h.

Begin van dit jaar werd overgegaan tot de definitieve aankoop van de lichtste onder de zware stopmachines. Resultaat van innige samenwerking tussen industrie en spoorwegdeskundigen leidde tot de KST 95, die door zijn billijke prijs en grote voordelen spoedig een belangrijke plaats zal gaan bezetten in de rij van mechanische middelen ten dienste van het wegonderhoud bij de spoorwegen.



Zie ook:


vorige       start       omhoog