Industrieel spoor


 

Verkeerspark Assen, zomer 1959. Een door een locomotief van Spoorijzer getrokken treintje. Ik laat zien hoe lenig ik toen nog was. Foto's W. Spilt.


 

Klazienaveen (Drenthe), augustus 1968. Turfstekerij "Purit Mij" met smalspoormaterieel. Het locje is in 1948 gebouwd door Motor Rail Bedford, model Simplex type 20/28BHP. Via Orenstein & Koppel (O&K) Amsterdam is het in Klazienaveen terecht gekomen. In 1995 is al het materieel naar museumlijnen gegaan.


Vreeswijk, 5 september 1970, collectie van de heer K.A. Neve. Te zien zijn loc Spoorijzer 61 (O&K 11591 uit 1928) en stoomtractor Aveling & Porter (11296). Klik hier voor meer foto's.


De Efteling, 30 juli 1970 (links) en 13 augustus 1999 (onder). Stoomloc "Aagje" is een in 1911 door Orenstein & Koppel gebouwd locje dat dienst heeft gedaan bij steenfabriek IJsseloord in Arnhem. Het locje is aangepast aan de ideeën van Anton Pieck, de ontwerper van de Efteling. Zo heeft het bijvoorbeeld een losse tender gekregen, omdat het publiek die nu eenmaal verwacht bij een stoomloc. De Efteling bezit nog twee andere stoomlocjes, waaronder "Moortje" op de foto rechtsonder.

 

 

Laura & Vereeniging te Eygelshoven, 21 september 1970. De laatste actieve mijnlocomotieven in Nederland. Op de eerste foto een loc die tegenwoordig in bezit is van de Stoomtram Goes-Borsele. Op de tweede foto loc 14. Dit is een van de laatste Nederlandse stoomlocs in normale dienst geweest. Klik hier voor meer foto's.


 

Eindhoven, 24 februari 1973. Diesellocjes en rangeerauto van Philips. Klik hier voor meer.


 

IJmuiden, 26 mei 1973. Locs van het spoorwegbedrijf van de Hoogovens. Klik hier voor meer.


Purmerend Overwhere, 18 mei 1974. Een O&K-loc als monument, ter beschikking gesteld door aannemersbedrijf N.V. v/h A. de Groot & Zn. De loc is in 1922 gebouwd door Orenstein & Koppel, fabrieksnummer 10145. Een bijzonderheid is de plaatsing van de kolenbakken, die geheel in de cabine liggen. De loc is gekocht via Du Croo & Brauns. Deze naam staat vermeld op het driehoekige plaatje op het machinistenhuis. De aannemer beschikte over twee van deze machines. Na de oorlog zijn de machines in zeer slechte staat teruggevonden. Slechts één is gereviseerd. Aan het eind van de jaren zestig werd zij bij het station Purmerend Overwhere opgesteld. De loc draagt de naam Sandra, naar de kleindochter van de heer Groot. Sinds 1981 bevindt de loc zich bij de Nederlandse Smalspoor Stichting in Valkenburg ZH, die de Stoomtrein Valkenburgse Meer exploiteert.


Marlboro (loc Truusje)

Utrecht, 28 juni 2003. Loc 1302 en treinstel 273 op het buitenterrein van het Spoorwegmuseum. Maar wat zien wij daar links in beeld? Dat zou tegenwoordig niet meer kunnen: een locje beschilderd met sigarettenreclame.


Utrecht, 14 augustus 2003. Het Marlboro-locje van dichterbij gezien. Foto's Henk Keijser.

Het locje is in 1957 gebouwd door Klöckner-Humboldt-Deutz in Köln. Fabrieksnummer 56554, loctype A4L514. Het locje deed eerst dienst bij Westwaggon. Vanaf 1968 deed ze dienst bij een Duitse levensmiddelenfabriek: de Ölwerke Spyck van de Union Dt. Lebesmittel in Spyck nabij Kleef. In 1982 kwam het terecht bij sigarettenfabriek Phillip Morris in Bergen op Zoom, waar het in de Marlboro-kleuren werd beschilderd. In 1991 ontfermde de Stibans zich erover. Het locje, met de naam 'Truusje', stond lange tijd bij ConRail te Roosendaal, en verhuisde rond 2003 naar het Spoorwegmuseum. Daar voorzag zij het materieel van lucht voordat dit op reis ging in verband met de grote verbouwing van het museum. Hierna werd ze opgeborgen in de NSM-loods te Amersfoort, en eind 2005 gestald in Blerick. Begin 2008 is ze verkocht en overgebracht naar Tuddern in Duitsland, waar ze is te zien bij Eisparadies Penners, Milenerweg 25. Ze is groen geschilderd en wordt technisch bijgehouden. www.industriespoor.nl/Truusje.htm


 

Simpelveld, 13 december 2003. In de kolenmijnen deden op perslucht aangedreven locomotieven dienst. Onder de grond is het niet zo'n handig idee om verbrandingsmotoren te gebruiken, terwijl bij elektrische treinen de kans bestaat dat mijngas ontploft als gevolg van vonken. Op een perron van de ZLSM staat een dergelijk treintje opgesteld.


[beweeg muis naar de foto]
Kerkrade, 10 juli 2005. Een O&K-locje waarmee bij het Industrion rondritten werden gemaakt.
Simpelveld, 17 augustus 2008. Het locje is nu ondergebracht bij de ZLSM.


Geldrop, 3 november 2005. Rob Quaedvlieg fotografeerde bij een autosloperij dit door Orenstein & Koppel (O&K) gebouwde locje. De loc is gebouwd in 1953, heeft fabrieksnummer 25332 en is van het type MV2. De Gelderse Smalspoor Stichting (www.smalspoor.nl) bezit een identieke O&K-locomotief. Deze heeft fabrieksnummer 25336 en is gebouwd in 1954. Bij de GSS draagt ze het nummer 3. Waarschijnlijk behoorden beide locs eerst tot de verhuurvloot van O&K. In 1955 zijn ze terecht gekomen bij van Oord in Werkendam, daarna bij Van Baarssen in Halfweg waar ze tot 1988 hebben gereden. Daarna zijn de loc's naar Ahlmann in Ammerzoden gegaan. Volgens het standaardwerk "Smalspoor in bedrijf" van Henk Sluiters is de GSS-loc daar in 1990 weggehaald. De andere loc is dus op een of andere manier in Geldrop terecht gekomen. Het is (nog) niet bekend wat de sloperij voor plannen met deze loc heeft. Met dank aan Rogier Bennebroek voor de research.


Erica, 16 juni 2006. Een diesellocje vermomd als vuurloze stoomloc. Het locje heeft dienst gedaan op de Flevohof. Tegenwoordig bevindt het zich in het Industrieel Smalspoor Museum, www.smalspoorcentrum.nl. Foto Homan Bonder.


Gmeinder & Co

Gmeinder & Co GmbH. Lokomotiven- und Maschinenfabrik. Mosbach (Baden)
Het bedrijf vierde in 2013 zijn honderdjarig jubileum. www.gmeinder-lokomotiven.de

Loc V70.01 van de Mitteldeutsche Eisenbahn Gesellschaft (MEG), BW Furtwangen. Op het locje is de afleverdatum te lezen: 7.8.59. Fabrieksnummer 5117, vermogen 700 PS. Van dit type is slechts één exemplaar gebouwd; dit deed in 2012 nog steeds dienst. Fabrieksfoto (209/3) Gmeinder & Co.


Industrielocje uit circa 1956, mogelijk bestemd voor een chemische fabriek. Fabrieksfoto (R 17/7) Gmeinder & Co.


Eutingen, 14 september 1971. Loc 311 263 (type Kö I met mechanische overbrenging). Het locje is in 1934 gebouwd door Gmeinder & Co, fabrieksnummer 1183. Na de oorlog ging deze fabriek ook grotere versies met hydraulische overbrenging bouwen: de Köf II en Köf III. Meer over deze locs.


Shunter, Rotterdam

Rotterdam, 21 juni 2008. Loc 502 van de firma Shunter. Gebouwd door Orenstein-Koppel und Lübecker Maschinenbau onder fabrieksnummer 26584. Vermelding van het bouwjaar vond men kennelijk niet nodig, maar de loc is in mei 1967 geleverd aan de papierfabriek in Albbruck, een plaatsje dat ligt aan de Kanonenbahn. In 2006 is de loc via een handelaar terecht gekomen bij Shunter. Meer foto's bij Shunter.


Cabrio-loc

Zutphen, 7 maart 2009. Industrielocje in cabrio-uitvoering op het terrein van ProRail. Het locje is in 1965 gebouwd door O&K, type MC 14 N, fabrieksnummer 26537. Het heeft bij verschillende Duitse bedrijven dienst gedaan, tot het in 2007 terecht kwam bij Strukton in Den Bosch als onderdelenleverancier. Foto Martijn van Steenderen. Informatie: www.rangierdiesel.de.


Industrielocje, het allereenvoudigste model van Märklin. Het heeft niet eens een schakelrelais; de rijrichting kun je alleen veranderen met een pookje aan de loc zelf. Gelukkig heb ik een draaischijf!


Tiel, 30 september 2009. Deze locjes stonden als handelsobject te koop bij G. Vernooij op industrieterrein Kellen. Het zijn locs 99 en 100 van Emmtec (voorheen AKZO in Emmen), gebouwd door Deutz in 1958. Oorspronkelijk hebben ze bij de Staatsmijnen gereden. Op loc 99 is nog een nummerplaat van de Staatsmijnen aanwezig (SM 130). Dit locje is in oktober 2014 overgenomen door de Stichting tot Behoud van Mijnlocomotieven. Foto Gérard van Teeffelen.


Rijssens Leemspoor

Rijssens Nieuwsblad, 18 januari 2011. Zie ook www.leemspoor.nl.



Fort Kijkduin

Krantenbericht uit 1914 over een spoorlijntje dat bij Fort Kijkduin bij Den Helder heeft gelegen.

Het fort, in de kop van Noord-Holland, is te bezoeken: www.fortkijkduin.nl.



Oving N.V. Catalogus van de afdeling spoormaterieel, 7e uitgave. Jaren zestig.

Oving Spoor uit Hendrik-Ido-Ambacht leverde onder andere industrieel smalspoormaterieel, van spoorbaan, wissels, kipkarren tot diesellocjes.

Zie ook “De geschiedenis van Oving Spoor” door Gerard de Graaf in Op de Rails 2001-5 en 6.


Smalspoor in Nederland. Door H. Sluijters. Uitg. De Alk, Alkmaar 1985. ISBN 9060139232. "In dit boek wordt een spoorwegwereld beschreven waarin begrippen als snelheid en uiterlijke schoonheid volkomen onbekend zijn." Aldus de flaptekst van dit aardige boekje. Smalspoor werd vroeger veel gebruikt door aannemersbedrijven, in de grofkeramische industrie (bakstenen en dakpannen), bij veenderijen en voor militaire toepassingen. Tegenwoordig worden daar andere machines gebruikt, waar geen rails voor nodig zijn. Er is in Nederland het een en ander bewaard gebleven, niet alleen bij museumbedrijven maar bijvoorbeeld ook bij de Efteling, waar door Anton Pieck onder handen genomen smalspoorstoomlocjes dienst doen.


Nederlandse industrielocomotieven. De normaalsporige stoomlocomotieven van de niet-openbare spoorwegen. Door Hans de Herder. Uitg. Uquilair, 2007. ISBN 9071513599. Deel 23 in de boekenreeks van de NVBS.

Overzicht van de 464 normaalsporige industriestoomlocomotieven die er volgens de naspeuringen van de auteur in Nederland ooit dienst hebben gedaan.Een klein aantal van deze locs is bewaard gebleven bij verschillende museumorganisaties. Bij de SHM: 5, 8, 18, 23, 30. Bij de SSN: 6326, 8811. Bij de SGB: 1, 2, 3, 5, 4389. Bij de MBS: 2, 657. Bij de ZLSM: 8826. En in Engeland: 8815.

In 1994 verscheen de eerste druk van dit boek bij Schuyt & Co.


Nederlandse industrielocomotieven. Overzicht van in Nederland door aannemers, verhuurders en de industrie gebruikte smalsporige stoom­locomotieven. Door Hans de Herder. Uitg. Uquilair, 2001. ISBN 9071513416. Deel 36 in de boekenreeks van de NVBS.

In Nederland hebben smalsporige stoomlocomotieven ruim tachtig jaar hun arbeid verricht. Niet alleen hun werkterrein was zeer gevarieerd: zij waren actief bij het graven van kanalen, het aanlegen van wegen, het opwerpen van dijken of vervoer van klei. Maar ook de omvang van het werk kon variëren van het transport van één kiepwagen per daag tot het maken van verschillende ritten over lange afstanden met zware treinen met grond, zand of veen. Even gevarieerd als het werk dat zij verrichtten was de voor het werk geschiktste locomotief in te zetten kon de gebruiker een keuze maken uit exemplaren met verwarmde oppervlakten van de ketels van 7 m² tot 55 m². Veel locomotieven waren al van verre herkenbaar aan hun uiterlijk: dat was een Henschel, dat een O&K en die andere een Maffei. Ook aan de zware arbeidsomstandigheden voor het personeel op de locomotieven wordt aandacht geschonken.

Achterin het boek is een overzicht opgenomen van de eigenaars van de diverse locomotieven. Een aantal exemplaren is museaal bewaard gebleven, onder andere bij de Stoomtrein Valkenburgse Meer.


Industrielocomotieven. Motorlocomotieven op Nederlandse raccordementen en industriesporen. Door Henk Kolkman. Uitg. Uquilair, 2008. ISBN 9071513645. Deel 41 in de boekenreeks van de NVBS.

Industriespoor blijft doorgaans verborgen achter muren, hekken en barse portiers. Voor dit boek gingen de fabriekspoorten echter open. Tussen 1950 en 1965 was het de gouden tijd van de industrietractie en werden in Nederland tien tot twintig nieuwe industrielocomotieven per jaar geleverd. In totaal zijn er meer dan 400 geweest, maar anno 2008 bezitten nog steeds enkele tientallen particuliere bedrijven samen bijna 200 locomotieven, inclusief afdankertjes van NS en DB. Alle tractievormen komen in dit boek aan bod, van rangeerpaard tot rangeerrobot.

Aan dit boek heb ik een zeer bescheiden bijdrage mogen leveren. Op 21 juni 2008 was ik bij de boekpresentatie aanwezig.



Zie ook:

Websites:




vorige       start       omhoog