Friesland

Ik ben veel te weinig in Friesland geweest. De eerste keer was in 1969, toen ik met een Tienertoerkaart als een bezetene door het land reisde. De tweede keer was in 1970, toen we een bezoek brachten aan het planetarium in Franeker.

In 2000 zijn we per trein via Harlingen naar Vlieland gegaan, maar toen kwam van treinen fotograferen niets terecht. Pas op 4 augustus 2003 heb ik de schade een beetje ingehaald. In 2005 bezocht ik het Modelspoormuseum Sneek en in 2008 zijn we op museumbezoek in Heerenveen geweest.

Hieronder ook aandacht voor een boek over Dokkumer Lokaaltje van de NFLS.



Leeuwarden, 4 augustus 1957. Blauwe Engelen 89 en 90. Foto J. Oerlemans.


Leeuwarden, 2 juli 1969. Locomotor 244 met een koppelwagen en stroomlijnpostrijtuig Pec 908.


Leeuwarden, 2 juli 1969. Loc 2455, 1215 en 1155.


Leeuwarden, ca. 1969. Loc 1201 voor de Van Gend & Loos-loods. Collectie Mike Morant.


Leeuwarden, 19 juli 1983. Loc 2247. Foto Wim Vink.


Leeuwarden, 4 augustus 2003. Wadloper 3110. De grote Van Gend & Loos-loods is verdwenen.


Leeuwarden, circa 1969. Een nog blauwe Blauwe Engel vertrekt met een rode soortgenoot richting Staveren of Harlingen. Foto collectie Mike Morant.


 

Leeuwarden, 27 juli 1970. Treinstel 91 als trein naar Staveren (tegenwoordig Stavoren), links treinstel 382. Met treinstel 88 gingen wij naar Franeker. De arm is van mijn zus.


 

Franeker, 27 juli 1970. Sik 329 met een konvooi uit de richting Harlingen. Op de tweede foto treinstel 79, gadegeslagen door mijn broer.


 

Franeker, 27 juli 1970. Perronzijde van het station, met klassieke bedienpost.


 

Franeker, 27 juli 1970. Straatzijde van het station. Op de tweede foto bus 507 van de LABO naar Makkum.


Franeker, 4 augustus 2003. Het stationsgebouw is vervangen door een glazen hokje. De bus naar Makkum is tegenwoordig lijn 36 van NoordNed; de meeste ritten rijden alleen als zich telefonisch klanten hebben gemeld.

Een bekende bezienswaardigheid in Franeker is het planetarium van Eise Eisinga.


   

Harlingen, 27 juli 1970. Treinstel 88 als trein naar Leeuwarden (de tweede foto is ooit gepubliceerd in een NVBS-kalender). De kleurenfoto's zijn gemaakt op 4 augustus 2003. Aan de straatzijde van het station is weinig veranderd, alleen is het station sinds 31 mei 1999 niet meer in gebruik. Langs het perron treinstel 3209 op weg naar Harlingen-Haven.


 

Harlingen Haven, 27 juli 1970. VAM-station en waterkering.


 

Heerenveen, 23 april 2005. Vertakkingssein, gebruikt op een plaats waar zowel een aftakking naar rechts als naar links lag. Het seinbeeld geeft aan dat het rechtdoorgaande spoor vrij is, maar ook dat het volgende hoofdsein onveilig staat. De armen zijn aan de achterzijde zwart/wit geschilderd. Langs het perron is de neus van motorrijtuig 41 te zien.


In 2002 werd er, zoals elk jaar, in het Friese Jorwerd een "Iepenloftspul" georganiseerd: amateurtoneel in de openlucht. Het stuk dat speelde was "De feint fan twa masters" ("De knecht van twee meesters" van schrijver Carlo Goldoni) en voor de gelegenheid hadden de Jorwerters bedacht langs de spoorlijn Leeuwarden-Sneek maar een eigen station in de richten om het massaal toestromende publiek beter af te kunnen handelen dan wanneer ze allemaal met de auto kwamen. Foto Maarten Festen.


 

Leeuwarden, 4 augustus 2003. Treinstel 3447 van NoordNed doet dienst op de lijn naar Groningen.


Leeuwarden, 4 augustus 2003. "Wadfietser" 3106. Door stoelen weg te halen is in dit motorrijtuig meer ruimte gecreŰerd voor het meenemen van fietsen.


Leeuwarden, eind jaren 70. We zien hier onder andere de koppen van treinstel 732 en 391 (beide stellen zijn gedeeltelijk verloren gegaan, van de restanten is in 1974 een nieuw treinstel 391 samengesteld). In het midden de koppen van een Sprinter en van een motorpost. In de loods stonden ook een kop van de uitgebrande Plan V 878 en een kop die later op treinstel 184 terecht is gekomen. Foto Hans Elzinga.


Sneek, 3 maart 2005. Wim Hoekema maakte deze fraaie foto van DH2 3230 in de sneeuw.


Mantgum, 29 oktober 2006. Treinstel 186 van de HSA tijdens een rondrit van de Friese Modelbaan Club. Foto Dennis Revier.


Leeuwarden, 28 december 2006. Twee ICM'en die beide het gevaarsein tonen: een witte koplamp en twee rode sluitlichten. Dit sein wordt gebruikt om tegemoetkomende treinen te waarschuwen dat er een ongeval is gebeurd. Op deze kopsporen heeft het sein een andere betekenis: er wordt mee aangegeven dat de stuurstroom van de trein aan die zijde nog is ingeschakeld. Dit is een ongeschreven locale regel in Leeuwarden. In Den Haag Centraal geeft men dit aan door de cabineverlichting te laten branden. Foto en toelichting Hendrik Spek.



Dokkumer Lokaaltje

Opkomst en ondergang van de Noord-Friesche Locaal-Spoorwegmaatschappij

Het vroegere lokaalspoor in Noord-Friesland - bekend als het Dokkumer Lokaaltje - ontsloot het gebied ten noorden van de denkbeeldige lijn Harlingen - Leeuwarden - Buitenpost en spreekt nog altijd velen tot de verbeelding. Maar een degelijke geschiedschrijving ontbrak tot op heden.

Met dit rijk ge´llustreerde standaardwerk krijgt de lezer een uitgebreide beschrijving van de opkomst en de ondergang van de spoorweg­maatschappij NFLS en haar lijnen in handen. Op een toegankelijke, verhalende wijze wordt de geschiedenis van het lokaalspoor - gelardeerd met tientallen anekdotes - aan de vergetelheid onttrokken. Daarnaast wordt uitgebreid aandacht besteed aan de met het lokaalspoor concurrerende (stoom)tram- en buslijnen.

Dit boek is niet alleen bedoeld voor liefhebbers van trein, tram en bus, maar voor iedereen die ge´nteresseerd is in de Noord-Friese streekgeschiedenis. Als aanvulling op dit standaardwerk is een website* met aanvullende informatie ontwikkeld en kan een speciale app worden gedownload die de weg wijst naar de restanten van het lokaalspoor.

De hoofdauteur, Oege Kleijne (1956), heeft vele tientallen jaren gewerkt als verslaggever, fotograaf, eind- en hoofd­redacteur bij diverse vakbladen. Uitgeverij Gegarandeerd Onregelmatig, 2013. Gebonden, 520 pagina's, afmetingen 31 x 24 x 5,6 cm, gewicht 2,5 kilo. Veel zwartwitfoto's en tekeningen; vier kleurkaternen. ISBN 9789078641292. Prijs Ç 49,95. Nummer 47 in de boekenreeks van de NVBS.

* Merkwaardigerwijs wordt de naam van de website niet in het boek vermeld; de link is www.nfls.nl. Jammer is het dat diverse foto's zijn bedorven doordat ze over de vouw van het boek zijn geplaatst. Aan dit boek heb ik een kleine, onzichtbare bijdrage mogen leveren (mijn naam staat op pagina 520).


Meer van Oege Kleijne:



Stoomlocs van de NFLS

NFLS 1-10, later HSM 1051-1060, NS 7101-7110. Gebouwd in 1901-1902 door Hohenzollern voor de Noord-Friesche Locaal-Spoorwegmaatschappij (NFLS). De NFLS exploiteerde spoorlijnen ten noorden van Leeuwarden, met Stiens als centrum. In 1905 werd de exploitatie overgenomen door de HSM. Later kwamen deze locs in de rangeerdienst terecht. De standplaats van de machinist was links. Bij de meeste locomotieven werd de regulateursleutel vervangen door een dubbele regulateurhandel, zodat de regulateur ook vanaf de leerlingzijde van de loc te bedienen was.


Loc 1 van de NFLS. Plaatje uit het Van Nelle-album locomotieven van vroeger.


Juten zak van de Zaai- en Pootgoed Co÷peratie (ZPC) uit Stiens. Bij ons in gebruik als de zak van Sinterklaas.

De ZPC heeft jarenlang gebruik gemaakt van de diensten van de NFLS: de Noord-Friesche Locaalspoorweg-Maatschappij.


Bob den Uyl en Visvliet

Halte Visvliet op het omslag van het boek "Het reizen vereist sterke zenuwen" van Bob den Uyl. In 1989 zat de schrijver in de trein, en verheugde zich op het weerzien met het stationsgebouwtje van Visvliet. Hoewel dat niemand in de weg stond, bleek het te zijn vervangen door "een miezerig, transparant tramhuisje". Iedereen dacht dat het gebouwtje op de monumentenlijst stond, maar dat bleek niet zo te zijn. Als een dief in de nacht heeft NS het gesloopt. De halte Visvliet is in 1991 opgeheven.

(Vergelijk ook de foto's van Franeker, hierboven.)


In het kader van een boekenweek zat ik in de trein van Leeuwarden naar Groningen en verheugde me al bij voorbaat op het stationsgebouwtje van Visvliet. Voor mensen die niet in noordelijke streken bekend zijn zeg ik erbij dat dit stationnetje eenzaam temidden van de weilanden staat en bij nadering voor je oprijst als een surrealistisch bouwwerk, bij het zien waarvan de mond openvalt van de schoonheidservaring. Het dorp Visvliet zelf is niet te zien, dat ligt aan de horizon verscholen achter een groepje bomen, en het verband tussen dorp en station dringt zich hierdoor niet direct op. Alles bijeen een unieke plek.

Toen de trein begon af te remmen voor de halte Visvliet keek ik vol vertrouwen uit het raam om het genot dat de aanblik van dit gebouwtje biedt op me in te laten werken. Maar ik zag het niet, het was weg! Toen de trein stilstond ontwaardde ik een miezerig, transparant tramhuisje met een bordje erop: Visvliet. Ik keek naar de horizon en zag een groepje bomen met een torenspits er bovenuit. Het kon niet missen, dit was echt Visvliet. Verbijsterd liet ik me op de bank terugvallen en kon niet anders dan vaststellen dat de NS het gebouwtje hadden laten slopen. En het stond nog wel op de monumentenlijst, schoot me te binnen. Als Rotterdammer ben ik natuurlijk vertrouwd met het verschijnsel dat waardevolle gebouwen rŘcksichtslos worden afgebroken, maar hier, in dit vriendelijk Friesland, zou dat toch anders moeten liggen. Was er dan niet geprotesteerd en gedemonstreerd?

In Groningen aangekomen belde ik op het station direct naar een kennis bij het grootste dagblad aldaar. 'Wist jij', zei ik, 'dat het stationnetje van Visvliet afgebroken is?' 'Ja', antwoordde hij somber, 'stiekem in een razend tempo gesloopt'. Ik vloekte. 'Maar het stond toch op de monumentenlijst', riep ik weer. 'Ha!' zei hij steeds bitterder, 'dat dacht iedereen. Daarom was niemand erop verdacht. Maar toen we die lijst 's doorkeken bleek dat het er niet op stond.' Er volgde een stilte. 'Dit is een groot verlies voor heel Nederland,' zei ik toen, waarna we een tijd en een etablissement afspraken om het gebeurde nog eens grondig te bespreken.

Uit "Altijd en alleen maar boeken" - 3, in "Het land is niet ondankbaar", 1989


Planetarium Franeker. Tweede druk, 1959. De ontstaansgeschiedenis en werking van het planetarium wordt in dit boekje beschreven. Aanleiding voor de bouw was de paniek die onder de Friese bevolking was ontstaan over een merkwaardig hemelverschijnsel op zondag 8 mei 1774, toen de planeten Mercurius, Venus, Mars en Jupiter met de maan samen in het hemelteken Aries-Ram stonden. Volgens een lokale predikant zou als gevolg hiervan de wereld vergaan. Eise Eisinga besloot toen om een planetarium te bouwen om zijn tijdgenoten een beter inzicht in de loop van de hemellichamen te geven. In 1781 was het planeterium gereed. Het werkt nog steeds en kan worden bezichtigd, op loopafstand van station Franeker.


De stoomtrams van Friesland en N.W. Overijssel. Door L. Bijkerk e.a. Uitg. Wyt, Rotterdam 1972 (1e gecorr. bijdruk 1974). ISBN 9060076222. Deel 12 uit de serie Trams en tramlijnen.


Reisgids voor Friesland. Spoor-, tram-, autobus- en bootdiensten. Zomerdienst 15 mei 1939.

Aangeboden aan de abonnÚ's van het Nieuwsblad van Friesland.


Friesland rond per tram. 1880-1948. De geschiedenis van het trambedrijf van de Nederlandsche Tramweg Maatschappij. Het hoofdkantoor van de NTM was gevestigd in Heerenveen. Door J.J. Tiedema en J.J. Buikstra. Uitg. Schuyt & Co, Haarlem 1994. ISBN 9060973720. Deel 25 in de boekenreeks van de NVBS.


Zie ook:




vorige       start       omhoog