Denemarken

Danske Statsbaner (DSB) = Deense staatsspoorwegen



Danske øl

Something is rotten in the state of Denmark (Marcellus in "Hamlet", Shakespeare). Maar het bier is er prima!


Odense, 7 september 2010. Het team van Langs de rails bracht een bezoek aan Odense (het Deense spoorwegmuseum) en aan Ängelholm (een van de twee Zweedse spoorwegmusea). Hier poseren wij in een Deense voorstadstrein.


Odense, 7 september 2010. Twee van de bewaard gebleven Deense stoomlocomotieven. Net als bij Deense schepen zit om de schoorsteen een rood-wit-rode band.


 

Odense, 7 september 2010. Loc P 125, in 1882 gebouwd door Hohenzollern. Deze loc was bestemd voor lijnen met een zeer lichte bovenbouw (17,5 kg/m). Eigenlijk staat deze locomotief verkeerd opgesteld, want de normale rijrichting was met de schoorsteen achter. Onder de tender zit daarom een speciaal draaistel (Busse's patent). Ook zit aan die kant van de loc een koeievanger. Eigenlijk is dit een soort Cab Foreward. De loc was gebouwd voor eenmanbediening, vandaar de kleine cabine, maar in de praktijk deden er toch altijd twee man dienst. De serie bestond uit twaalf locs. Loc 125 heeft dienstgedaan tot 1948. Zwartwitfoto en tekening komen uit een oude museumcatalogus.


Marylin Monroe

Odense (spoorwegmuseum), 7 september 2010. Modellen van twee DSB-locomotieven. Loc 1001 is een vertegenwoordiger van een grote serie, gebouwd door het Zweedse NoHAB onder licentie van General Motors. Dat kunnen wij ook, dacht de Deense locomotiefindustrie, en die kwam in 1957 met een eigen ontwerp. Hiervan zijn slechts twee exemplaren gebouwd: MY 1201 "Marylin Monroe" en MY 1202 "My Fair Lady". Deze locomotieven waren geen succes en zijn vrij snel gesloopt. Meer namen en bijnamen.


Odense, 7 september 2010. DSB-loc 1112 uit 1956. Meer Bolle Neuzen.


Odense (spoorwegmuseum), 7 september 2010. Aan boord van loc 1112. Ik heb dit even voor u getest: de machinist heeft het niet ruim in deze verder stoer uitziende locs. Een aardigheidje is de film die je vanuit de cabine kunt zien. Er zijn diverse andere locs van dit type bewaard gebleven. Anno 2010 waren er zelfs nog verschillende in actieve dienst. Zo zag ik vanuit ons hotel in Odense 's ochtends twee exemplaren richting Nyborg rijden, met een korte keteltrein.


De Nord-Express op de lijn Vejle-Frederica, getrokken door een nieuwe dieselelektrische loc van 1500 pk. Bron: "Danske Statsbaner 1954". Rechts twee voorseinen, herkenbaar aan de vlakke bovenkant. Hoofdseinen hebben een ronde bovenkant en hebben ook meer dan drie lichten. Er staan op deze foto twee voorseinen naast elkaar, geldend voor resp. het linker en het rechter spoor. Geel betekent langzaam rijden. Groen betekent doorrijden. Dubbel groen betekent doorrijden, het volgende sein is ook groen. In voorseinen knipperen de lampen.


Odense, 7 september 2010. Inspectievoertuig van de Skagensbahn (SB), een achtcilinder Pontiac uit 1933. De auto was eerst eigendom van een particulier en werd later gebruikt als taxi. In 1944 kocht de SB deze auto en zette er spoorwielen onder. Daarachter staat een rangeertractor van de DSB uit 1953, die dienst heeft gedaan bij de werkplaats in Kopenhagen.


Odense, 7 september 2010. Inspectievoertuig van de Deense spoorwegen, een Ford V8 uit 1937.


Odense, 7 september 2010. In de jaren 60 bouwde Frichs een verbeterde, Deense versie van de Duitse Köf: de Køf. Hier is de DSB 288 aan het rangeren in het spoorwegmuseum.


Jernbanemuseum Odense, 7 september 2010. Wagen met potten voor het vervoer van zoutzuur. Begin vorige eeuw bestonden er nog geen staalsoorten of coatings die bestand waren tegen de inwerking van logen en zuren. Daarom werden deze vloeistoffen vervoerd in aardewerk vazen of potten. De potten konden 1000 of 1200 liter vloeistof bevatten, waren ruim 1,5 meter hoog, hadden een diameter van ruim een meter en wogen 350 kilo. Ze waren gemaakt van bruin geglazuurd aardewerk. De MBS in Haaksbergen bezit ook zo'n pottenwagen.


Odense, 7 september 2010. Houten sneeuwploeg.


Jernbanemuseum Odense, 7 september 2010. Autobus Triangel O21, in 1935 gebouwd door De Forenede in Odense. De DSB heeft een paar honderd van dit soort bussen gehad, van verschillende fabrikanten. Deze bus deed dienst tot 1954.


Odense, 2005. Deens Spoorwegmuseum. Foto's Dennis Revier.


Sprinter in Denemarken

Randers, 14 april 2008. Gemoderniseerde Sprinter SGMm 2141 is achter loc MZ 1458 op weg naar Nederland. Foto Daniël Friederichs.


IC4 in de woestijn

Libië, 2010. Een eigenlijk voor Denemarken bestemde IC4 is onder geheimzinnige omstandigheden terecht gekomen in de woestijn van Libië. Mogelijk een Italiaans gebaar aan een bevriend staatshoofd. Het treinstel is gebouwd door AnsaldoBreda.


Odense, 7 september 2010. DSB-loc 3020 is met een City Night Line op weg naar Kopenhagen.


Seinhuis Odense

Odense, 7 september 2010. Seinhuis. Zwartwitfoto: het bedieningspaneel van de recent geïnstalleerde relaisbeveiliging. Bron: "Danske Statsbaner 1954".


 

Odense (station en museum), 7 september 2010. Links een lichtsein zoals dat op Deense emplacementen wordt gebruikt. De letters PU staan voor Perron Udkørsel (perron voorbij). Dat betekent dat het als rangeersein kan functioneren (zie hierna) of als sein voor doorgaande treinen. In dat geval brandt het rode of het groene licht (stop resp. rijden). Het groene licht kan ook knipperen: dat betekent dat het volgende sein ook groen is. Een rangeersein kan ook als dwergsein voorkomen, in dat geval zonder rode en groene lamp. Een rangeersein kan de volgende beelden tonen: twee lampen naast elkaar = stop, twee lampen boven elkaar = rijden, twee lampen schuin naar rechts = voorzichtig, twee lampen schuin naar links = sein niet van toepassing (vrij rangeren). Deze dwergseinen hebben een Amerikaanse achtergrond.


Cabinn Hotel Odense

Cabinn Hotel Odense / terugroepactie Lada

In september 2010 logeerden wij twee dagen in het Cabinn Hotel Odense (Denemarken). Dit reclamefilmpje laat iets zien van dit budgethotel naast het station. Het woord "cabinn" laat geen misverstanden bestaan over de grootte van de kamers, maar als je er alleen komt om te slapen is het prima. Bonusmateriaal: een terugroepactie van Lada.



Kopenhagen, 9 september 2010. Modelbaan in de stationshal. Voor twee kronen kun je een lokaltog, een godstog, een lyntog of een bjergbane laten rijden. Ik heb dat niet kunnen doen: hij deed het niet. Zie ook Modellbahn im Bahnhof.


Vogelfluglinie

Vogelfluglinie, 10 september 2010. Tussen Puttgarden en Rødby varen veerschepen waarmee ook treinen worden vervoerd. Wie met de trein van Duitsland naar Kopenhagen wil, kan kiezen tussen twee grensovergangen: Flensburg of Puttgarden. In het laatste geval is een boottocht nodig. De trein gaat mee, maar tijdens de overtocht mag je er niet in blijven zitten. Het is namelijk de bedoeling dat je taxfree gaat shoppen aan boord. Na drie kwartier ga je weer in de trein zitten en vervolg je je reis. De schepen varen twee keer per uur, 24 uur per dag. Er zijn echter plannen om een brug aan te leggen, waarmee een eind zal komen aan deze in 1963 in gebruik genomen veerverbinding. Mijn laatste Deense geld heb ik gestopt in de spaarpot van de Deutsche Gesellschaft zur Rettung Schiffbrüchiger. Als afstammeling van een familie van reddingswerkers is dat voor mij een vanzelfsprekendheid.


Tussen Duitsland en Denemarken rijden treinstellen Baureihe 605 (de dieselversie van de ICE). Deze gaan mee op de veerschepen van de Vogelfluglinie. Foto gemaakt op 21 februari 2009 door Marcel van Westendorp.


Boze Zugbegleiterin

Op de heenreis zijn wij via Flensburg gereisd. Op de terugreis gingen we via Puttgarden. Onze kaartjes hadden we besteld via de Treinreiswinkel. Allemaal prima geregeld, op één ding na: ons treinkaartje gaf aan dat we via Flensburg zouden reizen, op onze reservering stond Puttgarden. Eerst kwam er een Deense conducteur: die moest glimlachen toen hij zag wat er aan de hand was. Maar toen we in Duitsland waren kwam er een Duitse Zugbegleiterin die heel boos werd: we hadden via Flensburg moeten reizen want dat stond op onze Fahrkarte. Ja maar zei ik, er is een fout gemaakt, kijk maar naar onze Platzkarte. Maar daar wilde ze helemaal niet naar kijken. Ze kwam zelfs met de malle beschuldiging dat we de dienstregeling van onze Fahrkarte hadden afgescheurd, waarbij ze wees op de perforatie aan de bovenkant. Ik kon zo gauw niet op het Duitse woord voor kettingformulier komen, want ik had haar graag willen uitleggen hoe dat gaat met het printen van treinbiljetten. Want dat je dus daardoor altijd perforaties krijgt. Boos knipte ze een gaatje in onze Fahrkarte en beende weg.

Reactie van de Treinreiswinkel: Het spijt ons dat uw kaartjes niet in orde waren. Foutjes zijn menselijk, maar wij vinden het jammer dat u daar de dupe van bent geworden. Om de kwaliteit te bewaken en te bevorderen worden al onze medewerkers dit najaar opnieuw getraind!

Ik heb weleeens eerder kaartjes besteld via de Treinreiswinkel. Daarbij gaf ik aan dat ik ze zelf zou komen ophalen in Leiden. Ik moest daar toch zijn en ik vond het niet zo'n prettig idee dat kaartjes van een paar honderd euro over de post zouden worden gezonden. En dus stuurde de Treinreiswinkel de kaartjes toch per post.



Svendborg, 10 september 2011. Met enige regelmaat krijg ik putdeksels toegezonden. Gelukkig digitaal. Dit exemplaar ligt in Svendborg, een uit 1229 daterend stadje in Denemarken. De naam (Zwijnenburg) zou slaan op de grote hoeveelheid zwijnen die zich daar toen ophielden. Foto Jaap van Driel.


Kopenhagen, 8 september 2010. Putdeksel van Københavns Energi. Die levert niet alleen energie, maar verzorgt ook de afvoer (afløb) van water.


Lyntog Ma 460

Tog = trein, lyn = bliksem, lyntog = snelle trein

Lyntog Ma 460, afgeleid van de Duitse VT 11.5. Deze kon in het midden worden gesplitst en dan vanuit een stuurstand met doorloopkop worden bediend. Op die manier pasten de twee helften naast elkaar op een veerboot. Foto Geert Mørk, Danmarks Jernbanemuseum.


Model van Roco van de Lyntog Ma 460. Bron: www.modeltog.dk.


Vierwagenstel in de oorspronkelijke kleuren. Fabrieksfoto's Maschinenfabrik Augsburg-Nürnberg (MAN), collectie Nico Spilt.


Met de nachttrein naar Kopenhagen

Blokpost Bunnik, 10 juli 2009. Een van onze dochters is met een vriendin op weg naar Kopenhagen. Trein EN 447 wordt getrokken door een traditioneel smerige locomotief van Railion, dit keer de 1604. Still uit een filmopname.


Kopenhagen Express

Dordrecht, 12 december 2009. Loc 1745 met de Kopenhagen Express. Foto Rob van der Rest.


Limfjordsbanen

Aalborg, 24 augustus 2008. Limfjordsbanen, een 18 kilometer lange museumspoorlijn van Aalborg Banegård naar Aalborg Østhavnen. Er wordt ook met stoom gereden, maar hier zien we een dieselloc uit 1952 in actie. Foto's Jos van den Tempel.


Legoland

Legoland, 12 augustus 2008. Foto's Remco Cammenga. Van Lego kun je ook zelf treinen maken.


Deense cartoon! Ik hoop niet dat er godsdienstfanaten zijn die zich hier aan storen. The Railway Gazette, december 1939. De dierentuin van Kopenhagen heeft onlangs twee giraffes gekregen. De cartoonist weet wel een nuttige betrekking voor deze dieren.


Danske lokomotiver og motorvogne 1980-01-01. Door Tom Lauritsen. Frank Stenvalls Förlag, Malmö, 1980. ISBN 9172660473. Materieeloverzicht van de DSB en andere Deense spoorwegmaatschappijen. De DSB had in 1980 nog enkele stoomlocs op de rol staan: 658, 708, 736, 917, 963 en 991.

Uit een serie zakboekjes.


Fra Damphest til Lyntog. Carlo Andersen. Idé og illustrationer Gunnar Hansen. Carl Allers Bogforlag, København, 1947.

Van stoompaard tot bliksemtrein. Dit boek verscheen bij het honderdjarig jubileum van de Deense spoorwegen op 26 juni 1947.

Achterin staat een lijst met Deense spoortermen. Opvallend is het woord 'negergrus', dat gebruikt werd voor slechte Amerikaanse kolen. Maar ja, je moet die dingen in hun tijd zien.

 

DSB Jernbanemuseum Odense. Museumcatalogus uit circa 1975, toen het eerste deel van het museum was geopend. Deense stoomlocs hadden net als stoomschepen een rood-wit-rode band om de schoorsteen.

Danmarks Jernbanemuseum. Historie og rullende materiel. Door Poul Thestrup en Ulrik Tarp Jensen. Uitg. Danmarks Jernbanemuseum, 2000. ISBN 8798222740. Brochure over het spoorwegmuseum in Odense.

 

Die Eisenbahnen der Erde. Band IV - Skandinavien - Dänemark, Norwegen, Schweden. Dr. Fritz Stöckl. Zeitschriftenverlag Ployer & Co, Wien. (1963)

Meer over deze serie.


Bams en Bine in Madurodam! Knud Bavngaard. Foto's Hubert Hutzelsider. Nederlandse vertaling Bets Bone Jensen-Elze. Circa 1968.

Twee Deense beertjes beleefden sinds 1956 allerlei avonturen. Dit keer in Madurodam. Met samenvattingen van het verhaal in het Engels en het Duits.


Brücke zum Norden. Das Buch von der Vogelfluglinie. Bild-Jahrbuch der Deutschen Bundesbahn 1963/64. Athenäum-Verlag, 1963.

Boek over de Vogelfluglinie tussen Duitsland en Denemarken. De Vogelfluglinie (Deens: Fugleflugtslinjen) loopt over de Fehmarnbelt, een zeestraat tussen het Duitse eiland Fehmarn en het Deense eiland Lolland. De Vogelfluglinie werd in 1963 geopend. De naam verwijst naar de vogeltrek van de wilde ganzen en andere vogels tussen Midden-Europa en Scandinavië. De Vogelfluglinie bestaat uit twee onderdelen: de 963 meter lange Fehmarn­sundbrug uit 1963 en de veerverbinding, waarmee ook treinen worden overgevaren, tussen de havens Puttgarden en Rødby.


Eisenbahnfähren in Westeuropa. Door P. Ransome-Wallis. Orell Füssli Verlag, Zürich, 1969.

Oorspronkelijk Engelstalig boek over de veerboten waarmee treinen over het water werden vervoerd. Onder andere tussen Groot-Brittannië en Noord-Frankrijk en tussen Duitsland en Denemarken. Ook een bijlage over de veerschepen van de RTM.



Zie ook:

Websites:




vorige       start       omhoog