Van De Bilt-Station naar Bilthoven

De citaten hieronder zijn afkomstig uit het boek "Kleine historie van De Bilt en Bilthoven". De foto's komen uit het gedenkboek van de NCSM, in 1913 verschenen ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan. Stations en andere gebouwen waren toen allemaal versierd. Op deze foto's zien we het station, het seinhuis bij het station, de wachtpost bij de Leijenseweg, en blokpost E (ik ben er nog niet achter waar deze lag).




De opkomst van Bilthoven

De eerste verandering in dit grotendeels bosgebied ontstond omstreeks 1860, toen er een aanvang werd gemaakt met de aanleg van de spoorlijn Utrecht-Amersfoort-Hattemerbroek. Doordat deze lijn werd geprojecteerd dwars door het terrein van Jagtlust moest van het bosgebied en de erachter liggende bouw- en weilanden een grondstrook worden aangekocht.

Of de eigenaar van Jagtlust een vooruitstrevend man was weten we niet, zijn optreden lijkt er wel op te wijzen. Jhr. Hendrik van den Bosch werkte mede aan de plannen tot aanleg van de spoorweg, hij had ingetekend op de lening. Toen hij echter vernam dat er alleen bij Soesterberg een halte zou komen (Soestduinen), verhoogde hij zijn inschrijving en stond alle benodigde grond gratis af mits er op zijn gebied een halte gemaakt zou worden waar 4x per dag een trein moest stoppen. Zo kwam er ten westen van de Soestdijkseweg een perron met een houten haltegebouwtje aan de noordkant van de sporen, waar nu het emplacement is.

Op 20 augustus 1863 werd de lijn in gebruik genomen en stopte de trein voor het eerst tussen de bossen bij 'Station De Bilt' voor het opnemen van de officiële vertegenwoordigers uit De Bilt. Maar de Biltse raad en eigenlijk ook B. en W. zagen het niet zo zitten met dat station op meer dan 3 km buiten het dorp in die troosteloze eenzaamheid. Toch zijn er aanwijzingen dat er wel een 'vertegenwoordiging' mee is geweest.

De Nederlandsche Centraal Spoorweg Maatschappij (NCS) had in 1862 ook een dubbele woning gebouwd tegenover de halte, voor baanpersoneel dat vrij zeker ook de overweg moest bedienen. Dat waren de eerste woningen bij 'De Bilt Station' zoals de officiële naam luidde.

Van De Bilt-Station naar Bilthoven

Het houten wachthuisje werd in 1866 vervangen door een klein stationsgebouwtje van 6 x 8 meter, met een afzonderlijk gebouwtje bestemd voor mannen en vrouwen. Met medewerking van Jhr. Van den Bosch kocht in 1871 Cornelis van Vulpen, afkomstig uit Doom, een stukje grond. Op de hoek spoorbaan/Soestdijkerstraatweg, aan de zuidwestzijde, bouwde hij een dubbele woning.

In één helft werd een gelagkamer gemaakt, waar de wachtende reizigers in het koude jaargetijde warm konden zitten, een stationskoffiehuis dus! Na 1871 gebeurde er een tijdlang niets, het bleef zoals het steeds was geweest, eenzaam en verlaten. Meestal was het er stil ook, behalve als de valbomen op de overweg dicht gingen, één minuut voor de komst van de trein ná 3x bellen. Fluitend, puffend en sissend kwam dan de expres aangedenderd over het aanvankelijk enkelsporige traject, om na de soms verplichte stop weer verder te gaan. Het treinental toen is niet te vergelijken met nu, in 1892 bijv. waren er 5 in beide richtingen, waarvan de laatste om 20.38 uur het station verliet.

In 1899 wordt er ten noorden van de spoorlijn en ten oosten van de Soestdijkseweg een grote villa gebouwd, bestemd voor Mr. Ameshof, de secretaris van de NCS. Van het grote huis, door hem in mei 1900 betrokken, rest nu nog slechts het koetshuis, de villa werd in de oorlog door bommen verwoest. Precies aan de andere zijde van de spoorlijn komt in 1901 de villa Oase gereed voor Jhr. Van Schuylenburgh, inmiddels afgebroken voor de bouw van bank, flats en winkels.

Door de aanleg van de spoorlijn Den Dolder-Baarn in 1898 en de lijn Bilthoven-Zeist in 1901 kwamen er meer verbindingen met Utrecht. Toen Mr. Ameshof zich ook nog beijverde om beter rijdend materieel te krijgen en het aantal stops op het station te verhogen, waren de mogelijkheden geschapen om 'De Bilt-Station' tot een aantrekkelijke forensenplaats te doen groeien. Ook het oude stationnetje moest verdwijnen, in 1900 kwam tussen de sporen een nieuw groter station te staan, waarvan de kern nog steeds aanwezig is.

De naam Bilthoven

De reiziger die uit de trein stapte en dacht in De Bilt te zijn had nog een stevige wandeling voor de boeg. Ook de post voor De Bilt-Station kwam maar al te vaak in het oude dorp terecht. De spoorwegen kaartten de zaak na vele klachten aan bij het gemeentebestuur. In de raadsvergadering van 23 mei 1917 kwam het voorstel van B&W ter discussie om voortaan de naam Biltsche Duinen te gebruiken.

Omdat het niet vaak voorkomt dat een nieuwe plaatsnaam moet worden gekozen probeerde ieder raadslid zijn idee als de beste naam naar voren te schuiven. Het werd een bijna eindeloos debat over Biltoord, Biltwijk, De Bilt-Buiten, Vogelzang, de Leijen, Leijenwoude, enz. tot uiteindelijk het dan maar 'Biltsche Duinen' moest worden. De spoorwegdirectie voelde zich daar niet gelukkig mee en stelde voor om er dan 'Biltsch Duin' van te maken.

In de vergadering van de raad op 11 oktober 1917 kwam een en ander wederom aan de orde. Eén der raadsleden uit het dorp De Bilt meende dat het raadzaam zou zijn om in elk geval 'Bilt' in de nieuwe naam op te nemen; de grootste bijdrage aan de gemeentelijke belastingen komt uit dat deel en misschien heeft men dan minder de neiging zich los te maken uit het gemeentelijk verband. Een heel nieuw gezichtspunt met natuurlijk weer heel andere namen. Wat de één lekker vindt lust de ander niet, zo ook hier. 'Leijenhove' viel dus zonder meer af, er bleven over: Nieuwerbilt, Bilterduin, De Bilt-Hoog en Bilthof.

Het kon geen genade vinden tot het raadslid Dr. Melchior de naam 'Bilthoven' voorstelde. En zo is het gekomen en gebleven tot op de huidige dag. Het borelingske groeide en trok als een magneet winkelbedrijven en kleinindustrie aan evenals kantoren en banken. Zelfs het gemeentebestuur ontkwam niet aan die trek, in 1928 kocht men na veel herrie de villa Jagtlust aan. Na verbouwing en nieuw geharrewar werd het oude pand in de Dorpsstraat in 1932 verruild voor het mooie witte gebouw aan de Soestdijkseweg.



Artikel uit Nieuw Spoor, april 1958. Bilthoven heeft een bredere overweg en een voetgangerstunneltje gekregen. De reizigers konden nu zonder oponthoud door de vaak gesloten overwegbomen het eilandperron bereiken. De tunnel werd in een klein jaar gebouwd door N.V. Het Spoorwegbouwbedrijf en kon ook worden gebruikt door ‘doorgaande’ wandelaars en fietsers, de tunnel was namelijk geschikt voor openbaar verkeer. De controle van aangekomen en vertrekkende reizigers vond plaats bovenaan de trap die van de tunnel naar het perron leidt. De officiële opening van de tunnel was op 2 november 1957. In 2012 is men begonnen met de aanleg van een verkeerstunnel, zodat deze drukke en gevaarlijke dubbele overweg kan vervallen. De stationschefwoning in de achtergrond is in verband hiermee gesloopt.


 

Forensenverkeer in Bilthoven, met een trein richting Den Dolder. Helemaal links het spoor naar Zeist. De foto is gemaakt vanaf het seinhuis. Bron: NS-kalender 1931. De tweede foto is gemaakt op 24 juli 2003, vanuit een trein uit Den Dolder.


Emplacement De Bilt, omstreeks 1900. In dit jaar werden de sporen verder uit elkaar gelegd om een eilandstation te kunnen bouwen. Dit station was in 1902 klaar. Het oorspronkelijke station stond op de plek waar nu het spoor naar Utrecht ligt (gearceerd aangegeven op de tekening). De Soestdijkseweg heette toen nog Prinsenlaan. De woning van de stationschef is met oranje aangegeven. Tekening uit de collectie van Fred Meijer.


Bilthoven, 15 juli 1973 en 26 augustus 2007. Treinstel 292 als stoptrein Baarn-Utrecht en treinstel 273 als "Heimwee Express" tijdens een rondje om Utrecht. Links de vroegere losplaats, tegenwoordig het P&R-terrein van Bilthoven. De onderste foto is gemaakt door Fred Meijer.


 

Maquette van "Jagtlust", het onderkomen van Jhr. Hendrik van den Bosch aan wie Bilthoven zijn station te danken heeft. Jagtlust is tegenwoordig onderdeel van het gemeentehuis van De Bilt. De maquette staat in de hal van het gemeentehuis en heb ik in januari 2005 gefotografeerd. Op de tweede foto (19 november 2004) het in 1871 gebouwde stationskoffiehuis van Cornelis van Vulpen. Anno 2004 "Wijn & Spijslokaal" met links ervan uitgaansgelegenheid "De Dobbelaar".

Burgemeester Tchernoff
Tram 5018 van de Sneltram Utrecht-Nieuwegein werd in 2003 vernoemd naar Mr. A. Tchernoff, burgemeester van De Bilt. Het was de bedoeling ieder jaar een tram te vernoemen naar een persoon die zich had ingezet voor het openbaar vervoer in de regio Utrecht, maar verdere vernoemingen bleven uit. In 2010 raakte deze tram onherstel­baar beschadigd bij een aanrijding met een bus van het GVU. Alexander Tchernoff was van 1991 tot 2007 burgemeester van De Bilt, waarbij hij geen vlekkeloze reputatie wist op te bouwen. Zo vervalste hij in 2003 een document door gebruik te maken van het handtekeningstempel van de gemeentesecretaris. Dat juist de tram met zijn naam moest verongelukken kan geen toeval zijn.


 

Bij Bilthoven, 26 maart 2004. Langs de provinciale weg N234 staat een huis dat van alle kanten is opgetuigd met dingen, waaronder ook spoorwegattributen. Het bord "Utrecht" wijst de goede kant op, maar is daar niet door de ANWB neergezet. Het huis staat tegenover de zuivelboerderij Boom & Bosch, waar wij onze onbespoten zuivel kopen. In de zomer van 2005 is de seinpaal bij het huis verdwenen.


 

Bilthoven, 6 februari 2005. Een ongebruikelijke combinatie: Hondekop 766 met Blauwe Engel 41.


Mr. A. Tchernoff

Op 14 september 2010 had sneltram 5018 een zwaar ongeval met GVU-bus 7850. Uiteindelijk bleek dit het einde voor beide voertuigen. Na lang gebruikt te zijn als pluktram verdween de 5018 begin januari 2013 dan toch naar de sloperij in Utrecht. Foto Remy den Hartog.

Tram 5018 werd in 2003 vernoemd naar Mr. A. Tchernoff, burgemeester van De Bilt. Het was de bedoeling ieder jaar een tram te vernoemen naar een persoon die zich had ingezet voor het openbaar vervoer in de regio Utrecht, maar verdere vernoemingen bleven uit. Alexander Tchernoff was van 1991 tot 2007 burgemeester van De Bilt, waarbij hij geen vlekkeloze reputatie wist op te bouwen. Zo vervalste hij in 2003 een document door gebruik te maken van het handtekeningstempel van de gemeentesecretaris. Dat juist de tram met zijn naam moest verongelukken kan geen toeval zijn.


Stationschefwoning Bilthoven

Bilthoven, 12 november 2011. Deze vroegere stationschefswoning zal worden gesloopt. Ze krijgt bij het Spoorwegmuseum in Utrecht een nieuw leven, onder andere dankzij de inspanningen van Fred Meijer.

AD Utrecht, 7 maart 2012. Zie ook www.stationbilthoven.nl.


Utrecht, 12 april 2015. De voormalige stationschefwoning van Bilthoven moest plaatsmaken voor de aanleg van een verkeerstunnel. Gelukkig is het monumentale gebouwtje bewaard gebleven. Althans, er is een kopie gebouwd op het terrein van het Spoorwegmuseum. Hierbij zijn originele elementen hergebruikt zoals kozijnen, de trap en de veranda. Op 30 mei is het officieel geopend. Het gebouwtje is te huur voor bijeenkomsten.


Biltsche Courant, 29 augustus 2013. In het gemeentehuis van De Bilt was een tentoonstelling te zien naar aanleiding van het 150-jarig bestaan van de spoorlijn Utrecht-Zwolle, georganiseerd door Fred en Loes Meijer.


Literatuur

  • Kleine historie van De Bilt en Bilthoven. Door J.W.H. Meijer. Uitg. Reinders, Bunnik 1995. ISBN 9072507207.
  • Een rondje De Bilt-Bilthoven in de jaren vijftig, zestig en zeventig. Door Rienk Miedema en Ellen Drees. In eigen beheer uitgegeven in 2003, oplage 2500. ISBN 9072548205.
  • Het vervoer in De Bilt. Fred Meijer heeft 25 jaar lang alles verzameld wat te maken heeft met het vervoer in en rond De Bilt en Bilthoven. In 2005 heeft hij samen met zijn vrouw Loes zijn collectie op een DVD gezet. Een indrukwekkende hoeveelheid foto's, knipsels en documenten. De manier waarop deze collectie is gestructureerd was wel voor verbetering vatbaar geweest; het verbindende verhaal ontbreekt. DVD uitgegeven in eigen beheer.


Zie ook:

Website:




vorige       start       omhoog