Arnhem



Arnhem ken ik alleen van korte bezoeken, op weg naar plekken die ik toen interessanter vond. Kleve heb ik bezocht tijdens een bliksembezoek vanuit Nijmegen. Op dit kaartje staan plaatsen waar ik ooit foto's heb gemaakt. Voor meer kaartjes zie Waar ben ik geweest?

In Arnhem bevindt zich ook het Openluchtmuseum.


Stationsplein Arnhem met trolleybussen (prentbriefkaart).


Arnhem, 1949. Motorrijtuig BC 2908. Derde van links in de achterste rij staat de grootvader van Niels Leijgraaf. Die woonde op het rangeerterrein. Zijn woning, linksboven, was getroffen door meerdere bommen. Foto collectie Niels Leijgraaf.


 

Arnhem, 24 juli 1967. Loc 610 met koppelwagen en een DE3. Tweede foto: Arnhem, 30 juli 1968. Loc 1146.


Arnhem, 13 september 1971. Motordienstwagen 30849782500 tijdens het wegleren van machinisten. Deze mDW is bewaard gebleven als mC 9002 "Jaap". Vroegere nummers: mC 9002, mC 9452, mB 9452, mDW 169306. Foto gemaakt vanuit een trein naar Duitsland, aan het begin van een wekenlange stoomsafari.


Arnhem, 27 mei 1972. Kort na elkaar komen twee treinen naar Duitsland binnen: loc 1154 met TEE 7 "Rheingold" en loc 1208 met D 215 "Loreley Expres". Loc 1208 was in 1971 (na de serie 1500) de eerste geel/grijze e-loc van NS.

Beide treinen rijden via Köln naar Basel. De Rheingold bestaat uit rijtuigen uit Amsterdam en Hoek van Holland, die in Utrecht zijn gecombineerd. De Loreley Expres komt uit Amsterdam. Een ander deel van de Loreley Expres rijdt als D 203 van Hoek van Holland via Rotterdam en Venlo naar Köln, waar de twee delen worden gecombineerd.


 

Arnhem, 27 mei 1972. Loc 2294 en verwarmingswagen 21849542502. Voor een artikel over verwarmingswagens zie Op de Rails 1971, blz. 75.

Ik was in Arnhem vanwege een rit met stoomloc 38 2383. Die heb ik niet gefotografeerd maar gefilmd.


Arnhem, 1984. Treinstel 93, vers in de rode verf gezet. Foto Bart Gerritsen.


 

Arnhem, 20 mei 1991. Loc 52 3879 en 41 105 in actie bij een rit met de SSN Vier Provinciën Express. Op de tweede foto treinstel 169 in de dienst op Tiel.


 

Arnhem, 24 oktober 1992. Treinstel 744. Op de tweede foto, net als anderhalf jaar daarvoor, treinstel 169. Ik was met een gezelschap op weg naar Bochum-Dahlhausen.


Arnhem, 13 maart 2004. Het rangeerterrein, gefotografeerd vanaf de 135 meter hoge Kema-toren (S.E.P.) door Maurice Faasse.


 

Arnhem, 31 augustus 2004. Historische armseinpaal voor post T. De bovenste vleugel, met rond uiteinde, is een hoofdsein. De onderste vleugel, met recht uiteinde, is een voorsein. Beide seinen staan hier in de stand veilig ('s nachts twee groene lichten). In de onveilige stand is het hoofdsein horizontaal ('s nachts rood licht). Het voorsein hangt schuin naar beneden als het volgende hoofdsein op onveilig staat ('s nachts een geel licht in het voorsein). De NS heeft altijd een strikt onderscheid gemaakt tussen voorseinen en hoofdseinen. In bijvoorbeeld de VS kwamen gecombineerde voor- en hoofdseinen voor, waarbij de vleugel dus drie standen kon aannemen. In de hal van de treindienstleiding stond een oud CVL-toestel als monument opgesteld (inmiddels verhuisd naar het Spoorwegmuseum). Ik mocht helaas geen foto's maken van de huidige treindienstleiderspost, maar voor een idee zie het thema Procesleiding op het spoor.


Het NX-tableau van Arnhem Velperpoort, gefotografeerd tijdens de montage in de fabriek. Naar links de lijn naar Arnhem. Naar rechts de lijn naar Westervoort (via de toen nog enkelsporige brug) en Nijmegen. Naar rechtsboven de lijn naar Velp en Deventer, met aftakkend de aansluiting naar Enka (later Akzo). Naar onderen de aansluiting naar Arnhem GE (goederenemplacement). Via deze aansluiting is het ook mogelijk om treinen te driehoeken. Archief Vialis-NMA.


 

Ruud Thijssen maakte in 2001 deze foto's van de post Zutphen, toen de bediening nog niet naar Arnhem was verplaatst.


Arnhem, 31 augustus 2004. Locs RN 232 241 en 905 rijdend richting Emmerich.


 

Arnhem, 31 augustus 2004. Tussen het station en post T staan het voormalige stationspostkantoor en de loods van Van Gend & Loos. Inmiddels zijn beide gebouwen gesloopt. Het stationspostkantoor zal worden herbouwd in Klarendal. Op en rond het stationsplein vinden grootscheepse bouwwerkzaamheden plaats, teneinde Arnhem op te stoten in de vaart der volkeren. In dit kader passen ook de plannen om de trolleybus af te schaffen. Is namelijk te duur, met die bovenleidingen.


 

Arnhem, 15 oktober 2006. Vier minuten naar de treinen, zes minuten naar het busstation. Zelfs een pabo-student moet dit kunnen uitrekenen: van de bus naar de trein is het tien minuten lopen. Het kan wel korter, maar dan gaan de winkeltjes failliet omdat er niemand meer langs komt. Een enthousiaste medewerker van de stationsexploitant had voor de zekerheid zelfs een nooduitgang afgesloten, maar daar is snel een eind aan gemaakt. Dit ongemak dient een hoger doel: Arnhem heeft over een poosje een prachtige stationsomgeving, met allemaal hoge kantoorgebouwen. Het station zelf moest daarvoor helaas sneuvelen.


Arnhem, 18 juni 2016. Tijdens de 'Dag van de Architectuur' werd onder andere aandacht besteed aan het nieuwe station van Arnhem. "Na decennia van ongeduldig wachten heeft Arnhem een nieuw dynamisch middelpunt in de stad. Een stationsgebouw specifiek ontworpen om de reiziger optimaal te begeleiden naar zijn eindbestemming." Het is mij niet bekend of deze emmer in de stationshal ook ter sprake is gekomen. Het 'specifiek ontworpen' dak van het nieuwe station lekt nog steeds.



Herinneringen aan Arnhem

"In de wolkenlucht vielen onheilspellende gaten, en de maan joeg vaal langs de hemelbaan. Ik kwam bij de spoorbrug achter het station. Een trein schokte in het vuile gele neonlicht onder de brug door. Een gruwelstory kwam tot leven die op deze brug een stempel had gedrukt. Op ongeveer dezelfde plaats waar ik stond, had op een nacht een stomdronken man tussen de spijlen door naar beneden geplast. Een forse en krachtige straal raakte de elektrische draden, en linea recta schoot er langs de vochtige baan een bliksemschicht omhoog, die de arme drommel in een vuurwerk van blauwe vonken de dood injoeg. Ik huiverde in mijn dunne regenjas. In de beschutting van de huizen, waarlangs de wind gierde, vervolgde ik mijn weg."

Passage uit "Mijn kleine hersentjes" door Johnny van Doorn (1984, herziene uitgave van de eerste druk uit 1972). In dit boek beschrijft Johnny van Doorn, ook bekend als Johnny the Selfkicker, de jeugd die hij heeft beleefd in Arnhem. Het verhaal van de plassende man is apocrief, want proefondervindelijk is bewezen dat het niet mogelijk is om op deze manier aan je einde te komen. Zie Trein & toilet.



Bussen en trolleybussen


Arnhem, september 1951. Crossley-bus van de Nederlandsche Buurtspoorweg Maatschappij (NBM) als lijn 23 naar Veenendaal, kenteken L-55113. De betonnen paal is van de trolleybusbovenleiding. De gebouwen op de achtergrond staan op het noordelijke gedeelte van het Willemsplein, tussen het plein en de plek waar ooit het oude station stond en waar ooit het nieuwe station zal staan. De bushalte staat op het Nieuwe Plein en de bus staat in zuidelijke richting naar de Rijn/Onderlangs. Links, niet te zien, staat het Hotel Haarhuis. Welgeteld één oude boom heeft de tand des tijds en de vooruitgang weerstaan en staat tussen de busbaan richting Arnhem-Zuid. Verder is hier tegenwoordig alleen asfalt, beton, masten en een dicht web van bovenleidingen te zien. Collectie Mike Morant.


 

Arnhem, 24 juli 1967. Mijn neef Jan Bakels bij een bushalte. Tweede foto: Spoorwegmuseum Utrecht, 19 februari 1977. Arnhemse trolleybus nummer 139, kenteken XB-08-22, type 9721T/EEC/Verheul 1955.


   

Velp, 7 januari 2005. Eindpunt van trolleybuslijn 3. De bus heeft zojuist de rotonde in de achtergrond genomen, en zal dadelijk weer stilletjes terugzoeven naar Arnhem. Trolleybussen rijden elektrisch. De dubbele bovenleiding is nodig omdat er geen stalen wielen en rails zijn om de stroom terug te leiden naar de centrale.


Electrische omnibussen met bovenleiding (trolleybussen). Overdruk uit het Economisch Technisch Tijdschrift, september 1938.

In dit boekwerk wordt ingegaan op de technische en economische aspecten van de trolleybus, waarbij ook vergelijkingen plaatsvinden met elektrische trams. In Nederland reden in die tijd trolleybussen in Groningen. Na de oorlog volgden Arnhem en Nijmegen. Plannen om in Amsterdam en Rotterdam met trolleybussen te gaan rijden gingen niet door. Tegenwoordig heeft alleen Arnhem nog een trolleybusnet.

In het Duits noemt men dit voertuig een O-Bus: Oberleitungsbus. Een speciaal ontwerp was de Gyrobus.


Trolleys in Arnhem. Serie 101-136, serie 137-143. Door Johan Buurman. Hameland Pers, 1986. ISBN 9070812304. Na de Tweede Wereldoorlog besloot men om het verwoeste Arnhemse trambedrijf niet weer op te bouwen, maar om over te stappen op trolleybussen. In dit boekje wordt de geschiedenis van het trolleybedrijf beschreven, alsmede de eerste series bussen. Een van deze bussen, de 101, is nog steeds bedrijfsvaardig. In Nederland hebben ook Nijmegen en Groningen een trolleybusbedrijf gehad. In 2005 is het voortbestaan van de Arnhemse trolleybussen opnieuw in discussie gekomen.


Zie ook:




vorige       start       omhoog